• Verblijfsrecht
  • 2007

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 4 van totaal 4 resultaten
  1. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden die genoemd zijn in B9/4.6 Vc. Eiseres beschikt niet over een geldig paspoort, en zij heeft evenmin aangetoond dat de U ...

    Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden die genoemd zijn in B9/4.6 Vc. Eiseres beschikt niet over een geldig paspoort, en zij heeft evenmin aangetoond dat de Ugandese autoriteiten haar geen paspoort willen verstrekken. Over het paspoortvereiste overweegt de rechtbank het volgende.De reden waarom eiseres geen paspoort kan aanvragen, is medisch. Eiseres heeft een verklaring van een arts overgelegd, waaruit blijkt dat zij niet in staat kan worden geacht om een paspoort aan te vragen bij de ambassade van Uganda. Dit is niet in geschil. Dat de reden van de medische problematiek enkel asielgerelateerd zou zijn, zoals verweerder hier kennelijk uit afleidt, volgt de rechtbank echter niet. Daarom kan met betrekking tot het paspoortvereiste niet worden volstaan met verwijzen naar de mogelijkheid van een asielaanvraag.Ten overvloede wordt hierbij opgemerkt dat eiseres bovendien, ondanks het ontbreken van een geldig paspoort, eerder in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling. Het tegenwerpen van het paspoort-vereiste in het kader van de onderhavige aanvraag is naar het oordeel van de rechtbank dan ook onvoldoende gemotiveerd.Verweerder heeft erop gewezen dat de medische omstandigheden die eiseres heeft aangevoerd, beoordeeld dienen te worden bij een aanvraag medische behandeling. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat het geheel van omstandigheden bij de beoordeling betrokken dient te worden. Immers, deze omstandigheden houden met elkaar en met de mensenhandel verband en kunnen niet in diverse onderdelen cq. verblijfsdoelen gesplitst en beoordeeld worden. Hoewel een aantal aspecten, zoals (een deel van) de problemen in Uganda, asielgerelateerd zijn, is het naar het oordeel van de rechtbank niet onmogelijk om deze in dit geval, als één van de onderdelen, mee te laten wegen bij de onderhavige aanvraag.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Uganda
    • Rechtbank Den Haag
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Medische omstandigheden
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands
  2. Language Dutch 77 reads Deze  werkinstructie  behandelt  het  onderwerp  “(potentiële)  slachtoffers  van mensenhandel  binnen  de  asielprocedure”.  Tijdens  de  asielprocedure  kunnen aanwijzingen naar voren komen dat een asielzoeker slachtoffer van men ...

    Deze  werkinstructie  behandelt  het  onderwerp  “(potentiële)  slachtoffers  van mensenhandel  binnen  de  asielprocedure”.  Tijdens  de  asielprocedure  kunnen aanwijzingen naar voren komen dat een asielzoeker slachtoffer van mensenhandel is of dreigt te worden. De medewerker dient de asielzoeker in de gelegenheid te stellen om aangifte van mensenhandel te doen.De  werkinstructie  beoogt  de  hoor  –  en  beslismedewerker  handvatten  te  bieden  bij het signaleren van mensenhandel. Tevens wordt uitgelegd hoe de medewerker deze signalen dient op te pakken, en hoe het aspect van  mensenhandel inhoudelijk dient te worden beoordeeld bij de asielaanvraag.

    Wetgeving

    • Werkinstructies IND
    • B8/3
  3. Language Dutch 59 reads States Council (Dutch) Betreft hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van rechtbank Zwolle van 24 april 2007 (Awb 05/51918). De aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning w ...

    Betreft hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van rechtbank Zwolle van 24 april 2007 (Awb 05/51918). De aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wegens mensenhandel is afgewezen. Volgens de grief van de staatssecretaris is de berechting in feitelijke aanleg, waarnaar het beleid inzake slachtoffer- en getuige aangevers van mensenhandel wordt verwezen, beëindigd.Volgens paragraaf B9/4.6 van de Vc kan de geldigheid van de verblijfsvergunning worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan. Nu het Gerechtshof uitspraak heeft gedaan in de strafzaak terzake mensenhandel en dit arrest onherroepelijk is geworden is hiermee de berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan door de vreemdeling aangifte is gedaan, beëindigd.De omstandigheid dat uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister volgt dat de opgelegde maatregel tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel nog niet onherroepelijk is, doet aan het voorgaande niet af. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Afwijzing verlenging
    • Nederlands
  4. Language Dutch 81 reads States Council (Dutch) Het verzoek van appellante tot verlening van Rvb-verstrekkingen over de maand december 2005 is door het COA op 10 maart 2006 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard (AWB 06/16997). In hog ...

    Het verzoek van appellante tot verlening van Rvb-verstrekkingen over de maand december 2005 is door het COA op 10 maart 2006 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard (AWB 06/16997).In hoger beroep klaagt appellante dat het COA de datum beëindiging van de haar toegekende Rvb-verstrekkingen, zijnde 8 december 2005, heeft kunnen baseren op informatie van de IND. Uit deze informatie bleek dat appellante korte tijd (van 8-15 december 2005) rechtmatig verblijf in NL heeft gehad op grond van een vbt-regulier B9 (mensenhandel). Het besluit hiertoe is door de IND op 16 januari 2006, na de periode waarop de aanvraag Rvb betrekking heeft, genomen. De afdeling oordeelt dat het COA terecht rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden op het moment van de besluitvorming. Het hoger beroep is ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)
    • Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb)
    • Nederlands