• Verblijfsrecht
  • Rechtbank Rotterdam

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. Language Dutch 48 reads Court of Rotterdam Beroep van vreemdeling tegen het besluit van 1 juli 2011. Niet in geschil is dat vreemdeling niet langer in aanmerking komt voor vbt-regulier als bedoeld in artikel 14 Vw 2000 onder beperking 'vervolging men ...

    Beroep van vreemdeling tegen het besluit van 1 juli 2011. Niet in geschil is dat vreemdeling niet langer in aanmerking komt voor vbt-regulier als bedoeld in artikel 14 Vw 2000 onder beperking 'vervolging mensenhandel' en deze verblijfsvergunning terecht met ingang van 18 maart 2010 is ingetrokken. Noch is in geschil dat vreemdeling op grond van de artikelen 3.50 en 3.51 Vb 2000 niet in aanmerking komt voor verlening van de gevraagde verblijfsvergunning. Slechts de toepassing van art. 3.52 Vb 2000 is aan de orde.De hierin gegeven bevoegdheid biedt de minister grote mate van beleids- en beoordelingsvrijheid, waardoor de rechtbank slechts marginaal kan toetsen. De rechtbank overweegt dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat hetgeen vreemdeling heeft aangevoerd niet kan worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden ex art. 3.52 Vb 2000. Het feit dat vreemdeling één jaar en twee maanden van de vier jaar en vier maanden dat hij in Nederland is, rechtmatig in Nederland is, vormt volgens de rechtbank geen klemmende reden op grond waarvan de minister voortgezet verblijf had moeten toestaan.De rechtbank overweegt verder dat, nog daargelaten dat uit ministers beleid volgt dat medische en psychische omstandigheden op zichzelf onvoldoende zijn om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning voortgezet verblijf, vreemdeling deze medische en psychische omstandigheden niet aannemelijk heeft gemaakt. Tot slot overweegt de rechtbank dat een beroep op art. 8 EVRM niet kan slagen omdat vreemdeling niet heeft aangetoond dat er sprake is van gezinsleven. Beroep vreemdeling ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Rotterdam
    • Voortgezet verblijf
    • Klemmende redenen van humanitaire aard
    • Artikel 8 EVRM
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  2. Language Dutch 67 reads Court of Rotterdam Het B9-beleid verlangt van verweerder een actieve houding. Het is in eerste instantie aan verweerder om te beoordelen of de B9-regeling wordt aangeboden. Het is bovendien aan verweerder om, in het kader van zorgv ...

    Het B9-beleid verlangt van verweerder een actieve houding. Het is in eerste instantie aan verweerder om te beoordelen of de B9-regeling wordt aangeboden. Het is bovendien aan verweerder om, in het kader van zorgvuldigheid van het onderzoek ter zake, de verslaglegging van gevoerde gesprekken te (doen) verzorgen en in voorkomende gevallen deze in het dossier te voegen. Daar was in deze zaak ook aanleiding toe. nu in elk geval is aangegeven in de schriftelijke beroepsgronden dat het handelen van verweerder ten aanzien van de B9-procedure niet blijkt uit het dossier. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Rotterdam
    • B8/3
    • B8/3
    • Nederlands
  3. Language Dutch 56 reads Court of Rotterdam Afwijzing wijziging beperking vbt-r onder beperking “B9 Vc” in ‘voortgezet verblijf’. Verweerder heeft terecht overwogen dat de aanvraag van eiseres o.b.v. art. 3.52 Vb slechts voor inwilliging vatbaar is, indien ...

    Afwijzing wijziging beperking vbt-r onder beperking “B9 Vc” in ‘voortgezet verblijf’. Verweerder heeft terecht overwogen dat de aanvraag van eiseres o.b.v. art. 3.52 Vb slechts voor inwilliging vatbaar is, indien naar zijn oordeel van eiseres wegens bijzondere omstandigheden individuele omstandigheden niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaat.De rechtbank oordeelt dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn. Verweerder heeft terecht gesteld dat eiseres niet behoort tot B16/7 onder a of b Vc genoemde categorieën vreemdelingen; eiseres heeft niet aangetoond dat haar broer is vermoord; gesteld noch gebleken is dat eiseres daadwerkelijk is bedreigd door haar souteneur of zijn baas; dat de autoriteiten geen bescherming kunnen bieden is niet onderbouwd; de familie in het land van herkomst is blijkbaar niet op de hoogte van het prostitutieverleden van eiseres, daarmee is niet op voorhand aannemelijk dat dit verleden in het land van herkomst in brede kring bekend is; ook de omstandigheden van het sepot en de gestelde omstandigheid dat eiseres is geïntegreerd in de Nederlandse samenleving zijn geen bijzondere omstandigheden.De voorwaarde met betrekking tot de aanwezigheid van bijzondere individuele omstandigheden is vastgelegd in een avv, zodat art. 4:84 Awb niet van toepassing is. Beroep op art. 4:84 Awb faalt. Beroep ongegrond. NB. Hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard (18 maart 2009, 200809393/1/V1)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Rotterdam
    • Voortgezet verblijf
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands