Documentsoort

  • Ministeries en Uitvoeringsorganisaties
  • EU wetgeving
  • Minderjarige
  • Vreemdelingenrecht
Resultaten 1 - 8 van totaal 8 resultaten
  1. 74 reads Court of Rotterdam Language Dutch Beroep van eiser van Sierra Leonese afkomst tegen de maatregel van bewaring. Het betoog van eiser dat hij onrechtmatig is staandegehouden slaagt niet. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 5 maar ...

    Beroep van eiser van Sierra Leonese afkomst tegen de maatregel van bewaring. Het betoog van eiser dat hij onrechtmatig is staandegehouden slaagt niet. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 5 maart 2010 (LJN BL7419) oordeelt de rechtbank de informatie verkregen uit het politieonderzoek in december 2010 ten tijde van de staandehouding van eiser voldoende was voor een, naar objectieve maatstaven gemeten, redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de staandehouding van eiser rechtmatig was.Eiser stelt dat de gronden voor de maatregel deze niet kunnen dragen. Verweerder stelt dat er aanwijzingen zijn om te vermoeden dat eiser zich aan de uitzetting zal onttrekken, hetgeen volgens verweerder blijkt uit de omstandigheden dat eiser: (a) geen identiteitspapier als bedoeld in artikel 4.21 Vb bezit, (b) geen vaste woon-of verblijfplaats heeft, (c) zich niet heeft aangemeld bij de korpschef, (d) eerder niet rechtmatig in Nederland verbleef en (e) onvoldoende middelen van bestaan heeft. De omstandigheden als hiervoor genoemd onder (c) en (d) zijn niet bestreden door eiser.Dit is voor de rechtbank voldoende om te oordelen dat voldaan is aan art. 15 lid 1(b) Tri. Met betrekking tot het feit dat eiser minderjarig is, oordeelt de rechtbank dat niet is gebleken dat er buiten de jeugdinrichting waar hij momenteel verblijft voor hem opvang beschikbaar is die hem de benodigde zorg en bescherming kan bieden en waar de kans op onttrekkingsgevaar minimaal is. Gelet hierop kan niet gezegd worden dat verweerder in strijd met art. 17 lid 1 Tri of paragraaf A6/1.5 Vc heeft gehandeld. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Rotterdam
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Minderjarige
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  2. Language Dutch 66 reads Court of Zeeland-West-Brabant Beroep ongegrond. De vreemdeling heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij door zijn vader gedwongen naar Nederland is gestuurd om te werken. Aan de verklaring dat de vreemdeling door z ...

    Beroep ongegrond. De vreemdeling heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij door zijn vader gedwongen naar Nederland is gestuurd om te werken. Aan de verklaring dat de vreemdeling door zijn vader geslagen is, wordt niet die waarde gehecht als door de vreemdeling is gedaan nu hij dit niet in een eerdere fase heeft vermeld. Dat de vreemdeling risico zou lopen op een behandeling in strijd met art. 3 EVRM, aangezien hij niet weet wat zijn vader gaat doen nu hij de waarheid heeft verteld is niet aannemelijk.De rechtbank is van oordeel dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Egypte een reëel risico loopt op schending van art. 3 EVRM. De gemachtigde heeft in dit verband ter zitting aangevoerd dat de vreemdeling zich niet aan het gezag van zijn vader kan onttrekken en dat hij derhalve bloot staat aan het risico van hernieuwde mishandeling. Voor kinderen zouden andere maatstaven ten aanzien van art. 3 EVRM gehanteerd dienen te worden.Dat de vreemdeling niet weet hoe zijn vader gaat reageren nu hij bij zijn asielaanvraag uiteindelijk de waarheid heeft verteld, neemt naar het oordeel van de rechtbank niet weg dat de vreemdeling inmiddels ouder is geworden en zich daarmee onafhankelijker ten opzichte van zijn vader dan voorheen kan opstellen.Niet weersproken is dat de vreemdeling toen hij opgesloten was door zijn vader, geen eten, drinken, persoonlijke hygiëne of slaap is onthouden en dat dit geenszins als een behandeling in de zin van schending van art. 3 EVRM aangemerkt kan worden. De vreemdeling heeft voorts niet aannemelijk weten te maken dat zijn vader hem bij terugkeer zal straffen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Minderjarige
    • Kinderhandel
    • Nederlands
  3. 188 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Verzoeker is minderjarig en afkomstig uit Herat, district Guzara. Verweerder heeft in het besluit toegegeven dat kinderarbeid in Afghanistan voorkomt. Volgens verweerder heeft verzoeker echter niet aannemeli ...

    Verzoeker is minderjarig en afkomstig uit Herat, district Guzara. Verweerder heeft in het besluit toegegeven dat kinderarbeid in Afghanistan voorkomt. Volgens verweerder heeft verzoeker echter niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker voor een Europees bedrijf heeft gewerkt op een internationaal vliegveld. Op welke feiten en omstandigheden verweerder dat standpunt baseert heeft verweerders gemachtigde desgevraagd niet kunnen ophelderen. Dit standpunt berust niet op een dragende motivering.Uit het ambtsbericht van 15 april 2009 blijkt dat de situatie in het district Guzara in de provincie Hirat als relatief veilig wordt bestempeld. Uit de UNHCR Guidelines van juni 2009 valt dat niet op te maken. Uit beide bronnen volgt dat de algemene situatie in de provincie Hirat is verslechterd. Verweerder had, nu het bij de UNHCR gaat om een gezaghebbende informatiebron, moeten motiveren waarom verweerder, van oordeel is dat Guzara nog steeds relatief veilig is. De aanvraag is ten onrechte in het kader van de AC-procedure afgewezen. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Afghanistan
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Asielprocedure
    • Kinderarbeid
    • Minderjarige
    • Nederlands
  4. 10 Rechtbank Midden-Nederland Taal Nederlands Beroepen gegrond. De vreemdelingen – twee minderjarige broers – hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij in Mongolië als straatkinderen werden bedreigd, gemarginaliseerd en gedi ...

    Beroepen gegrond. De vreemdelingen – twee minderjarige broers – hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij in Mongolië als straatkinderen werden bedreigd, gemarginaliseerd en gediscrimineerd. Tevens stellen zij bij terugkeer te vrezen voor vervolging naar aanleiding van verdenking van moord.De staatssecretaris heet de asielaanvragen afgewezen op grond van artikel 31, lid 1 Vw, waarbij hun asielrelaas geloofwaardig is bevonden, maar de gestelde, aan dat relaas ontleende vrees niet plausibel dan wel zwaarwegend. Vaststaat dat de staatssecretaris het vermoeden van eisers dat zij bij terugkeer in detentie zullen belanden plausibel heeft geacht. Wat partijen verdeeld is of aannemelijk is dat de detentie een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM oplevert.Gelet op het algemeen ambtsbericht van Mongolië van 14 januari 2010 slaagt het betoog van de vreemdelingen dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de plausibel geachte omstandigheden dat zij in bij terugkeer in detentie zullen belanden, juist ook gelet op hun minderjarigheid, onvoldoende zwaarwegend zijn voor verlening van de verblijfsvergunning.De vreemdelingen hebben voorts gesteld dat zij in aanmerking moeten komen voor een verblijfsvergunning regulier als amv. Daarbij hebben zij aangevoerd dat voor hen geen adequate opvang mogelijk is.De rechtbank stelt dat niet aannemelijk is geworden dat de opvangtehuizen in Mongolië niet adequaat zouden zijn. Derhalve slaagt de beroepsgrond niet. De rechtbank wijst ten slotte het verzoek van de vreemdelingen om zelf in de de zaak te voorzien af, maar ziet wel aanleiding om in verband met de vernietiging van de bestreden besluiten vanwege het eerder vastgestelde motiveringsgebrek, ter bespoediging van de finale beslechting van het geschil, de staatssecretaris op te dragen binnen vier weken nieuwe besluiten te nemen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Mongolië
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling (AMV)
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Minderjarige
    • Nederlands
  5. Language Dutch 42 reads European Commission Dit werkdocument hoort bij het rapport van de Europse Commissie. Het geeft een beschrijving van de acties uitgevoerd op EU- en nationaal niveau met het oog op de uitvoering van het Actieplan 'niet-begeleide ...

