• Verblijfsrecht
  • Minderjarigen / Kinderhandel

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 4 van totaal 4 resultaten
  1. Language Dutch 79 reads Defence for Children UNICEF ECPAT Een duurzame oplossing voor minderjarige buitenlandse slachtoffers mensenhandel. Een duurzame oplossing voor minderjarige buitenlandse slachtoffers mensenhandel Beter Beschermd in de B8/3 Oktober 2 ...

    Een duurzame oplossing voor minderjarige buitenlandse slachtoffers mensenhandel.

    Publicaties

    • Rapporten
    • Defence for Children
    • UNICEF
    • ECPAT
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Verblijfsrecht
    • Minderjarige
    • B8/3
    • Nederlands
  2. Language Dutch 80 reads Court of Noord-Nederland Uit de verklaringen van eiseres valt niet af te leiden dat het voor eiseres niet mogelijk was om gedurende de reis naar Nederland de reisagent te vragen naar de gebruikte reispapieren. Op basis van de verkl ...

    Uit de verklaringen van eiseres valt niet af te leiden dat het voor eiseres niet mogelijk was om gedurende de reis naar Nederland de reisagent te vragen naar de gebruikte reispapieren. Op basis van de verklaringen van eiseres kan niet worden geconcludeerd dat sprake was van (een situatie van) dwang. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onder deze omstandigheden in redelijkheid het ontbreken van reispapieren aan eiseres toegerekend.Volgens rechtspraak van het EHRM (St. Kitts, nr. 146/1996/767/964 op 2 mei 1997, en Bensaid 44599/98 op 6 februari 2001, en N. t. VK 26565/05 op 27 mei 2008) kan uitzetting in verband met de medische toestand van de uit te zetten vreemdeling, onder uitzonderlijke omstandigheden en wegens dwingende redenen van humanitaire aard, bij gebrek aan medische voorzieningen en sociale opvang in het land, waarnaar wordt uitgezet, leiden tot schending van art. 3 EVRM.De rechtbank overweegt dat uit de door eiseres overgelegde medische gegevens niet volgt dat de klachten die eiseres heeft, een ziekte betreffen die zich in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium bevindt (uitspraak Afdeling 8 november 2005 zaak nr. 200507278/1/).Uit de rechtspraak van EHRM kan niet worden afgeleid dat bij de beoordeling van de medische toestand mede speculaties over mogelijke toekomstige belemmeringen van de toegang tot de noodzakelijke zorg moeten worden betrokken. Verweerder heeft derhalve op goede gronden geconcludeerd dat geen aanleiding bestaat om in het onderhavige geval onderzoek door het BMA te laten verrichten.Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat geen vbt-regulier met als doel ‘verblijf als amv’ wordt verleend, omdat eiseres een mogelijk onderzoek naar de opvangmogelijkheden in haar land van herkomst frustreert. Nu is geoordeeld dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat eiseres vage en summiere verklaringen heeft afgelegd over haar moeder, over haar familie en over de vriend en zijn gezin, is de rb van oordeel dat verweerder terecht niet ambtshalve een verblijfsvergunning op grond van het minderjarigenbeleid aan eiseres heeft verleend. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Paspoortvereiste
    • Asielprocedure
    • Ongedocumenteerden
    • Paspoortvereiste
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands 9 Rechtbank Den Haag Voorlopige voorziening toegewezen. De aanvragen van de vreemdelingen om verlening van een verblijfsvergunning onder de overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen zijn afgewezen. Vreemdeling 1 voldo ...

    Voorlopige voorziening toegewezen. De aanvragen van de vreemdelingen om verlening van een verblijfsvergunning onder de overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen zijn afgewezen. Vreemdeling 1 voldoet niet aan de vereisten van de kinderregeling om dat zij nooit een asielaanvraag in Nederland heeft ingediend.Er is een gerechtvaardigd onderscheid tussen kinderen met een asielachtergrond, en kinderen zonder een dergelijke achtergrond. Deze is onder meer gelegen in het aspect van de subjectieve vrees voor terugkeer naar het land van herkomst, een vrees die niet speelt bij kinderen die een reguliere aanvraag hebben gedaan.De vreemdelingen voeren aan dat het onderscheid in het algemeen ongerechtvaardigd is, en als dit wel het gerechtvaardigd is, dit in hun specifieke geval toch als een ongerechtvaardigd onderscheid moet worden beschouwd, nu de vreemdelingen rechtmatig verblijf hebben gehad op grond van een B9-procedure. De voorzieningenrechter overweegt ten aanzien van de vraag of dit onderscheid gerechtvaardigd is als volgt.Bij de beantwoording van deze vraagt speelt in deze specifieke zaak de vraag mee of het feit dat de vreemdelingen op grond van de B9-regeling rechtmatig verblijf hebben genoten, de uitkomst anders maakt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze vereenvoudigde spoedprocedure zich niet goed leent voor een zorgvuldige beoordeling van deze complexe rechtsvragen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Artikel 8 EVRM
    • Kinderpardon
    • B8/3
    • Nederlands
  4. Language Dutch 104 reads Ministry of Justice (Dutch) Betreft B8/3 problematiek, zoals verwoord in het rapport van UNICEF Nederland en Defence for Children – Ecpat “Kinderhandel in Nederland. De aanpak van kinderhandel en de bescherming van minderjarige sl ...

    Betreft B8/3 problematiek, zoals verwoord in het rapport van UNICEF Nederland en Defence for Children – Ecpat “Kinderhandel in Nederland. De aanpak van kinderhandel en de bescherming van minderjarige slachtoffers in Nederland”.

    Overheidspublicaties

    • Brieven van ministers en staatssecretarissen
    • Ministerie van Veiligheid en Justitie
    • Opvang gedurende B8/3
    • B8/3
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Minderjarige
    • B8/3
    • Nederlands