Trefwoord

Organisatie

  • Raad van State

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 70 resultaten
  1. Raad van State Taal Nederlands Op 19 december 2016 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een voorstel ingediend hoe de rijkswet kan worden veranderd. Dit voorstel gaat om de goedkeuring van het Protocol bij het Verdrag betreffe ...

    Op 19 december 2016 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een voorstel ingediend hoe de rijkswet kan worden veranderd. Dit voorstel gaat om de goedkeuring van het Protocol bij het Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid. De Raad van State vindt onder andere dat de memorie van toelichting aangepast dient te worden. 

    Wetgeving

    • Staatscourant
    • Nederland
    • Raad van State
    • Arbeidsuitbuiting
    • Arbeidsuitbuiting
    • Wetgeving
    • Nederlands
  2. Language Dutch 57 reads States Council (Dutch) Advies van de Raad van State bij de EU-Mensenhandelrichtlijn Bij Kabinetsmissive van 6 januari 2012, no.12.000023, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdelin ...

    Advies van de Raad van State bij de EU-MensenhandelrichtlijnBij Kabinetsmissive van 6 januari 2012, no.12.000023, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot implementatie van de richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel, de bescherming van slachtoffers ervan, en ter vervanging van kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad (PbEU L 101), met memorie van toelichting.

    Overheidspublicaties

    • Overige documenten overheid
    • Raad van State
    • Mensenhandelrichtlijn EU (2011/36/EU)
  3. Taal Nederlands Raad van State De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraak en overweegt daarbij het volgende: Bij besluit van 4 juli 2014 heeft de burgemeester van Den Haag de sluiting bevolen va ...

    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraak en overweegt daarbij het volgende:Bij besluit van 4 juli 2014 heeft de burgemeester van Den Haag de sluiting bevolen van de door [appellante] geëxploiteerde massagesalon voor de duur van zes maanden.De burgemeester heeft aan het in bezwaar gehandhaafde besluit van 4 juli 2014 ten grondslag gelegd dat er in de gemeente Den Haag sinds enige jaren een enorme toename is van het aantal Chinese massagesalons en er signalen zijn dat in deze branche illegale prostitutie plaatsvindt. Dit leidt onder meer tot mensenhandel en uitbuiting van en gedwongen prostitutie door masseuses. In de gemeente Den Haag wordt met het oog hierop een streng gereguleerd prostitutiebeleid gevoerd, aldus de burgemeester. Hij heeft de massagesalon voor de duur van zes maanden gesloten, omdat aannemelijk is dat in de salon seksuele diensten tegen betaling worden verleend en derhalve feitelijk illegaal een seksinrichting wordt geëxploiteerd.De Raad van State overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de burgemeester op grond van de in het in bezwaar gehandhaafde besluit van 4 juli 2014 vermelde feiten en omstandigheden terecht aannemelijk heeft geacht dat [appellante] zonder de daartoe benodigde vergunning een seksinrichting in de zin van artikel 3:4, eerste lid, van de APV exploiteerde.Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Raad van State
    • Bestuurlijke handhaving
    • Massagesalon
    • Bestuursrecht
    • Exploitatievergunning
    • Nederlands
  4. Language Dutch 55 reads States Council (Dutch) Verzoek tot Nederlanderschap afgewezen omdat verzoeker is veroordeeld voor mensenhandel. Raad vanstate 2000492 199901597/1. Datum uitspraak:- 9 tIMI 2000 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger be ...

    Verzoek tot Nederlanderschap afgewezen omdat verzoeker is veroordeeld voor mensenhandel.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Naturalisatie
    • Nederlands
  5. Language Dutch 77 reads States Council (Dutch) Hoger beroep tegen de uitspraak van Rb Den Haag van 3.7.2003. Appellant klaagt dat de rechter heeft miskend dat haar in de asielprocedure een bedenktijd gegund had moeten worden als bedoeld in Vc/B9. De Afdel ...

    Hoger beroep tegen de uitspraak van Rb Den Haag van 3.7.2003. Appellant klaagt dat de rechter heeft miskend dat haar in de asielprocedure een bedenktijd gegund had moeten worden als bedoeld in Vc/B9. De Afdeling oordeelt dat dit beleid betrekking heeft op de behandeling van een reguliere aanvraag met de beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel als bedoeld in art. 3.48 Vb. Deze bedenktijd is niet van toepassing op asielaanvragen. Hoger beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Bedenktijd
    • Nederlands
  6. Language Dutch 68 reads States Council (Dutch) De rechtbank heeft niet onderkend dat voor de betekenis van artikel 3.88 Vb 2000 de tekst van die bepaling als uitgangspunt dient te worden genomen. Aangezien in het artikel in duidelijke bewoordingen is neer ...

    De rechtbank heeft niet onderkend dat voor de betekenis van artikel 3.88 Vb 2000 de tekst van die bepaling als uitgangspunt dient te worden genomen. Aangezien in het artikel in duidelijke bewoordingen is neergelegd dat de vreemdeling tegen de beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging van de verdachte van mensenhandel schriftelijk beklag moet hebben gedaan bij het gerechtshof en uit de bepaling ook duidelijk volgt dat daarbij wordt gedoeld op de vreemdeling die een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning heeft ingediend, is de tekst bepalend voor de uitleg van het artikel. De rechter komt dan niet toe aan een van die tekst afwijkende, door hem redelijk bevonden uitleg, als door de rechtbank in de bestreden overweging neergelegd. Nu voorts niet in geschil is dat de vreemdeling geen schriftelijk beklag tegen de niet vervolging van de verdachte van mensenhandel bij het gerechtshof heeft ingediend en artikel 3.88 Vb 2000 verder geen ruimte biedt voor afwijking in bijzondere gevallen, heeft de rechtbank ten onrechte grond gevonden voor het oordeel dat het bij haar bestreden besluit met betrekking tot de toepassing van artikel 3.88 Vb 2000 niet deugdelijk is gemotiveerd. (JV 2007/44)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Verlenging verblijfsvergunning
    • Beklagprocedure
    • Nederlands
  7. Language Dutch 81 reads States Council (Dutch) Het verzoek van appellante tot verlening van Rvb-verstrekkingen over de maand december 2005 is door het COA op 10 maart 2006 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard (AWB 06/16997). In hog ...

