Documentsoort

Trefwoord

Organisatie

  • Notities
  • Hof van Justitie EU
  • Strafrecht

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 658 resultaten
  1. Taal Nederlands De rechtbank Midden- Nederland heeft een 38-jarige verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en een schadevergoeding van €20.000. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van zij ...

    De rechtbank Midden - Nederland heeft een 38-jarige verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en een schadevergoeding van €20.000. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van zijn toenmalige partner. Verdachte heeft haar door middel van manipulatie, fysiek en verbaal geweld de prostitutie in gedwongen en vervolgens voordeel getrokken uit haar inkomsten.  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Manipulatie
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands 2 De rechtbank Gelderland heeft een verdachte, die deel uitmaakte van een criminele organisatie, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar en het betalen van verschillende schadevergoedingen. De rechtban ...

    De rechtbank Gelderland heeft een verdachte, die deel uitmaakte van een criminele organisatie, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar en het betalen van verschillende schadevergoedingen. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, afpersing, oplichting en witwassen.

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Oplichting
    • Witwassen
    • Afpersing
    • Mensenhandel
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof Amsterdam vernietigt op 7 juni 2016 het vonnis waartegen beroep is ingesteld en veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden wegens mensenhandel. Het hof o ...

    Het gerechtshof Amsterdam vernietigt op 7 juni 2016 het vonnis waartegen beroep is ingesteld en veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden wegens mensenhandel.Het hof oordeelt als volgt: "De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt mensenhandel door het slachtoffer in Bulgarije voor te spiegelen dat zij in Nederland in de prostitutie veel (meer) geld zou kunnen verdienen en onder betere omstandigheden dan in Bulgarije en dat zij daarbij door hen zou worden geholpen. Met deze vorm van misleiding heeft de verdachte haar geworven en overgebracht naar Nederland, waar zij vervolgens min of meer gedwongen, en anders dan haar was voorgespiegeld, heeft moeten werken in de prostitutie, terwijl zij de helft van haar inkomsten heeft moeten afstaan aan de verdachte en zijn mededaders, alsmede verantwoording moest afleggen over het aantal door haar gewerkte uren en verdiensten. Door aldus het slachtoffer te domineren op haar werk- en in zekere zin ook haar thuissituatie, heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke vrijheid. Hij heeft zijn financieel gewin boven de vrijheid en integriteit van het slachtoffer gesteld. Dit is een ernstig strafbaar feit waarvoor, gelet op de daarvoor geldende richtlijn voor strafvordering mensenhandel in de zin van dienstbaarheid of arbeidsuitbuiting, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden in beginsel passend is."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Vervoeren van prostitutees
    • Gedwongen prostitutie
    • Arbeidsuitbuiting
    • Vervoeren (met oogmerk van uitbuiting)
    • Nederlands
  4. Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden De Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigt op 24 mei 2016 de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 29 juli 2015. Het hof oordeelt als volgt: "Vast staat dat ...

    De Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigt op 24 mei 2016 de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 29 juli 2015.Het hof oordeelt als volgt: "Vast staat dat de moeder bij de opvoeding van [de minderjarige] veel hulpverlening nodig zal hebben. Ter zitting is immers gebleken dat het gedrag van [de minderjarige] zo lastig is dat, als het onderzoek door [F] is afgerond en thuisplaatsing bij de moeder of een netwerkpleeggezin in Polen niet aan de orde is, overplaatsing naar een specialistisch pleeggezin of een gezinshuis in de rede ligt. Het is daarom, mede gelet op de zorgen die er al waren toen [de minderjarige] nog thuis woonde, maar zeer de vraag of de moeder over voldoende pedagogische vaardigheden beschikt om de opvoeding van [de minderjarige] aan te kunnen. Op dit moment is daarover, mede gelet op de ambivalente houding van de moeder jegens de hulpverlening onvoldoende duidelijkheid. De moeder heeft ook nog altijd onvoldoende inzicht verschaft in haar persoonlijke problematiek. Hoewel de moeder stelt dat zij inmiddels psychologische hulp voor zichzelf heeft ingeschakeld, hetgeen het hof op zichzelf een positieve ontwikkeling vindt, constateert het hof ook dat de moeder pas een week voor de zitting een intakegesprek heeft gehad en dat zij dit niet met de jeugdzorgwerker heeft gecommuniceerd. Er is daarom (nog) niet vast te stellen in hoeverre eventuele persoonlijke problematiek van de moeder haar belemmert in haar rol als opvoeder."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Uithuisplaatsing
    • Minderjarig
    • Psychische schade
    • Emotionele schade
    • Mensenhandel
    • Ondertoezichtstelling (OTS)
    • Nederlands
  5. Taal Nederlands Hoge Raad De Hoge Raad heeft het bestreden arrest vernietigd en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag. De Hoge Raad oordeelt als volgt: "Mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handele ...

