• Verblijfsrecht
  • Aangifte

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 12 resultaten
  1. Taal Nederlands Verblijfsregeling Mensenhandel geldend vanaf 29 maart 2016 Vreemdelingencirculaire 2000 (B) Geldend van 1-4-2016 tot heden 3. Slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel 3.1. Beleidsregels Voor zover indicaties van me ...

    Verblijfsregeling Mensenhandel geldend vanaf 29 maart 2016

    Wetgeving

    • Wetgeving Nederland
    • B8/3
    • Rechtmatig verblijf
    • Aangifte
    • B8/3
    • Nederlands
  2. Language Dutch 47 reads States Council (Dutch) De Raad van State oordeelt: 'Uit de op de zaak betrekking hebbende stukken blijkt niet dat de vreemdeling tijdens de bewaring eerder dan op 18 december 2012 is gewezen op de mogelijkheid van het doen van ...

    De Raad van State oordeelt:'Uit de op de zaak betrekking hebbende stukken blijkt niet dat de vreemdeling tijdens de bewaring eerder dan op 18 december 2012 is gewezen op de mogelijkheid van het doen van aangifte dan wel het op andere wijze medewerken aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar mensenhandel. Aangezien de staatssecretaris niet heeft betwist dat de KMar reeds op 5 december 2012 de bedoeling had de vreemdeling te horen en in de gelegenheid te stellen aangifte van mensenhandel te doen, valt zonder nadere toelichting niet in te zien waarom dit eerst op 18 december 2012 kon plaatsvinden. Uit vorenbedoelde stukken blijkt voorts evenmin dat tijdens de bewaring, in aanvulling op de enkele reeds voordien in dat opzicht verrichte handelingen, nog nadere handelingen zijn verricht ter verwezenlijking van de met die maatregel beoogde uitzetting van de vreemdeling.Onder de hiervoor weergegeven omstandigheden heeft de staatssecretaris niet de ter voorkoming van een onevenredig lange voortduring van de bewaring vereiste mate van voortvarendheid aan de dag gelegd. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte geen aanleiding gezien een voortvarendheidsgebrek aan te nemen. De bewaring is van meet af aan onrechtmatig.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Aangifte
    • Nederlands
  3. Language Dutch 46 reads States Council (Dutch) Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier ...

    Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier afgewezen. De staatssecretaris oordeelde dat haar asielrelaas een positieve overtuigingskracht mist. De Raad van State gaat hierin mee. Met betrekking tot de verblijfsvergunning regulier oordeelt de Raad van State:'Het betoog van de vreemdeling dat de staatssecretaris ten onrechte heeft geweigerd haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'vervolging van mensenhandel' te verlenen, kan niet worden gevolgd. Nu de vreemdeling geen aangifte heeft gedaan, voldoet zij reeds daarom niet aan de in paragraaf B9/2 van de Vc 2000 gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor verlening van deze verblijfsvergunning.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Verblijfsrecht
    • Positieve overtuigingskracht
    • Aangifte
    • B8/3
    • Psychologisch onderzoek
    • Asielprocedure
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  4. Language Dutch 233 reads Ministry of Justice (Dutch) In deze brief gaat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in op de volgende onderdelen: 1. de koppeling tussen het doen van aangifte en het recht op verblijf; 2. het beleidskader voor het niet k ...

    In deze brief gaat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in op de volgende onderdelen:1. de koppeling tussen het doen van aangifte en het recht op verblijf;2. het beleidskader voor het niet kunnen meewerken aan het strafproces;3. de drie maanden bedenktijd;4. EU burgers en de verblijfsregeling mensenhandel;5. minderjarige slachtoffers en de verblijfsregeling mensenhandel;6. de verhouding tussen het reguliere traject en de asielprocedure;7. de identificatie van slachtoffers van mensenhandel.

