• Medische omstandigheden

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 15 resultaten
  1. Taal Engels Abstract: 'Child sex trafficking and commercial sexual exploitation of children (CSEC) are major public health problems in the United States and throughout the world. Despite large numbers of American and foreign youth affe ...

    Abstract:'Child sex trafficking and commercial sexual exploitation of children (CSEC) are major public health problems in the United States and throughout the world. Despite large numbers of American and foreign youth affected and a plethora of serious physical and mental health problems associated with CSEC, there is limited information available to pediatricians regarding the nature and scope of human trafficking and how pediatricians and other health care providers may help protect children. Knowledge of risk factors, recruitment practices, possible indicators of CSEC, and common medical and behavioral health problems experienced by victims will help pediatricians recognize potential victims and respond appropriately. As health care providers, educators, and leaders in child advocacy, pediatricians play an essential role in addressing the public health issues faced by child victims of CSEC. Their roles can include working to increase recognition of CSEC, providing direct care and anticipatory guidance related to CSEC, engaging in collaborative efforts with medical and nonmedical colleagues to provide for the complex needs of youth, and educating child-serving professionals and the public.'

    Publicaties

    • Artikelen
    • Verenigde Staten van Amerika
    • Zorg
    • Kinderhandel
    • Medisch onderzoek
    • Medische omstandigheden
    • Medische verklaring
    • Medische zorg
    • Engels
  2. Language Dutch 72 reads Dit artikel behandelt twee vragen. Ten eerste de vraag in hoeverre medisch onderzoeksrapportages een rol kunnen spelen bij juridische waarheidsvinding. Ten tweede de vraag wat de rol is van medische problematiek bij verblijfsaanvra ...

    Dit artikel behandelt twee vragen. Ten eerste de vraag in hoeverre medisch onderzoeksrapportages een rol kunnen spelen bij juridische waarheidsvinding. Ten tweede de vraag wat de rol is van medische problematiek bij verblijfsaanvragen.Dit artikel verscheen in Migrantenrecht, 9/10/ 2008

    Publicaties

    • Artikelen
    • Medisch
    • Posttraumatische Stressstoornis (PTSS)
    • Trauma
    • Medisch onderzoek
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  3. Language Dutch 776 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten on ...

    Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten onrechte heeft overwogen dat de medische situatie van de vreemdelinge niet op zorgvuldige wijze bij de belangenafweging is betrokken.De SvJ betoogt dat BMA geen inhoudelijk medisch advies heeft kunnen uitbrengen omdat de vreemdelinge niet onder behandeling stond. Er was zodoende onvoldoende informatie beschikbaar om tot een inhoudelijk advies te komen. Hoger beroep gegrond. De Afdeling beoordeelt vervolgens de beroepsgronden.Door de vreemdelinge is betoogd dat zij vanwege haar psychische toestand niet in staat is aangifte van mensenhandel tedoen. De omstandigheid dat zij is aangehouden in een prostitutiebedrijf en daarbij in het bezit was van een vervalst paspoort is echter voldoende om te concluderen dat sprake is geweest van mensenhandel. De Afdeling oordeelt dat dit echter niet in een procedure omtrent ongewenstverklaring aan de orde kan komen. Beroep ongegrond. Hoger beroep SvJ gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Ongewenstverklaring
    • Belangenafweging
    • BMA-advies
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  4. Language Dutch 75 reads States Council (Dutch) In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien  in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft  overwogen in de uitspraak van 2 maa ...

    In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en moet ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend. Nu door de vreemdeling, los van de gestelde, niet aannemelijk geachte, herintegratieproblemen slechts medische aspecten zijn aangevoerd heeft de minister die terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld. De minister heeft zich  derhalve terecht op het standpunt gesteld dat zich in dit geval geen bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 van het Vb 2000 voordoen. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  5. 85 reads States Council (Dutch) Language Dutch In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien  in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft  overwogen in de uitspraak van 2 maa ...

    In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en moet ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend. Nu door de vreemdeling, los van de gestelde, niet aannemelijk geachte, herintegratieproblemen slechts medische aspecten zijn aangevoerd heeft de minister die terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld. De minister heeft zich  derhalve terecht op het standpunt gesteld dat zich in dit geval geen bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 van het Vb 2000 voordoen. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Gambia
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  6. 65 reads States Council (Dutch) Language Dutch Hoger beroep minister tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle van 15 maart 2011 (11/3409 en 10/42069) waarin het beroep van vreemdeling, tegen de afwijzing van zijn aanvraag om ...