    Dit werkdocument hoort bij het rapport van de Europse Commissie. Het geeft een beschrijving van de acties uitgevoerd op EU- en nationaal niveau met het oog op de uitvoering van het Actieplan 'niet-begeleide minderjarigen' en de conclusies van de Raad over niet-begeleide minderjarigen tussen mei 2010 en juni 2012.

    Wetgeving

    • Voorstellen en rapporten van de Europese Commissie
    • Europese Commissie
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Minderjarige
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Engels
  6. Language Dutch 69 reads Court of Amsterdam Eiseres is alleenstaande minderjarige. De rechtbank heeft de zaak verwezen naar de meervoudige kamer en heeft bovendien onderzoek ter plaatse (schouw), in het AC Schiphol, gehouden. Ter beoordeling staat de recht ...

    Eiseres is alleenstaande minderjarige. De rechtbank heeft de zaak verwezen naar de meervoudige kamer en heeft bovendien onderzoek ter plaatse (schouw), in het AC Schiphol, gehouden. Ter beoordeling staat de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw.De rechtbank ziet aanleiding om het betoog van eiseres dat verweerder heeft nagelaten een op eiseres toegespitste belangenafweging te maken en dat de verblijfsomstandigheden in het AC voor haar ongeschikt zijn, te beoordelen in het licht van de vraag of haar detentie in het AC rechtmatig is in het AC rechtmatig is als bedoeld in artikel 5, eerste lid en onder f, van het EVRM.Onder verwijzing naar de jurisprudentie van het EHRM, onder meer het arrest van 29 januari 2008 inzake Saadi (LJN: BC6246), noemt de rechtbank vier criteria om te beoordelen of detentie van asielzoekers aan wie de toegang tot het grondgebied is geweigerd willekeurig is.De rechtbank oordeelt dat de grensdetentie van eiseres, een 17-jarige alleenstaande asielzoekster, in AC Schiphol niet te goeder trouw is opgelegd. Voorts is het AC Schiphol qua gebouw noch anderszins aangepast aan het verblijf van minderjarige asielzoekers als eiseres. De bewaring was dan ook willekeurig. Beroep gegrond in verband met strijd met artikel 5, eerste lid, aanhef en onder f van het EVRM.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Artikel 5 EVRM
    • Minderjarige
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Nederlands
  7. Language Dutch 70 reads Court of Amsterdam Op 21 oktober is eiser op grond van artikel 59 Vw in bewaring gesteld. Verweerder heeft eiser op 5 november 2010 overgeplaatst vanuit een jeugdinrichting naar AC Schiphol om daar asiel aan te vragen. Tegen het be ...

    Op 21 oktober is eiser op grond van artikel 59 Vw in bewaring gesteld. Verweerder heeft eiser op 5 november 2010 overgeplaatst vanuit een jeugdinrichting naar AC Schiphol om daar asiel aan te vragen. Tegen het besluit tot voortduring van de bewaring stelt eiser op 12 november beroep in.De rechtbank zoekt aansluiting bij een uitspraak rechtbank Amsterdam van 13 oktober 2010 (10/29208) en verwijst opnieuw naar de uitspraak van het EHRM van 19 januari 2010 ( Muskhadzhiyeva v België, 41441/07) waaruit volgt dat bij detentie van een minderjarige vreemdeling de plaats en verblijfsomstandigheden dienen te zijn aangepast aan het verblijf van minderjarigen.Tijdens de procedure die tot de uitspraak van 13 oktober leidde heeft de rechtbank AC Schiphol bezocht om zelf kennis te nemen van de detentieomstandigheden. Zij omschrijft deze, kort samengevat, als penitentiair en niet geschikt voor alleenstaande minderjarige asielzoekers. Detentie aldaar van een minderjarige levert strijd op met artikel 5 EVRM. Het feit dat verweerder aanvoert dat het hier geen maatregel betreft op grond van artikel 6 Vw maar één op grond van art. 59 Vw, zodat er een voortdurende belangenafweging gemaakt dient te worden, laat onverlet dat de detentieomstandigheden geschikt dienen te zijn voor minderjarigen. Het AC Schiphol is noch wat gebouw betreft, noch anderszins aangepast aan het verblijf van minderjarige vreemdelingen. Dat eiser daar relatief een korte tijd heeft verbleven maakt dit niet anders. Deze detentie is willekeurig te noemen als bedoeld in de jurisprudentie van het EHRM. Beroep gegrond; opheffing bewaring; schadevergoeding. (Zie Update 2011, nr. 7)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Artikel 5 EVRM
    • Minderjarige
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Nederlands
  8. 93 reads Court of Amsterdam Language Dutch Eiseres is vanuit Italië naar Nederland gereisd. Nadat zij op 28 juli 2009 aangifte had gedaan van mensenhandel is op 6 augustus 2009 het Dublinbesluit van 29 april 2009 ingetrokken. Niet in geschil is dat eisere ...

    Eiseres is vanuit Italië naar Nederland gereisd. Nadat zij op 28 juli 2009 aangifte had gedaan van mensenhandel is op 6 augustus 2009 het Dublinbesluit van 29 april 2009 ingetrokken. Niet in geschil is dat eiseres in Italië een andere dan haar eigen naam en een onjuiste geboortedatum heeft opgegeven. Ook staat vast dat eiseres na indiening van haar asielaanvraag in Nederland aanvankelijk heeft verzwegen en ontkend dat zij in Italië heeft verbleven. De rechtbank oordeelt dat verweerder het voorgaande in redelijkheid aan eiseres kon tegenwerpen.Aangaande het beroep van eiseres op art. 15c DRi oordeelt de rechtbank dat niet in geschil is dat ten tijde van het bestreden besluit sprake was van een situatie als bedoeld in art. 3.105d Vb, waarin de inhoud van de verleende bescherming uit art. 15c DRi ten tijde van het bestreden besluit was opgenomen. Verweerder heeft de aanvraag niet zonder meer zonder nader onderzoek naar de door eiseres gestelde herkomst kunnen afdoen.De enkele overweging dat identiteit onlosmakelijk is verbonden met nationaliteit is daartoe onvoldoende, nu twijfel aan de identiteit en /of nationaliteit niet noodzakelijkerwijs met zich meebrengt dat de herkomst van de vreemdeling ongeloofwaardig is. Overigens heeft verweerder ter zitting verklaard niet expliciet aan de door eiseres gestelde nationaliteit te twijfelen.Verweerder heeft op geen enkele wijze, zoals te doen gebruikelijk, door het stellen van herkomstvragen, onderzocht of de gestelde herkomst van eiseres al dan niet geloofwaardig is. Van de situatie dat eiseres iedere mogelijkheid aan verweerder heeft ontnomen om nader onderzoek te doen naar haar herkomst – waarvan sprake was in ABRvS 26 augustus 2009 (9200905228) – is geen sprake. Ook anderszins heeft verweerder niet gemotiveerd waarom gedwongen terugkeer naar Somalië – gelet op de uitzonderlijke geweldssituatie in Mogadishu - geen schending van art. 3 EVRM oplevert. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Somalië
    • Rechtbank Amsterdam
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Asielprocedure
    • Geloofwaardigheid
    • Identiteit en nationaliteit
    • Minderjarige
    • Nederlands