Documentsoort

Trefwoord

Organisatie

  • Notities
  • Jurisprudentie

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 998 resultaten
  1. Language Dutch 59 reads European Court of Human Rights (ECHR) Dit is de vierde uitspraak van het EHRM. In dit geval over een vrouw die in huishoudelijke slavernij werd gehouden. Het Hof neemt een inbreuk op artikel 4 EVRM aan Hieronder de belangrijkste pu ...

    Dit is de vierde uitspraak van het EHRM. In dit geval over een vrouw die in huishoudelijke slavernij werd gehouden. Het Hof neemt een inbreuk op artikel 4 EVRM aan Hieronder de belangrijkste punten uit de uitspraak:Een vrouw ontsnapt aan huiselijk en seksueel geweld uit Uganda en komt met behulp van een familielid aan in de UK. Na 3 1/2 jaar stort ze in elkaar voor een bank en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Zij vraagt asiel aan wat haar wordt geweigerd. Haar advocaat vraagt een speciale mensenhandeleenheid van de politie haar zaak te onderzoeken. Die komen tot de conclusie dat geen sprake is van mensenhandel. Autoriteiten zijn wantrouwend omdat zij de UK illegaal is binnengekomen.Het zg POPPY project, een door de overheid gefinancierde opvang- en hulporganisatie voor slachtoffers van mensenhandel, concludeert dat sprake is geweest van vijf van de zes indicatoren die door de ILO ( International Labour Organisation) zijn opgesteld. Zo mocht ze haar werkplek niet verlaten, werden haar onbekende schulden ingehouden op haar salaris, en werd haar salaris vier jaar ingehouden. Haar paspoort werd ingehouden en ze werd bedreigd overgeleverd te worden aan de autoriteiten. Gedurende deze periode was er in de UK geen wet die domestic servitude strafbaar stelde. Dit is veranderd met de inwerkingtreding van Section 71 of the Coroners and Justice Act.Het Hof begint ermee dat artikel 4 EVRM een procedurele plicht voor lidstaten inhoudt om te onderzoeken; “where there is a credible suspicion that an individual' s rights under that Article have been violated”; (par. 69). De Britse autoriteiten zijn een onderzoek in deze zaak begonnnen, maar dit onderzoek was gericht op mensenhandel, meer dan op huisslavernij. Dit zou het onderzoek inadequaat gemaakt hebben. In Siliadin vs Frankrijk echter,(2005) heeft het Hof onmiskenbaar duidelijk gemaakt dat het noodzakelijkerwijs uit artikel 4 volgt, gelijk als in artikel 3 EVRM dat lidstaten een positieve verplichting hebben, strafrechtelijke bepalingen te implementeren die praktijken als verboden in artikel 4 EVRM strafbaar stellen "the legislative provisions in force in the United Kingdom at the relevant time were inadequate to afford practical and effective protection against treatment falling within the scope of Article 4 of the Convention. Instead of enabling the authorities to investigate and penalise such treatment, the authorities were limited to investigating and penalising criminal offences which often – but do not necessarily accompany the offences of slavery, servitude and forced or compulsory labour. Victims of such treatment who were not also victims of one of these related offences were left without any remedy.Daarna gaat het Hof in op het argument dat er onvoldoende bewijs zou zijn geweest om de claim te onderbouwen. Verwijzend naar de Interventie van het Aire Centre and the Equality and Human Rights Commission, stelt het HOF dat "domestic servitude is a specific offence, distinct from trafficking and exploitation, "involves a complex set of dynamics, involving both overt and more subtle forms of coercion, to force compliance. “thorough investigation into complaints of such conduct therefore requires an understanding of the many subtle ways an individual can fall under the control of another. In the present case, the Court considers that due to the absence of a specific offence of domestic servitude, the domestic authorities were unable to give due weight to these factors.” Opvallend is de bewoording van het Hof: overt and more subtle forms of coercion”the many subtle ways an individual can fall under the control of another.” Hiermee lijkt het Hof de complexiteit van de situatie van huisslavernij te willen omvatten. Het Hof concludeert tot een inbreuk van artikel 4 EVRM

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Huisslaven
    • Positieve verplichting
    • Artikel 4 EVRM
    • Frans
  2. Taal Nederlands 5 Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) AFFAIRE RANTSEV c. CHYPRE ET RUSSIE (Requête n o 25965/04) PREMIÈRE SECTION AFFAIRE RANTSEV c. CHYPRE ET RUSSIE (Requête n o 25965/04) ARRÊT [Extraits] STRASBOURG 7 janvier 20 ...