    Hoger beroep minister tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle van 15 maart 2011 (11/3409 en 10/42069) waarin het beroep van vreemdeling, tegen de afwijzing van zijn aanvraag om voortgezet verblijf na afloop van B9, gegrond is verklaard. De Afdeling oordeelt als volgt.De minister heeft de door de vreemdeling aangevoerde psychische problemen voldoende bij de belangenafweging betrokken en voldoende gemotiveerd dat deze niet leiden tot het oordeel dat van de vreemdeling niet kan worden gevergd dat hij NL verlaat.De minister heeft daarbij van belang kunnen achten dat uit het ambtsbericht volgt dat voor slachtoffers van mensenhandel die terugkeren naar Nigeria opvang en psychische hulp beschikbaar is. De minister heeft in dat verband terecht beoogd dat hij niet nader heeft hoeven onderzoeken of voor de vreemdeling in Nigeria voldoende medisch-psychische hulp beschikbaar is.Voor zover de vreemdeling zich op het standpunt stelt dat hij in Nederland voor zijn psychische klachten zou moeten worden behandeld, dient hij derhalve een daartoe strekkende aanvraag in te dienen. Hoger beroep minister is kennelijk gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  7. Language Dutch 81 reads States Council (Dutch) Hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 december 2011 (11/26979, 11/26981, 11/26980 en 11/26982). De minister heeft de vbt-regulier van vreemdelingen ingetrokken. Sta ...

    Hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 december 2011 (11/26979, 11/26981, 11/26980 en 11/26982). De minister heeft de vbt-regulier van vreemdelingen ingetrokken. Staatssecretaris klaagt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat hij bij zijn besluit geen blijk heeft gegeven de door vreemdeling aangedragen omstandigheden in hun onderlinge verband te hebben gezien.De Afdeling oordeelt dat nu vreemdeling 1 niet gesteld heeft dat haar psychische klachten verband houden met de omstandigheid dat zij in het verleden slachtoffer is geworden van mensenhandel, de staatssecretaris hier de psychische klachten terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een vbt-regulier heeft aangemerkt, die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld.Dat vreemdeling 1 de zorg heeft voor haar zoon heeft de staatssecretaris in de gegeven omstandigheden niet tot verlening van een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf hoeven leiden. De staatssecretaris heeft zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zich in dit geval geen bijzondere omstandigheden voordoen. Hoger beroep gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  8. Language Dutch 46 reads States Council (Dutch) Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier ...

    Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier afgewezen. De staatssecretaris oordeelde dat haar asielrelaas een positieve overtuigingskracht mist. De Raad van State gaat hierin mee. Met betrekking tot de verblijfsvergunning regulier oordeelt de Raad van State:'Het betoog van de vreemdeling dat de staatssecretaris ten onrechte heeft geweigerd haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'vervolging van mensenhandel' te verlenen, kan niet worden gevolgd. Nu de vreemdeling geen aangifte heeft gedaan, voldoet zij reeds daarom niet aan de in paragraaf B9/2 van de Vc 2000 gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor verlening van deze verblijfsvergunning.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Verblijfsrecht
    • Positieve overtuigingskracht
    • Aangifte
    • B8/3
    • Psychologisch onderzoek
    • Asielprocedure
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  9. Taal Nederlands Raad van State De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond. Bij besluit van 21 juli 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de V ...

    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond.Bij besluit van 21 juli 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft, afgewezen. Bij uitspraak van 14 januari 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.Volgens paragraaf A3/7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: de Vc 2000), zoals ten tijde van belang luidend en voor zover thans van belang, dient een vreemdeling aan te tonen dat in het land van herkomst geen gezins- of familieleden zijn die in staat moeten worden geacht de medisch noodzakelijke mantelzorg te verlenen. De mantelzorg moet een essentieel onderdeel zijn van de medische behandeling.De rechtbank heeft overwogen dat de staatssecretaris ten onrechte zonder nadere motivering is voorbijgegaan aan de stelling van de vreemdeling dat van haar niet kan worden gevergd om voor mantelzorg een beroep te doen op haar in Albanië aanwezige familieleden, nu de onwil van de vreemdeling in verband lijkt te staan met de aard van haar stoornis en wordt onderbouwd door gebeurtenissen uit haar verleden en de brief van 30 juli 2015 van haar sociaal psychiatrisch verpleegkundige. In dit verband heeft de rechtbank erop gewezen dat de vreemdeling heeft gesteld in het verleden door haar stiefvader seksueel te zijn misbruikt en mishandeld en door haar moeder in de prostitutie te zijn geraakt en dat zij meent dat haar familie - in elk geval deels - de oorzaak is van haar psychische stoornissen. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat in de brief van 30 juli 2015 wordt bevestigd dat de vreemdeling geen vertrouwen heeft in haar moeder en zus en is aangegeven dat dit een contra-indicatie is voor het verlenen van geslaagde mantelzorg.De Raad van State overweegt het volgende:De vreemdeling heeft met ingang van 28 september 2000 tot 28 september 2003 beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking slachtoffer-aangever van mensenhandel. De door de rechtbank genoemde door de vreemdeling gestelde gebeurtenissen uit haar verleden zijn kennelijk afkomstig uit het proces-verbaal (nummer 2000044925-2) van de aangifte mensenhandel. Uit het dossier blijkt dat de aangifte niet tot een arrestatie of veroordeling heeft geleid en het beklag als bedoeld in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering over het stopzetten van het strafrechtelijk onderzoek, ongegrond is verklaard. De staatssecretaris heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat het verkrijgen van voormelde verblijfsvergunning niet betekent dat die verklaringen van de vreemdeling daarmee vaststaan en gestaafd zijn (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4301).Daargelaten dat de brief van 30 juli 2015 niet is opgesteld door een arts, doet deze aan het vorenstaande niet af reeds omdat de sociaal psychiatrisch verpleegkundige daarin beroepshalve is uitgegaan van de juistheid van de verklaringen van de vreemdeling over haar verleden. Voorts heeft de vreemdeling, mede gezien voormeld beleid, niet aannemelijk gemaakt dat de in de brief van 30 juli 2015 genoemde wantrouwende houding van de vreemdeling tegenover haar moeder en zus, in de weg staat aan het verlenen van de mantelzorg zoals weergeven onder 4.1. De staatssecretaris heeft zich derhalve in het besluit terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling in dit kader geen concrete stukken heeft overgelegd. Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank het besluit ten onrechte heeft vernietigd en verklaart het hoger beroep gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Raad van State
    • Uitzetting
    • Vreemdelingenrecht
    • Medische omstandigheden
    • Mensenhandel
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands Raad van State De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond. Bij besluit van 21 juli 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de V ...

