• Verblijfsrecht
  • Besnijdenis

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 11 resultaten
  1. 112 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besnede ...

    De Raad van State overweegt:'Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 en het aan de moeder van de vreemdeling gerichte besluit waarbij de afwijzing van de aanvraag van de moeder om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is gehandhaafd, heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten het herkomstgebied van haar moeder in Nigeria om zich aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Uit het ambtsbericht kan niet worden afgeleid dat de vreemdeling bij opvang in een stad in een deelstaat waar vrouwenbesnijdenis niet is verboden een reëel risico loopt op besnijdenis. Voorts volgt uit de uitspraak van heden in zaak nr. 201307508/1/V1 dat de vreemdeling bij die opvang door haar moeder kan worden begeleid.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Besnijdenis
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Nederlands
  2. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Beroepen van eiseressen zijn ongegrond verklaard.  'Nu de beklagprocedure van eiseres 1 er niet toe heeft geleid dat de daadwerkelijke vervolging van de verdachte alsnog ter hand is genomen, heeft ve ...

    Beroepen van eiseressen zijn ongegrond verklaard. 'Nu de beklagprocedure van eiseres 1 er niet toe heeft geleid dat de daadwerkelijke vervolging van de verdachte alsnog ter hand is genomen, heeft verweerder terecht overwogen dat de termijn van de beklagprocedure gericht tegen de beslissing van de officier van justitie de verdachte niet te vervolgen niet meetelt voor de berekening van de driejarentermijn van het beleid zoals dat ten tijde van belang was neergelegd in hoofdstuk B16/4.5, onder b, van de Vc 2000. Dat eiseres 1 gedurende de beklagprocedure wel aan de voorwaarden van het toen geldende B9-beleid voldeed, doet aan het vorenstaande niet af.''Voorts heeft de Afdeling in deze uitspraak geoordeeld dat uit het algemeen ambtsbericht niet kan worden afgeleid dat een vreemdeling bij opvang in een stad in een deelstaat waar vrouwenbesnijdenis niet is verboden een reëel risico loopt op besnijdenis. Nu eiseressen afkomstig zijn uit Benin City, waar blijkens pagina 47 van het algemeen ambtsbericht van 2012 opvangvoorzieningen voorhanden zijn, en welke stad gelegen is in een staat waar besnijdenis wél strafbaar is gesteld, te weten Edo-State, ziet de rechtbank geen reden te veronderstellen dat eiseressen zich niet aan het eventuele risico van besnijdenis kunnen onttrekken.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Den Haag
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Beklagprocedure
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  3. 104 reads States Council (Dutch) Language Dutch Het hoger beroep is kennelijk gegrond. Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt bes ...

    Het hoger beroep is kennelijk gegrond.Uit de weergegeven passages van het ambtsbericht volgt dat een grote meerderheid van de vrouwen in Nigeria niet wordt besneden, dat het percentage vrouwen dat wordt besneden in de stedelijke gebieden afneemt en dat in enkele grote steden opvangmogelijkheden door ngo's worden geboden aan vrouwen die zich willen onttrekken aan besnijdenis. Onder verwijzing naar het ambtsbericht en voormelde uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2011 heeft de staatssecretaris zich in het besluit terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling betoogt dat binnen haar etnische bevolkingsgroep meisjes worden besneden, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen opvang kan verkrijgen in een stad buiten haar herkomstgebied in Nigeria om haar dochter aan het risico van besnijdenis te onttrekken. Tevens heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het ambtsbericht volgt dat NAPTIP over opvangmogelijkheden voor slachtoffers vanmensenhandel beschikt waar de vreemdelingen terecht kunnen. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar twee kinderen door NAPTIP niet zullen worden toegelaten tot de opvang. Het door de vreemdelingen aangevoerde Trafficking in Persons Report van het U.S. Department of State van 19 juni 2012 leidt niet tot een ander oordeel nu daaruit volgt dat de overheid van Nigeria zich inzet om te voldoen aan de minimumnormen voor de strijd tegen mensenhandel en dat NAPTIP weliswaar ondersteuning van de regering nodig heeft, maar opvang en bescherming biedt aan slachtoffers van mensenhandel. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de gestelde opvangproblemen geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die met zich brengen dat van de vreemdelingen niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaten.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Vestigingsalternatief
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Artikel 8 EVRM
    • Nederlands
  4. 161 reads Language Dutch Moeder (eiseres 1) heeft voortgezet verblijf aangevraagd, maar dat is afgewezen. Dochter (eiseres 2) heeft verblijfsvergunning met beperking 'gezinshereniging met ouder' gehad, maar deze is ingetrokken. Eiseressen 1 en 2 ...

