Trefwoord

Organisatie

  • Gerechtshof Amsterdam

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 32 resultaten
  1. Taal Nederlands 1 Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep een verdachte veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich voor 1,5 jaar schuldig gemaakt ...

    Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep een verdachte veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich voor 1,5 jaar schuldig gemaakt heeft aan mensenhandel bij meerdere slachtoffers, dat de verdachte ontuchtige handelingen gepleegd heeft met een slachtoffer jonger dan 16 jaar en dat de verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan het witwassen van de opbrengsten van de prostitutiewerkzaamheden die zijn slachtoffers gedurende 1,5 jaar hebben moeten doen.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • gewoontewitwassen
    • Veroordeling mensenhandel
    • Nederlands
  2. Language Dutch 1 read Amsterdam Court of Justice Het gerechtshof Amsterdam heeft een verdachte in hoger beroep vrijgesproken van mensenhandel, nadat door inconsistente verklaringen van het slachtoffer, niet gebleken is seksuele uitbuiting. Uit die verklar ...

    Het gerechtshof Amsterdam heeft een verdachte in hoger beroep vrijgesproken van mensenhandel, nadat door inconsistente verklaringen van het slachtoffer, niet gebleken is seksuele uitbuiting. Uit die verklaringen wordt niet duidelijk wie het initiatief nam tot seksuele contacten, hoe vaak, wanneer en waar dat gebeurde en hoe de betaling verliep. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Vrijspraak mensenhandel
    • Nederlands
  3. Language Dutch 1 read Amsterdam Court of Justice Het Gerechtshof Amsterdam heeft een verdachte in hoger beroep vrijgesproken van mensenhandel, maar veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes van veertien en vijfti ...

    Het Gerechtshof Amsterdam heeft een verdachte in hoger beroep vrijgesproken van mensenhandel, maar veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes van veertien en vijftien jaar oud. Het Hof heeft de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer getoetst en is van mening dat objectief en consistent steunbewijs voor seksuele uitbuiting ontbreekt.De verdachte heeft geweigerd mee te werken aan een gedragskundige rapportage, dus het is onduidelijk welke straf of maatregel het meest geschikt zou zijn om recidive te voorkomen. Het Hof heeft een gevangenisstraf 3 jaar opgelegd, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden: de verdachte dient zich te houden aan aanwijzingen van de reclassering en hij is verplicht mee te werken aan een ambulante behandeling als de reclassering dit noodzakelijk acht. Er is geen contactverbod opgelegd. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • minderjarig slachtoffer
    • Vrijspraak mensenhandel
    • Ontuchtige Handelingen
    • Nederlands
  4. Gerechtshof Amsterdam Taal Nederlands Op 8 december 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde mensenhandel. Het Hof overwoog dat er geen bewijs naar voren is gekomen dat de verdachte zich schuld ...

    Op 8 december 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde mensenhandel. Het Hof overwoog dat er geen bewijs naar voren is gekomen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde handelingen met betrekking tot artikel 273f Sr.Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 273f Sr en de toepasselijke jurisprudentie volgt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. Het gebrek aan keuzevrijheid en afhankelijkheid komt nader tot uitdrukking in de verschillende bestanddelen van artikel 273f Sr, waarbij deze gedragingen alleen bestraft kunnen worden als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij (oogmerk van) uitbuiting kan worden verondersteld. Het enkele aanwenden van dwangmiddelen is niet voldoende om uitbuiting op te leveren, maar het (impliciet in te lezen) oogmerk van uitbuiting brengt met zich mee dat sprake moet zijn van een (voorgenomen) ernstige inbreuk op de lichamelijke en/of geestelijke integriteit en/of de persoonlijke vrijheid. Het Hof overwoog dat in dit geval sprake was van een uitbuitingssituatie wanneer de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostitue(e) pleegt te verkeren in Nederland. Hier was dit echter niet het geval.Wel kan worden bewezen dat verdachte het slachtoffer heeft bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen door middel van misleiding. In diverse telefoongesprekken vraagt de verdachte aan slachtoffer om geld naar hem over te maken voor doeleinden (die achteraf verzonnen bleken te zijn). Hiermee heeft verdachte doelbewust een foute voorstelling van zaken gegeven.  Het hof heeft echter niet kunnen vaststellen dat van (het oogmerk van) uitbuiting sprake is geweest. Er blijkt geen sprake te zijn van een afhankelijkheidspositie van het slachtofffer aan de verdachte. Het bewijsmateriaal is onvoldoende om te kunnen spreken van een dermate ernstige inbreuk op de lichamelijke of geestelijke integriteit of persoonlijke vrijheid van het slachtoffer dat in dit geval (het oogmerk van) uitbuiting bewezen kan worden geacht.Verdachte wordt vrijgesproken.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • geen oogmerk van uitbuiting
    • Nederlands
  5. Gerechtshof Amsterdam Taal Nederlands Op 13 juli 2016 oordeelde het Hof dat er geen sprake was van mensenhandel aangezien uit de feitelijke omstandigheden onvoldoende overwicht voortvloeide en aangeefster zich niet in een kwetsbare situatie ...

