• Notities
  • Strafrecht
  • Misbruik van kwetsbare positie
Resultaten 1 - 6 van totaal 6 resultaten
  1. Taal Nederlands 1 Hoge Raad De Hoge Raad heeft het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk verklaard. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 9 mei 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedr ...

    De Hoge Raad heeft het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk verklaard.Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 9 mei 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 41.080,30 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Tegen het arrest van het hof heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld.Blijkens het arrest van het hof en de aanvulling bewijsmiddelen is de betrokkene (onherroepelijk) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden wegens mensenhandel, meermalen gepleegd, in de periode van 1 maart 2009 tot en met 26 juni 2009.Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel, dat veroordeelde door middel van het begaan van het bewezen verklaarde feit en soortgelijke feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten, bestaande uit een besparing van kosten door het uitbetalen van te weinig arbeidsuren aan haar werknemers.Door en namens de veroordeelde is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de aan veroordeelde opgelegde boetes als kosten in mindering dienen te worden gebracht, aangezien er een rechtstreeks verband is met de veroordeling voor mensenhandel.Het hof stelt voorop dat bij de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk voordeel slechts kosten die in directe relatie staan tot het delict, die niet zouden zijn gemaakt als dat delict niet zou zijn gepleegd, voor aftrek in aanmerking kunnen komen.Het door de raadsman als productie 8 overgelegde afschrift van een boetebeschikking heeft betrekking op een overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen. Deze boete zijn wellicht kosten die volgens de veroordeelde gemaakt zijn - indien zij betaald zouden zijn - in het kader van haar bedrijfsvoering, maar het zijn daarmee nog geen kosten die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict dat ten grondslag ligt aan de becijfering van het wederrechtelijk verkregen voordeel en die veroordeelde niet zou hebben gemaakt als zij dat delict niet zou hebben gepleegd.De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, dat de bedoelde boetes geen kosten zijn die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict dat ten grondslag ligt aan de becijfering van het wederrechtelijk verkregen voordeel en die de betrokkene niet zou hebben gemaakt als zij dat delict niet zou hebben gepleegd.  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Hoge Raad
    • Gedwongen prostitutie
    • Misbruik van het overwicht
    • Misbruik van kwetsbare positie
    • Mensenhandel
    • Arbeidsuitbuiting
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden wegens mensenhandel. Het hof oordeelt als volgt: "Uit de verklaringen die aangeefster he ...

    Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden wegens mensenhandel.Het hof oordeelt als volgt: "Uit de verklaringen die aangeefster heeft afgelegd - en die op de relevante onderdelen voldoende worden ondersteund door ander bewijsmateriaal - volgt dat zij door verdachte bewogen is prostitutiewerkzaamheden te verrichten en de verdiensten daarvan aan hem af te staan. Verdachte bewoog haar tot de prostitutiewerkzaamheden en het afstaan van die verdiensten door misbruik te maken van haar verliefdheid en door haar te misleiden. Aangeefster is bewogen klanten te ontvangen ten behoeve van de financiering van het zogenaamde Surinameproject. Er was echter geen Surinameproject. Verdachte zou onder meer met het geld dat aangeefster ging verdienen een vliegticket kopen. Zij heeft het geld voor het vliegticket daadwerkelijk aan verdachte afgestaan. Dit ticket is echter nooit aangeschaft. Wel heeft verdachte (met [medeverdachte] ) met het geld dat van de prostitutiewerkzaamheden van aangeefster afkomstig was, een auto gefinancierd. Uit de verklaringen van aangeefster blijkt niet dat ze hiervan op de hoogte was. Verdachte heeft verder misbruik gemaakt van de verliefdheid van aangeefster. Hij heeft ervaren dat zij door die verliefdheid veel voor hem wilde doen, zoals het ontvangen van klanten, naar klanten toe gaan en het afstaan van haar verdiensten. Hij heeft die verliefdheid en haar hoop op een toekomst met hem gevoed door voor te wenden dat hij ook een toekomst met haar zag.Als gevolg van die verliefdheid en misleiding heeft verdachte aangeefster dus zo ver gekregen dat zij hem wilde helpen met (onder andere) de financiering van het zogenaamde Surinameproject. De afspraak was dat zij klanten zou ontvangen en haar verdiensten aan verdachte zou geven voor het ‘Surinameproject’. Als aangeefster zich niet aan die afspraak hield, in de zin dat zij voor verdachte niet bereikbaar was in geval een klant aan verdachte of [medeverdachte] liet weten belangstelling te hebben, kon verdachte boos worden en aangeefster bedreigen. Aangeefster had in zoverre niet de (volledige) vrijheid om van de afspraken af te wijken die zij als gevolg van de misleiding en haar verliefdheid met verdachte had gemaakt.Het hof is aldus anders dan de raadsvrouw van oordeel dat de bedreigende uitlatingen van verdachte (ook) gezien moeten worden in de context van de prostitutiewerkzaamheden en niet (alleen) als gevolg van relatieperikelen.Anders dan de raadsvrouw is het hof verder van oordeel dat sprake is geweest van uitbuiting. Reeds het gegeven dat verdachte aangeefster door misleiding en door misbruik te maken van haar verliefdheid heeft bewogen prostitutiewerkzaamheden te verrichten en haar verdiensten aan hem af te staan, brengt het hof tot de conclusie dat sprake is van uitbuiting in de zin van artikel 273f lid 1 Sr."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Slachtoffer
    • Gedwongen prostitutie
    • Misbruik van emotionele afhankelijkheid
    • Misbruik van kwetsbare positie
    • Escort
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden wegens mensenhandel. Het hof oordeelt als volgt: "Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verda ...

    Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden wegens mensenhandel.Het hof oordeelt als volgt: "Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak B onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:hij in de periode van 1 juni 2005 tot en met 30 juli 2005 in Nederland en Duitsland en Slowakije,tezamen en in vereniging met een ander, door misleiding en misbruik van een kwetsbare positie [slachtoffer 5] heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 5] in een ander land, te weten in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, immers heeft de verdachte tezamen en in vereniging met een ander die [slachtoffer 5] gezegd dat zij als serveerster in Spanje zou kunnen werken en die [slachtoffer 5] met de auto naar Nederland vervoerd en die [slachtoffer 5] (schreeuwend) gezegd dat als zij niet wilde werken als prostituee zij maar naar huis moest gaan, terwijl de verdachte en zijn mededader hadden moeten weten dat die [slachtoffer 5] geen geld of middelen had om huiswaarts te keren.Hetgeen in de zaak met parketnummer zaak B onder 1 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. "

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Slachtoffers
    • Gedwongen prostitutie
    • Misbruik van kwetsbare positie
    • Mensensmokkel
    • Nederlands
  4. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden wegens mensenhandel in vereniging jegens drie slachtoffers. Het gerechtshof oordeelt als volgt: "Vooropg ...

    Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden wegens mensenhandel in vereniging jegens drie slachtoffers.Het gerechtshof oordeelt als volgt: "Vooropgesteld moet worden dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in de zin van art. 140 Sr sprake is indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Gelet op hetgeen de bewijsmiddelen inhouden bestond er een gestructureerd samenwerkingsverband met een zekere hiërarchie en heeft de verdachte daartoe behoord. Voorts heeft hij een aandeel gehad in de gedragingen die strekken tot het oogmerk van de organisatie, te weten mensenhandel. Hij heeft in Roemenië zijn ex-vriendin [aangeefster 3] voorgesteld om in de prostitutie te werken en heeft haar vervolgens [aangeefster 2] en [aangeefster 1] laten werven voor de prostitutie. Hij heeft hen ondergebracht in een appartement, paspoorten geregeld en foto’s gemaakt van de drie meisjes, slechts gekleed in lingerie. Deze foto’s zijn door de [medeverdachte 1] aan de [medeverdachte 2] verzonden, opdat deze hen kon laten weten of de meisjes al dan niet geschikt waren voor prostitutiewerkzaamheden. Vervolgens heeft hij hen tezamen met [medeverdachte 1] naar Nederland vervoerd en aldaar een verblijfplaats geregeld bij [medeverdachte 2] , steeds in de wetenschap van de (financieel) kwetsbare positie waarin de meisjes zich bevonden. [medeverdachte 2] regelde dat zij konden gaan werken, dat er huisvesting voor hen was, legde hun de werkzaamheden uit en [medeverdachte 2] liet [aangeefster 1] al haar geld aan hem afstaan. De [medeverdachte 1] heeft [aangeefster 2] al het geld dat zij in de prostitutie verdiende aan hem laten afstaan. Gelet op dit alles heeft de verdachte een substantiële bijdrage geleverd aan het criminele samenwerkingsverband, zij het van korte duur. "