    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond.Bij besluit van 21 juli 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft, afgewezen. Bij uitspraak van 14 januari 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.Volgens paragraaf A3/7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: de Vc 2000), zoals ten tijde van belang luidend en voor zover thans van belang, dient een vreemdeling aan te tonen dat in het land van herkomst geen gezins- of familieleden zijn die in staat moeten worden geacht de medisch noodzakelijke mantelzorg te verlenen. De mantelzorg moet een essentieel onderdeel zijn van de medische behandeling.De rechtbank heeft overwogen dat de staatssecretaris ten onrechte zonder nadere motivering is voorbijgegaan aan de stelling van de vreemdeling dat van haar niet kan worden gevergd om voor mantelzorg een beroep te doen op haar in Albanië aanwezige familieleden, nu de onwil van de vreemdeling in verband lijkt te staan met de aard van haar stoornis en wordt onderbouwd door gebeurtenissen uit haar verleden en de brief van 30 juli 2015 van haar sociaal psychiatrisch verpleegkundige. In dit verband heeft de rechtbank erop gewezen dat de vreemdeling heeft gesteld in het verleden door haar stiefvader seksueel te zijn misbruikt en mishandeld en door haar moeder in de prostitutie te zijn geraakt en dat zij meent dat haar familie - in elk geval deels - de oorzaak is van haar psychische stoornissen. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat in de brief van 30 juli 2015 wordt bevestigd dat de vreemdeling geen vertrouwen heeft in haar moeder en zus en is aangegeven dat dit een contra-indicatie is voor het verlenen van geslaagde mantelzorg.De Raad van State overweegt het volgende:De vreemdeling heeft met ingang van 28 september 2000 tot 28 september 2003 beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking slachtoffer-aangever van mensenhandel. De door de rechtbank genoemde door de vreemdeling gestelde gebeurtenissen uit haar verleden zijn kennelijk afkomstig uit het proces-verbaal (nummer 2000044925-2) van de aangifte mensenhandel. Uit het dossier blijkt dat de aangifte niet tot een arrestatie of veroordeling heeft geleid en het beklag als bedoeld in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering over het stopzetten van het strafrechtelijk onderzoek, ongegrond is verklaard. De staatssecretaris heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat het verkrijgen van voormelde verblijfsvergunning niet betekent dat die verklaringen van de vreemdeling daarmee vaststaan en gestaafd zijn (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4301).Daargelaten dat de brief van 30 juli 2015 niet is opgesteld door een arts, doet deze aan het vorenstaande niet af reeds omdat de sociaal psychiatrisch verpleegkundige daarin beroepshalve is uitgegaan van de juistheid van de verklaringen van de vreemdeling over haar verleden. Voorts heeft de vreemdeling, mede gezien voormeld beleid, niet aannemelijk gemaakt dat de in de brief van 30 juli 2015 genoemde wantrouwende houding van de vreemdeling tegenover haar moeder en zus, in de weg staat aan het verlenen van de mantelzorg zoals weergeven onder 4.1. De staatssecretaris heeft zich derhalve in het besluit terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling in dit kader geen concrete stukken heeft overgelegd. Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank het besluit ten onrechte heeft vernietigd en verklaart het hoger beroep gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Raad van State
    • Uitzetting
    • Vreemdelingenrecht
    • Medische omstandigheden
    • Mensenhandel
    • Nederlands

Pagina's