Trefwoord

  • Artikel 8 EVRM

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 35 resultaten
  1. Language Dutch 47 reads European Court of Human Rights (ECHR) In deze zaak heeft het EHRM uitspraak gedaan in een zaak waarbij sprake is van een kindhuwelijk en een beroep op ‘family life’ op grond van artikel 8 EVRM. Verzoekers zijn Afghaanse onderdanen ...

    In deze zaak heeft het EHRM uitspraak gedaan in een zaak waarbij sprake is van een kindhuwelijk en een beroep op ‘family life’ op grond van artikel 8 EVRM.Verzoekers zijn Afghaanse onderdanen die in Genève (Zwitserland) wonen en asiel hebben aangevraagd. Daarnaast zijn verzoekers via Italië naar Zwitserland gekomen en presenteren zich als een getrouwd stel aan de Zwitserse autoriteiten. Volgens het echtpaar zijn ze in een religieuze ceremonie in Iran getrouwd. Op dat moment was mevrouw ZH 14 jaar oud en de heer RH 18 jaar oud. Hun asielaanvraag werd in december 2011 en maart 2012 afgewezen. Gezien zij eerst in Italië waren aangekomen, is de Zwitserse autoriteiten van mening dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoek (Dublin-verordening II).In de daaropvolgende beroepsprocedure heeft de nationale rechter de afwijzing van hun asielaanvraag bevestigd. Zij hebben verzuimd om een certificaat van het huwelijk te weerleggen. Hun religieuze huwelijk wordt niet als rechtsgeldig erkend in Zwitserland omdat de wet in Afghanistan een verbod heeft op huwelijken voor vrouwen onder de leeftijd van 15 jaar. Bovendien is het huwelijk van het echtpaar onverenigbaar met de Zwitserse wet op grond van openbare orde. Seksuele gemeenschap met een kind onder de leeftijd van 16 is een misdaad in Zwitserland. Derhalve kan mevrouw ZH in het kader van het EU-recht niet worden gekwalificeerd als een lid van de familie van de heer RH en kunnen zij geen aanspraak maken op het recht op een gezinsleven op grond van de Europese Conventie. De heer RH werd uitgezet naar Italië, maar keerde een paar dagen later terug. Op basis van artikel 8 EVRM klagen verzoekers dat de uitzetting van de heer RH naar Italië een schending van hun recht op eerbiediging van het gezinsleven is.Het Europese Hof ziet geen reden om af te wijken van de bevindingen van de FAC (Federal Administrative Court). Het Europese Hof is van mening dat artikel 8 EVRM niet kan worden geïnterpreteerd als het opleggen van een verplichting aan een staat om een huwelijk (religieus of anderszins) van een 14-jarige te erkennen.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Kindhuwelijk
    • Minderjarigen
    • Eerbiediging op het gezinsleven
    • Kindbruiden
    • Kindhuwelijk
    • Asiel
    • EHRM
    • Family life
    • Zwitserland
    • Dublin-verordening
    • Artikel 8 EVRM
    • Afghanistan
    • Terugkeer
    • Religieuze huwelijk
    • Engels
  2. Taal Nederlands Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) Uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waaruit blijkt dat gezinnen van asielzoekers met kinderen alleen naar een ander Europees land mogen worden gestuurd a ...

    Uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waaruit blijkt dat gezinnen van asielzoekers met kinderen alleen naar een ander Europees land mogen worden gestuurd als vooraf zeker is dat ze terecht kunnen in een geschikte opvang.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Verblijfsrecht
    • Artikel 8 EVRM
    • Dublin-claim
    • Asiel
    • Artikel 3 EVRM
    • Engels
  3. 12 reads European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) Language English This report, written by the European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) states that there is scant evidence of the vast number of people who move from one EU Member State ...

    This report, written by the European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) states that there is scant evidence of the vast number of people who move from one EU Member State to another or migrate into the EU and are forced by their economic and social circumstances to accept working conditions far below recognised legal standards. The report further states that:'The extensive fieldwork and desk research conducted for the report aim to fill this knowledge gap, thus challenging the current climate of implicit acceptance of severe labour exploitation. The report identifies risk factors contributing to such exploitation and discusses means of improving the situation. These include prevention strategies such as increased workplace inspections and greater efforts on the part of EU institutions and Member States to tighten public procurement procedures to avoid inadvertently funding exploiters. There is also an urgent need for more targeted monitoring, as well as improved criminal justice responses, to reduce the number of ineffective investigations that do not result in prosecution. In addition, closer cooperation between institutions involved in monitoring, inspections, law enforcement, victim support and public prosecution is indispensable to tackle the challenges presented by worker exploitation. The report also stresses that greater efforts are necessary to enable and encourage victims to report cases of labour exploitation, for example by encouraging trade unions to take an active role in informing and assisting persons who move to work into the EU or to another EU Member State.'

    Publicaties

    • Rapporten
    • Europese Unie
    • European Union Agency for Fundamental Rights (FRA)
    • Overige uitbuiting
    • Artikel 8 EVRM
    • Arbeidsuitbuiting
    • Engels
  4. 9 reads Arnhem-Leeuwarden Court of Justice Language Dutch Verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep veroordeelt tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden, wegens mensenhandel. Het gerechtshof gaat niet mee in de str ...

    Verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep veroordeelt tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden, wegens mensenhandel. Het gerechtshof gaat niet mee in de strafoplegging in eerste aanleg, waarbij verdachte een taakstraf van 120 uren werd opgelegd. Daarnaast geeft het gerechtshof aan dat er in deze zaak geen sprake was van een schending van artikel 8 EVRM, met betrekking tot het afluisteren van telefoongesprekken tussen verdachte en medeverdachte, die zich op dat moment in de PI Hoogeveen bevond. Het gerechtshof oordeelt als volgt:'Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan mensenhandel, gepleegd jegens een Roemeense vrouw die er in eigen land niet in slaagde om voor haarzelf en haar kinderen te zorgen wegens gebrek aan huisvesting en mogelijkheden om aan werk te komen. Mensenhandel, een vorm van moderne slavernij, is een ernstig strafbaar feit dat doorgaans psychisch leed bij de slachtoffers teweeg brengt. Verdachte heeft zich kennelijk slechts laten leiden door motieven van persoonlijk gewin en zich geen enkele rekenschap gegeven van de mogelijke gevolgen voor aangeefster. Dat het slachtoffer niet daadwerkelijk seksueel is uitgebuit, is slechts te danken aan de sterke wil van het slachtoffer.' 

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Strafrecht
    • Seksuele uitbuiting
    • Artikel 8 EVRM
    • Nederlands
  5. Language Dutch 24 reads IND (Dutch Agency of Immigration and Naturalisation) Dit is geen beleidsdocument. Het bevat geen harde regels die altijd op dezelfde manier moeten worden toegepast. De toets aan artikel 8 EVRM is immers een afweging van alle aangev ...

    Dit is geen beleidsdocument. Het bevat geen harde regels die altijd op dezelfde manier moeten worden toegepast. De toets aan artikel 8 EVRM is immers een afweging van alle aangevoerde omstandigheden van het individuele geval. Het individuele geval verschilt van casus tot casus en daarmee kan het gewicht dat aan de aangevoerde omstandigheden moet worden toegekend verschillen.

    Wetgeving

    • Werkinstructies IND
    • Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • IND-werkinstructie
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands 1 Rechtbank Den Haag De rechtbank is van oordeel ‘dat sprake is van ‘more than normal emotional ties’ tussen moeder en eiseres en derhalve van beschermenswaardig familie- en gezinsleven tussen eiseres en haar moeder. De volle ...

    De rechtbank is van oordeel ‘dat sprake is van ‘more than normal emotional ties’ tussen moeder en eiseres en derhalve van beschermenswaardig familie- en gezinsleven tussen eiseres en haar moeder. De volledige intrekking van de verblijfsvergunning en de oplegging van het inreisverbod leveren dan ook een inmenging in het familie- en gezinsleven op.’ De vraag ligt voor of verweerder op grond van artikel 8 van het EVRM van het opleggen van het inreisverbod en intrekking van de verblijfsvergunning af had moeten zien.Uit het uittreksel van het Justitieel Documentatieregister blijkt dat eiseres voor en na haar veroordeling in 2012 niet in aanraking is gekomen met justitie. Ook wordt het recidiverisico als laag ingeschat. De rechtbank acht voorts van belang dat eiseres op tienjarige leeftijd naar Nederland is gekomen, zij hier is opgegroeid en hier naar school is gegaan. Zwaar gewicht kan worden toegekend aan het feit dat, nu eiseres thans vijftien jaar in Nederland verblijft, zij aanzienlijke banden heeft met Nederland en gezien haar leeftijd navenant minder banden met Oekraïne. Ook de moeder van eiseres verblijft al vijftien jaar in Nederland en heeft hier een relatie. Bovendien is eiseres nimmer door verweerder uitgezet, terwijl zij wel in beeld was bij verweerder en geen rechtmatig verblijf had. Uit het BMA-advies kan worden afgeleid dat bij eiseres sprake is van fysieke klachten die psychosociaal kunnen worden geduid, PTSS en suïcidaliteit. Tevens blijkt dat moeder mantelzorg verleent aan eiseres. Bij terugkeer naar Donetsk, waar eiseres vandaan komt, zal eiseres terecht komen in een oorlogssituatie. Gelet op haar medische situatie en het feit dat eiseres niet in Oekraïne is opgegroeid, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres zich daar zal kunnen handhaven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ten onrechte niet onderzocht in hoeverre terugkeer naar Oekraïne voor de moeder van eiseres en haar partner, mede gezien de oorlogssituatie aldaar, een “degree of hardship” op zal leveren.Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel ‘dat geen fair balance is gevonden tussen enerzijds het belang van eiseres bij uitoefening van haar privéleven en uitoefening van het familieleven met haar moeder hier te lande en anderzijds het algemeen belang van de Nederlandse samenleving. Daaruit volgt dat niet kan worden volgehouden dat verweerder zich met het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het inreisverbod en de intrekking van de verblijfsvergunning niet in strijd zijn met artikel 8 van het EVRM. Het bestreden besluit is dan ook genomen in strijd met de artikelen 8 van het EVRM en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.’  

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Recidive
    • Verblijfsvergunning
    • Artikel 8 EVRM
    • Inreisverbod
    • Terugkeer
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands 2 Rechtbank Den Haag De rechtbank verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op het bezwaar niet ontvankelijk. ‘Nu verweerder inmiddels een beslissing heeft genomen op het bezwaarschrift van e ...

    De rechtbank verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op het bezwaar niet ontvankelijk. ‘Nu verweerder inmiddels een beslissing heeft genomen op het bezwaarschrift van eiseres, heeft zij thans geen belang meer bij beoordeling van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen van verweerder.’ Ook het beroep tegen het bestreden besluit voor zover gericht tegen de intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast verklaart de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit voor zover gericht tegen het inreisverbod, ongegrond. Nu eiseres diverse malen is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet tot in totaal meer dan 96 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiseres terecht heeft aangemerkt als een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn en haar op grond hiervan een vertrektermijn heeft kunnen onthouden alsmede ingevolge artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000  een inreisverbod heeft mogen uitvaardigen voor de duur van tien jaren. In dit geval is geen sprake van een schending van artikel 8 van het EVRM. Naar het oordeel van de rechtbank is ‘mede gelet op de ernst en de omvang van het strafrechtelijk verleden van eiseres, het beperkte tijdsverloop sinds haar delict en in aanmerking genomen dat de gemachtigde van eiseres ook ter zitting niet heeft betwist dat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en emotionele binding tussen eiseres en haar (meerderjarige) kinderen, noch van objectieve belemmeringen om het gezins- en familieleven elders te continueren, geen grond voor het oordeel dat verweerder bij afweging van de betrokken belangen in het kader van artikel 8, tweede lid, van het EVRM, ten onrechte het belang van de staat zwaarder heeft laten wegen dan de belangen van eiseres.’   

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Niet-ontvankelijk
    • Verblijfsvergunning
    • Artikel 8 EVRM
    • Inreisverbod
    • Openbare orde
    • Nederlands
  8. Taal Nederlands 7 Rechtbank Den Haag Naar het oordeel van de rechtbank vormt het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving zoals neergelegd in artikel 27, tweede ...

    Naar het oordeel van de rechtbank vormt het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving zoals neergelegd in artikel 27, tweede lid, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, daar in rechte vaststaat dat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op eiser van toepassing is. Eiser is verantwoordelijk voor buitengerechtelijke executies en heeft als militair bewust aanvallen gericht op de burgerbevolking. Eiser is na het plegen van feiten genoemd in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag herhaaldelijk met justitie in aanraking gekomen en heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ernstige misdrijven. Hieruit mag geconcludeerd worden dat op grond van het strafrechtelijk verleden van eiser een recidivegevaar bestaat. Er is geen sprake van schending van art. 8 EVRM, nu naar het oordeel van de Rechtbank inmenging in de uitoefening van eisers recht op respect voor zijn familie- en gezinsleven in Nederland is gerechtvaardigd. Naast het feit dat eisers gedrag een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt, is niet gebleken dat er sprake is van een onmogelijkheid om het familie- en gezinsleven tussen eiser, zijn partner en dochter elders uit te oefenen. Indien eiser een beroep wil doen op familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 van het EVRM tussen hem en zijn zoon, dient hij zich tot de Duitse autoriteiten te wenden.Op grond van het voorgaande heeft verweerder het verblijfsrecht van eiser mogen beëindigen en ongewenst mogen verklaren.   

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Recidive
    • Bedreiging
    • Artikel 8 EVRM
    • Nederlands
  9. Language Dutch 103 reads Centre against Child- and Human Trafficking Beschrijving van artikel 8 EVRM. Centrum Kinderhandel Mensenhandel 14 juli 2014 Artikel 8 Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) Artikel 8 Recht op eerbiediging van privé-, f ...

    Beschrijving van artikel 8 EVRM.

    Publicaties

    • Werkdocumenten/handleidingen
    • Het Centrum Kinderhandel Mensenhandel (CKM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Nederlands
  10. Language Dutch 62 reads European Court of Human Rights (ECHR) Het EHRM merkt op dat slechts bij hoge uitzondering positieve verplichtingen op grond van het recht op gezinsleven kunnen leiden tot een verblijf voor een illegaal verblijvende moeder vanwege d ...

    Het EHRM merkt op dat slechts bij hoge uitzondering positieve verplichtingen op grond van het recht op gezinsleven kunnen leiden tot een verblijf voor een illegaal verblijvende moeder vanwege de band met haar dochter (r.o. 39). Aangezien volgens de Nederlandse overheid indertijd wel rechtmatig verblijf met Hoogkamer mogelijk was geweest, wordt Rodrigues het illegaal verblijf niet kwalijk genomen. Uitzetting van de moeder zou voor haar toen driejarige dochter vergaande consequenties hebben en die acht het EHRM niet aanvaardbaar. Bovendien levert de uitspraak van de familierechter over toekenning van de ouderlijke macht aan de vader een objectieve belemmering op om het familieleven in Brazilië voort te zetten. Hoogkamer heeft namelijk aangegeven nooit met een vertrek van Rachel te zullen instemmen.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Frans

Pagina's