    Moeder (eiseres 1) heeft voortgezet verblijf aangevraagd, maar dat is afgewezen. Dochter (eiseres 2) heeft verblijfsvergunning met beperking 'gezinshereniging met ouder' gehad, maar deze is ingetrokken. Eiseressen 1 en 2 wonen sinds 1998 in Nederland en eiseres 2 volgt hier een opleiding.De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit op het punt van beoordeling van het beroep met betrekking tot artikel 8 EVRM niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en genomen en evenmin op een deugdelijke motivering berust. Volgens de rechtbank had verweerder de mogelijkheid dat eiseres 2 besneden kan worden in de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM moeten betrekken. Ook heeft verweerder onvoldoende bij de belangenafweging betrokken dat eiseres 2 slechts een half jaar oud was toen zij naar Nederland kwam en sindsdien altijd in Nederland is verbleven en ook haar schoolopleiding hier volgt. Volgens de rechtbank is het spreken van Pidgin Engels en het hebben van de Nigeriaanse nationaliteit niet voldoende om te spreken van een (culturele) band met Nigeria.Het beroep van eiseres 2 wordt gegrond verklaard.Met betrekking tot eiseres 1 zegt de rechtbank dat verweerder niet zomaar mag stellen dat het hele mensenhandelrelaas niet aannemelijk is, omdat eiseres 1 tegenstrijdige verklaringen over een bepaalde periode heeft afgelegd. Ook is de rechtbank het eens met eiseres 1 dat niet van haar kan worden verwacht dat zij op detailniveau volledig consistent verklaart over gebeurtenissen die twintig jaar geleden hebben plaatsgevonden. Rechtbank volgt verweerder niet in het standpunt dat het mensenhandelrelaas niet aannemelijk is, omdat eiseres 1 pas in 2010 aangifte heeft gedaan en dat daaruit volgt dat zij haar situatie blijkbaar niet als urgent dan wel als niet serieus genoeg heeft ingeschat. De verklaring dat eiseres 1 bang was en tijd nodig had om moed bijeen te rapen en dat zij uiteindelijk met hulp van de kerk en haar advocaat aangifte heeft gedaan acht de rechtbank plausibel.De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van 'klemmende redenen van humanitaire aard'. Omdat het beroep van eiseres 2 gegrond is verklaard is, is niet uit te sluiten dat eiseres 2 een verblijfsvergunning krijgt. De motivering van verweerder dat geen sprake is van schending van artikel 8 EVRM kan daarom geen stand meer houden. Beroep van eiseres 1 is ook gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Voortgezet verblijf
    • Besnijdenis
    • Artikel 8 EVRM
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Nederlands
  5. 121 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: ' Voor zover de vreemdeling in beroep heeft betoogd dat zij zich bij terugkeer in Nigeria niet staande kan houden mede gelet op de zorg voor haar twee minderjarige kinderen ...

    De Raad van State overweegt:'Voor zover de vreemdeling in beroep heeft betoogd dat zij zich bij terugkeer in Nigeria niet staande kan houden mede gelet op de zorg voor haar twee minderjarige kinderen en de maatschappelijke positie van vrouwen in dat land, faalt dat betoog. De staatssecretaris heeft zich, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2014 in zaak nr. 201300723/1/V3, onder verwijzing naar het ambtsbericht en het ambtsbericht inzake Nigeria van 5 april 2011 in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zij een beroep kan doen op NAPTIP, de Internationale Organisatie voor Migratie en de Stichting Maatwerk bij Terugkeer, die haar kunnen helpen bij de sociale en maatschappelijke herintegratie in haar land van herkomst.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Artikel 8 EVRM
    • Nederlands
  6. 101 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Het besluit, zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven, geeft er, anders dan de vreemdeling betoogt, voorts geen blijk van dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van ...

    De Raad van State overweegt:'Het besluit, zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven, geeft er, anders dan de vreemdeling betoogt, voorts geen blijk van dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind, onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind van de vreemdeling. Het betoog van de vreemdeling dat een buiten het huwelijk geboren kind het risico loopt bij zijn moeder te worden weggenomen en het besluit daarom in strijd is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden leidt niet tot een ander oordeel, nu, zoals de staatssecretaris terecht heeft overwogen, de vreemdeling dit niet heeft onderbouwd. De beroepsgrond faalt.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Nederlands
  7. Language Dutch 107 reads States Council (Dutch) Aanvraag tot voortgezet verblijf afgewezen. Vreemdeling gaat in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelt in beroep ' dat de staatssecretaris zich, gelet op de omstandigheid dat de vreemdeling niet de be ...

    Aanvraag tot voortgezet verblijf afgewezen. Vreemdeling gaat in bezwaar en beroep. De rechtbank oordeelt in beroep 'dat de staatssecretaris zich, gelet op de omstandigheid dat de vreemdeling niet de bescherming van een mannelijk familielid geniet en er geen sprake is van een sociaal netwerk, mede in het licht van de weergegeven passage uit het ambtsbericht, niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar dochter niet zal kunnen onttrekken aan vrouwenbesnijdenis en haar dochter bij terugkeer derhalve een reëel risico loopt te worden besneden'.De staatssecretaris gaat in hoger beroep. De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk gegrond: 'De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat zal zijn, eventueel met behulp van NAPTIP, de IOM en Bureau Maatwerk bij Terugkeer, een nieuw netwerk op te bouwen en zich te hervestigen. Met hetgeen de staatssecretaris in het besluit van 23 oktober 2012 heeft opgenomen ter aanvulling van hetgeen reeds was opgenomen in het besluit van 13 maart 2012 heeft hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, voldoende gemotiveerd dat van de vreemdeling kan worden gevergd dat zij Nederland verlaat. Het betoog van de vreemdeling dat de door haar naar voren gebrachte psychische en andere medische omstandigheden hierbij onvoldoende zijn meegenomen, leidt voorts niet tot een ander oordeel. De vreemdeling heeft immers niet gesteld dat deze omstandigheden verband houden met de omstandigheid dat zij in het verleden slachtoffer is geworden van mensenhandel, zodat de staatssecretaris in dit geval de psychische en andere medische omstandigheden terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Besnijdenis
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Nederlands
  8. 128 reads Court of Overijssel Language Dutch Beroep gegrond. Verzoekster heeft gesteld dat terugkeer naar Nigeria een schending van artikel 3 EVRM oplevert, omdat er een aanzienlijk risico bestaat dat haar iets zal worden aangedaan door de mensenhandelaar ...

    Beroep gegrond. Verzoekster heeft gesteld dat terugkeer naar Nigeria een schending van artikel 3 EVRM oplevert, omdat er een aanzienlijk risico bestaat dat haar iets zal worden aangedaan door de mensenhandelaar die ook haar ouders heeft vermoord.De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat er voor haar elders in Nigeria geen vestigingsalternatief is. Zij heeft niet met concrete informatie aannemelijk gemaakt dat NAPTIP (National Agency for the Prohibition of Traffic In Persons and Other Related Matters) in haar specifieke geval niet voldoende opvang en bescherming zal kunnen bieden.Voorts heeft verzoekster aangevoerd dat haar dochtertje bij terugkeer naar Nigeria het risico loopt te worden besneden en verwijst daarbij naar het ambtsbericht van oktober 2012. De stelling van verweerder ter zitting dat NAPTIP in het algemeen is opgericht ter bescherming en dat er daarom vanuit mag worden gegaan dat NAPTIP ook in staat is bescherming te bieden tegen een dreigende besnijdenis is – zoals verweerder ter zitting desgevraagd ook heeft bevestigd – gebaseerd op een aanname. Concrete aanwijzingen voor deze stelling heeft verweerder niet aangeleverd.De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat er voor verzoekster – voor zover zij vreest voor besnijdenis van haar dochtertje – een vestigingsalternatief (elders) in Nigeria bestaat. Hieruit volgt dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3.46 Awb.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Overijssel
    • Artikel 3 EVRM
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  9. 13 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Beroep gegrond. De vreemdeling vreest bij terugkeer naar Nigeria onder meer voor mensenhandelaren en de besnijdenis van haar dochter. Volgens de staatssecretaris kan zij hiertegen de bescherming van de a ...

