• Verblijfsrecht
  • Rechtbank Noord-Holland

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 7 van totaal 7 resultaten
  1. Language Dutch 56 reads Court of Noord-Holland Tussen partijen is in geschil of verweerder de verblijfsvergunning heeft kunnen intrekken met terugwerkende kracht tot 31 augustus 2010. Verweerder stelt zich op het standpunt dat nu uit informatie van de off ...

    Tussen partijen is in geschil of verweerder de verblijfsvergunning heeft kunnen intrekken met terugwerkende kracht tot 31 augustus 2010. Verweerder stelt zich op het standpunt dat nu uit informatie van de officier van justitie blijkt dat de door eiseres gedane aangifte feiten bevat die onder meer als leugenachtig kunnen worden aangemerkt, sprake is van informatie die, indien zij eerder bekend was geweest, niet zou hebben geleid tot verlening van een verblijfsvergunning regulier, onder de beperking “B9”.Eiseres heeft in beroep betoogd dat thans nog niet vaststaat dat eiseres een valse aangifte heeft gedaan, nu haar strafzaak nog niet is afgerond en op haar verzoek nog getuigen zullen worden gehoord. Verweerder had dan ook niet, aldus eiseres, zonder eiseres te horen, mogen afgaan op de beoordeling door de officier van justitie. De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond slaagt.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Holland
    • B8/3
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Aangifte
    • Valse aangifte
    • Nederlands
  2. 64 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Beroep vreemdeling en verzoek vovo. Vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en de verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrecht ...

    Beroep vreemdeling en verzoek vovo. Vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en de verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder heeft kunnen concluderen dat niet gebleken is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard.Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de geschetste situatie in het ambtsbericht over soweh's niet overeenkomst met de situatie van verzoekster. Op grond hiervan heeft verweerder kunnen concluderen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een risico loopt op represailles van de Bondo gemeenschap.Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van de zijde van de mensenhandelaren een risico loopt op represaille. Daarbij is primair van belang dat niet vast is komen te staan dat verzoekster een slachtoffer is van mensenhandel, gelet op het sepot van de strafzaak en de omstandigheid dat verzoekster onvoldoende verklaren heeft kunnen afleggen over de gestelde mensenhandel.Voorts volgt de voorzieningenrechter het standpunt van eiser niet dat als justitie de aangifte van verzoekster in behandeling neemt, verweerder er dan van uit moet gaan dat verzoekster slachtoffer is van mensenhandel.Met betrekking tot de mogelijkheden voor verzoekster tot sociale en maatschappelijke herintegratie in Sierra Leone heeft verweerder in de eerste plaats kunnen overwegen dat niet is gebleken dat verzoekster zich niet staande zou kunnen houden in Sierra Leone. Geen beroep art. 8 EVRM. Vovo afgewezen. Beroep vreemdeling ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Herintegratie
    • Voortgezet verblijf
    • Klemmende redenen van humanitaire aard
    • Nederlands
  3. 82 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Aanvraag vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en voorts de vbt-regulier op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verwe ...

    Aanvraag vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en voorts de vbt-regulier op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder heeft kunnen concluderen dat niet gebleken is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de geschetste situatie in het ambtsbericht over soweh's niet overeenkomt met de situatie van verzoekster. Op grond hiervan heeft verweerder kunnen concluderen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een risico loopt op represailles van de Bondo gemeenschap.Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van de zijde van de mensenhandelaar een risico loopt op represaille. In het geval van verzoekster is niet onomstotelijk vast komen te staan dat zij een slachtoffer van mensenhandel is, aangezien de aangifte niet heeft geleid tot het vaststellen van verdachten.Bij zijn standpunt over de vrees van van verzoeksters voor represailles van de mensenhandelaar heeft verweerder kunnen betrekken dat zij alleen een vaag signalement en een voornaam heeft kunnen geven, over de woning waarin hij haar zou hebben opgesloten niet kan verklaren en de eenvoudige wijze waarop verzoekster na vier weken uit de woning zou zijn gevlucht zeer onwaarschijnlijk overkomst.Voorts is niet gebleken dat de mensenhandelaar op de hoogte is van de woonplaats in Sierra Leone aangezien verzoekster heeft verklaard dat zij hem niet heeft leren kennen in de woonplaats waar zij woonachtig was.Met betrekking tot de mogelijkheden voor verzoekster tot sociale en maatschappelijke herintegratie in Sierra Leone heeft verweerder in de eerste plaats kunnen overwegen dat niet is gebleken dat verzoekster zich niet staande zou kunnen houden in Sierra Leone. Beroep vreemdeling ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Herintegratie
    • Voortgezet verblijf
    • Klemmende redenen van humanitaire aard
    • Nederlands
  4. 42 reads Court of Noord-Holland Language Dutch De rechtbank beoordeelt dat, nu de minister ter zitting heeft toegelicht dat niet wordt getwijfeld aan de besnijdenis van de vreemdeling, minister niet zonder nadere motivering staande kan houden dat de vreem ...

    De rechtbank beoordeelt dat, nu de minister ter zitting heeft toegelicht dat niet wordt getwijfeld aan de besnijdenis van de vreemdeling, minister niet zonder nadere motivering staande kan houden dat de vreemdeling niet heeft aangetoond dat zij tot een bevolkingsgroep behoort waarbij vrouwenbesnijdenis de praktijk is.Gezien het betoog van de vreemdeling dat zij niet de bescherming van een mannelijk familielid geniet en dat er geen sprake is van een sociaal netwerk, welk betoog door minister niet is betwist, heeft minister zich, mede in het licht uit het ambtsbericht, pagina 54, niet zonder nader motivering op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar dochter niet zal kunnen onttrekken aan vrouwenbesnijdenis en zij bij terugkeer derhalve geen reëel risico loopt te worden besneden. De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid de gebreken van het besluit te herstellen in de zin van artikel 8:51b lid Awb. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  5. 73 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Beroep vreemdeling tegen de afwijzing van een aanvraag om voortgezet verblijf na een B9-vergunning. Verweerder heeft deze aanvraag als een aanvraag om eerste toelating beoordeeld, nu eiseres de aanvraag meer ...

    Beroep vreemdeling tegen de afwijzing van een aanvraag om voortgezet verblijf na een B9-vergunning. Verweerder heeft deze aanvraag als een aanvraag om eerste toelating beoordeeld, nu eiseres de aanvraag meer dan drie jaar nadat de geldigheid van de aan haar verleende B9-vergunning was geëindigd, heeft ingediend. De aanvraag is vervolgens afgewezen wegens het ontbreken van een mvv.Ten aanzien van het beroep van eiseres op art. 8 EVRM is de rechtbank van oordeel dat verweerder de opgebouwde banden van de dochter van eiseres met Nederland, mede gelet op de duur van de periode waarop de opgebouwde banden zien, alsmede gelet op het feit dat de banden zijn opgebouwd tijdens onrechtmatig verblijf, ontoereikend heeft kunnen achten om bij tegenwerping van het mvv-vereiste aan eiseres een schending van art. 8 EVRM aan te nemen.Ten aanzien van het beroep van eiseres op de hardheidsclausule overweegt de rechtbank als volgt. Niet aannemelijk is geworden dat eiseres te vrezen heeft van mensenhandelaren in Nigeria. Daarnaast kan eiseres zich ter bescherming en opvang wenden tot NAPTIP, opgericht door de Nigeriaanse overheid om (potentiële) slachtoffers van mensenhandel op te vangen, te beschermen tegen mensenhandelaren en hen (indien nodig) te helpen met re-integratie in de samenleving. Ook is niet aannemelijk geworden dat eiseres te vrezen heeft voor de gedwongen besnijdenis van haar dochter. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  6. 81 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Verweerder heeft de aanvraag van eiseres tot wijziging van de beperking van de aan haar verleende verblijfsvergunning regulier van ‘beperking als genoemd in hoofdstuk B9 Vc’ in de beperking ‘voortgezet verbli ...

    Verweerder heeft de aanvraag van eiseres tot wijziging van de beperking van de aan haar verleende verblijfsvergunning regulier van ‘beperking als genoemd in hoofdstuk B9 Vc’ in de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van art. 3.52 Vb afgewezen.De rechtbank stelt vast dat verweerder in onderhavige zaak eerst heeft beoordeeld of voldaan is aan de voorwaarden van art. 3.52 Vb, te weten of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor van eiseres niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaat. Verweerder is tot de conclusie gekomen dat van bijzondere individuele omstandigheden geen sprake is, getoetst aan art. 16, lid 1, aanhef en onder b,Vw.De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat hetgeen eiseres met betrekking tot het risico van represailles en vervolging, alsmede met betrekking tot de mogelijkheden van sociale en maatschappelijk herintegratie als slachtoffer van mensenhandel en alleenstaande vrouw in China heeft aangevoerd, geen bijzondere individuele omstandigheden betreffen waardoor van haar niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaat.Ten aanzien van hetgeen eiseres omtrent haar medische situatie in de bestuurlijke fase heeft aangevoerd, heeft verweerder - vanwege het ontbreken van overige bijzondere individuele omstandigheden - derhalve in redelijkheid kunnen concluderen dat deze omstandigheden evenmin tot vergunningverlening op grond van art. 3.52 Vw leiden, nu geen sprake is van een bijzonder samenstel van omstandigheden. Beroep ongegrond; vovo afgewezen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands 7 Rechtbank Noord-Holland Verzoekster heeft op 19 juli 2008 aangifte gedaan van mensenhandel. Deze aangifte wordt conform het beleid, zoals onder meer vastgelegd in paragraaf B9/4.1 van de Vc 2000, aangemerkt als een aanvraag ...

    Verzoekster heeft op 19 juli 2008 aangifte gedaan van mensenhandel. Deze aangifte wordt conform het beleid, zoals onder meer vastgelegd in paragraaf B9/4.1 van de Vc 2000, aangemerkt als een aanvraag voor een vbt-r. Ingevolge artikel 8 lid 1 onder f Vw 2000 juncto artikel 3.1 lid 1 Vb 2000 is verzoekster in afwachting van de beslissing op de aanvraag rechtmatig verblijf en kan zij niet worden uitgezet. Gelet hierop heeft verzoekster thans geen spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorziening. Vovo afgewezen.Ten aanzien van het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel oordeelt de rechter dat gesteld noch gebleken is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is. De rechtbank merkt daarbij op dat verveerder heeft aangegeven zich in te spannen om er voor te zorgen dat verzoekster op zeer korte termijn zal worden geplaatst in de beschermde opvang voor aangevers van mensenhandel. Zodra plaatsing gerealiseerd is, zal verweerder de maatregel opheffen. Beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Holland
    • B8/3
    • Vrijheidsontneming
    • Nederlands