    De Hoge Raad heeft het bestreden arrest vernietigd en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag.De Hoge Raad oordeelt als volgt: "Mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met art. 273f, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr wordt gekwalificeerd als 'mensenhandel' en wordt bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaren, moet worden aangenomen dat de in het derde onderdeel omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld (vgl. HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR: 2015:3309).Dit brengt mee dat die gedragingen eerst dan als 'mensenhandel' kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat voldaan is aan voormelde voorwaarde dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. 'Uitbuiting' moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van art. 273f, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr (vgl. HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR: 2016:556 ten aanzien van het vierde onderdeel van art. 273f, eerste lid, Sr)."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Hoge Raad
    • Vervoeren van prostitutees
    • Gedwongen prostitutie
    • Uitbuiting in de prostitutie
    • Vervoeren (met oogmerk van uitbuiting)
    • Pooier
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands Hoge Raad De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Gravenhage, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Hoge Raad oordeelde als volgt: ...

    De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Gravenhage, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.De Hoge Raad oordeelde als volgt: "Naar mijn oordeel schiet de motivering van het medeplegen tekort. Het hof heeft er in wezen mee volstaan in de motivering van de verwerping van het verweer de inhoud van de bewezenverklaring nog eens kort te herhalen, zonder daarbij uitdrukkelijk bijvoorbeeld te betrekken de intensiteit en duur van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol van verdachte in voorbereiding, uitvoering of afhandeling, verdachtes aanwezigheid op belangrijke momenten, en - last but not least - de wetenschap van verdachte over de wijze waarop medeverdachte [betrokkene 2] met de uit Hongarije ingevlogen prostituees omsprong."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Hoge Raad
    • Uitbuiting in de prostitutie
    • Uitbuiting
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands 1 Hoge Raad De Hoge Raad heeft het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk verklaard. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 9 mei 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedr ...

    De Hoge Raad heeft het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk verklaard.Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 9 mei 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 41.080,30 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Tegen het arrest van het hof heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld.Blijkens het arrest van het hof en de aanvulling bewijsmiddelen is de betrokkene (onherroepelijk) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden wegens mensenhandel, meermalen gepleegd, in de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2009.Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel, dat veroordeelde door middel van het begaan van het bewezen verklaarde feit en soortgelijke feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten, bestaande uit een besparing van kosten door het uitbetalen van te weinig arbeidsuren aan haar werknemers.Door en namens de veroordeelde is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de aan veroordeelde opgelegde boetes als kosten in mindering dienen te worden gebracht, aangezien er een rechtstreeks verband is met de veroordeling voor mensenhandel.Het hof stelt voorop dat bij de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk voordeel slechts kosten die in directe relatie staan tot het delict, die niet zouden zijn gemaakt als dat delict niet zou zijn gepleegd, voor aftrek in aanmerking kunnen komen.Het door de raadsman als productie 8 overgelegde afschrift van een boetebeschikking heeft betrekking op een overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen. Deze boete zijn wellicht kosten die volgens de veroordeelde gemaakt zijn - indien zij betaald zouden zijn - in het kader van haar bedrijfsvoering, maar het zijn daarmee nog geen kosten die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict dat ten grondslag ligt aan de becijfering van het wederrechtelijk verkregen voordeel en die veroordeelde niet zou hebben gemaakt als zij dat delict niet zou hebben gepleegd.De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, dat de bedoelde boetes geen kosten zijn die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict dat ten grondslag ligt aan de becijfering van het wederrechtelijk verkregen voordeel en die de betrokkene niet zou hebben gemaakt als zij dat delict niet zou hebben gepleegd.  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Hoge Raad
    • Gedwongen prostitutie
    • Misbruik van het overwicht
    • Misbruik van kwetsbare positie
    • Mensenhandel
    • Arbeidsuitbuiting
    • Nederlands
  8. Taal Nederlands Rechtbank Limburg De rechtbank Limburg heeft op 26 april 2016 verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 240 uren wegens seks met een minderjarige prostituee. De rechtbank oordeelt als volgt ...

