• Verblijfsrecht
  • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 6 van totaal 6 resultaten
  1. Language Dutch 47 reads States Council (Dutch) De Raad van State oordeelt: 'Uit de op de zaak betrekking hebbende stukken blijkt niet dat de vreemdeling tijdens de bewaring eerder dan op 18 december 2012 is gewezen op de mogelijkheid van het doen van ...

    De Raad van State oordeelt:'Uit de op de zaak betrekking hebbende stukken blijkt niet dat de vreemdeling tijdens de bewaring eerder dan op 18 december 2012 is gewezen op de mogelijkheid van het doen van aangifte dan wel het op andere wijze medewerken aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar mensenhandel. Aangezien de staatssecretaris niet heeft betwist dat de KMar reeds op 5 december 2012 de bedoeling had de vreemdeling te horen en in de gelegenheid te stellen aangifte van mensenhandel te doen, valt zonder nadere toelichting niet in te zien waarom dit eerst op 18 december 2012 kon plaatsvinden. Uit vorenbedoelde stukken blijkt voorts evenmin dat tijdens de bewaring, in aanvulling op de enkele reeds voordien in dat opzicht verrichte handelingen, nog nadere handelingen zijn verricht ter verwezenlijking van de met die maatregel beoogde uitzetting van de vreemdeling.Onder de hiervoor weergegeven omstandigheden heeft de staatssecretaris niet de ter voorkoming van een onevenredig lange voortduring van de bewaring vereiste mate van voortvarendheid aan de dag gelegd. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte geen aanleiding gezien een voortvarendheidsgebrek aan te nemen. De bewaring is van meet af aan onrechtmatig.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Aangifte
    • Nederlands
  2. Language Dutch 81 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'Nu de vreemdeling eerst kort na zijn inbewaringstelling melding heeft gemaakt van misbruik door zijn voormalige werkgever, kon de IND hem volgens het onder 1.1. weergegeven ...

    De Raad van State overweegt:'Nu de vreemdeling eerst kort na zijn inbewaringstelling melding heeft gemaakt van misbruik door zijn voormalige werkgever, kon de IND hem volgens het onder 1.1. weergegeven beleid uitsluitend een bedenktijd verlenen, indien het OM en de politie hiermee akkoord gingen. Ten tijde van de sluiting van het onderzoek ter zitting van de rechtbank moest echter nog door gespecialiseerde politiemedewerkers worden onderzocht of de vreemdeling werkzaam is geweest in een situatie als strafbaar gesteld in artikel 273f van het WvSr en hem een bedenktijd moest worden aangeboden. De rechtbank kon niet op de uitkomsten van dit onderzoek vooruitlopen. Zij kon dan ook niet tot het oordeel komen dat de maatregel van bewaring diende te worden opgeheven, omdat de staatssecretaris de vreemdeling een bedenktijd had moeten aanbieden.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Bedenktijd
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Bedenktijd
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands 5 Rechtbank Gelderland Volgens paragraaf B9/3.1 van de Vc 2000 kunnen, ook ten aanzien van vreemdelingen op wie een maatregel conform artikel 59 Vw van toepassing is, er aanwijzingen zijn dat zij slachtoffer van mensenhandel ...

    Volgens paragraaf B9/3.1 van de Vc 2000 kunnen, ook ten aanzien van vreemdelingen op wie een maatregel conform artikel 59 Vw van toepassing is, er aanwijzingen zijn dat zij slachtoffer van mensenhandel zijn. Indien er tijdens vreemdelingenbewaring aanwijzingen zijn dat de vreemdeling slachtoffer is van mensenhandel, dient de politie de vreemdeling te wijzen op de mogelijkheid van het doen van aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafrechtelijk opsporing- of vervolgingsonderzoek ter zake mensenhandel. Ook dan heeft het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel recht op de bedenktijdfase.Het verlenen van de bedenktijd heeft tot gevolg dat de grondslag aan de bewaring komt te ontvallen en de bewaring derhalve dient te worden opgeheven. In die gevallen zal de bedenktijdfase echter alleen verleend worden indien het OM en de politie hiermee akkoord gaan. De rechtbank merkt hierbij wel op dat door acceptatie van de bedenktijd of door het doen van aangifte de grondslag van een inbewaringstelling ontvalt, aangezien er dan geen sprake meer is van illegaal verblijf en van zicht op uitzetting omdat de uitzetting immers tijdelijk wordt opgeschort.De omstandigheid dat de verplichting om een vreemdeling op de B9-procedure te wijzen op de politie rust, ontslaat de minister niet van de verplichting om dit proces te bewaken. Nu de minister ter zitting heeft verklaard dat de stukken van de onderhavige procedure naar de politie zijn doorgestuurd, ziet de rechtbank vooralsnog geen aanleiding om te oordelen dat minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Gelderland
    • B8/3
    • B8/3
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  4. Language Dutch 67 reads Court of Noord-Nederland Volgens paragraaf B9/3 van de Vc 2000 wordt aan vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel een periode gegund van maximaal drie maanden, waarbinnen zij moeten beslissen of zij aangifte willen doen van mens ...

