• Verblijfsrecht
  • Misbruik B8/3 (B9)
  • Fair play

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 1 van totaal 1 resultaten
  1. Language Dutch 82 reads National Ombudsman Ten aanzien van de aangifte tot mensenhandel speelt naast het belang van effectieve bestrijding van mensenhandel het belang van voorkomen van misbruik van de aangiftemogelijkheid om vreemdelingenrechtelijke voord ...

    Ten aanzien van de aangifte tot mensenhandel speelt naast het belang van effectieve bestrijding van mensenhandel het belang van voorkomen van misbruik van de aangiftemogelijkheid om vreemdelingenrechtelijke voordelen te behalen.Toen verzoekster aangifte wilde doen had de politie - en later ook de officier van justitie - kennelijk het idee dat het verzoekster om verkrijging van de vreemdelingenrechtelijke status ging en niet zozeer om opsporing en vervolging van het feit. Dat was de reden om eerst onderzoek te verrichten naar de betrouwbaarheid van verzoeksters verklaringen. Hieruit rees twijfel over de juistheid van de reis- en verblijfgegevens en de aangifte werd dan ook niet opgenomen. Dit laatste is onjuist.Gelet op artikel 163 Sv geldt het uitgangspunt dat er weinig ruimte is om geen aangifte op te nemen. Dit neemt niet weg dat in deze zaak, waar twijfel over de bedoelingen van verzoekster niet onbegrijpelijk was, aangifte toch had moeten worden opgenomen, omdat niet op voorhand, zonder verder onderzoek en zonder twijfel kan worden vastgesteld dat de gedraging geen strafbaar feit is. Indien men vermoedt dat het bij aangifte eigenlijk alleen om de vreemdelingenrechtelijke status gaat én er (bijna) geen aanknopingspunten voor opsporing zijn, kan alsnog worden besloten geen (verder) onderzoek te doen en dit aan de IND door te geven. Dan is wel een beroep ex artikel 12 Sv mogelijk.De gedraging is onbehoorlijk wegens schending van het beginsel van fair play. Ten aanzien van het vereiste van hoor en wederhoor in de zin van artikel 9:10 Awb geldt dat de hoofdofficier van justitie verzoekster in de gelegenheid had moeten stellen te worden gehoord, nu de hoofdofficier de klacht niet als kennelijk ongegrond heeft aangemerkt en verzoekster niet heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. Er is gehandeld in strijd met het vereiste van hoor en wederhoor. (JV 2006/391).

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nationale Ombudsman
    • B8/3
    • Aangifte
    • Valse aangifte
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Fair play
    • Hoorplicht
    • Nederlands