    Op 13 juli 2016 oordeelde het Hof dat er geen sprake was van mensenhandel aangezien uit de feitelijke omstandigheden onvoldoende overwicht voortvloeide en aangeefster zich niet in een kwetsbare situatie bevond. Aangeefster had onder andere zelf aangegeven in de prostitutie te willen gaan werken en als reactie daarop heeft verdachte haar geholpen. Ook in sms'jes wordt duidelijk dat het contact tussen aangeefster en verdachte op vriendelijke wijze plaats vond. Het feit dat twee collega's van aangeefster verklaarden dat aangeefster door verdachte werd gedwongen in de prostitutie te gaan, doet hiet niet aan af. Het enkele leeftijdsverschil tussen aangeefster en verdachte brengt niet zonder meer een overwicht met zich mee. Uit geen van de feiten blijkt dat aangeefster op een bepaalde manier emotioneel afhankelijk was van de verdachte. De verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde nu er onvoldoende bewijsmiddelen zijn.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • onvoldoende overwicht
    • geen kwetsbare situatie
    • Nederlands
  6. Language Dutch 7 reads Amsterdam Court of Justice ECLI:NL:GHAMS:2016:3765   Op 19 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor mensenhandel met betrekking tot een minderjarig slachtoffer. Het hof overweegt onder andere dat art ...

    ECLI:NL:GHAMS:2016:3765 Op 19 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor mensenhandel met betrekking tot een minderjarig slachtoffer. Het hof overweegt onder andere dat artikel 273f eerste lid aanhef en onder 5 Sr ziet op bescherming van kinderen en dat om die reden de eis van het gebruik van dwangmiddelen ontbreekt. Ook uit de wetsgeschiedenis vloeit voort dat de wetgever de strafbaarstelling van op de prostitutiegerichte handelen van minderjarigen geen verdergaande specifieke, uitbuitingsitutatie kenmerkende, omstandigheden heeft willen opleggen.  Verder overweegt het hof dat juist minderjarigen met een problematisch verleden degene zijn die in de prostitutie belanden en dat hun mindere mentale weerbaarheid kwetsbare sociaal-economische positie daar een rol in kunnen spelen.Verdachte wordt veroordeelt tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Veroordeling mensenhandel
    • minderjarig slachtoffer
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands 4 Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt het volgende: Het hof acht bewezen dat de verdachte tezamen met een ander de betreffende minderjarigen heeft vervoerd, overgebrac ...

    Het gerechtshof veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt het volgende:Het hof acht bewezen dat de verdachte tezamen met een ander de betreffende minderjarigen heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen met het oogmerk hen te faciliteren in hun prostitutiewerk en met het oogmerk daarvan te profiteren. Het oogmerk van de verdachte is dan ook op uitbuiting in de zin van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 2, Sr gericht geweest.Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] is komen vast te staan. De bijdrage van de verdachte aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van het hof van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen van mensenhandel ten aanzien van de minderjarige meisjes [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bewezen.Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, onder de omstandigheid dat de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd.Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.   

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  8. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt daarbij het volgende: Het hof acht bewezen dat de verdachte tezamen met een ander de minderjarige heeft vervoerd en overgebracht m ...