    Volgens paragraaf B9/3 van de Vc 2000 wordt aan vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel een periode gegund van maximaal drie maanden, waarbinnen zij moeten beslissen of zij aangifte willen doen van mensenhandel. Er is alleen bedenktijd voor de categorieën in B9/2 van de Vc 2000. De laatste categorie betreft vreemdelingen die nog niet in Nederland werkzaam zijn geweest, die niet over een geldige verblijfstitel beschikken, maar wel mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel.Verweerder bestrijdt niet dat eiser in ieder geval onder deze categorie valt. Ter zitting heeft eiser verklaard ook een aantal maanden in Nederland te hebben gewerkt. Mogelijk valt hij dus in de categorie van slachtoffers van overige in artikel 273 Sr strafbaar gestelde feiten, die niet over een geldige verblijfstitel in Nederland beschikken. Hierop gelet moet eiser een bedenktijd van drie maanden worden gegund. Verweerder heeft in strijd met het beleid het beroep van eiser op deze bedenktijd niet gehonoreerd. Door acceptatie van de bedenktijd ontvalt de grondslag aan de inbewaringstelling, aangezien er geen sprake meer is van illegaal verblijf en van zicht op uitzetting. Dit maakt dat de bewaring onrechtmatig is vanaf het moment dat aan eiser bedenktijd had moeten worden gegund. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • B8/3
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Bedenktijd
    • Nederlands
  5. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Eiser heeft geen feiten aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat de autoriteiten van Sierra Leone niet bereid zijn een reisdocument te verstrekken indien eiser volledige en juiste informatie verstrekt, en he ...

    Eiser heeft geen feiten aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat de autoriteiten van Sierra Leone niet bereid zijn een reisdocument te verstrekken indien eiser volledige en juiste informatie verstrekt, en het door de Nederlandse en Sierra Leoonse autoriteiten te verrichten onderzoek niet frustreert.Tussen partijen is niet in geschil, zodat ook de rechtbank daarvan uitgaat, dat verweerder eiser onder de door de autoriteiten van Sierra Leone te België gestelde eisen kan presenteren bij die autoriteiten en dat naar aanleiding daarvan een verklaring kan worden afgegeven waarmee eiser een reisdocument kan verkrijgen.De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat voormelde gang van zaken niet binnen redelijke termijn kan leiden tot een reisdocument. In dit verband acht de rb voor de redelijke termijn ook relevant dat eiser niet vanaf zijn inbewaringstelling actief en volledig heeft meegewerkt teneinde de bewaring zo kort mogelijk te laten voortduren. Onder die omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat een redelijk vooruitzicht voor eiser op verwijdering naar Sierra Leone ontbreekt.Voorts ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Gelet op het feit dat eiser eerst sinds 24 augustus 2011 meewerkt heeft verweerder eraan voldaan al het redelijkerwijs mogelijke te doen door meerdere malen vertrekgesprekken met eiser te voeren en regelmatig, laatstelijk op 15 augustus 2011, bij de Sierra Leoonse autoriteiten te vragen naar de stand van zaken met betrekking tot het plannen van een presentatiedatum.In de omstandigheid dat er nog geen presentatiedatum bekend is, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder de mogelijkheid had om de presentatie eerder plaats te laten vinden en dat verweerder dit desondanks heeft nagelaten. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Den Haag
    • Paspoortvereiste
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands
  6. Language Dutch 84 reads FairWork Rapport 'Slachtoffers achter de tralies. Signalering van slachtoffers van mensenhandel in vreemdelingendetentie en knelpunten bij aangifte en verlening van de B9-status' van FairWork. In dit rapport onderzoekt Fa ...

    Rapport 'Slachtoffers achter de tralies. Signalering van slachtoffers van mensenhandel in vreemdelingendetentie en knelpunten bij aangifte en verlening van de B9-status' van FairWork. In dit rapport onderzoekt FairWork de signalering van slachtoffers van mensenhandel in vreemdelingendetentie en bespreekt de knelpunten bij aangifte en verlening van de B9-status. 

    Publicaties

    • Rapporten
    • FairWork
    • B8/3
    • B8/3
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Aangifte