Documentsoort

Trefwoord

  • Ministeries en Uitvoeringsorganisaties
  • Wetten en besluiten
  • Bestuursrecht

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 161 resultaten
  1. Taal Nederlands 10 oktober heeft kabinet Rutte III het nieuwe regeerakkoord overhandigd met daarin de plannen met betrekking tot mensenhandel. Zo zal er op verschillende manieren geinvesteerd worden in de strijd tegen mensenhandel. Om te be ...

    10 oktober heeft kabinet Rutte III het nieuwe regeerakkoord overhandigd met daarin de plannen met betrekking tot mensenhandel. Zo zal er op verschillende manieren geinvesteerd worden in de strijd tegen mensenhandel. Om te beginnen, zal er geïnvesteerd worden in internationaal opsporingsonderzoek. Daarnaast zal er structureel meer geld beschikbaar worden gesteld voor uitstapprogramma's voor prostituees om hen op deze manier te helpen. Ook zal er geïnvesteerd worden in speciale Prostitutie Controle Teams en komt er extra geld ter beschikking voor slachtoffers van mensenhandel. Daarnaast belooft het nieuwe regeerakkoord verscheidene investeringen, waaronder een wetswijziging van het wetsvoorstel Regulering prostitutie ten behoeve van de uniformiteit om op deze manier te voorkomen dat daders van mensenhandel gebruik kunnen maken van de ongelijke toezicht- en handhavingsmogelijkheden. Daarnaast zal er een vergunningsplicht voor alle vormen van bedrijfsmatige seksuele dienstverlening komen,  wordt er een pooierverbod ingelast en komt er een wettelijke grondslag voor lokale intakegesprekken met als doel zicht te houden op de prostituees om misstanden te voorkomen. Kijkend naar het budgettair overzicht, zal er van het budget dat ter beschikking is gesteld voor preventiemaatregelen, jaarlijks structureel 2 miljoen euro bijkomen voor slachtoffers van mensenhandel. Dit zal aangevuld worden met 4 miljoen euro in 2018, 3 miljoen euro in 2019, 3 miljoen euro in 2020 en 2 miljoen euro in 2021. Het gehele regeerakkoord is te vinden via onderstaande link:https://www.tweedekamer.nl/sites/default/files/atoms/files/regeerakkoord20172021.pdf

    Overheidspublicaties

    • Ministeries en Uitvoeringsorganisaties
    • regeerakkoord
    • investeringen
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands 1 Raad van State De Raad van State heeft op 27 januari 2016 het hoger beroep van exploitant ongegrond verklaard. De burgemeester heeft de verzochte exploitatievergunningen voor twee raambordelen terecht geweigerd aan exploita ...

    De Raad van State heeft op 27 januari 2016 het hoger beroep van exploitant ongegrond verklaard. De burgemeester heeft de verzochte exploitatievergunningen voor twee raambordelen terecht geweigerd aan exploitant.De Raad van State oordeelt als volgt: “De Afdeling ziet in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat minder beperkende maatregelen bestaan waarmee het beoogde doel kan worden bereikt. Zij betrekt daarbij dat het gebruik maken van personen die vertalen, zoals door [appellant] voorgesteld, rekening houdend met de bijzonderheden van het betrokken type activiteit, het risico met zich brengt dat door de aanwezigheid van deze derden de beoogde signaalfunctie van het intakegesprek wordt beïnvloed. [..]De rechtbank heeft terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de burgemeester de in de rapportage van 1 april 2011 omschreven bevindingen wat de verhuur van kamers betreft niet heeft mogen betrekken in zijn beoordeling van de aanvragen van [appellant]. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat hoewel een prostituee ook een kamer zou kunnen huren bij een andere exploitant, dit niet betekent dat deze maatregel in elk geval wat betreft de huur van kamers bij dezelfde exploitant, niet het beoogde effect zou kunnen ressorteren en daarmee illusoir is. Daar komt bij dat de burgemeester zich in dit verband tevens op het standpunt heeft mogen stellen dat ook dient te worden gewaakt voor uitbuiting door de exploitant in het kader van de verhuur van kamers. [..]Gelet op het voorgaande heeft de burgemeester zich, zoals de rechtbank heeft overwogen, op het standpunt mogen stellen dat [appellant] de bedrijfsadministratie, noodzakelijk voor het toezicht op de naleving van de voorschriften, niet heeft kunnen tonen. Dat de toezichthouders niettemin een deel van de administratie hebben kunnen controleren, vindt, gelet op hetgeen [appellant] blijkens de rapportage aan de toezichthouders heeft verklaard, geen grondslag in de rapportage van 24 juni 2011[..] Met de rechtbank is de Afdeling verder van oordeel dat de burgemeester deze gebeurtenissen mocht betrekken bij zijn beoordeling of hij voldoende aannemelijk acht dat de exploitant de in artikel 3.32 van de Apv neergelegde verplichtingen zal naleven, als bedoeld in artikel 3.30, tweede lid, van de Apv. De burgemeester heeft in dit verband gemotiveerd dat deze gebeurtenissen hem sterken in zijn standpunt dat de bedrijfsvoering van [appellant] geen zodanige waarborgen biedt dat aan de in artikel 3.32 van de Apv neergelegde verplichtingen wordt voldaan. De burgemeester heeft [appellant] in dit verband niet tegengeworpen dat hij betrokken is bij mensenhandel. [..]De rechtbank heeft voorts terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de burgemeester niet in redelijkheid de verzochte vergunningen heeft kunnen weigeren. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de burgemeester in redelijkheid het belang dat is gediend met de weigering van de verzochte vergunningen zwaarder kunnen laten wegen dan het belang van [appellant] bij afgifte van die vergunningen. De burgemeester heeft daarbij in aanmerking mogen nemen dat [appellant] met de exploitatie van het prostitutiebedrijf aan de [locatie 3] alsnog in de gelegenheid is om aannemelijk te maken dat hij zijn bedrijfsvoering op orde heeft en kan houden en dat voldoende waarborgen bestaan dat de in de Apv neergelegde verplichtingen worden nageleefd, gegeven de kwetsbare positie waarin de prostituees zich bevinden.” 

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Nederland
    • Raad van State
    • Exploitant
    • Raamprostitutie
    • Taalvereiste
    • Exploitatievergunning
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands Rechtbank Midden-Nederland De rechtbank Midden-Nederland heeft de exploitatievergunning van eiser ingetrokken en het hotel gesloten. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat in het hotel illegale p ...

    De rechtbank Midden-Nederland heeft de exploitatievergunning van eiser ingetrokken en het hotel gesloten. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat in het hotel illegale prostitutie is geconstateerd.

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Strafrecht
    • Hotelprostitutie
    • Exploitatie
    • Bestuursrecht
    • Exploitatievergunning
    • Illegale prostitutie
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  4. 2 Tweede Kamer Taal Nederlands In dit document staat het voorstel tot de wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES, houdende de invoering van de strafbaarstelling van misbruik van prostitué(e)s die slachtoffe ...

    In dit document staat het voorstel tot de wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES, houdende de invoering van de strafbaarstelling van misbruik van prostitué(e)s die slachtoffer van mensenhandel zijn. In het wetsvoorstel staat het volgende:'In artikel I komt artikel 273g te luiden:1. Hij die seksuele handelingen verricht met een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich onder de in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, bedoelde omstandigheden beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.2. De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie indien degene ten aanzien van wie het in het eerste lid omschreven feit wordt gepleegd een persoon is die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.'

    Wetgeving

    • Wetten en besluiten
    • Nederland
    • Tweede Kamer
    • Wet Regulering Prostitutie en bestrijding misstanden Seksbranche (WRP)
    • Wet strafbaarstelling misbruik prostitué(e)s die slachtoffer zijn van mensenhandel
    • Strafbaarstelling
    • Nederlands
  5. 2 Tweede Kamer Taal Nederlands Dit document bevat het verslag omtrent de inontvangstname van het vernieuwde wetsvoorstel omtrent de wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES, houdende de invoering van de stra ...

    Dit document bevat het verslag omtrent de inontvangstname van het vernieuwde wetsvoorstel omtrent de wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES, houdende de invoering van de strafbaarstelling van misbruik van prostitué(e)s die slachtoffer van mensenhandel zijn. Het volgende komt hierin naar voren: 'De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.' 'De leden van de CDA-fractie zijn het met de initiatiefnemers eens dat de novelle van de Wrp een afgezwakte versie is van het oorspronkelijke voorstel maar dat het wel zaak is dat dit wetsvoorstel snel wordt ingevoerd. Deze leden vragen de initiatiefnemers of zij enig idee hebben waarom de Kamer nog steeds niet de nota naar aanleiding van het verslag van dit wetsvoorstel heeft ontvangen, terwijl het verslag van de commissie al in april 2014 aan de regering is verzonden. Bij brief van 8 juli 2015 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie aangegeven dat de Kamer uiterlijk 16 juli 2015 de nota naar aanleiding van het verslag zal ontvangen. Voornoemde leden vragen welke onderdelen uit dit verslag zo lastig te beantwoorden zijn door de regering, gezien de lange antwoordtermijn. Zij zijn benieuwd of de initiatiefnemers hier meer zicht op hebben gelet op de mogelijke afstemming over onderhavig wetsvoorstel. Kunnen zij dientengevolge aangeven waarom dit wetsvoorstel zo vertraagd wordt vanuit de zijde van de regering?' Klik hier voor het vernieuwde wetsvoorstel. 

    Wetgeving

    • Wetten en besluiten
    • Nederland
    • Tweede Kamer
    • Wet Regulering Prostitutie en bestrijding misstanden Seksbranche (WRP)
    • Wet strafbaarstelling misbruik prostitué(e)s die slachtoffer zijn van mensenhandel
    • Nederlands
  6. 24 reads Language Dutch The report explores the effectiveness of the offence ‘abuse of a victim of sex trade’, (Criminal Code, chapter 20 section 8). Enacted in 2006, this provision prohibits the purchasing of sex from a victim of human trafficking or pro ...

    The report explores the effectiveness of the offence ‘abuse of a victim of sex trade’, (Criminal Code, chapter 20 section 8). Enacted in 2006, this provision prohibits the purchasing of sex from a victim of human trafficking or procuring. It is complemented by section 7 of the Public Order Act, which prohibits the purchasing and the offering for sale and selling of sex in a public place.The report also explores the situation in the UK and Sweden. Sweden has had a comprehensive sex purchase ban in place since 1999. Information on the situation in Sweden is available in a report published in 2010 and the annual reports of the National Rapporteur on Trafficking in Human Beings. The relevant legislation in the UK as reformed in 2009 closely resembles the Finnish corresponding legislation. Because no study of the effectiveness of the British legislation has yet been conducted, interviews were conducted to gain a better picture.

    Overheidspublicaties

    • Ministeries en Uitvoeringsorganisaties
    • Finland
    • Strafbaarstelling prostituant
    • Prostituant (klant)
    • Engels
  7. Taal Nederlands 1 Rechtbank Den Haag De rechtbank is van oordeel ‘dat sprake is van ‘more than normal emotional ties’ tussen moeder en eiseres en derhalve van beschermenswaardig familie- en gezinsleven tussen eiseres en haar moeder. De volle ...

    De rechtbank is van oordeel ‘dat sprake is van ‘more than normal emotional ties’ tussen moeder en eiseres en derhalve van beschermenswaardig familie- en gezinsleven tussen eiseres en haar moeder. De volledige intrekking van de verblijfsvergunning en de oplegging van het inreisverbod leveren dan ook een inmenging in het familie- en gezinsleven op.’ De vraag ligt voor of verweerder op grond van artikel 8 van het EVRM van het opleggen van het inreisverbod en intrekking van de verblijfsvergunning af had moeten zien.Uit het uittreksel van het Justitieel Documentatieregister blijkt dat eiseres voor en na haar veroordeling in 2012 niet in aanraking is gekomen met justitie. Ook wordt het recidiverisico als laag ingeschat. De rechtbank acht voorts van belang dat eiseres op tienjarige leeftijd naar Nederland is gekomen, zij hier is opgegroeid en hier naar school is gegaan. Zwaar gewicht kan worden toegekend aan het feit dat, nu eiseres thans vijftien jaar in Nederland verblijft, zij aanzienlijke banden heeft met Nederland en gezien haar leeftijd navenant minder banden met Oekraïne. Ook de moeder van eiseres verblijft al vijftien jaar in Nederland en heeft hier een relatie. Bovendien is eiseres nimmer door verweerder uitgezet, terwijl zij wel in beeld was bij verweerder en geen rechtmatig verblijf had. Uit het BMA-advies kan worden afgeleid dat bij eiseres sprake is van fysieke klachten die psychosociaal kunnen worden geduid, PTSS en suïcidaliteit. Tevens blijkt dat moeder mantelzorg verleent aan eiseres. Bij terugkeer naar Donetsk, waar eiseres vandaan komt, zal eiseres terecht komen in een oorlogssituatie. Gelet op haar medische situatie en het feit dat eiseres niet in Oekraïne is opgegroeid, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres zich daar zal kunnen handhaven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ten onrechte niet onderzocht in hoeverre terugkeer naar Oekraïne voor de moeder van eiseres en haar partner, mede gezien de oorlogssituatie aldaar, een “degree of hardship” op zal leveren.Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel ‘dat geen fair balance is gevonden tussen enerzijds het belang van eiseres bij uitoefening van haar privéleven en uitoefening van het familieleven met haar moeder hier te lande en anderzijds het algemeen belang van de Nederlandse samenleving. Daaruit volgt dat niet kan worden volgehouden dat verweerder zich met het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het inreisverbod en de intrekking van de verblijfsvergunning niet in strijd zijn met artikel 8 van het EVRM. Het bestreden besluit is dan ook genomen in strijd met de artikelen 8 van het EVRM en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.’  

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Recidive
    • Verblijfsvergunning
    • Artikel 8 EVRM
    • Inreisverbod
    • Terugkeer
    • Nederlands
  8. Language Dutch 127 reads Ministry of Justice (Dutch) Volledige titel:  Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, nummer WBV 2014/36, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 Uiterlijk op 20 juli 2015 mo ...

    Volledige titel: Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, nummer WBV 2014/36, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000Uiterlijk op 20 juli 2015 moet de richtlijn 2013/32/EU (verder: de Procedurerichtlijn) in de Nederlandse wet- en regelgeving zijn geïmplementeerd. Het doel van deze richtlijn is gemeenschappelijke procedures vast te stellen voor de toekenning of intrekking van internationale bescherming in de Europese Unie. De richtlijn stelt daartoe normen waaraan een asielprocedure dient te voldoen. Op verschillende punten noopt de richtlijn tot aanpassingen van de Nederlandse wet- en regelgeving en de uitvoeringspraktijk. Eén van de aanpassingen in de uitvoeringspraktijk betreft de wijze van motiveren van de beoordeling van de geloofwaardigheid. Hoewel de richtlijn pas in juli 2015 in werking treedt zal al met ingang van 1 januari 2015 het leerstuk van de ‘positieve overtuigingskracht’ worden losgelaten. Vanaf die datum zal een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling centraal staan. Op die wijze worden medewerkers van de IND al in een vroegtijdig stadium betrokken bij de veranderingen waarmee zij te maken zullen krijgen. Met het oog op het door de richtlijn vereiste volledige en ex nunc onderzoek door de rechtbank in eerste aanleg, is het van groot belang om de toetsing van de geloofwaardigheid zo inzichtelijk mogelijk te maken. Door de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling wordt de kenbaarheid van de afwegingen verbeterd. Dit kan het onderzoek van de rechtbank vergemakkelijken in zoverre dat naarmate een beschikking beter is gemotiveerd, voor de rechtbank meer inzichtelijk wordt hoe de IND tot zijn besluit is gekomen. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2015 in de afwijzende beschikkingen van de IND de geloofwaardigheidsbeoordeling op een andere wijze zichtbaar zal zijn in de motivering. Middels dit WBV wordt de tekst van de Vc in lijn gebracht met de terminologie van de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling. Een nadere instructie vindt plaats op het niveau van een (openbare) werkinstructie voor de IND medewerkers.

    Wetgeving

    • Wetten en besluiten
    • Ministerie van Veiligheid en Justitie
    • Procedurerichtlijn
    • Nederlands
  9. 58 reads Language Dutch Provenance:  www.contrelatraite.org. Un engagement fort de la diplomatie française La traite des êtres humains Depuis de nombreuses années, la France s’engage à lutter contre la crimi- nalité organisée. Elle a ratifié, en 2002, la ...

    Provenance: www.contrelatraite.org.

    Overheidspublicaties

    • Ministeries en Uitvoeringsorganisaties
    • Frans
  10. 114 reads Language Dutch De rechtbank oordeelt dat verweerder de exploitatievergunning mocht intrekken: 'Ook de stelling van eiseres dat de exploitanten niet wisten dat er in het horecabedrijf prostitutieactiviteiten werden verricht, kan naar het oor ...

    De rechtbank oordeelt dat verweerder de exploitatievergunning mocht intrekken:'Ook de stelling van eiseres dat de exploitanten niet wisten dat er in het horecabedrijf prostitutieactiviteiten werden verricht, kan naar het oordeel van de rechtbank niet slagen. Gelet op de verschillende constateringen kan niet worden gezegd dat dit slechts een incidenteel karakter heeft. Daarbij merkt de rechtbank op dat het de verantwoordelijkheid is van de exploitanten om op de hoogte te zijn van hetgeen er gebeurt in hun horecagelegenheid en maatregelen te treffen ter voorkoming van prostitutieactiviteiten. Op de exploitanten rust immers de verplichting om te doen wat nodig is voor een goede gang van zaken. De rechtbank is daarbij van oordeel dat uit hoofde van de aard van het bedrijf van eiseres verweerder hoge eisen mag stellen wat betreft de bedrijfsvoering. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal van 30 augustus 2011 dat de eigenaar op 12 augustus 2011 heeft verklaard dat er ‘voor wat meer geld met één of meerdere dames in een kamer een pleziertje kan worden beleefd’. De rechtbank acht het onder deze omstandigheden niet aannemelijk dat de eigenaar niet van de activiteiten op de hoogte was.'

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Prostitutie
    • Nederlands

Pagina's