• Ministeries en Uitvoeringsorganisaties
  • Bestuursrecht
  • Inreisverbod
Resultaten 1 - 1 van totaal 1 resultaten
  1. Taal Nederlands 1 Rechtbank Den Haag De rechtbank is van oordeel ‘dat sprake is van ‘more than normal emotional ties’ tussen moeder en eiseres en derhalve van beschermenswaardig familie- en gezinsleven tussen eiseres en haar moeder. De volle ...

    De rechtbank is van oordeel ‘dat sprake is van ‘more than normal emotional ties’ tussen moeder en eiseres en derhalve van beschermenswaardig familie- en gezinsleven tussen eiseres en haar moeder. De volledige intrekking van de verblijfsvergunning en de oplegging van het inreisverbod leveren dan ook een inmenging in het familie- en gezinsleven op.’ De vraag ligt voor of verweerder op grond van artikel 8 van het EVRM van het opleggen van het inreisverbod en intrekking van de verblijfsvergunning af had moeten zien.Uit het uittreksel van het Justitieel Documentatieregister blijkt dat eiseres voor en na haar veroordeling in 2012 niet in aanraking is gekomen met justitie. Ook wordt het recidiverisico als laag ingeschat. De rechtbank acht voorts van belang dat eiseres op tienjarige leeftijd naar Nederland is gekomen, zij hier is opgegroeid en hier naar school is gegaan. Zwaar gewicht kan worden toegekend aan het feit dat, nu eiseres thans vijftien jaar in Nederland verblijft, zij aanzienlijke banden heeft met Nederland en gezien haar leeftijd navenant minder banden met Oekraïne. Ook de moeder van eiseres verblijft al vijftien jaar in Nederland en heeft hier een relatie. Bovendien is eiseres nimmer door verweerder uitgezet, terwijl zij wel in beeld was bij verweerder en geen rechtmatig verblijf had. Uit het BMA-advies kan worden afgeleid dat bij eiseres sprake is van fysieke klachten die psychosociaal kunnen worden geduid, PTSS en suïcidaliteit. Tevens blijkt dat moeder mantelzorg verleent aan eiseres. Bij terugkeer naar Donetsk, waar eiseres vandaan komt, zal eiseres terecht komen in een oorlogssituatie. Gelet op haar medische situatie en het feit dat eiseres niet in Oekraïne is opgegroeid, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres zich daar zal kunnen handhaven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ten onrechte niet onderzocht in hoeverre terugkeer naar Oekraïne voor de moeder van eiseres en haar partner, mede gezien de oorlogssituatie aldaar, een “degree of hardship” op zal leveren.Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel ‘dat geen fair balance is gevonden tussen enerzijds het belang van eiseres bij uitoefening van haar privéleven en uitoefening van het familieleven met haar moeder hier te lande en anderzijds het algemeen belang van de Nederlandse samenleving. Daaruit volgt dat niet kan worden volgehouden dat verweerder zich met het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het inreisverbod en de intrekking van de verblijfsvergunning niet in strijd zijn met artikel 8 van het EVRM. Het bestreden besluit is dan ook genomen in strijd met de artikelen 8 van het EVRM en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.’  

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Recidive
    • Verblijfsvergunning
    • Artikel 8 EVRM
    • Inreisverbod
    • Terugkeer
    • Nederlands