• Verblijfsrecht
  • Ongewenstverklaring

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. Language Dutch 776 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten on ...

    Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten onrechte heeft overwogen dat de medische situatie van de vreemdelinge niet op zorgvuldige wijze bij de belangenafweging is betrokken.De SvJ betoogt dat BMA geen inhoudelijk medisch advies heeft kunnen uitbrengen omdat de vreemdelinge niet onder behandeling stond. Er was zodoende onvoldoende informatie beschikbaar om tot een inhoudelijk advies te komen. Hoger beroep gegrond. De Afdeling beoordeelt vervolgens de beroepsgronden.Door de vreemdelinge is betoogd dat zij vanwege haar psychische toestand niet in staat is aangifte van mensenhandel tedoen. De omstandigheid dat zij is aangehouden in een prostitutiebedrijf en daarbij in het bezit was van een vervalst paspoort is echter voldoende om te concluderen dat sprake is geweest van mensenhandel. De Afdeling oordeelt dat dit echter niet in een procedure omtrent ongewenstverklaring aan de orde kan komen. Beroep ongegrond. Hoger beroep SvJ gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Ongewenstverklaring
    • Belangenafweging
    • BMA-advies
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  2. 115 reads Court of Oost-Brabant Language Dutch Beroep ongegrond. De vreemdeling voert aan dat zij in Nederland huishoudelijke werkzaamheden heeft verricht voor mevrouw 1. In het huis is na mishandelingen een kind overleden. De vreemdeling stelt niet terug ...

    Beroep ongegrond. De vreemdeling voert aan dat zij in Nederland huishoudelijke werkzaamheden heeft verricht voor mevrouw 1. In het huis is na mishandelingen een kind overleden. De vreemdeling stelt niet terug te kunnen keren naar India, nu mevrouw 1 aldaar vele contacten heeft.De rechtbank overweegt dat de algemene veiligheids- en mensenrechtensituatie in India niet zodanig is dat iedere asielzoeker afkomstig uit India zonder meer als vluchteling dient te worden aangemerkt. Voort is niet gebleken dat de vreemdeling afkomstig is uit een land waarin zich de in art. 29 onder b Vw bedoelde uitzonderlijke situatie voordoet.De rechtbank overweegt voorts dat de verklaringen van de vreemdeling over de te verwachten problemen in India te onduidelijk en summier zijn. De gestelde invloedrijkheid van de familie van mevrouw 1 is niet geconcretiseerd. Nu de door de vreemdeling gestelde uitbuitingssituatie zich in Nederland heeft voorgedaan, kan het beroep op art. 4 EVRM de vreemdeling niet baten.Daarnaast heeft de ongewenstverklaring van de vreemdeling tot gevolg dat zij ingevolge art. 67 lid 3 Vw geen rechtmatig verblijf kan hebben en dat een toetsing van de aanspraak op een verblijfsvergunning in het kader van paragraaf B9 Vc eerst aan de orde is als het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd of ingetrokken. De staatssecretaris hoefde bij de besluitvorming daarom geen kennis te nemen van de stukken in de strafzaak van mevrouw 1.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • India
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • B8/3
    • Ongewenstverklaring
    • Artikel 4 EVRM
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Geloofwaardigheid
    • Nederlands
  3. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands 'Evenmin volgt de voorzieningenrechter verzoeker in zijn stelling dat hij op grond van zijn aangifte van mensenhandel rechtmatig verblijf heeft verkregen. Immers, gedurende zijn ongewenstverklaring k ...

    'Evenmin volgt de voorzieningenrechter verzoeker in zijn stelling dat hij op grond van zijn aangifte van mensenhandel rechtmatig verblijf heeft verkregen. Immers, gedurende zijn ongewenstverklaring kon verzoeker geen rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 67, derde lid, Vw. Op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw staat een inreisverbod niet in de weg aan het rechtmatig verblijf op grond van een (eerste) aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. Deze bepaling heeft echter geen betrekking op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier op grond van een aangifte van mensenhandel.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • B8/3
    • Verblijfsvergunning
    • Mensenhandel
    • Ongewenstverklaring
    • Rechtmatig verblijf
    • Nederlands