• Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
  • 2011
Resultaten 1 - 6 van totaal 6 resultaten
  1. Language Dutch 39 reads Overleg over de brief van de minister voor Immigratie en Asiel d.d. 15 december 2010 met een reactie op brieven van het vorige kabinet ten behoeve van de AO’s van 16 december 2010 en 26 januari 2011 (19 637, nr. 1384); de brief van ...

    Overleg over de brief van de minister voor Immigratie en Asiel d.d. 15 december 2010 met een reactie op brieven van het vorige kabinet ten behoeve van de AO’s van 16 december 2010 en 26 januari 2011 (19 637, nr. 1384); de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 28 oktober 2010 met het Inspectierapport «De tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring» (19 637, nr. 1364); de brief van de minister van Justitie d.d. 5 augustus 2010 over toezeggingen naar aanleiding van het AO Vreemdelingenbeleid inzake vreemdelingenbewaring en over de inzet van defensie-vliegtuigen (19 637, nr. 1358) en de brief van de minister van Justitie d.d. 29 juni 2010 over de heroriëntatie vreemdelingenbewaring (19 637, nr. 1353).

    Overheidspublicaties

    • Handelingen
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
  2. Language Dutch 50 reads FairWork Dit onderzoek is een inventarisatie van de kennis over mensenhandel in andere sectoren dan de seksindustrie en de aanwezigheid van slachtoffers daarvan in vreemdelingendetentie. Daarnaast is gekeken naar de behoefte onder ...

    Dit onderzoek is een inventarisatie van de kennis over mensenhandel in andere sectoren dan de seksindustrie en de aanwezigheid van slachtoffers daarvan in vreemdelingendetentie. Daarnaast is gekeken naar de behoefte onder detentiepersoneel om goed te kunnen signaleren alsmede naar de problemen die er zijn rondom signalering van mensenhandel in detentie.

    Publicaties

    • Rapporten
    • FairWork
    • Overige uitbuiting
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Overige uitbuiting
    • Nederlands
  3. 74 reads Court of Rotterdam Language Dutch Beroep van eiser van Sierra Leonese afkomst tegen de maatregel van bewaring. Het betoog van eiser dat hij onrechtmatig is staandegehouden slaagt niet. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 5 maar ...

    Beroep van eiser van Sierra Leonese afkomst tegen de maatregel van bewaring. Het betoog van eiser dat hij onrechtmatig is staandegehouden slaagt niet. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 5 maart 2010 (LJN BL7419) oordeelt de rechtbank de informatie verkregen uit het politieonderzoek in december 2010 ten tijde van de staandehouding van eiser voldoende was voor een, naar objectieve maatstaven gemeten, redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de staandehouding van eiser rechtmatig was.Eiser stelt dat de gronden voor de maatregel deze niet kunnen dragen. Verweerder stelt dat er aanwijzingen zijn om te vermoeden dat eiser zich aan de uitzetting zal onttrekken, hetgeen volgens verweerder blijkt uit de omstandigheden dat eiser: (a) geen identiteitspapier als bedoeld in artikel 4.21 Vb bezit, (b) geen vaste woon-of verblijfplaats heeft, (c) zich niet heeft aangemeld bij de korpschef, (d) eerder niet rechtmatig in Nederland verbleef en (e) onvoldoende middelen van bestaan heeft. De omstandigheden als hiervoor genoemd onder (c) en (d) zijn niet bestreden door eiser.Dit is voor de rechtbank voldoende om te oordelen dat voldaan is aan art. 15 lid 1(b) Tri. Met betrekking tot het feit dat eiser minderjarig is, oordeelt de rechtbank dat niet is gebleken dat er buiten de jeugdinrichting waar hij momenteel verblijft voor hem opvang beschikbaar is die hem de benodigde zorg en bescherming kan bieden en waar de kans op onttrekkingsgevaar minimaal is. Gelet hierop kan niet gezegd worden dat verweerder in strijd met art. 17 lid 1 Tri of paragraaf A6/1.5 Vc heeft gehandeld. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Rotterdam
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Minderjarige
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  4. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Eiser heeft geen feiten aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat de autoriteiten van Sierra Leone niet bereid zijn een reisdocument te verstrekken indien eiser volledige en juiste informatie verstrekt, en he ...

    Eiser heeft geen feiten aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat de autoriteiten van Sierra Leone niet bereid zijn een reisdocument te verstrekken indien eiser volledige en juiste informatie verstrekt, en het door de Nederlandse en Sierra Leoonse autoriteiten te verrichten onderzoek niet frustreert.Tussen partijen is niet in geschil, zodat ook de rechtbank daarvan uitgaat, dat verweerder eiser onder de door de autoriteiten van Sierra Leone te België gestelde eisen kan presenteren bij die autoriteiten en dat naar aanleiding daarvan een verklaring kan worden afgegeven waarmee eiser een reisdocument kan verkrijgen.De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat voormelde gang van zaken niet binnen redelijke termijn kan leiden tot een reisdocument. In dit verband acht de rb voor de redelijke termijn ook relevant dat eiser niet vanaf zijn inbewaringstelling actief en volledig heeft meegewerkt teneinde de bewaring zo kort mogelijk te laten voortduren. Onder die omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat een redelijk vooruitzicht voor eiser op verwijdering naar Sierra Leone ontbreekt.Voorts ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Gelet op het feit dat eiser eerst sinds 24 augustus 2011 meewerkt heeft verweerder eraan voldaan al het redelijkerwijs mogelijke te doen door meerdere malen vertrekgesprekken met eiser te voeren en regelmatig, laatstelijk op 15 augustus 2011, bij de Sierra Leoonse autoriteiten te vragen naar de stand van zaken met betrekking tot het plannen van een presentatiedatum.In de omstandigheid dat er nog geen presentatiedatum bekend is, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder de mogelijkheid had om de presentatie eerder plaats te laten vinden en dat verweerder dit desondanks heeft nagelaten. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Den Haag
    • Paspoortvereiste
    • Paspoortvereiste
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  5. Language Dutch 72 reads Court of Amsterdam Op 10 juli 2011 is eiseres op grond van artikel 3 Vw op de luchthaven Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd. Ten aanzien van eiseres is op dezelfde datum de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artike ...

    Op 10 juli 2011 is eiseres op grond van artikel 3 Vw op de luchthaven Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd. Ten aanzien van eiseres is op dezelfde datum de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 lid 1 en 2 Vw toegepast.De rechtsgronden aanvullend overweegt de rechtbank dat in dit geval de Terugkeerrichtlijn van toepassing is. Uit artikel 15 lid 1 aanhef en onder b Terugkeerrichtlijn vloeit voort dat alvorens tot oplegging van de maatregelen kan worden overgegaan, onderzocht dient te worden of een minder dwingende maatregel dan detentie doeltreffend kan worden toegepast om de verwijdering van een illegaal verblijvende vreemdeling te verzekeren.De ABRvS heeft in haar uitspraak van 29 juni 2011 (LJN: BR0158) overwogen dat de uitspraak van de ABRvS van 28 oktober 2004 (LJN: AR5859) niet tot de conclusie leidt dat een lichter middel kan worden toegepast, zonder dat daarmee het grensbewakingsbelang wordt prijsgegeven. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter uit de omstandigheid dat verweerder met het toepassen van het lichter middel het grensbewakingsbelang prijsgeeft niet zonder meer worden afgeleid dat een lichter middel niet doeltreffend kan worden toegepast. De vraag of een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast moet immers worden beantwoord in het licht van de doelstelling van de Terugkeerrichtlijn.Uit punt 2 van de considerans van de Terugkeerrichtlijn blijkt dat deze doelstelling is het ontwikkelen van een doeltreffend verwijderings- en terugkeerbeleid, zodat mensen op een humane manier, met volledige eerbiediging van hun grondrechten en waardigheid, teruggezonden worden. Niet valt in te zien dat deze doelstelling in dit geval niet met het opleggen van een lichter middel, zoals een meldplicht had kunnen worden bereikt. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiseres direct bij haar inreis om asiel heeft gevraagd. Gelet daarop kan naar het oordeel van de rb niet staande worden gehouden dat eiseres de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Asielprocedure
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  6. Language Dutch 49 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de vreemdelinge tegen de uitspraak van de rechtbank Den Bosch van 20 december 2010 (Awb 10/41793) tegen de maatregel van bewaring. De vreemdelinge stelt dat zij slachtoffer is van mensenhande ...

    Hoger beroep van de vreemdelinge tegen de uitspraak van de rechtbank Den Bosch van 20 december 2010 (Awb 10/41793) tegen de maatregel van bewaring. De vreemdelinge stelt dat zij slachtoffer is van mensenhandel, dat zij zich in de bedenktijdfase als bedoeld in paragraaf B9/3.1 Vc bevindt en dus de grond aan de bewaring is komen te ontvallen.Voor zover de vreemdeling in hoger beroep heeft geklaagd dat de rechtbank niet is ingegaan op haar betoog dat zij in het geheel niet in bewaring had mogen worden gesteld, is haar klacht terecht voorgedragen. De rechtbank heeft slechts beoordeeld of de grondslag achteraf bezien aan de maatregel van bewaring is komen te ontvallen. De grief kan echter niet tot het daarmee beoogde doel leiden. De Afdeling is van oordeel dat de vreemdelinge niet behoort tot één van de in paragraaf B9/3.2 genoemde categorieën vreemdelingen voor wie een bedenktijd openstaat en aan wie rechtmatig verblijf in de zin van art. 8 (k) Vw toekomt. Verder is de vreemdelinge niet aangetroffen bij een controle verband houdende met mensenhandel en is evenmin de toegang geweigerd aan de grens. Verder heeft zij tijdens haar asielprocedure uit 2008 niet betoogd dat zij zodanig onder druk van mensenhandelaars stond dat van haar niet mocht worden verwacht dat zij overeenkomstig de werkelijkheid zou verklaren. De vreemdelinge heeft ook nog geen daadwerkelijke aangifte gedaan, zodat zij ook geen verblijfsrecht kan ontlenen aan art. 8(a) Vw. De enkele mededeling dat de vreemdeling aangifte wilde doen, doet op zichzelf niet de rechtsgrond aan de bewaring ontvallen. De minister was aldus niet gehouden haar inbewaringstelling achterwege te laten. Hoger beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands