• Verblijfsrecht
  • 2008

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 8 van totaal 8 resultaten
  1. Language Dutch 67 reads Court of Rotterdam Het B9-beleid verlangt van verweerder een actieve houding. Het is in eerste instantie aan verweerder om te beoordelen of de B9-regeling wordt aangeboden. Het is bovendien aan verweerder om, in het kader van zorgv ...

    Het B9-beleid verlangt van verweerder een actieve houding. Het is in eerste instantie aan verweerder om te beoordelen of de B9-regeling wordt aangeboden. Het is bovendien aan verweerder om, in het kader van zorgvuldigheid van het onderzoek ter zake, de verslaglegging van gevoerde gesprekken te (doen) verzorgen en in voorkomende gevallen deze in het dossier te voegen. Daar was in deze zaak ook aanleiding toe. nu in elk geval is aangegeven in de schriftelijke beroepsgronden dat het handelen van verweerder ten aanzien van de B9-procedure niet blijkt uit het dossier. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Rotterdam
    • B8/3
    • B8/3
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands 7 Rechtbank Noord-Holland Verzoekster heeft op 19 juli 2008 aangifte gedaan van mensenhandel. Deze aangifte wordt conform het beleid, zoals onder meer vastgelegd in paragraaf B9/4.1 van de Vc 2000, aangemerkt als een aanvraag ...

    Verzoekster heeft op 19 juli 2008 aangifte gedaan van mensenhandel. Deze aangifte wordt conform het beleid, zoals onder meer vastgelegd in paragraaf B9/4.1 van de Vc 2000, aangemerkt als een aanvraag voor een vbt-r. Ingevolge artikel 8 lid 1 onder f Vw 2000 juncto artikel 3.1 lid 1 Vb 2000 is verzoekster in afwachting van de beslissing op de aanvraag rechtmatig verblijf en kan zij niet worden uitgezet. Gelet hierop heeft verzoekster thans geen spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorziening. Vovo afgewezen.Ten aanzien van het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel oordeelt de rechter dat gesteld noch gebleken is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is. De rechtbank merkt daarbij op dat verveerder heeft aangegeven zich in te spannen om er voor te zorgen dat verzoekster op zeer korte termijn zal worden geplaatst in de beschermde opvang voor aangevers van mensenhandel. Zodra plaatsing gerealiseerd is, zal verweerder de maatregel opheffen. Beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Holland
    • B8/3
    • Vrijheidsontneming
    • Nederlands
  3. Language Dutch 67 reads Court of Noord-Nederland Volgens paragraaf B9/3 van de Vc 2000 wordt aan vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel een periode gegund van maximaal drie maanden, waarbinnen zij moeten beslissen of zij aangifte willen doen van mens ...

    Volgens paragraaf B9/3 van de Vc 2000 wordt aan vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel een periode gegund van maximaal drie maanden, waarbinnen zij moeten beslissen of zij aangifte willen doen van mensenhandel. Er is alleen bedenktijd voor de categorieën in B9/2 van de Vc 2000. De laatste categorie betreft vreemdelingen die nog niet in Nederland werkzaam zijn geweest, die niet over een geldige verblijfstitel beschikken, maar wel mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel.Verweerder bestrijdt niet dat eiser in ieder geval onder deze categorie valt. Ter zitting heeft eiser verklaard ook een aantal maanden in Nederland te hebben gewerkt. Mogelijk valt hij dus in de categorie van slachtoffers van overige in artikel 273 Sr strafbaar gestelde feiten, die niet over een geldige verblijfstitel in Nederland beschikken. Hierop gelet moet eiser een bedenktijd van drie maanden worden gegund. Verweerder heeft in strijd met het beleid het beroep van eiser op deze bedenktijd niet gehonoreerd. Door acceptatie van de bedenktijd ontvalt de grondslag aan de inbewaringstelling, aangezien er geen sprake meer is van illegaal verblijf en van zicht op uitzetting. Dit maakt dat de bewaring onrechtmatig is vanaf het moment dat aan eiser bedenktijd had moeten worden gegund. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • B8/3
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Bedenktijd
    • Nederlands
  4. Language Dutch 56 reads Court of Rotterdam Afwijzing wijziging beperking vbt-r onder beperking “B9 Vc” in ‘voortgezet verblijf’. Verweerder heeft terecht overwogen dat de aanvraag van eiseres o.b.v. art. 3.52 Vb slechts voor inwilliging vatbaar is, indien ...

    Afwijzing wijziging beperking vbt-r onder beperking “B9 Vc” in ‘voortgezet verblijf’. Verweerder heeft terecht overwogen dat de aanvraag van eiseres o.b.v. art. 3.52 Vb slechts voor inwilliging vatbaar is, indien naar zijn oordeel van eiseres wegens bijzondere omstandigheden individuele omstandigheden niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaat.De rechtbank oordeelt dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn. Verweerder heeft terecht gesteld dat eiseres niet behoort tot B16/7 onder a of b Vc genoemde categorieën vreemdelingen; eiseres heeft niet aangetoond dat haar broer is vermoord; gesteld noch gebleken is dat eiseres daadwerkelijk is bedreigd door haar souteneur of zijn baas; dat de autoriteiten geen bescherming kunnen bieden is niet onderbouwd; de familie in het land van herkomst is blijkbaar niet op de hoogte van het prostitutieverleden van eiseres, daarmee is niet op voorhand aannemelijk dat dit verleden in het land van herkomst in brede kring bekend is; ook de omstandigheden van het sepot en de gestelde omstandigheid dat eiseres is geïntegreerd in de Nederlandse samenleving zijn geen bijzondere omstandigheden.De voorwaarde met betrekking tot de aanwezigheid van bijzondere individuele omstandigheden is vastgelegd in een avv, zodat art. 4:84 Awb niet van toepassing is. Beroep op art. 4:84 Awb faalt. Beroep ongegrond. NB. Hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard (18 maart 2009, 200809393/1/V1)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Rotterdam
    • Voortgezet verblijf
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands
  5. 93 reads Court of Oost-Brabant Language Dutch Afwijzing van de aanvraag tot verlening van voortgezet verblijf na verblijf. Eiseres dient in het bezit te zijn van een geldig document van grensoverschrijding. Nu eiseres van de Sierra Leoonse ambassade geen ...

    Afwijzing van de aanvraag tot verlening van voortgezet verblijf na verblijf. Eiseres dient in het bezit te zijn van een geldig document van grensoverschrijding. Nu eiseres van de Sierra Leoonse ambassade geen paspoort kan krijgen, dient zij naar Sierra Leone te reizen om daar een geldig document voor grensoverschrijding te halen. Dat de reis financieel bezwaarlijk is, dat ze voor haar HIV-besmetting regelmatig op controle moet en dat ze geen bemiddeling van de korpschef of DT&V heeft gekregen zijn geen doorslaggevende argumenten om van het paspoortvereiste af te zien.Voorts stelt eiseres dat ze vanwege opgewekt vertrouwen niet over een geldig reisdocument hoeft te beschikken. Verweerder heeft in de brief van 2006 de ontheffing van het paspoortvereiste uitdrukkelijk beperkt tot de op dat moment in behandeling zijnde verlengingsaanvraag. Bij eiseres kan dan ook niet de verwachting zijn gewekt dat ze ook voor de aanvraag voortgezet verblijf zou worden vrijgesteld van het paspoortvereiste. In de brief heeft verweerder er nadrukkelijk op gewezen dat eiseres bij een evt. vervolgprocedure in het bezit dient te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.Tevens stelt eiseres dat ze vrijgesteld dient te worden van het paspoortvereiste omdat de autoriteiten weigeren een paspoort te verstrekken (WBV 2006/36A). De rechtbank oordeelt dat het WBV 2006/36A ten tijde van de aanvraag en van het besluit op bezwaar niet van toepassing was, daar per 1 januari 2007 het beleid B16/7 Vc van toepassing is. Verweerder heeft aan dit beleid getoetst. Daar het gaat om gepubliceerd beleid mag het bij eiseres bekend verondersteld worden en kan zij zich er niet op beroepen dat haar eerst in het besluit op bezwaar wordt tegengeworpen dat zij naar Sierra Leone dient te reizen om daar een paspoort aan te vragen. Beroep ongegrond. NB: Hoger beroep ongegrond (16 juni 2009, nr. 200900474/1/V3).

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands
  6. Language Dutch 72 reads Court of Noord-Nederland Uit de onderliggende stukken alsmede uit het onderzoek ter terechtzitting blijkt naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar dat eiseres op 1 augustus 2006 naar de politie is gegaan met de bedoeling om a ...

    Uit de onderliggende stukken alsmede uit het onderzoek ter terechtzitting blijkt naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar dat eiseres op 1 augustus 2006 naar de politie is gegaan met de bedoeling om aangifte van mensenhandel te doen. Er heeft op deze datum echter alleen een "intake" gesprek plaatsgevonden waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Dit proces-verbaal bevindt zich echter niet in het dossier, noch is in het dossier een ander stuk gedateerd op 1 augustus 2006 aangetroffen.Verweerder heeft ter zitting verklaard dat hij niet over nadere informatie beschikt met betrekking tot de reden waarom eiseres op 1 augustus 2006 niet in de gelegenheid is gesteld om aangifte te doen. Bij brief van 20 december 2007 heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het proces-verbaal van 1 september 2006 het proces-verbaal van 1 augustus en op 1 september 2006 niet een nieuw proces-verbaal van aangifte is opgemaakt. Verder heeft verweerder er niets over kunnen zeggen.Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee niet opgehelderd waarom niet op 1 augustus 2006 direct een aangifte is opgemaakt, ondertekend en doorgestuurd naar de IND zoals voorgeschreven in B9/4.1 Vc 2000. Voorts stelt de rechtbank vast dat verweerder kennelijk heeft verzuimd om de contactpersoon mensenhandel per omgaande in kennis te stellen. Hiervan blijkt in ieder geval niet uit het dossier en ook niet uit de bij brief van 20 december 2007 ontvangen informatie. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • B8/3
    • Aangifte
    • Nederlands
  7. Language Dutch 73 reads States Council (Dutch) Betreft hoger beroep tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 17 december 2007 (07/21311). De SvJ klaagt in de eerste grief dat de Rb ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep van de vreemdeling op h ...

    Betreft hoger beroep tegen de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 17 december 2007 (07/21311). De SvJ klaagt in de eerste grief dat de Rb ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep van de vreemdeling op het vertrouwensbeginsel slaagt, nu de vreemdeling uit het handelen van de SvJ heeft mogen concluderen dat aan haar rechtmatig verblijf was toegestaan.Honorering van het door de vreemdeling gedane beroep op het vertrouwensbeginsel zou betekenen dat haar een verblijfsvergunning als bedoeld in art. 3.48 Vb (vervolging wegens mensenhandel) zou moeten worden verleend voor een periode waarin, ook met inachtneming van art. 3.88 Vb, niet langer is voldaan aan de beperking van de vergunning.Het vertrouwensbeginsel strekt niet zo ver, dat het de SvJ verplicht om in strijd met een algemeen verbindend wettelijk voorschrift te besluiten. De Rb heeft dit niet onderkend. De eerste grief slaagt. De tweede grief faalt. Grief 3 en 4 missen zelfstandige betekenis. Hoger beroep gegrond. (JV 2008/334)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Beklagprocedure
    • Nederlands
  8. Language Dutch 72 reads Dit artikel behandelt twee vragen. Ten eerste de vraag in hoeverre medisch onderzoeksrapportages een rol kunnen spelen bij juridische waarheidsvinding. Ten tweede de vraag wat de rol is van medische problematiek bij verblijfsaanvra ...

    Dit artikel behandelt twee vragen. Ten eerste de vraag in hoeverre medisch onderzoeksrapportages een rol kunnen spelen bij juridische waarheidsvinding. Ten tweede de vraag wat de rol is van medische problematiek bij verblijfsaanvragen.Dit artikel verscheen in Migrantenrecht, 9/10/ 2008

    Publicaties

    • Artikelen
    • Medisch
    • Posttraumatische Stressstoornis (PTSS)
    • Trauma
    • Medisch onderzoek
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands