• Verblijfsrecht
  • Asielprocedure
  • Artikel 3 EVRM

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 5 van totaal 5 resultaten
  1. Taal Nederlands 7 Rechtbank Den Haag Verweerder heeft de aanvraag tot verblijfsverguning asiel van verzoekster van Sierra Leoonse nationaliteit afgewezen omdat zij een vluchtelingenstatus in Italië heeft.  Verzoekster heeft aangevoerd dat he ...

    Verweerder heeft de aanvraag tot verblijfsverguning asiel van verzoekster van Sierra Leoonse nationaliteit afgewezen omdat zij een vluchtelingenstatus in Italië heeft. Verzoekster heeft aangevoerd dat het enkele feit dat zij als vluchteling in Italië erkend is, niet betekent dat zij een zodanige band heeft met Italië dat het voor haar redelijk is naar Italië terug te keren. Verzoekster heeft verder aangevoerd dat bij overdracht aan Italië een situatie in strijd met artikel 3 EVRM zal ontstaan vanwege de opvangomstandigheden in dat land. Verzoekster heeft in beroep gesteld dat zij naar een aantal stukken en rapporten heeft verwezen waaruit onder meer blijkt dat het opvangsysteem in Italië ernstig tekortschiet. Volgens verzoekster kan verweerder dan ook niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan. Daarbij heeft zij erop gewezen dat ze zwanger is, hetgeen haar bijzonder kwetsbaar maakt. Bovendien wordt toegang tot de medische basiszorg erg bemoeilijkt doordat verzoekster geen vaste woon- of verblijfplaats in Italië heeft. Verzoekster heeft hierbij verwezen naar het rapport van de Schweizerische Flüchtlingshilfe van 1 oktober 2013. Verder blijkt uit het rapport van Hammarberg van 7 september 2011 dat verzoekster ook tot een kwetsbare groep behoort, nu zij zwanger en slachtoffer van gedwongen prostitutie is.Verzoekster heeft met wat zij heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat zij in Italië zal worden blootgesteld aan een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM.De rechtbank vernietigt het besluit omdat verweerder zijn besluit onvoldoende heeft gemotiveerd, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen in stand blijven.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Asiel
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Vertrouwensbeginsel
    • Nederlands
  2. 128 reads Court of Overijssel Language Dutch Beroep gegrond. Verzoekster heeft gesteld dat terugkeer naar Nigeria een schending van artikel 3 EVRM oplevert, omdat er een aanzienlijk risico bestaat dat haar iets zal worden aangedaan door de mensenhandelaar ...

    Beroep gegrond. Verzoekster heeft gesteld dat terugkeer naar Nigeria een schending van artikel 3 EVRM oplevert, omdat er een aanzienlijk risico bestaat dat haar iets zal worden aangedaan door de mensenhandelaar die ook haar ouders heeft vermoord.De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat er voor haar elders in Nigeria geen vestigingsalternatief is. Zij heeft niet met concrete informatie aannemelijk gemaakt dat NAPTIP (National Agency for the Prohibition of Traffic In Persons and Other Related Matters) in haar specifieke geval niet voldoende opvang en bescherming zal kunnen bieden.Voorts heeft verzoekster aangevoerd dat haar dochtertje bij terugkeer naar Nigeria het risico loopt te worden besneden en verwijst daarbij naar het ambtsbericht van oktober 2012. De stelling van verweerder ter zitting dat NAPTIP in het algemeen is opgericht ter bescherming en dat er daarom vanuit mag worden gegaan dat NAPTIP ook in staat is bescherming te bieden tegen een dreigende besnijdenis is – zoals verweerder ter zitting desgevraagd ook heeft bevestigd – gebaseerd op een aanname. Concrete aanwijzingen voor deze stelling heeft verweerder niet aangeleverd.De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich niet zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat er voor verzoekster – voor zover zij vreest voor besnijdenis van haar dochtertje – een vestigingsalternatief (elders) in Nigeria bestaat. Hieruit volgt dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3.46 Awb.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Overijssel
    • Artikel 3 EVRM
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  3. 94 reads Court of Oost-Brabant Language Dutch Beroep gegrond. Naar oordeel van de voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris het risico dat de vreemdeling als slachtoffer van mensenhandel loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM bij terug ...