    Het gerechtshof veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt daarbij het volgende:Het hof acht bewezen dat de verdachte tezamen met een ander de minderjarige heeft vervoerd en overgebracht met het oogmerk haar te faciliteren in haar prostitutiewerk en met het oogmerk daarvan te profiteren. Het oogmerk van de verdachte is dan ook op uitbuiting in de zin van artikel 273f, aanhef en onder 2 Sr gericht geweest.Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte is komen vast te staan. Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen van mensenhandel ten aanzien van het minderjarige meisje [slachtoffer 1] bewezen.Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen onder de omstandigheid dat de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereiktVeroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  9. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof veroordeelt verdachte voor o.a. mensenhandel en overweegt daarbij het volgende: Het hof acht bewezen dat de verdachte, tezamen met een ander, de betreffende minderjarigen heeft vervoerd, ...

    Het gerechtshof veroordeelt verdachte voor o.a. mensenhandel en overweegt daarbij het volgende:Het hof acht bewezen dat de verdachte, tezamen met een ander, de betreffende minderjarigen heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen met het oogmerk hen te faciliteren in hun prostitutiewerk en met het oogmerk daarvan te profiteren. Het oogmerk van de verdachte is dan ook op uitbuiting in de zin van artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 2 Sr, gericht geweest.Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking bij de verschillende strafbare feiten tussen de verdachte en de medeverdachte is komen vast te staan. Daarmee acht het hof het ten laste gelegde medeplegen van mensenhandel ten aanzien van de minderjarige meisjes [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] bewezen.Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, onder de omstandigheid dat de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd.Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het Gerechtshof Amsterdam verklaart de officier van justitie niet- ontvankelijk ten aanzien van het tenlaste gelegde over mensenhandel in het buitenland.  Het hof overweegt het volgende: Voor de feiten, ...

    Het Gerechtshof Amsterdam verklaart de officier van justitie niet- ontvankelijk ten aanzien van het tenlaste gelegde over mensenhandel in het buitenland. Het hof overweegt het volgende:Voor de feiten, gepleegd in Roemenië en/of Hongarije (en niet deel uitmakend van een feitencomplex dat zich óók in Nederland voordoet), ontbreekt de rechtsmacht van de Nederlandse strafrechter.Op grond van het hier van toepassing zijnde artikel 5a (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is de Nederlandse strafwet slechts van toepassing op de vreemdeling die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een strafbaar feit als hier ten laste gelegd voor zover deze vreemdeling een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft ten tijde van het plegen van dit feit dan wel nadien een vaste woon- of verblijfplaats heeft gekregen in Nederland. Nu de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had in de tenlastegelegde periode, en het dossier geen bewijsmiddel bevat waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte nadien vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft gekregen, zal de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging waar het dit onderdeel van het eerste feit van zaak B betreft.Het hof oordeelt wel dat verdachte zich o.a. schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, meermalen gepleegd en mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. Daarvan zijn vier jonge vrouwen het slachtoffer geworden, van wie één slachtoffer minderjarig was. De vrouwen moesten vele uren per dag in de prostitutie werken om door de verdachte bepaalde bedragen bij elkaar te verdienen. De verdachte heeft drie van hen geslagen wanneer dit niet lukte. Ook bedreigde hij een aantal van hen. De vrouwen moesten al hun in de prostitutie verdiende geld aan de verdachte afstaan. Hij controleerde hen, zodat zij geen geld voor hem konden achter houden. Bij het begaan van deze feiten heeft de verdachte ook anderen ingezet.Door te handelen als bewezen verklaard heeft de verdachte, gebruikmakend van het overwicht dat hij had op de nog jonge slachtoffers die uit het buitenland afkomstig waren, misbruik gemaakt van hun kwetsbare situatie. Hij heeft daarbij op indringende wijze inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en geestelijke integriteit en voorts op de vrijheid die zij zouden moeten hebben om hun eigen leven vorm te geven. De verdachte heeft zich in overwegende mate laten leiden door zijn zucht naar financieel gewin en de belangen van de slachtoffers bij het behoud van hun waardigheid en zelfbeschikkingsrecht daaraan volledig ondergeschikt gemaakt.Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren en 10 (tien) maanden.  

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Niet-ontvankelijk
    • Mensenhandel
    • Nederlands

Pagina's