    Beroep gegrond. De vreemdeling vreest bij terugkeer naar Nigeria onder meer voor mensenhandelaren en de besnijdenis van haar dochter. Volgens de staatssecretaris kan zij hiertegen de bescherming van de autoriteiten in Nigeria inroepen. Volgens de vreemdeling heeft de staatssecretaris ten onrechte overwogen dat NAPTIP haar en de kinderen bescherming en opvang kan bieden. Ook blijkt nergens dat NAPTIP tegen besnijdenis bescherming kan bieden.De rechtbank is van oordeel dat NAPTIP bescherming kan bieden tegen represailles van mensenhandelaren. Het standpunt van de staatssecretaris dat evenmin een reële vrees voor besnijdenis van de minderjarige kinderen aannemelijk is gemaakt, wordt niet gevolgd. Hiertoe acht de voorzieningenrechter van belang dat uit het ambtsbericht van oktober 2012 weliswaar blijkt dat besnijdenis strafbaar is gesteld in verscheidene deelstaten, maar dat uit datzelfde ambtsbericht tevens blijkt dat er in de praktijk zelden controles worden uitgevoerd, en dat er niet of nauwelijks rechtsvervolging plaats vindt.Over het algemeen is de politie niet in staat om bescherming te bieden aan vrouwen en meisjes die dreigen slachtoffer te worden van genitale verminking, aldus het ambtsbericht. Deze gang van zaken wordt bevestigd in een brief van Defence for Children. Het standpunt van verweerder dat het NAPTIP ook tegen een eventuele dreigende genitale verminking van de dochtertjes van verzoekster bescherming kan bieden, is onvoldoende onderbouwd.Hiertoe wijst de voorzieningenrechter erop dat uit het ambtsbericht noch uit andere door de staatssecretaris bij de besluitvorming betrokken informatie blijkt dat het NAPTIP naast opvang en bescherming van slachtoffers van mensenhandel, tevens bescherming kan bieden tegen het risico op besnijdenis in Nigeria. Daarnaast is het besluit in strijd met artikel 3:2 Awb omdat er geen medisch deskundigenadvies van het BMA aan het besluit ten grond ligt en omdat de belangen van het kind niet zijn meegewogen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Den Haag
    • Artikel 3 EVRM
    • Besnijdenis
    • Asielprocedure
    • Belang van het kind
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands 11 Rechtbank Gelderland Gelet op het vorenstaande, en mede bezien in het licht van de eerdergenoemde uitspraak van de Afdeling waarin in tegenstelling tot onderhavige zaak sprake was van een meisje dat niet eerder besneden is ...

    Gelet op het vorenstaande, en mede bezien in het licht van de eerdergenoemde uitspraak van de Afdeling waarin in tegenstelling tot onderhavige zaak sprake was van een meisje dat niet eerder besneden is geweest, kan naar het oordeel van de rechtbank de omstandigheid dat eiseres reeds eerder besneden is geweest, worden aangemerkt als een specifiek onderscheidend kenmerk om aannemelijk te maken dat eiseres bij terugkeer naar Sierra Leone een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM.De stelling van verweerder dat hij niet kan beoordelen hoe de leefomgeving van eiseres tegenover een eventuele herbesnijdenis staat, omdat het asielrelaas van eiseres op dit punt positieve overtuigingskracht mist, doet geen opgang, nu verweerder enkel ten aanzien van het asielrelaas van eiseres over haar leefsituatie in het kader van de verkracliting en de gestelde bedreiging het standpunt heeft ingenomen dat dit positieve overtuigingskracht mist.Het relaas met betrekking tot de besnijdenis en de opheffing daarvan is door verweerder geloofwaardig geacht. Nu verweerder dit niet heeft gedaan, is het besluit van 15juli 2013 in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en genomen en kan daarmee niet worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde motivering.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Gelderland
    • Artikel 3 EVRM
    • Artikel 3 EVRM
    • Besnijdenis
    • Nederlands

Pagina's