    Het verzoek van appellante tot verlening van Rvb-verstrekkingen over de maand december 2005 is door het COA op 10 maart 2006 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard (AWB 06/16997).In hoger beroep klaagt appellante dat het COA de datum beëindiging van de haar toegekende Rvb-verstrekkingen, zijnde 8 december 2005, heeft kunnen baseren op informatie van de IND. Uit deze informatie bleek dat appellante korte tijd (van 8-15 december 2005) rechtmatig verblijf in NL heeft gehad op grond van een vbt-regulier B9 (mensenhandel). Het besluit hiertoe is door de IND op 16 januari 2006, na de periode waarop de aanvraag Rvb betrekking heeft, genomen. De afdeling oordeelt dat het COA terecht rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden op het moment van de besluitvorming. Het hoger beroep is ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)
    • Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb)
    • Nederlands
  8. Language Dutch 59 reads States Council (Dutch) Betreft hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van rechtbank Zwolle van 24 april 2007 (Awb 05/51918). De aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning w ...

    Betreft hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van rechtbank Zwolle van 24 april 2007 (Awb 05/51918). De aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wegens mensenhandel is afgewezen. Volgens de grief van de staatssecretaris is de berechting in feitelijke aanleg, waarnaar het beleid inzake slachtoffer- en getuige aangevers van mensenhandel wordt verwezen, beëindigd.Volgens paragraaf B9/4.6 van de Vc kan de geldigheid van de verblijfsvergunning worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan. Nu het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan in de strafzaak terzake mensenhandel en dit arrest onherroepelijk is geworden is hiermee de berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan door de vreemdeling aangifte is gedaan, beëindigd.De omstandigheid dat uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister volgt dat de opgelegde maatregel tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel nog niet onherroepelijk is, doet aan het voorgaande niet af. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Afwijzing verlenging
    • Nederlands
  9. Language Dutch 96 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de Staatssecretaris tegen uitspraak van rechtbank Haarlem van 31 juli 2007 (Awb 07/28508). De Staatssecretaris klaagt dat de voorzieningenrechter ten onrechte oordeelde dat onvoldoende was ge ...

    Hoger beroep van de Staatssecretaris tegen uitspraak van rechtbank Haarlem van 31 juli 2007 (Awb 07/28508). De Staatssecretaris klaagt dat de voorzieningenrechter ten onrechte oordeelde dat onvoldoende was gemotiveerd waarom de vermoedens die de vreemdeling ontleende aan de door haar gestelde feiten ongeloofwaardig zouden zijn.Verweerder acht het ongeloofwaardig dat de vreemdelinge bij terugkeer niet door de autoriteiten kan worden beschermd tegen de vrouwenhandelaar die haar tegen haar wil heeft vastgehouden, omdat dit een invloedrijk persoon zou zijn. De vreemdelinge heeft deze stelling niet nader onderbouwd.Uit het ambtsbericht blijkt dat mensenhandel in Kameroen is verboden en dat daarvoor een gevangenisstraf van 15 tot 20 jaar kan worden opgelegd. Gelet hierop heeft de staatssecretaris in redelijkheid ongeloofwaardig kunnen achten dat de vreemdeling niet voor bescherming in aanmerking kan komen. Hoger beroep gegrond; zaak naar de rechtbank teruggewezen. (NAV 2008/5 m.nt. Oomen, JV 2007/478 m.nt. Spijkerboer)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Kameroen
    • Raad van State
    • Geloofwaardigheid
    • Motiveringsplicht
    • Nederlands
  10. Language Dutch 73 reads States Council (Dutch) Betreft hoger beroep tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 17 december 2007 (07/21311). De SvJ klaagt in de eerste grief dat de Rb ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep van de vreemdeling op h ...

    Betreft hoger beroep tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 17 december 2007 (07/21311). De SvJ klaagt in de eerste grief dat de Rb ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep van de vreemdeling op het vertrouwensbeginsel slaagt, nu de vreemdeling uit het handelen van de SvJ heeft mogen concluderen dat aan haar rechtmatig verblijf was toegestaan.Honorering van het door de vreemdeling gedane beroep op het vertrouwensbeginsel zou betekenen dat haar een verblijfsvergunning als bedoeld in art. 3.48 Vb (vervolging wegens mensenhandel) zou moeten worden verleend voor een periode waarin, ook met inachtneming van art. 3.88 Vb, niet langer is voldaan aan de beperking van de vergunning.Het vertrouwensbeginsel strekt niet zo ver, dat het de SvJ verplicht om in strijd met een algemeen verbindend wettelijk voorschrift te besluiten. De Rb heeft dit niet onderkend. De eerste grief slaagt. De tweede grief faalt. Grief 3 en 4 missen zelfstandige betekenis. Hoger beroep gegrond. (JV 2008/334)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Beklagprocedure
    • Nederlands

Pagina's