• Verblijfsrecht
  • 2006

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 5 van totaal 5 resultaten
  1. Language Dutch 62 reads European Court of Human Rights (ECHR) Het EHRM merkt op dat slechts bij hoge uitzondering positieve verplichtingen op grond van het recht op gezinsleven kunnen leiden tot een verblijf voor een illegaal verblijvende moeder vanwege d ...

    Het EHRM merkt op dat slechts bij hoge uitzondering positieve verplichtingen op grond van het recht op gezinsleven kunnen leiden tot een verblijf voor een illegaal verblijvende moeder vanwege de band met haar dochter (r.o. 39). Aangezien volgens de Nederlandse overheid indertijd wel rechtmatig verblijf met Hoogkamer mogelijk was geweest, wordt Rodrigues het illegaal verblijf niet kwalijk genomen. Uitzetting van de moeder zou voor haar toen driejarige dochter vergaande consequenties hebben en die acht het EHRM niet aanvaardbaar. Bovendien levert de uitspraak van de familierechter over toekenning van de ouderlijke macht aan de vader een objectieve belemmering op om het familieleven in Brazilië voort te zetten. Hoogkamer heeft namelijk aangegeven nooit met een vertrek van Rachel te zullen instemmen.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Frans
  2. Language Dutch 65 reads European Court of Human Rights (ECHR) Het EHRM merkt op dat slechts bij hoge uitzondering positieve verplichtingen op grond van het recht op gezinsleven kunnen leiden tot een verblijf voor een illegaal verblijvende moeder vanwege d ...

    Het EHRM merkt op dat slechts bij hoge uitzondering positieve verplichtingen op grond van het recht op gezinsleven kunnen leiden tot een verblijf voor een illegaal verblijvende moeder vanwege de band met haar dochter (r.o. 39). Aangezien volgens de Nederlandse overheid indertijd wel rechtmatig verblijf met Hoogkamer mogelijk was geweest, wordt Rodrigues het illegaal verblijf niet kwalijk genomen. Uitzetting van de moeder zou voor haar toen driejarige dochter vergaande consequenties hebben en die acht het EHRM niet aanvaardbaar. Bovendien levert de uitspraak van de familierechter over toekenning van de ouderlijke macht aan de vader een objectieve belemmering op om het familieleven in Brazilië voort te zetten. Hoogkamer heeft namelijk aangegeven nooit met een vertrek van Rachel te zullen instemmen.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie EHRM
    • Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)
    • Artikel 8 EVRM
    • Artikel 8 EVRM
    • Engels
  3. 01 apr 2006

    Language Dutch 75 reads B9 regeling, verblijfsvergunning slachtoffers van mensenhandel. Voor meest recente regelgeving zie B8/3-regeling. In dit hoofdstuk wordt het rechtmatige verblijf van slachtoffer- en getuige-aangevers en slachtoffers die op andere w ...

    B9 regeling, verblijfsvergunning slachtoffers van mensenhandel. Voor meest recente regelgeving zie B8/3-regeling.In dit hoofdstuk wordt het rechtmatige verblijf van slachtoffer- en getuige-aangevers en slachtoffers die op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek van mensenhandel gedurende de bedenktijd voorafgaande aan de aangifte en gedurende de periode van opsporing, vervolging en berechting in feitelijke aanleg na aangifte van mensenhandel geregeld. Daarnaast biedt dit hoofdstuk richtlijnen voor het bieden van opvang en bescherming van de slachtoffer- en getuige-aangevers en slachtoffers die op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek van mensenhandel.  

    Wetgeving

    • Wetgeving
    • B8/3
  4. Language Dutch 82 reads National Ombudsman Ten aanzien van de aangifte tot mensenhandel speelt naast het belang van effectieve bestrijding van mensenhandel het belang van voorkomen van misbruik van de aangiftemogelijkheid om vreemdelingenrechtelijke voord ...

    Ten aanzien van de aangifte tot mensenhandel speelt naast het belang van effectieve bestrijding van mensenhandel het belang van voorkomen van misbruik van de aangiftemogelijkheid om vreemdelingenrechtelijke voordelen te behalen.Toen verzoekster aangifte wilde doen had de politie - en later ook de officier van justitie - kennelijk het idee dat het verzoekster om verkrijging van de vreemdelingenrechtelijke status ging en niet zozeer om opsporing en vervolging van het feit. Dat was de reden om eerst onderzoek te verrichten naar de betrouwbaarheid van verzoeksters verklaringen. Hieruit rees twijfel over de juistheid van de reis- en verblijfgegevens en de aangifte werd dan ook niet opgenomen. Dit laatste is onjuist.Gelet op artikel 163 Sv geldt het uitgangspunt dat er weinig ruimte is om geen aangifte op te nemen. Dit neemt niet weg dat in deze zaak, waar twijfel over de bedoelingen van verzoekster niet onbegrijpelijk was, aangifte toch had moeten worden opgenomen, omdat niet op voorhand, zonder verder onderzoek en zonder twijfel kan worden vastgesteld dat de gedraging geen strafbaar feit is. Indien men vermoedt dat het bij aangifte eigenlijk alleen om de vreemdelingenrechtelijke status gaat én er (bijna) geen aanknopingspunten voor opsporing zijn, kan alsnog worden besloten geen (verder) onderzoek te doen en dit aan de IND door te geven. Dan is wel een beroep ex artikel 12 Sv mogelijk.De gedraging is onbehoorlijk wegens schending van het beginsel van fair play. Ten aanzien van het vereiste van hoor en wederhoor in de zin van artikel 9:10 Awb geldt dat de hoofdofficier van justitie verzoekster in de gelegenheid had moeten stellen te worden gehoord, nu de hoofdofficier de klacht niet als kennelijk ongegrond heeft aangemerkt en verzoekster niet heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. Er is gehandeld in strijd met het vereiste van hoor en wederhoor. (JV 2006/391).

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nationale Ombudsman
    • B8/3
    • Fair play
    • Hoorplicht
    • Aangifte
    • Valse aangifte
    • Misbruik B8/3 (B9)
    • Nederlands
  5. Language Dutch 68 reads States Council (Dutch) De rechtbank heeft niet onderkend dat voor de betekenis van artikel 3.88 Vb 2000 de tekst van die bepaling als uitgangspunt dient te worden genomen. Aangezien in het artikel in duidelijke bewoordingen is neer ...

    De rechtbank heeft niet onderkend dat voor de betekenis van artikel 3.88 Vb 2000 de tekst van die bepaling als uitgangspunt dient te worden genomen. Aangezien in het artikel in duidelijke bewoordingen is neergelegd dat de vreemdeling tegen de beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging van de verdachte van mensenhandel schriftelijk beklag moet hebben gedaan bij het gerechtshof en uit de bepaling ook duidelijk volgt dat daarbij wordt gedoeld op de vreemdeling die een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning heeft ingediend, is de tekst bepalend voor de uitleg van het artikel. De rechter komt dan niet toe aan een van die tekst afwijkende, door hem redelijk bevonden uitleg, als door de rechtbank in de bestreden overweging neergelegd. Nu voorts niet in geschil is dat de vreemdeling geen schriftelijk beklag tegen de niet vervolging van de verdachte van mensenhandel bij het gerechtshof heeft ingediend en artikel 3.88 Vb 2000 verder geen ruimte biedt voor afwijking in bijzondere gevallen, heeft de rechtbank ten onrechte grond gevonden voor het oordeel dat het bij haar bestreden besluit met betrekking tot de toepassing van artikel 3.88 Vb 2000 niet deugdelijk is gemotiveerd. (JV 2007/44)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Verlenging verblijfsvergunning
    • Beklagprocedure
    • Nederlands