    Overheidspublicaties

    • Brieven van ministers en staatssecretarissen
    • Ministerie van Veiligheid en Justitie
    • Verblijfsrecht
    • Aangifte
    • Bedenktijd
    • B8/3
    • Aangiftebereidheid
    • Nederlands
  5. Language Dutch 54 reads Ministry of Justice (Dutch) Betreft aanbieding van het onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC): «Verblijfsregelingen voor slachtoffers van mensenhandel en oneigenlijk gebruik. Een verkennende stu ...

    Betreft aanbieding van het onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC): «Verblijfsregelingen voor slachtoffers van mensenhandel en oneigenlijk gebruik. Een verkennende studie in het Verenigd Koninkrijk, Italië en België» en een reactie op de pilot «Kansloze aangiften B8» in de regio’s Rotterdam en Drenthe, Friesland en Groningen.

    Overheidspublicaties

    • Brieven van ministers en staatssecretarissen
    • Ministerie van Veiligheid en Justitie
    • B8/3
    • B8/3
    • Aangifte
    • Nederlands
  6. Language Dutch 69 reads Court of Overijssel Tussen partijen is niet in geschil dat van toepassing is het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk B14/5.3 van de Vc 2000. Uit dit beleid volgt dat de asielzoeker die stelt slachtoffer van mensenhandel te zijn, m ...

    Tussen partijen is niet in geschil dat van toepassing is het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk B14/5.3 van de Vc 2000. Uit dit beleid volgt dat de asielzoeker die stelt slachtoffer van mensenhandel te zijn, maar ter zake (nog) geen aangifte heeft gedaan, noch op andere wijze medewerking heeft verleend aan het strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek, niet in aanmerking komt voor ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel. 2.12.2Eiser heeft verklaard geen aangifte te hebben gedaan. De rechtbank is van oordeel dat het ‘zich beschikbaar houden’ in de zin die eiser heeft aangegeven, niet kan worden aangemerkt als het op andere wijze medewerking verlenenaan het strafrechtelijke onderzoek als bedoeld in hoofdstuk B14/5.3 van de Vc 2000. Verweerder heeft eiser de bedoelde verblijfsvergunning dan ook kunnen onthouden.De rechtbank wijst er overigens op dat uit het beleid eveneens volgt dat ook na afloop van de asielprocedure aangifte kan worden gedaan en dat in dat geval verlening plaatsvindt op de wijze zoals beschreven in hoofdstuk B9 van de Vc 2000.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Overijssel
    • B8/3
    • Asielprocedure
    • Aangifte
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands 6 Rechtbank Limburg De minister heeft geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen onder de beperking ‘de vervolging van mensenhandel’. Voor de vreemdeling is er belang b ...

    De minister heeft geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen onder de beperking ‘de vervolging van mensenhandel’. Voor de vreemdeling is er belang bij de voorlopige voorziening voor het verkrijgen van opvang. Pas als er sprake is van een aanvraag/aangifte zou de vreemdeling opvang kunnen krijgen bij het COA.De voorzieningenrechter heeft het belang van de vreemdeling afgewogen tegen het belang van de minister om nog te reageren op de overlegde informatie. Gezien de vorst die voorspeld is besluit de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter heeft bij het treffen van deze voorziening allereerst in aanmerking genomen dat het standpunt van de minister dat er geen belang is naar zijn oordeel voorlopig onjuist is.De minister gaat er immers van uit dat er geen aangifte is en derhalve ook geen aanvraag. Om die reden is ambtshalve geweigerd de vreemdeling een vergunning te verlenen op grond van het zogenaamde B9-beleid. Verder is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel, dat gezien het gerechtshof in de beklagprocedure voor het seponeren van de aangifte geen vraagtekens heeft gezet bij de aangifte, dat de minister er ook van uit dient te gaan dat er een aangifte is geweest. Vovo toegewezen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Limburg
    • B8/3
    • B8/3
    • Aangifte
    • Nederlands
  8. Language Dutch 56 reads Court of Noord-Holland Tussen partijen is in geschil of verweerder de verblijfsvergunning heeft kunnen intrekken met terugwerkende kracht tot 31 augustus 2010. Verweerder stelt zich op het standpunt dat nu uit informatie van de off ...

