• Verblijfsrecht
  • Rechtbank Gelderland

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. Taal Nederlands 11 Rechtbank Gelderland Gelet op het vorenstaande, en mede bezien in het licht van de eerdergenoemde uitspraak van de Afdeling waarin in tegenstelling tot onderhavige zaak sprake was van een meisje dat niet eerder besneden is ...

    Gelet op het vorenstaande, en mede bezien in het licht van de eerdergenoemde uitspraak van de Afdeling waarin in tegenstelling tot onderhavige zaak sprake was van een meisje dat niet eerder besneden is geweest, kan naar het oordeel van de rechtbank de omstandigheid dat eiseres reeds eerder besneden is geweest, worden aangemerkt als een specifiek onderscheidend kenmerk om aannemelijk te maken dat eiseres bij terugkeer naar Sierra Leone een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM.De stelling van verweerder dat hij niet kan beoordelen hoe de leefomgeving van eiseres tegenover een eventuele herbesnijdenis staat, omdat het asielrelaas van eiseres op dit punt positieve overtuigingskracht mist, doet geen opgang, nu verweerder enkel ten aanzien van het asielrelaas van eiseres over haar leefsituatie in het kader van de verkracliting en de gestelde bedreiging het standpunt heeft ingenomen dat dit positieve overtuigingskracht mist.Het relaas met betrekking tot de besnijdenis en de opheffing daarvan is door verweerder geloofwaardig geacht. Nu verweerder dit niet heeft gedaan, is het besluit van 15juli 2013 in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en genomen en kan daarmee niet worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde motivering.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Gelderland
    • Artikel 3 EVRM
    • Artikel 3 EVRM
    • Besnijdenis
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands 5 Rechtbank Gelderland Volgens paragraaf B9/3.1 van de Vc 2000 kunnen, ook ten aanzien van vreemdelingen op wie een maatregel conform artikel 59 Vw van toepassing is, er aanwijzingen zijn dat zij slachtoffer van mensenhandel ...

    Volgens paragraaf B9/3.1 van de Vc 2000 kunnen, ook ten aanzien van vreemdelingen op wie een maatregel conform artikel 59 Vw van toepassing is, er aanwijzingen zijn dat zij slachtoffer van mensenhandel zijn. Indien er tijdens vreemdelingenbewaring aanwijzingen zijn dat de vreemdeling slachtoffer is van mensenhandel, dient de politie de vreemdeling te wijzen op de mogelijkheid van het doen van aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafrechtelijk opsporing- of vervolgingsonderzoek ter zake mensenhandel. Ook dan heeft het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel recht op de bedenktijdfase.Het verlenen van de bedenktijd heeft tot gevolg dat de grondslag aan de bewaring komt te ontvallen en de bewaring derhalve dient te worden opgeheven. In die gevallen zal de bedenktijdfase echter alleen verleend worden indien het OM en de politie hiermee akkoord gaan. De rechtbank merkt hierbij wel op dat door acceptatie van de bedenktijd of door het doen van aangifte de grondslag van een inbewaringstelling ontvalt, aangezien er dan geen sprake meer is van illegaal verblijf en van zicht op uitzetting omdat de uitzetting immers tijdelijk wordt opgeschort.De omstandigheid dat de verplichting om een vreemdeling op de B9-procedure te wijzen op de politie rust, ontslaat de minister niet van de verplichting om dit proces te bewaken. Nu de minister ter zitting heeft verklaard dat de stukken van de onderhavige procedure naar de politie zijn doorgestuurd, ziet de rechtbank vooralsnog geen aanleiding om te oordelen dat minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Gelderland
    • B8/3
    • B8/3
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands 8 Rechtbank Gelderland Beroep ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de militairen staat. Gelet op het voorgaande heeft de staatssec ...

    Beroep ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de militairen staat. Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris de vreemdeling terecht niet in aanmerking gebracht voor een vergunning o.g.v. Art.29 lid 1 sub a en b Vw.Wat betreft het traumatabeleid is de rechtbank van oordeel dat nu de vreemdeling na de dood van zijn vader nog jaren in Kinshasa heeft gewoond en ook na het verblijf in het militaire kamp nog in Kinshasa is verbleven en hij voorts niet heeft aangetoond dat hij zich na de traumatische gebeurtenissen niet staande heeft weten te houden, de staatssecretaris in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit de vreemdeling niet in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 lid 1 onder c Vw. Een causaal verband tussen de gebeurtenissen en het vertrek uit het land van herkomst zijn niet aannemelijk gemaakt.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Gelderland
    • B8/3
    • B8/3
    • Traumatabeleid
    • Asielprocedure
    • Klemmende redenen van humanitaire aard
    • Nederlands