• Verblijfsrecht

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. 94 reads Court of Oost-Brabant Language Dutch Beroep gegrond. Naar oordeel van de voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris het risico dat de vreemdeling als slachtoffer van mensenhandel loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM bij terug ...

    Beroep gegrond. Naar oordeel van de voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris het risico dat de vreemdeling als slachtoffer van mensenhandel loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Guinee, niet bij de besluitvorming betrokken. In zoverre is het bestreden besluit dan ook onvoldoende gemotiveerd.Voor zover verzoekster voorts heeft betoogd dat zij thans behoort tot een kwetsbare minderheidsgroep en daarom thans in aanmerking zou komen voor de aangevraagde verblijfsvergunning overweegt de voorzieningenrechter dat het beleid zoals opgenomen in C7/12.4.3 Vc 2000 niet onredelijk is dat dit beleid daarom tot uitgangspunt wordt genomen. De voorzieningenrechter stelt, onder verwijzing naar paragraaf C7/12.4.3 Vc 2000, vast dat in het landgebonden asielbeleid betreffende Guinee alleenstaande vrouwen niet zijn aangewezen als kwetsbare minderheidsgroep.De voorzieningenrechter ziet, mede gezien de beschikbare landeninformatie van Guinee, geen reden om te oordelen dat de vreemdeling in weerwil van het landgebonden asielbeleid zou moeten worden gerekend tot een kwetsbare minderheidsgroep.De voorzieningenrechter oordeelt voorts dat, nu de vreemdeling ten tijde van het bestreden besluit geen aangifte had gedaan of op andere wijze medewerking had verleend aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek in dit verband, zij niet voldoet aan de in paragraaf B8.3 van de Vc 2000 neergelegde voorwaarden.Niet aannemelijk is dat de vreemdeling onvoldoende gelegenheid heeft gehad tot het doen van aangifte, te meer nu ook de gemachtigde van verzoekster aangifte van het gestelde misdrijf had kunnen doen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep op artikel 4 EVRM niet kan slagen. Het beleid uit paragraaf B8.3 Vc 2000 voorziet reeds in bescherming van mogelijke slachtoffers van mensenhandel in Nederland en de staatssecretaris dit reeds voldoende gemotiveerd bij de besluitvorming heeft betrokken.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Guinee
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • B8/3
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Artikel 4 EVRM
    • Nederlands
  2. 91 reads Court of Noord-Nederland Language Dutch Niet in geschil is dat de vreemdeling ter staving van haar aanvraag geen reispapieren, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van haar aanvraag, heeft overgelegd. Marginaal toetsend is de rechtbank van o ...

    Niet in geschil is dat de vreemdeling ter staving van haar aanvraag geen reispapieren, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van haar aanvraag, heeft overgelegd. Marginaal toetsend is de rechtbank van oordeel dat de minister in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat het relaas van de vreemdeling dermate summier en vaag is dat haar verklaring niet aannemelijk hoeven te worden geacht. Zeker gezien haar leeftijd en opleiding mocht de minister van haar verwachten dat zij meer had weten te vertellen over haar familie hetgeen naar Afrikaanse begrippen hoogst onwaarschijnlijk is wat ze heeft verklaard.De vreemdeling heeft vervolgens betoogd dat zij bij terugkeer naar Guinee zonder sociaal vangnet het risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. De rechtbank is in deze van oordeel dat nu het asielrelaas van de vreemdeling voor wat betreft de directe reden van vertrek ongeloofwaardig is bevonden, de minister terecht heeft overwogen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij op grond van haar asielrelaas bij uitzetting naar Guinee een risico loopt in de zin van artikel 3 EVRM. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Guinee
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Paspoortvereiste
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands
  3. 75 reads Court of Noord-Nederland Language Dutch Op 26 februari 2007 heeft eiseres aangifte gedaan van mensenhandel. Bij besluit van 19 april 2007 is aan eiseres een verblijfsvergunning verleend onder de beperking zoals genoemd in hoofdstuk B9 Vc. Deze wa ...

    Op 26 februari 2007 heeft eiseres aangifte gedaan van mensenhandel. Bij besluit van 19 april 2007 is aan eiseres een verblijfsvergunning verleend onder de beperking zoals genoemd in hoofdstuk B9 Vc. Deze was geldig van 26 februari 2007 tot 26 februari 2008. Op 12 februari 2008 heeft het OM bericht dat het opsporingsonderzoek naar aanleiding van de door eiseres gedane aangifte niet heeft geleid tot vaststellen van een verdachte en dat het onderzoek wordt gesloten.Verweerder heeft de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking voortgezet verblijf als bedoeld in art. 3.52 Vb niet ingewilligd en het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard. In geschil is of verweerder dit op de juiste gronden heeft gedaan.De rechtbank is van oordeel dat in het geval van eiseres, nu is komen vast te staan dat zij het slachtoffer is van mensenhandel, het bepaalde in hoofdstuk B9/9.4 Vc – waarin het gaat om verlenging van de verblijfsvergunning onder een beperking - van overeenkomstige toepassing is. Ook nu de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend op grond van art.3.52 Vb , kan van een slachtoffer van mensenhandel in beginsel niet worden verwacht dat hij in het land van herkomst een paspoort aanvraagt. Uit het ambtsbericht inzake Guinee blijkt dat een nationaal paspoort alleen in Conakry kan worden aangevraagd en niet bij de diplomatieke vertegenwoordiging in Nederland.De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid niet het paspoortvereiste heeft kunnen tegenwerpen. Ook heeft verweerder ten onrechte niet het beleid zoals neergelegd in hoofdstuk B16/4.5 Vc – waarin is neergelegd dat een slachtoffer van mensenhandel in aanmerking kan komen voor een vergunning op grond van art.3.52 Vb, indien naar het oordeel van de minister wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat - bij de beoordeling van de aanvraag betrokken. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Guinee
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Paspoortvereiste
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands