Trefwoord

Organisatie

  • Rechtbank Den Haag

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 75 resultaten
  1. Rechtbank Den Haag Taal Nederlands De rechtbank Den Haag veroordeelt op 26 april 2018 een verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 jaar voor het uitbuiten van zes vrouwen in de prostiutie, het vervaardigen en het in bezit ...

    De rechtbank Den Haag veroordeelt op 26 april 2018 een verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 jaar voor het uitbuiten van zes vrouwen in de prostiutie, het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen, het gedurende vele jaren dealen in harddrugs, het bezit van harddrugs en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.De verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare posities van de slachtoffers door zijn overwicht als hun dealer en heeft daarnaast ook geprofiteerd van hun verdiensten als prostituee, ook om in zijn eigen seksuele behoeftes te voorzien. Volgens de rechtbank kan dit laatste beschouwd worden als seksuele uitbuiting. De slachtoffers moesten de verdachte seksueel bevredigen, waardoor hun lichamelijke integriteit is geschonden. De verdachte bespaarde hiermee de kosten van een prostituee, terwijl hier geen reële tegenprestatie tegenover stond. Ook hield de verdachte hen afhankelijk van hem door drugs te blijven verstrekken. De verdiensten van de vrouwen moesten worden afgestaan, wederom zonder reële tegenprestatie. Er kan niet van een normale zakelijke relatie worden gesproken.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie Nederland
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Strafrecht
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Kinderpornografische afbeeldingen
    • harddrugs
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands
  2. 2 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Op 22 maart 2018 heeft de rechtbank Den Haag een 27 jarige verdachte veroordeeld wegens mensenhandel, ontucht en vervaardigen, bezit en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen, alles met betrekk ...

    Op 22 maart 2018 heeft de rechtbank Den Haag een 27 jarige verdachte veroordeeld wegens mensenhandel, ontucht en vervaardigen, bezit en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen, alles met betrekking tot een 14-jarig meisje en gedurende de proeftijd van een eerdere veroordeling wegens zedendelicten.Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van een minderjarig meisje. De rechtbank neemt in het bijzonder mee dat de verdachte het slachtoffer, waarvan hij wist dat ze slechts 14 jaar oud was en zich aldus in een kwetsbare positie bevond, op manipulatieve wijze heeft overgehaald om in de prostitutie te gaan werken. Verdachte heeft dit onder andere gefaciliteerd door het plaatsen van advertenties op sekssites, het verstrekken van een werktelefoon en het ter beschikking stellen van een kamer, waar de prostitutiewerkzaamheden konden plaatsvinden. Volgens de rechtbank heeft de verdachte door zijn handelen geen enkel respect getoond voor het slachtoffer; hij had enkel oog voor zijn eigen belangen, die bestonden uit financieel gewin met daarnaast zijn eigen (seksuele) bevrediging. Het wordt de verdachte dan ook bijzonder zwaar aangerekend dat hij voor financieel en seksueel gewin een kwetsbaar minderjarig slachtoffer heeft uitgekozen. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het verspreiden, vervaardigen en het in bezit hebben van twee kinderpornografische afbeeldingen, waar het slachtoffer op te zien was.Daarnaast heeft de rechtbank bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met het strafblad van de verdachte. De verdachte is eerder veroordeeld voor meerdere pedoseksuele delicten, waaruit volgt dat de verdachte dus liep in een proeftijd van een straf voor een vergelijkbaar delict ten tijde van het plegen van de onderhavige delicten.De rechtbank veroordeeld de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar, met oplegging van een TBS-maatregel met dwangverpleging. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Strafrecht
    • Mensenhandel
    • Veroordeling mensenhandel
    • Gevangenisstraf
    • Nederlands
  3. Rechtbank Den Haag Taal Nederlands op 16 juni 2017 is verdachte veroordeeld voor mensenhandel. De Rechtbank Den Haag overwoog dat er was voldaan aan het wettelijke bewijsminimum. Verdachte heeft door middel van dwang, afpersing, misleiding ...

    op 16 juni 2017 is verdachte veroordeeld voor mensenhandel. De Rechtbank Den Haag overwoog dat er was voldaan aan het wettelijke bewijsminimum. Verdachte heeft door middel van dwang, afpersing, misleiding en misbruik van feitelijke omstandigheden aangeefsters tot prostitutie gedreven. Hierbij is volgens de rechtbank van belang dat aangeefsters geen reële of aanvaardbare keuze hebben anders dan het misbruik te ondergaan. Beoogd wordt een ruime bescherming te bieden aan slachtoffers, dus dit mag ruim worden uitgelegd. Daarnaast heeft verdachte financieel gewin gehad aan de werkzaamheden van aangeefsters en hebben zij zelf dit geld niet terug kunnen zien. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde mensenhandel wettig en overtuigend kon worden bewezen.De verdachte krijgt een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden opgelegd. Daarnaast moet een bedrag van 2920,00 euro worden betaald als schadevergoeding aan slachtoffers.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Strafrecht
    • Gevangenisstraf
    • Veroordeling mensenhandel
    • Nederlands
  4. Taal Nederlands 1 Rechtbank Den Haag De Rechtbank Den Haag heeft vijf verdachten vrijgesproken van mensenhandel, oplichting en financiële uitbuiting. Zij werden ervan verdacht een 53-jarige man financieel uitgebuit te hebben. De man werd in ...

    De Rechtbank Den Haag heeft vijf verdachten vrijgesproken van mensenhandel, oplichting en financiële uitbuiting. Zij werden ervan verdacht een 53-jarige man financieel uitgebuit te hebben. De man werd in 2013 onder vervuilde omstandigheden aangtroffen op een woonwagenkamp in Delft. Hij had geen geld en zijn woning en stuk land waren verkocht. Volgens het OM zouden de vijf verdachten geprofiteerd hebben van de kwetsbaarheid van de man en hem hebben aangezet tot de verkoop van zijn land en woning. De rechtbank oordeelde hier anders over en achtte dit, en financiele uitbuiting van de man, niet bewezen. Echter was het voor de rechtbank wel duidelijk dat de man er financieel slechter van is geworden, maar de rechtbank acht niet bewezen dat de verdachten daarin een strafrechtelijk verwijtbaar aandeel hebben gehad.  

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Den Haag
    • Vrijspraak mensenhandel
    • fraud
    • Nederlands
  5. 4 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands De Rechtbank Den Haag veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt hierbij het volgende: 'De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals door de raadsman is bepleit, de verklaringen van de aa ...

    De Rechtbank Den Haag veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt hierbij het volgende:'De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals door de raadsman is bepleit, de verklaringen van de aangeefsters als onbetrouwbaar ter zijde te schuiven. De verklaringen vinden op belangrijke onderdelen voldoende bevestiging in andere bewijsmiddelen, onder andere in de eigen verklaring van verdachte ter zitting en in de verklaringen van aangeefsters over elkaar. De verklaringen zijn bovendien vanaf het begin steeds gedetailleerd en consistent geweest. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster in twijfel te trekken'.'Bij de beoordeling van de vraag of in casu mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, sub 1 Sr bewezen kan worden, dient – gelet op hetgeen ten laste is gelegd – vastgesteld te worden dat sprake was van (een) handeling(en) (werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en/of opnemen), middelen (dwang, geweld, bedreiging met geweld, een andere feitelijkheid, misleiding, misbruik uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van de kwetsbare positie), en het oogmerk van uitbuiting. In de kern gaat het om de vraag of verdachte de bedoeling had om een ander door ongeoorloofde middelen tot prostitutie te brengen'.'Gelet op de weergegeven omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van alle vijf de aangeefsters evident sprake was van uitbuiting. Door gebruik te maken van voornoemde middelen heeft verdachte de aangeefsters tot prostitutiewerk aangezet. Daarmee is sprake van onvrijwillige prostitutie, en dus van uitbuiting. Het hele handelen van verdachte was ook gericht op het laten werken van de aangeefsters in de prostitutie om daarmee winst te maken en een ‘win-win’ situatie te behalen'.'De rechtbank is daarom van oordeel dat de aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde varianten van mensenhandel wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, met uitzondering van het medeplegen en met uitzondering van het hebben van gedwongen (anale) seks'.'Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank in strafverzwarende zin meegewogen dat:- de verdachte kort na de eerste ontmoeting van alle slachtoffers wist dat zij zich in een kwetsbare positie bevonden en daarvan grovelijk misbruik heeft gemaakt;- de verdachte de slachtoffers controleerde of liet controleren;- de verdachte ten aanzien van verschillende slachtoffers geweld heeft gebruikt;- de verdachte verschillende slachtoffers heeft bedreigd;- de verdachte bij de slachtoffers een tatoeage met zijn logo heeft gezet, hen als het ware heeft gebrandmerkt;- de verdachte de slachtoffers in zijn macht had en hen bij eventuele weerstand met succes kon overreden tot het volgen van zijn wil;- de verdachte zich gedurende meerdere jaren schuldig heeft gemaakt aan de feiten'.'De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en het aantal slachtoffers, een voorwaardelijke vrijheidsstraf niet op zijn plaats is en zal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hierna te noemen duur opleggen. Gelet op opgelegde straffen in soortgelijke zaken, zal de rechtbank een gevangenisstraf van kortere duur opleggen dan de officier van justitie heeft gevorderd'.De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaar en een schadevergoeding van 294.000 euro.  

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie Nederland
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Strafrecht
    • Seksuele uitbuiting
    • Strafrecht
    • Gedwongen prostitutie
    • Misbruik van kwetsbare positie van anderen
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands Rechtbank Den Haag De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden wegens mensenhandel van een minderjarige en een schadevergoeding toegewezen wegens schade, van € 66.614,84. De rechtbank oord ...

    De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden wegens mensenhandel van een minderjarige en een schadevergoeding toegewezen wegens schade, van € 66.614,84.De rechtbank oordeelt als volgt: "Verdachte heeft gedurende een periode van ruim zeven jaren [slachtoffer] uitgebuit. [slachtoffer] bevond zich al die tijd in een uiterst kwetsbare positie, aangezien zij op zeer jonge leeftijd door verdachte gescheiden is van haar familie in [land] en vanuit [land] door verdachte is meegenomen naar Nederland. Daar komt bij dat Nederland voor [slachtoffer] een vreemd land was, waar zij (aanvankelijk) de taal niet sprak en de gewoontes niet kende. [slachtoffer] heeft gedurende de jaren dat zij bij verdachte verbleef een achtergestelde positie binnen het gezin van verdachte gehad. Zo was [slachtoffer] illegaal in Nederland, ging zij niet naar school en kreeg zij geen medische zorg. In plaats van naar school gaan, zoals ieder ander kind in Nederland, hield [slachtoffer] zich gedurende de hele dag bezig met het huishouden en had zij de zorg over de gehandicapte dochter van verdachte. Verder werd [slachtoffer] door verdachte bang gemaakt voor de politie. Zo zei verdachte tegen haar dat als zij de politie buiten tegen zou komen, de politie haar terug zou sturen naar [land] vanwege haar illegale status.Verdachte heeft door haar handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer] en heeft daarmee voorts een inbreuk gemaakt op haar fundamentele rechten. De menselijke waardigheid en persoonlijke vrijheid van [slachtoffer] zijn haar door verdachte ontnomen en dit is gebeurd gedurende haar vormende jaren. Jaren waarin [slachtoffer] juist liefde, steun, begeleiding, scholing en zorg mocht verwachten. Verdachte heeft door aldus te handelen [slachtoffer] een vrije en onbezonnen jeugd ontnomen."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Schadevergoeding
    • Huishoudelijk werk
    • Emotionele schade
    • Misbruik van kwetsbare positie
    • Minderjarige
    • Arbeidsuitbuiting
    • Huisslaven
    • Nederlands
  7. Language Dutch 21 reads Court of The Hague De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk wegens het plegen van mensenhandel en poging tot mensenhandel jegens 3 slachtoffers. De r ...

    De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk wegens het plegen van mensenhandel en poging tot mensenhandel jegens 3 slachtoffers. De rechtbank oordeelt als volgt:"Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel en een poging tot mensenhandel. Allereerst heeft hij een verstandelijk beperkte vrouw, die verliefd was op hem, ertoe gebracht om tegen betaling met mannen seksuele handelingen te verrichten en de opbrengsten daarvan aan hem af te staan, waardoor hij voordeel genoot. Daarnaast heeft hij geprobeerd om een vrouw de prostitutie in te brengen door eerst met haar een seksuele relatie aan te gaan en haar vervolgens op allerlei manieren te bedreigen.Verdachte heeft hiermee ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn slachtoffers. Verdachte valt aan te rekenen dat hij, puur uit persoonlijk winstbejag, heeft gehandeld. Verdachte heeft de slachtoffers hiermee in een situatie gebracht welke veelal leidt tot langdurige psychische schade. " 

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Psychische schade
    • Slachtoffers
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Verstandelijk Beperkt
    • Nederlands
  8. Taal Nederlands Rechtbank Den Haag Eiseres is slachtoffer van mensenhandel en heeft een B8 verblijfsvergunning gehad. Aanvraag voor een verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden (voortgezet verblijf) is afgewezen. Eiseres voer ...

    Eiseres is slachtoffer van mensenhandel en heeft een B8 verblijfsvergunning gehad. Aanvraag voor een verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden (voortgezet verblijf) is afgewezen. Eiseres voert onder andere aan dat zij op basis van de IND-werkinstructie gehoord had moeten worden. Verweerder stelt dat het een interne werkinstructie uit 2009 is die in de praktijk niet meer wordt gevolgd. De rechtbank oordeelt:' Nu verweerder betwist dat vermelde werkinstructie uit 2009 nog gehanteerd wordt in de beslispraktijk en eiseres, naar het oordeel van de rechtbank, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder, anders dan betoogd, nog immer toepassing geeft aan deze werkinstructie, volgt de rechtbank eiseres niet in het betoog dat verweerder niet van horen had kunnen afzien op grond van de werkinstructie.' Verder oordeelt de rechtbank:'De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de opgenomen overwegingen, de aangevoerde factoren, ook in onderlinge samenhang bezien, voldoende heeft beoordeeld. Verweerder kan aldus gevolgd worden in zijn standpunt dat van risico’s op represailles niet gebleken is, nu gesteld noch gebleken is dat eiseres ooit nog door de mensenhandelaren is benaderd dan wel bedreigd, dat zij met behulp van derden in staat moet worden geacht te herintegreren in Gambia en dat de medische omstandigheden en overige factoren, op zichzelf, noch in onderlinge samenhang bezien, zijn aan te merken als bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan eiseres blijvend op Nederland zou zijn aangewezen. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd, heeft verweerder onvoldoende kunnen achten voor een ander standpunt. De beroepsgrond slaagt niet.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Voortgezet verblijf
    • Nader gehoor
    • Voortgezet verblijf
    • Hoorplicht
    • IND-werkinstructie
    • Nederlands
  9. Taal Nederlands Rechtbank Den Haag De rechtbank Den Haag heeft het beroep gegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres een vestigingsalternatief in Kinshasa heeft. De rechtbank oo ...

    De rechtbank Den Haag heeft het beroep gegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres een vestigingsalternatief in Kinshasa heeft. De rechtbank oordeelt namelijk als volgt.“Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat eiseres een vestigingsalternatief in Kinshasa heeft. De rechtbank is van oordeel dat dit standpunt onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd. Vast staat dat in Zuid-Kivu sprake is van een zogenoemde 15c-situatie en dat van eiseres niet wordt verlangd dat zij naar die regio terugkeert. Ook is (inmiddels) onbestreden dat eiseres een alleenstaande vrouw is, afkomstig uit Zuid‑Kivu, behorend tot de Banyamulenge bevolkingsgroep. Bij personen uit Zuid-Kivu met een geloofwaardig asielrelaas wordt het vestigingsalternatief Kinshasa niet tegengeworpen. Verweerder heeft ter zitting geen antwoord kunnen geven op de vraag waarom dit van eiseres, nu haar relaas ongeloofwaardig is bevonden, wel kan worden verlangd. De 15c-situatie in Zuid-Kivu en of er voor mensen afkomstig uit die regio een alternatief is om zich te vestigen, staat los van de vraag naar de geloofwaardigheid van het relaas. Van verweerder mag dan ook worden verwacht dat hij de reden en achtergrond van dit onderscheid deugdelijk kan uitleggen. Daar komt bij dat evenmin op zorgvuldige wijze is onderzocht en gemotiveerd hoe eiseres zich in Kinshasa staande zou kunnen houden. Uit het Algemeen ambtsbericht van december 2014 komt naar voren dat vrouwen in de DRC een ondergeschikte positie innemen, discriminatie van vrouwen wijdverbreid is en de algemene positie van de vrouw onverminderd slecht is. Ook komt naar voren dat in het gehele land seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes op grote schaal voorkomt. Alleenstaande vrouwen in Kinshasa die afkomstig zijn uit andere regio’s dan Kinshasa hebben het volgens het ambtsbericht zwaarder dan alleenstaande vrouwen die een baan hebben en/of over een eigen akker kunnen beschikken. Alleenstaande vrouwen uit andere delen van het land zouden zich in Kinshasa kunnen aansluiten bij hun eigen etnische groep. Op de vraag of het voor eiseres mogelijk zou zijn zich bij haar eigen etnische groep aan te sluiten, heeft verweerder er ter zitting op gewezen dat er in Kinshasa (in 2014) 60 à 70 Banyamulenge leven. De rechtbank is van oordeel dat op een inwoneraantal van meer dan 10 miljoen, 60 à 70 mensen (waarbij onduidelijk is hoeveel daarvan vrouw zijn) een te verwaarlozen aantal is. Rekening houdend met het feit dat eiseres geen familie meer heeft, alleenstaand is, al sinds 2012 niet meer in de DRC heeft verbleven en als gezegd tot de Banyamulenge uit Zuid-Kivu behoort, mogen vraagtekens worden geplaatst bij de stelling van verweerder dat aan eiseres het vestigingsalternatief Kinshasa kan worden tegengeworpen. Ook in die zin is het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd.”

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Verblijfsrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Verblijfsvergunning
    • Asiel
    • Alleenstaande vrouw
    • Kinshasa
    • 15c-situatie
    • Kivu
    • Banyamulenge
    • Vestigingsalternatief
    • Asielzoeker
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands Rechtbank Den Haag De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden waarvan drie voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur. Verdachte had door middel van het geven van geld, goeder ...

    De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden waarvan drie voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur. Verdachte had door middel van het geven van geld, goederen en het doen van beloftes geprobeerd drie minderjarige meisjes te bewegen tot het plegen van seksuele handelingen met hem. De rechtbank oordeelt als volgt.“Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie pogingen tot het seksueel verleiden van minderjarige meisjes door middel van chatberichten en het geven van grote sommen geld en andere giften. Daarbij deinsde hij er zelfs niet voor terug om één van deze meisjes cocaïne aan te bieden. Verdachte ging op een zeer geraffineerde wijze te werk, waarbij hij keer op keer de grenzen van de beïnvloedbare tienermeisjes heeft afgetast en op sluwe en structurele wijze heeft geprobeerd deze grenzen waar mogelijk met kleine stapjes te doen opschuiven. Verdachte heeft niet geaarzeld om bij de pogingen zijn seksuele verlangens te verwezenlijken, gebruik te maken van het leeftijdsverschil, zijn positie en status als Europarlementariër en zijn riante inkomen. Ook heeft hij getracht de meisjes te isoleren van hun omgeving, gelet op de chatgesprekken waarin hij benadrukt dat zij niets tegen hun moeder, ouders, zus, vriend of vriendinnetje mogen zeggen. Dit alles maakt dat sprake is geweest van ernstige strafbare feiten. De handelwijze van verdachte raakt de kern van artikel 248a Wetboek van Strafrecht, waarmee de wetgever de bescherming van jeugdigen tegen seksuele verleiding voor ogen heeft gehad. De rechtbank rekent dit verdachte in hoge mate aan. Dat het uiteindelijk niet tot daadwerkelijke seksuele handelingen is gekomen, is een omstandigheid die geenszins aan verdachte te danken is.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Minderjarigen
    • Strafrecht
    • Minderjarig
    • Poging ontucht
    • Sugardaddy
    • Suikeroom
    • Misbruik positie
    • Misbruik status
    • Artikel 248a Wetboek van Strafrecht
    • Europaparlementariër
    • Nederlands

Pagina's