    Beroep gegrond. Naar oordeel van de voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris het risico dat de vreemdeling als slachtoffer van mensenhandel loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Guinee, niet bij de besluitvorming betrokken. In zoverre is het bestreden besluit dan ook onvoldoende gemotiveerd.Voor zover verzoekster voorts heeft betoogd dat zij thans behoort tot een kwetsbare minderheidsgroep en daarom thans in aanmerking zou komen voor de aangevraagde verblijfsvergunning overweegt de voorzieningenrechter dat het beleid zoals opgenomen in C7/12.4.3 Vc 2000 niet onredelijk is dat dit beleid daarom tot uitgangspunt wordt genomen. De voorzieningenrechter stelt, onder verwijzing naar paragraaf C7/12.4.3 Vc 2000, vast dat in het landgebonden asielbeleid betreffende Guinee alleenstaande vrouwen niet zijn aangewezen als kwetsbare minderheidsgroep.De voorzieningenrechter ziet, mede gezien de beschikbare landeninformatie van Guinee, geen reden om te oordelen dat de vreemdeling in weerwil van het landgebonden asielbeleid zou moeten worden gerekend tot een kwetsbare minderheidsgroep.De voorzieningenrechter oordeelt voorts dat, nu de vreemdeling ten tijde van het bestreden besluit geen aangifte had gedaan of op andere wijze medewerking had verleend aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek in dit verband, zij niet voldoet aan de in paragraaf B8.3 van de Vc 2000 neergelegde voorwaarden.Niet aannemelijk is dat de vreemdeling onvoldoende gelegenheid heeft gehad tot het doen van aangifte, te meer nu ook de gemachtigde van verzoekster aangifte van het gestelde misdrijf had kunnen doen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep op artikel 4 EVRM niet kan slagen. Het beleid uit paragraaf B8.3 Vc 2000 voorziet reeds in bescherming van mogelijke slachtoffers van mensenhandel in Nederland en de staatssecretaris dit reeds voldoende gemotiveerd bij de besluitvorming heeft betrokken.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Guinee
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • B8/3
    • Artikel 4 EVRM
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Nederlands
  4. 115 reads Court of Oost-Brabant Language Dutch Beroep ongegrond. De vreemdeling voert aan dat zij in Nederland huishoudelijke werkzaamheden heeft verricht voor mevrouw 1. In het huis is na mishandelingen een kind overleden. De vreemdeling stelt niet terug ...

    Beroep ongegrond. De vreemdeling voert aan dat zij in Nederland huishoudelijke werkzaamheden heeft verricht voor mevrouw 1. In het huis is na mishandelingen een kind overleden. De vreemdeling stelt niet terug te kunnen keren naar India, nu mevrouw 1 aldaar vele contacten heeft.De rechtbank overweegt dat de algemene veiligheids- en mensenrechtensituatie in India niet zodanig is dat iedere asielzoeker afkomstig uit India zonder meer als vluchteling dient te worden aangemerkt. Voort is niet gebleken dat de vreemdeling afkomstig is uit een land waarin zich de in art. 29 onder b Vw bedoelde uitzonderlijke situatie voordoet.De rechtbank overweegt voorts dat de verklaringen van de vreemdeling over de te verwachten problemen in India te onduidelijk en summier zijn. De gestelde invloedrijkheid van de familie van mevrouw 1 is niet geconcretiseerd. Nu de door de vreemdeling gestelde uitbuitingssituatie zich in Nederland heeft voorgedaan, kan het beroep op art. 4 EVRM de vreemdeling niet baten.Daarnaast heeft de ongewenstverklaring van de vreemdeling tot gevolg dat zij ingevolge art. 67 lid 3 Vw geen rechtmatig verblijf kan hebben en dat een toetsing van de aanspraak op een verblijfsvergunning in het kader van paragraaf B9 Vc eerst aan de orde is als het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd of ingetrokken. De staatssecretaris hoefde bij de besluitvorming daarom geen kennis te nemen van de stukken in de strafzaak van mevrouw 1.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • India
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • B8/3
    • Ongewenstverklaring
    • Artikel 4 EVRM
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Geloofwaardigheid
    • Nederlands
  5. 91 reads Court of Noord-Nederland Language Dutch Niet in geschil is dat de vreemdeling ter staving van haar aanvraag geen reispapieren, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van haar aanvraag, heeft overgelegd. Marginaal toetsend is de rechtbank van o ...

    Niet in geschil is dat de vreemdeling ter staving van haar aanvraag geen reispapieren, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van haar aanvraag, heeft overgelegd. Marginaal toetsend is de rechtbank van oordeel dat de minister in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat het relaas van de vreemdeling dermate summier en vaag is dat haar verklaring niet aannemelijk hoeven te worden geacht. Zeker gezien haar leeftijd en opleiding mocht de minister van haar verwachten dat zij meer had weten te vertellen over haar familie hetgeen naar Afrikaanse begrippen hoogst onwaarschijnlijk is wat ze heeft verklaard.De vreemdeling heeft vervolgens betoogd dat zij bij terugkeer naar Guinee zonder sociaal vangnet het risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. De rechtbank is in deze van oordeel dat nu het asielrelaas van de vreemdeling voor wat betreft de directe reden van vertrek ongeloofwaardig is bevonden, de minister terecht heeft overwogen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij op grond van haar asielrelaas bij uitzetting naar Guinee een risico loopt in de zin van artikel 3 EVRM. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Guinee
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Paspoortvereiste
    • Paspoortvereiste
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Nederlands