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Criminele organisatie
    • Vervoeren van prostitutees
    • Slachtoffers
    • Uitbuiting in de prostitutie
    • Misbruik van kwetsbare positie
    • Mensenhandel
    • Vervoeren (met oogmerk van uitbuiting)
    • Nederlands
  5. Taal Nederlands Rechtbank Den Haag De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden wegens mensenhandel van een minderjarige en een schadevergoeding toegewezen wegens schade, van € 66.614,84. De rechtbank oord ...

    De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden wegens mensenhandel van een minderjarige en een schadevergoeding toegewezen wegens schade, van € 66.614,84.De rechtbank oordeelt als volgt: "Verdachte heeft gedurende een periode van ruim zeven jaren [slachtoffer] uitgebuit. [slachtoffer] bevond zich al die tijd in een uiterst kwetsbare positie, aangezien zij op zeer jonge leeftijd door verdachte gescheiden is van haar familie in [land] en vanuit [land] door verdachte is meegenomen naar Nederland. Daar komt bij dat Nederland voor [slachtoffer] een vreemd land was, waar zij (aanvankelijk) de taal niet sprak en de gewoontes niet kende. [slachtoffer] heeft gedurende de jaren dat zij bij verdachte verbleef een achtergestelde positie binnen het gezin van verdachte gehad. Zo was [slachtoffer] illegaal in Nederland, ging zij niet naar school en kreeg zij geen medische zorg. In plaats van naar school gaan, zoals ieder ander kind in Nederland, hield [slachtoffer] zich gedurende de hele dag bezig met het huishouden en had zij de zorg over de gehandicapte dochter van verdachte. Verder werd [slachtoffer] door verdachte bang gemaakt voor de politie. Zo zei verdachte tegen haar dat als zij de politie buiten tegen zou komen, de politie haar terug zou sturen naar [land] vanwege haar illegale status.Verdachte heeft door haar handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer] en heeft daarmee voorts een inbreuk gemaakt op haar fundamentele rechten. De menselijke waardigheid en persoonlijke vrijheid van [slachtoffer] zijn haar door verdachte ontnomen en dit is gebeurd gedurende haar vormende jaren. Jaren waarin [slachtoffer] juist liefde, steun, begeleiding, scholing en zorg mocht verwachten. Verdachte heeft door aldus te handelen [slachtoffer] een vrije en onbezonnen jeugd ontnomen."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Schadevergoeding
    • Huishoudelijk werk
    • Emotionele schade
    • Misbruik van kwetsbare positie
    • Minderjarige
    • Arbeidsuitbuiting
    • Huisslaven
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands Rechtbank Oost-Brabant De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf wegens het plegen van mensenhandel jegens een 17-jarig meisje. De rechtbank oordeelt als volgt: "Verdachte heeft ...

    De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf wegens het plegen van mensenhandel jegens een 17-jarig meisje.De rechtbank oordeelt als volgt: "Verdachte heeft een destijds 17-jarig minderjarig, kwetsbaar en sterk beinvloedbaar meisje in de prostitutie gebracht en daar gedurende een aantal maanden financieel van geprofiteerd. Dit is een ernstig feit. Mensenhandel waarbij iemand in de prostitutie wordt gebracht is een vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt wordt gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiters. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de toelichting op de vordering benadeelde partij/slachtofferverklaring blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • Gedwongen prostitutie
    • Misbruik van kwetsbare positie
    • Opzettelijk voordeel trekken
    • Minderjarige
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands