• Verblijfsrecht
  • Represailles

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 9 van totaal 9 resultaten
  1. 5 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen ...

    Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe en schorst het bestreden besluit tot vier weken na de uitspraak in de bodemzaak. De voorzieningenrechter overweegt onder andere:'Door in dit geval zonder enig medisch advies te concluderen dat voor toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 geen grond is, heeft verweerder het bestreden besluit voorbereid en genomen zonder de vereiste zorgvuldigheid. Het mag wel zo zijn dat het hier gaat om een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel en dat, zoals verweerder ter zitting heeft betoogd, het zwaartepunt dan ligt bij de beantwoording van de vraag of verzoekster in aanmerking komt voor een dergelijke verblijfsvergunning, maar dit ontslaat verweerder niet van de plicht zorgvuldig na te gaan of er reden is om ambtshalve artikel 64 van de Vw 2000 toe te passen.' En:'Tot slot zal de voorzieningenrechter nog ingaan op het betoog van verzoekster dat haar op grond van het bepaalde in onderdeel B8/3 van de Vc 2000 bedenktijd geboden had moeten worden. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat een lezing van onderdeel B8/3 van de Vc 2000 met zich brengt dat de daarin vermelde criteria met betrekking tot voor welke vreemdelingen bedenktijd open staat, niet op de situatie van verzoekster van toepassing zijn. De voorzieningenrechter vindt deze motivering onvoldoende duidelijk. Niet in geschil dat is immers dat verzoekster het slachtoffer is geworden van mensenhandel. Het beleid vermeldt hierover (als tweede criterium) dat bedenktijd openstaat voor vreemdelingen die nog niet in Nederland werkzaam zijn geweest in een situatie die strafbaar is gesteld in artikel 273f Wetboek van Strafrecht, maar wel mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel. Het lijkt erop dat dit op verzoekster van toepassing is. Verweerder heeft de gelegenheid om in afwachting van de behandeling van de bodemzaak het bestreden besluit op dit punt nader te motiveren.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Albanië
    • Rechtbank Den Haag
    • Bedenktijd
    • Artikel 3 EVRM
    • Artikel 3 EVRM
    • Sociale groep
    • Bedenktijd
    • Represailles
    • Traumatabeleid
    • Nederlands
  2. 80 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie: 'De vreemdelingen hebben in de bestuurlijke fase aangevoerd dat zi ...

    De Raad van State vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie:'De vreemdelingen hebben in de bestuurlijke fase aangevoerd dat zij geen aangifte hebben gedaan van mensenhandel, omdat dit voor hen gevaarlijk dan wel bij voorbaat zinloos is. Zij hebben daartoe gewezen op het thematisch ambtsbericht mensenhandel inzake Albanië van de minister van Buitenlandse Zaken van mei 2007, dat vermeldt dat, wanneer slachtoffers van mensenhandelmedewerking verlenen aan een strafrechtelijk onderzoek, represailles vrijwel altijd verwacht kunnen worden indien de desbetreffende criminele organisatie niet in haar geheel onschadelijk is gemaakt. Ook hebben de vreemdelingen aangevoerd dat het doen van aangifte om culturele redenen geen reële optie is. Zij hebben daartoe verwezen naar voormeld ambtsbericht, waarin staat dat een vrouw die bekend komt te staan als prostituee, in het minst erge geval geen normaal sociaal leven op kan bouwen, waarbij er enkele gevallen bekend zijn van teruggekeerde slachtoffers van mensenhandel die door hun eigen familieleden zijn vermoord in een poging de geschonden familie-eer te zuiveren. Voorts hebben zij erop gewezen dat in het rapport van het US Department of State 'Trafficking in Persons Report 2013' inzake Albanië staat dat de Albanese overheid de pogingen om mensenhandel tegen te gaan gedurende de verslagperiode heeft verminderd en dat het aantal verdachten dat door de Albanese autoriteiten werd onderzocht, vervolgd en schuldig bevonden, ten opzichte van de vorige verslagperiode is afgenomen. Ook hebben de vreemdelingen erop gewezen dat in dit rapport staat dat de Albanese autoriteiten slachtoffers van mensenhandel nog steeds behandelen als verdachten van prostitutie en dat slachtoffers daarvoor soms ook zijn veroordeeld. De staatssecretaris is in het besluit van 14 maart 2014 niet op deze informatie ingegaan en heeft zich beperkt tot de vaststelling dat de vreemdelingen geen enkele poging hebben ondernomen om de bescherming van de Albanese autoriteiten in te roepen. Voorts heeft hij zich niet uitgelaten over de vraag hoe de informatie uit voormeld rapport van het US Department of State zich verhoudt met de informatie uit voormeld ambtsbericht.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Albanië
    • Raad van State
    • Asiel
    • Vrees voor vervolging
    • Represailles
    • Nederlands
  3. 74 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde: 'Uit de door eiseres overgelegde  documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergeli ...

    De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde:'Uit de door eiseres overgelegde documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergelijk aanvraagformulier heeft verzocht. Evenmin vult daaruit op te maken dat de Chinese autoriteiten hebben geweigerd haar een dergelijk aanvraagformulier ie verstrekken. Dat eiseres niet over een (kopie van een) paspoort of identiteitskaart beschikt of kan beschikken, is blijkens het bestreden besluit geen punt van geschil. Uit de door eiseres overgelegde informatie en getuigenverklaringen blijkt echter evenmin dat zij haar hukou-registratie heeft aangeboden teneinde de Chinese autoriteiten te bewegen het door haar gewenste onderzoek te verrichten. Ook blijkt uit het voorgaande niet dat de Chinese autoriteiten slechts bereid waren actie te ondernemen als eiseres een (kopie van) een identiteitsdocument zou overleggen. De stelling dat eiseres niet meer over een (kopie van) een Chinees paspoort of een identiteitskaart kan beschikken, noch haar hukou-registratie over zou kunnen leggen dan wel (op een daartoe bestemd aanvraagformulier) zou kunnen noteren, heeft verweerder er niet toe hoeven leiden het beroep van eiseres op artikel 3.72, artikel 3.102, derde lid, van het Vb 2000 en paragraaf B 1/4.2 van de Vc 2000 te honoreren.'  De rechtbank vindt dat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Paspoortvereiste
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands
  4. 60 reads States Council (Dutch) Language Dutch Verweerder heeft de aanvraag van de vreemdeling tot verlening van een verblijfsvergunning asiel afgewezen en ambtshalve besloten de vreemdeling niet in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning regulie ...

    Verweerder heeft de aanvraag van de vreemdeling tot verlening van een verblijfsvergunning asiel afgewezen en ambtshalve besloten de vreemdeling niet in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning regulier. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank.De vreemdeling heeft niet aannemelijk kunnen maken dat het ontbreken van nationaliteits- en identiteitspapieren niet aan haar kan worden toegerekend. Verder ontbeert het relaas van de vreemdeling positieve overtuigingskracht. De rechtbank overwoog: 'De ongeloofwaardigheid van het asielrelaas brengt mee dat verweerder in het asielrelaas terecht geen grond heeft gezien voor toewijzing van de aanvraag van eiseres. Daarnaast heeft eiseres onvoldoende onderbouwd dat zij, omdat zij naar Nederland is gebracht om in de prostitutie te gaan werken, bij terugkeer in haar land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Eiseres kan immers niet worden gevolgd in haar verklaringen dat zij naar Nederland is gebracht om in de prostitutie te gaan werken, omdat uit haar eigen verklaringen niet naar voren is gekomen dat zij in opdracht van in de prostitutie moest gaan werken. Daarbij brengt eiseres deze stelling pas in de zienswijze naar voren en is deze niet nader onderbouwd.' 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Kameroen
    • Raad van State
    • Verblijfsrecht
    • Asielprocedure
    • Positieve overtuigingskracht
    • Represailles
    • Nederlands
  5. Language Dutch 43 reads States Council (Dutch) Aanvraag tot voortgezet verblijf van de vreemdeling is afgewezen. In geschil is of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevsti ...

    Aanvraag tot voortgezet verblijf van de vreemdeling is afgewezen. In geschil is of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevstigt de uitspraak van de rechtbank.De rechtbank overwoog:'Verweerder is bij de beoordeling van de vraag of aannemelijk is dat eiser slachtoffer van mensenhandel is geworden, in het primaire besluit, dat is ingelast in het bestreden besluit, uitgegaan van de verklaring die eiser op 30 mei 2008 bij de politie heeft afgelegd. De rechtbank volgt verweerder hierin. Eiser heeft namelijk in de door hem gevoerde procedures (over een lange periode) nooit melding gemaakt van de omstandigheid dat hij de verklaring van 30 mei 2008 heeft afgelegd onder invloed van mensenhandelaren, ondanks de bijstand van een raadsman. Zelfs in het gehoor van 14 januari 20 U is hier geen melding van gemaakt. Pas in beroep is dit door eiser naar voren gebracht. Uit de door eiser aangehaalde zienswijze van 21 juli 2008 volgt naar het oordeel van de rechtbank evenmin dat eiser melding heeft gemaakt van het onjuist verklaren onder invloed van mensenhandelaren. Verder is van belang dat eiser verschillende redenen heeft gegeven waarom hij op 30 mei 2008 onjuist zou hebben verklaard. Naast dat hij heeft verklaard onder invloed van mensenhandelaren te hebben gestaan heeft hij ook aangevoerd dat hij onjuist heeft verklaard omdat hij bang was opgesloten te worden. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt zijn verklaring op 30 mei 2008 te hebben afgelegd onder invloed van mensenhandelaren.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands
  6. Language Dutch 79 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'De vreemdeling heeft, naast het gestelde risico van represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon], ook aangevoerd te vrezen voor vervolging van de zijde van (han ...

    De Raad van State overweegt:'De vreemdeling heeft, naast het gestelde risico van represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon], ook aangevoerd te vrezen voor vervolging van de zijde van (handlangers van) [persoon]. Nog daargelaten de vraag of in het hiervoor onder 2. weergegeven beleid niet veeleer wordt gedoeld op strafrechtelijke vervolging in plaats van op vervolging van de zijde van de vermeende mensenhandelaar, volgt uit de in hoger beroep verrichte toetsing dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij na terugkeer naar haar land van herkomst te vrezen heeft voor represailles van de zijde van (handlangers van) [persoon]. Gelet op de samenhang die in dit geval bestaat ten aanzien van hetgeen de vreemdeling over beide factoren heeft aangevoerd, moet de door de staatssecretaris aan dat standpunt ten grondslag gelegde motivering worden geacht mede te zien op het door de vreemdeling gestelde risico van vervolging en kan de vreemdeling derhalve niet worden gevolgd in het door haar op dit punt gestelde motiveringsgebrek.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Nederlands
  7. 103 reads States Council (Dutch) Language Dutch Hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard: ' Gelet op hetgeen de vreemdeling in dit verband heeft aangevoerd, heeft de staatssecretaris de omstandigheid dat de vreemdeling de zorg hee ...

    Hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard:'Gelet op hetgeen de vreemdeling in dit verband heeft aangevoerd, heeft de staatssecretaris de omstandigheid dat de vreemdeling de zorg heeft voor haar in Nederland geboren zoon, met de vaststelling dat het thans goed gaat met diens gezondheid, voldoende kenbaar in de besluitvorming betrokken. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat het besluit in zoverre ondeugdelijk is gemotiveerd.'en:'De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris geen besluit op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar mocht nemen, zonder voorafgaand medisch advies van het BMA in te winnen.'Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard:'Gelet op de hiervoor in 7.1 weergegeven motivering en de grote mate van beoordelingsvrijheid die artikel 3.52 van het Vb 2000 de staatssecretaris biedt, bestaat geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door de vreemdeling aangevoerde individuele omstandigheden niet dusdanig bijzonder zijn dat van haar niet kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat. De verwijzing naar voormeld rapport van BLinN ten aanzien van de door NAPTIP geboden bescherming, leidt niet tot een ander oordeel. De staatssecretaris heeft zijn standpunt dat de vreemdeling zich voor bescherming tot NAPTIP kan wenden op het ambtsbericht gebaseerd, dat van na voormeld rapport dateert, en de vreemdeling heeft haar stelling dat de in dat rapport geschetste situatie recent niet is verbeterd, niet met bewijsstukken gestaafd. De verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 21 december 2012 leidt evenmin tot een ander oordeel, nu de Afdeling het door de staatssecretaris tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep bij uitspraak van 13 maart 2014 (in zaak nr. 201300723/1/V3) gegrond heeft verklaard, die uitspraak heeft vernietigd en het door de desbetreffende vreemdeling ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard. Ook de stelling van de vreemdeling dat uit voormeld rapport van BLinN volgt dat in de opvanglocaties van NAPTIP weinig psychosociale ondersteuning is, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat zij hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van NAPTIP geen psychosociale ondersteuning zal krijgen.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • BMA-advies
    • In Nederland geboren kind
    • Medisch advies
    • Represailles
    • Nederlands
  8. 64 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Beroep vreemdeling en verzoek vovo. Vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en de verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrecht ...

    Beroep vreemdeling en verzoek vovo. Vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en de verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder heeft kunnen concluderen dat niet gebleken is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard.Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de geschetste situatie in het ambtsbericht over soweh's niet overeenkomst met de situatie van verzoekster. Op grond hiervan heeft verweerder kunnen concluderen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een risico loopt op represailles van de Bondo gemeenschap.Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van de zijde van de mensenhandelaren een risico loopt op represaille. Daarbij is primair van belang dat niet vast is komen te staan dat verzoekster een slachtoffer is van mensenhandel, gelet op het sepot van de strafzaak en de omstandigheid dat verzoekster onvoldoende verklaren heeft kunnen afleggen over de gestelde mensenhandel.Voorts volgt de voorzieningenrechter het standpunt van eiser niet dat als justitie de aangifte van verzoekster in behandeling neemt, verweerder er dan van uit moet gaan dat verzoekster slachtoffer is van mensenhandel.Met betrekking tot de mogelijkheden voor verzoekster tot sociale en maatschappelijke herintegratie in Sierra Leone heeft verweerder in de eerste plaats kunnen overwegen dat niet is gebleken dat verzoekster zich niet staande zou kunnen houden in Sierra Leone. Geen beroep art. 8 EVRM. Vovo afgewezen. Beroep vreemdeling ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Klemmende redenen van humanitaire aard
    • Represailles
    • Herintegratie
    • Nederlands
  9. 82 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Aanvraag vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en voorts de vbt-regulier op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verwe ...

    Aanvraag vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en voorts de vbt-regulier op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder heeft kunnen concluderen dat niet gebleken is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de geschetste situatie in het ambtsbericht over soweh's niet overeenkomt met de situatie van verzoekster. Op grond hiervan heeft verweerder kunnen concluderen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een risico loopt op represailles van de Bondo gemeenschap.Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van de zijde van de mensenhandelaar een risico loopt op represaille. In het geval van verzoekster is niet onomstotelijk vast komen te staan dat zij een slachtoffer van mensenhandel is, aangezien de aangifte niet heeft geleid tot het vaststellen van verdachten.Bij zijn standpunt over de vrees van van verzoeksters voor represailles van de mensenhandelaar heeft verweerder kunnen betrekken dat zij alleen een vaag signalement en een voornaam heeft kunnen geven, over de woning waarin hij haar zou hebben opgesloten niet kan verklaren en de eenvoudige wijze waarop verzoekster na vier weken uit de woning zou zijn gevlucht zeer onwaarschijnlijk overkomst.Voorts is niet gebleken dat de mensenhandelaar op de hoogte is van de woonplaats in Sierra Leone aangezien verzoekster heeft verklaard dat zij hem niet heeft leren kennen in de woonplaats waar zij woonachtig was.Met betrekking tot de mogelijkheden voor verzoekster tot sociale en maatschappelijke herintegratie in Sierra Leone heeft verweerder in de eerste plaats kunnen overwegen dat niet is gebleken dat verzoekster zich niet staande zou kunnen houden in Sierra Leone. Beroep vreemdeling ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Klemmende redenen van humanitaire aard
    • Represailles
    • Herintegratie
    • Nederlands