    Tussen partijen is in geschil of verweerder de verblijfsvergunning heeft kunnen intrekken met terugwerkende kracht tot 31 augustus 2010. Verweerder stelt zich op het standpunt dat nu uit informatie van de officier van justitie blijkt dat de door eiseres gedane aangifte feiten bevat die onder meer als leugenachtig kunnen worden aangemerkt, sprake is van informatie die, indien zij eerder bekend was geweest, niet zou hebben geleid tot verlening van een verblijfsvergunning regulier, onder de beperking “B9”.Eiseres heeft in beroep betoogd dat thans nog niet vaststaat dat eiseres een valse aangifte heeft gedaan, nu haar strafzaak nog niet is afgerond en op haar verzoek nog getuigen zullen worden gehoord. Verweerder had dan ook niet, aldus eiseres, zonder eiseres te horen, mogen afgaan op de beoordeling door de officier van justitie. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond slaagt.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Holland
    • B8/3
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Aangifte
    • Valse aangifte
    • Nederlands
  9. Language Dutch 72 reads Court of Noord-Nederland Uit de onderliggende stukken alsmede uit het onderzoek ter terechtzitting blijkt naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar dat eiseres op 1 augustus 2006 naar de politie is gegaan met de bedoeling om a ...

    Uit de onderliggende stukken alsmede uit het onderzoek ter terechtzitting blijkt naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar dat eiseres op 1 augustus 2006 naar de politie is gegaan met de bedoeling om aangifte van mensenhandel te doen. Er heeft op deze datum echter alleen een "intake" gesprek plaatsgevonden waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Dit proces-verbaal bevindt zich echter niet in het dossier, noch is in het dossier een ander stuk gedateerd op 1 augustus 2006 aangetroffen.Verweerder heeft ter zitting verklaard dat hij niet over nadere informatie beschikt met betrekking tot de reden waarom eiseres op 1 augustus 2006 niet in de gelegenheid is gesteld om aangifte te doen. Bij brief van 20 december 2007 heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het proces-verbaal van 1 september 2006 het proces-verbaal van 1 augustus en op 1 september 2006 niet een nieuw proces-verbaal van aangifte is opgemaakt. Verder heeft verweerder er niets over kunnen zeggen.Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee niet opgehelderd waarom niet op 1 augustus 2006 direct een aangifte is opgemaakt, ondertekend en doorgestuurd naar de IND zoals voorgeschreven in B9/4.1 Vc 2000. Voorts stelt de rechtbank vast dat verweerder kennelijk heeft verzuimd om de contactpersoon mensenhandel per omgaande in kennis te stellen. Hiervan blijkt in ieder geval niet uit het dossier en ook niet uit de bij brief van 20 december 2007 ontvangen informatie. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • B8/3
    • Aangifte
    • Nederlands
  10. Language Dutch 81 reads FairWork CoMensha (Dutch Coordination Center for Humantrafficking) E-Quality 'Mensenhandel. Een genderscan op de B9-regeling' is een genderscan uitgevoerd door E-Quality, CoMensha en FairWork (www.fairwork.nu). Uit het ra ...

    'Mensenhandel. Een genderscan op de B9-regeling' is een genderscan uitgevoerd door E-Quality, CoMensha en FairWork (www.fairwork.nu). Uit het rapport blijkt dat er onvoldoende aandacht is voor de verschillen tussen mannen en vrouwen bij de opvang en hulpverlening, de bescherming bij aangifte en het informeren van slachtoffers. 

    Publicaties

    • Rapporten
    • FairWork
    • CoMensha
    • E-Quality
    • B8/3
    • Aangifte
    • Mannelijke slachtoffers
    • B8/3
    • Opvang
    • Nederlands

Pagina's