    AFFAIRE RANTSEV c. CHYPRE ET RUSSIE(Requête n o 25965/04)

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 4 EVRM
    • Mensenrechtelijke benadering
    • Indirect refoulement
    • Refoulement
    • Frans
  3. Language Dutch 47 reads European Court of Human Rights (ECHR) AFFAIRE SILIADIN c. FRANCE (Requête no 73316/01) CONSEIL DE L’EUROPE COUNCIL OF EUROPE COUR EUROPÉENNE DES DROITS DE L’HOMME EUROPEAN COURT OF HUMAN RIGHTS DEUXIÈME SECTION AFFAIRE SILIADIN c. ...

    AFFAIRE SILIADIN c. FRANCE(Requête no 73316/01)

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 4 EVRM
    • Frans
  4. Language Dutch 51 reads European Court of Human Rights (ECHR) Samenwonen is geen noodzakelijke vereiste om van ‘family life’ te kunnen spreken. De relatie die tussen echtgenoten wordt geschapen door een wettig en echt huwelijk, moet worden beschouwd als ‘ ...

    Samenwonen is geen noodzakelijke vereiste om van ‘family life’ te kunnen spreken. De relatie die tussen echtgenoten wordt geschapen door een wettig en echt huwelijk, moet worden beschouwd als ‘family life’. Uit het ‘family’- begrip van artikel 8 vloeit voort dat een kind dat uit een dergelijk verbond wordt geboren automatisch deel uitmaakt van die relatie. Dit heeft als consequentie dat door en vanaf de geboorte van het kind tussen kind en ouders een band bestaat die neerkomt op ‘family life’. Zelfs als de ouders op dat moment niet samenwonen.Eventuele latere gebeurtenissen kunnen die band verbreken. De band kan worden verbroken, wanneer een ouder zich geheel onttrekt aan de opvoeding. Daarentegen tonen frequentie en regelmatigheid van bezoeken een familieband aan. Factoren als de jeugdige leeftijd van het kind en het belang van het contact worden meegenomen bij de beoordeling of sprake is van ‘family life’.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Frans
  5. Language Dutch 65 reads European Court of Human Rights (ECHR) Samenwonen is geen noodzakelijke vereiste om van ‘family life’ te kunnen spreken. De relatie die tussen echtgenoten wordt geschapen door een wettig en echt huwelijk, moet worden beschouwd als ‘ ...

    Samenwonen is geen noodzakelijke vereiste om van ‘family life’ te kunnen spreken. De relatie die tussen echtgenoten wordt geschapen door een wettig en echt huwelijk, moet worden beschouwd als ‘family life’. Uit het ‘family’- begrip van artikel 8 vloeit voort dat een kind dat uit een dergelijk verbond wordt geboren automatisch deel uitmaakt van die relatie. Dit heeft als consequentie dat door en vanaf de geboorte van het kind tussen kind en ouders een band bestaat die neerkomt op ‘family life’. Zelfs als de ouders op dat moment niet samenwonen.Eventuele latere gebeurtenissen kunnen die band verbreken. De band kan worden verbroken, wanneer een ouder zich geheel onttrekt aan de opvoeding. Daarentegen tonen frequentie en regelmatigheid van bezoeken een familieband aan. Factoren als de jeugdige leeftijd van het kind en het belang van het contact worden meegenomen bij de beoordeling of sprake is van ‘family life’.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Engels
  6. 04 dec 2012

    Language Dutch 79 reads European Court of Human Rights (ECHR) Uit het arrest Butt kan voorts worden afgeleid dat zwaarwegende redenen van migratiebeleid in beginsel aanleiding zijn het gedrag van de ouders van een vreemdeling aan de desbetreffende vreemde ...

    Uit het arrest Butt kan voorts worden afgeleid dat zwaarwegende redenen van migratiebeleid in beginsel aanleiding zijn het gedrag van de ouders van een vreemdeling aan de desbetreffende vreemdeling toe te rekenen, in verband met het risico dat ouders de positie van hun kinderen misbruiken om een verblijfsrecht te verkrijgen. Indien de desbetreffende vreemdeling dan wel diens ouders konden – althans hadden moeten – weten dat het verblijfsrecht van die vreemdeling onzeker was, bestaat slechts onder bijzondere omstandigheden reden voor de conclusie dat op grond van artikel 8 van het EVRM een verplichting bestaat tot het laten voortzetten van het privéleven onderscheidenlijk familie- en gezinsleven.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Engels
  7. Language Dutch FIFTH SECTION CASE OF BREUKHOVEN v. THE CZECH REPUBLIC (Application no. 44438/06) JUDGMENT STRASBOURG 21 July 2011 FINAL 21/10/2011 This judgment has become final under Article 44 § 2 of the Convention. It may be subject to editorial revisi ...

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • EHRM
    • Engels
  8. Language Dutch 98 reads EHCR Dit is de vierde uitspraak van het EHRM. In dit geval over een vrouw die in huishoudelijke slavernij werd gehouden. Het Hof neemt een inbreuk op artikel 4 EVRM aan Hieronder de belangrijkste punten uit de uitspraak: Een vrouw ...

    Dit is de vierde uitspraak van het EHRM. In dit geval over een vrouw die in huishoudelijke slavernij werd gehouden. Het Hof neemt een inbreuk op artikel 4 EVRM aan Hieronder de belangrijkste punten uit de uitspraak:Een vrouw ontsnapt aan huiselijk en seksueel geweld uit Uganda en komt met behulp van een familielid aan in de UK. Na 3 1/2 jaar stort ze in elkaar voor een bank en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Zij vraagt asiel aan wat haar wordt geweigerd. Haar advocaat vraagt een speciale mensenhandeleenheid van de politie haar zaak te onderzoeken. Die komen tot de conclusie dat geen sprake is van mensenhandel. Autoriteiten zijn wantrouwend omdat zij de UK illegaal is binnengekomen.Het zg POPPY project, een door de overheid gefinancierde opvang- en hulporganisatie voor slachtoffers van mensenhandel, concludeert dat sprake is geweest van vijf van de zes indicatoren die door de ILO ( International Labour Organisation) zijn opgesteld. Zo mocht ze haar werkplek niet verlaten, werden haar onbekende schulden ingehouden op haar salaris, en werd haar salaris vier jaar ingehouden. Haar paspoort werd ingehouden en ze werd bedreigd overgeleverd te worden aan de autoriteiten. Gedurende deze periode was er in de UK geen wet die domestic servitude strafbaar stelde. Dit is veranderd met de inwerkingtreding van Section 71 of the Coroners and Justice Act.Het Hof begint ermee dat artikel 4 EVRM een procedurele plicht voor lidstaten inhoudt om te onderzoeken; “where there is a credible suspicion that an individual' s rights under that Article have been violated”; (par. 69). De Britse autoriteiten zijn een onderzoek in deze zaak begonnnen, maar dit onderzoek was gericht op mensenhandel, meer dan op huisslavernoij. Dit zou het onderzoek inadequaat gemaakt hebben. In Siliadin vs Frankrijk echter,(2005) heeft het Hof onmiskenbaar duidelijk gemaakt dat het noodzakelijkerwijs uit artikel 4 volgt, gelijk als in artikel 3 EVRM dat lidstaten een positieve verplichting hebben, strafrechtelijke bepalingen te implementeren die praktijken als verboden in artikel 4 EVRM strafbaar stellen "the legislative provisions in force in the United Kingdom at the relevant time were inadequate to afford practical and effective protection against treatment falling within the scope of Article 4 of the Convention. Instead of enabling the authorities to investigate and penalise such treatment, the authorities were limited to investigating and penalising criminal offences which often – but do not necessarily accompany the offences of slavery, servitude and forced or compulsory labour. Victims of such treatment who were not also victims of one of these related offences were left without any remedy.Daarna gaat het Hof in op het argument dat er onvoldoende bewijs zou zijn geweest om de claim te onderbouwen.. Verwijzend naar de Interventie van het Aire Centre and the Equality and Human Rights Commission, stelt het HOF dat "domestic servitude is a specific offence, distinct from trafficking and exploitation, "involves a complex set of dynamics, involving both overt and more subtle forms of coercion, to force compliance. “thorough investigation into complaints of such conduct therefore requires an understanding of the many subtle ways an individual can fall under the control of another. In the present case, the Court considers that due to the absence of a specific offence of domestic servitude, the domestic authorities were unable to give due weight to these factors.” Opvallend is de bewoording van het Hof: overt and more subtle forms of coercion”the many subtle ways an individual can fall under the control of another.” Hiermee lijkt het Hof de complexiteit van de situatie van huisslavernij te willen omvatten. Het Hof concludeert tot een inbreuk van artikel 4 EVRM

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • EHRM
    • Huisslaven
    • Positieve verplichting
    • Artikel 4 EVRM
    • Engels
  9. 48 reads Language Dutch EHCR Ook bij grenscontroles dienen staten afdoende bescherming te bieden aan kwetsbare groepen zoals vluchtelingen en statelozen, vrouwen en onbegeleide minderjarigen evenals slachtoffers van mensenhandel. GRAND CHAMBER CASE OF HIR ...

    Ook bij grenscontroles dienen staten afdoende bescherming te bieden aan kwetsbare groepen zoals vluchtelingen en statelozen, vrouwen en onbegeleide minderjarigen evenals slachtoffers van mensenhandel.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • EHRM
    • Engels
  10. CONSEIL DE L’EUROPE COUNCIL OF EUROPE COUR EUROPÉENNE DES DROITS DE L’HOMME EUROPEAN COURT OF HUMAN RIGHTS SECOND SECTION CASE OF SILIADIN v. FRANCE (Application no. 73316/01) JUDGMENT STRASBOURG 26 July 2005 FINAL 26/10/2005 SILIADIN v. FRANCE JUDGMENT 1 ...

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • EHRM
    • Artikel 4 EVRM
    • Engels

Pagina's