    De rechtbank Limburg heeft op 26 april 2016 verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 240 uren wegens seks met een minderjarige prostituee.De rechtbank oordeelt als volgt: "Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht wilde plegen met een minderjarige. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld. Daarvan had verdachte zich echter moeten vergewissen, Dat heeft hij nagelaten en zo is hij in werkelijkheid terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt beperkter dan in het geval dat hij wel bewust op zoek was gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.Dit alles brengt mee dat de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf van 240 uur."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Limburg
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Gedwongen prostitutie
    • Prostituee
    • Minderjarige
    • Prostituant (klant)
    • Nederlands
  9. Taal Nederlands Rechtbank Limburg De rechtbank Limburg heeft op 26 april 2016 verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uur wegens seks met een minderjarige prostituee. De rechtbank oordeelt als volgt: ...

    De rechtbank Limburg heeft op 26 april 2016 verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uur wegens seks met een minderjarige prostituee.De rechtbank oordeelt als volgt: "De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachte zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan het gebruik maken van de diensten van een minderjarige prostituee. De verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit en de psychische staat van de minderjarige in ernstige mate geschonden en bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie.Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website (Seksjobs) waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld. Hij vertrouwde volgens zijn verklaring daarop en is van die leeftijd uitgegaan. Door na te laten zich daarvan te vergewissen is verdachte meermalen terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte het feit heeft bekend, een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.Dit alles brengt mee dat de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf van 180 uur. "

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Limburg
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands Rechtbank Overijssel De rechtbank Overijssel heeft op 24 april 2016 verdachte vrijgesproken van mensenhandel jegens een minderjarig meisje. De rechtbank oordeelt als volgt: "Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit ...

    De rechtbank Overijssel heeft op 24 april 2016 verdachte vrijgesproken van mensenhandel jegens een minderjarig meisje.De rechtbank oordeelt als volgt: "Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de handelwijze van verdachte, te weten het huisvesten en vervoeren van aangeefster, niet dat hij noodzakelijkerwijs moet hebben beseft dat aangeefster door hem zou kunnen worden uitgebuit. Hiertoe overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen niet is gebleken dat verdachte wist dat aangeefster in de prostitutie zat en daarmee (zowel in zijn woning en op het adres in [plaats] ) geld verdiende.De verklaring van aangeefster dat verdachte € 200,00 vroeg voor het gebruik van zijn woning wordt niet ondersteund door andere objectieve bewijsmiddelen. Verdachte ontkent dit en heeft verklaard dat hij voor het verblijf 15 á 20 gram wiet heeft ontvangen. Daargelaten het antwoord op de vraag of verdachte daadwerkelijk € 200,00 heeft gevraagd voor het gebruik van zijn woning, is niet gebleken dat verdachte wist dat dit geldbedrag uit prostitutiewerkzaamheden afkomstig was. Nu een dergelijk geldbedrag als reële vergoeding voor het gebruik van de woning kan worden aangemerkt, kan niet worden aangenomen dat sprake is van uitbuiting noch dat het oogmerk van verdachte op die uitbuiting was gericht."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Overijssel
    • Gedwongen prostitutie
    • Geen oogmerk om minderjarige uit te buiten
    • Vrijspraak
    • Nederlands

Pagina's