• Verblijfsrecht
  • Toetsing

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 2 van totaal 2 resultaten
  1. Taal Nederlands 35 Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) Op 20 juli 2015 moet de richtlijn 2013/32/EU (verder: de Procedurerichtlijn) in de Nederlandse wet- en regelgeving zijn geïmplementeerd. De richtlijn bevat gemeenschappelijke normen ...

    Op 20 juli 2015 moet de richtlijn 2013/32/EU (verder: de Procedurerichtlijn) in de Nederlandse wet- en regelgeving zijn geïmplementeerd. De richtlijn bevat gemeenschappelijke normen waaraan een asielprocedure dient te voldoen. Een van deze normen is dat de rechterlijke toets over de beoordeling van de geloofwaardigheid een volledig en ex nunc onderzoek van zowel de feitelijke als juridische gronden omvat. Het is daarmee van groot belang om de door de IND verrichte toetsing van de geloofwaardigheid zo inzichtelijk mogelijk te maken. Daarbij zal een ‘integrale geloofwaardigheidsbeoordeling’ centraal staan. Het leerstuk van de ‘positieve overtuigingskracht’ komt hiermee als zodanig te vervallen. Per 1 januari 2015 zal de besluitvorming – voor zover op dat moment nog geen voornemen is uitgegaan - daarom enkel plaatsvinden onder verwijzing naar artikel 31, eerste lid, Vw1, gelezen in samenhang met artikel 3.35 Voorschrift Vreemdelingen (VV).In deze werkinstructie worden de nieuwe afdoeningsgronden (o.a. kennelijke ongegrondheid, niet-ontvankelijkheid) buiten beschouwing gelaten, omdat die niet eerder dan bij de wetswijziging medio 2015 zullen worden geïntroduceerd. Deze werkinstructie komt in de plaats van werkinstructie 2010/14 Beslissystematiek.

    Wetgeving

    • Werkinstructies IND
    • Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
    • Asiel
    • Procedurerichtlijn
    • Geloofwaardigheid
    • Positieve overtuigingskracht
    • Toetsing
    • Nederlands
  2. Language Dutch 73 reads (JV 2005/119, m.nt. Van Blokland) Appellante is het niet eens met de overweging dat de bewijslast voor de mate van bescherming tegen het risico van represailles die de autoriteiten van Slowakije bereid en in staat zijn te bieden, b ...

    (JV 2005/119, m.nt. Van Blokland) Appellante is het niet eens met de overweging dat de bewijslast voor de mate van bescherming tegen het risico van represailles die de autoriteiten van Slowakije bereid en in staat zijn te bieden, bij appellante ligt. Zij wijst erop dat gezien de brief van de minister op haar slechts een inspanningsverplichting rust om een terugkeerrisico aan te tonen.De Afdeling oordeelt dat het in beginsel aan appellante is om de feiten en omstandigheden aannemelijk te maken waaruit verwacht kan worden dat haar geen bescherming door de Slowaakse autoriteiten geboden zal worden en ook in de brief van de minister staat dat voorop. De bewijslast om aannemelijk te maken dat zij het risico van represailles loopt en dat de autoriteiten van Slowakije niet bereid en in staat zijn bescherming te bieden, ligt, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, bij appelante.Met betrekking tot de tweede grief overweegt de Afdeling dat de rechtbank niet ten onrechte marginaal heeft getoetst aangezien de minister bij de hantering van de maatstaf gegeven in Paragraaf B9/4.6 van de Vc2000, op verschillende onderdelen, waaronder de inschatting van een bepaald risico en de mate van bescherming daartegen, nog beoordelingsvrijheid heeft. Hoger beroep vreemdeling kennelijk ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Voortgezet verblijf
    • Bewijslast
    • Toetsing
    • Nederlands