• Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
  • Asielprocedure
Resultaten 1 - 3 van totaal 3 resultaten
  1. Language Dutch 67 reads Court of Noord-Nederland Niet in geschil is dat de vreemdeling geen documenten heeft, tijdens het gestelde overlijden van de moeder was zij 11 jaar en bij vertrek uit land van herkomst 14 jaar. Na overlijden van de moeder in 2007 i ...

    Niet in geschil is dat de vreemdeling geen documenten heeft, tijdens het gestelde overlijden van de moeder was zij 11 jaar en bij vertrek uit land van herkomst 14 jaar. Na overlijden van de moeder in 2007 is de vreemdeling bij haar buren gaan wonen. De buren hebben het ouderlijk huis verkocht en vervolgens de vreemdeling, een ander buurmeisje en de dochter van deze buren verkocht aan een aantal mannen. Zij moest slapen met deze mannen en is zwanger geraakt en moest naar het ziekenhuis alwaar zij vervolgens vandaan is gevlucht.De minister heeft het ontbreken van documenten, waaronder een overlijdensakte van de moeder, tegengeworpen. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit van haar verwacht kon worden en is onvoldoende ingegaan op de argumenten: de minister betwist niet dat betrokkene nimmer in het bezit is geweest van enige documentatie rond nationaliteit en identiteit en het vereisen van een geboorteakte of overlijdensakte biedt hiertoe geen alternatief en valt niet in het beleid van de minister zelf.Voorts heeft betrokkene gedurende de reis in een vrachtwagen gezeten en heeft ook daarvan geen documentatie. Daarnaast wordt gesteld dat rekening is gehouden met de leeftijd van betrokkene maar dit blijkt onvoldoende uit de stukken. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende is ingegaan op de argumenten van betrokkene inzake nationaliteit, identiteit en reisroute.Voorts overweegt de rechtbank dat de minister onvoldoende motiveert waarom de vreemdeling meer zou kunnen/moeten verklaren over haar asielrelaas dan zij heeft gedaan. Uit de stukken blijkt ook daarbij dat onvoldoende rekening is gehouden met de leeftijd van de vreemdeling. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Asielprocedure
    • Geloofwaardigheid
    • Identiteit en nationaliteit
    • Reisdocumenten
    • Nederlands
  2. Language Dutch 80 reads Court of Noord-Nederland Uit de verklaringen van eiseres valt niet af te leiden dat het voor eiseres niet mogelijk was om gedurende de reis naar Nederland de reisagent te vragen naar de gebruikte reispapieren. Op basis van de verkl ...

    Uit de verklaringen van eiseres valt niet af te leiden dat het voor eiseres niet mogelijk was om gedurende de reis naar Nederland de reisagent te vragen naar de gebruikte reispapieren. Op basis van de verklaringen van eiseres kan niet worden geconcludeerd dat sprake was van (een situatie van) dwang. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onder deze omstandigheden in redelijkheid het ontbreken van reispapieren aan eiseres toegerekend.Volgens rechtspraak van het EHRM (St. Kitts, nr. 146/1996/767/964 op 2 mei 1997, en Bensaid 44599/98 op 6 februari 2001, en N. t. VK 26565/05 op 27 mei 2008) kan uitzetting in verband met de medische toestand van de uit te zetten vreemdeling, onder uitzonderlijke omstandigheden en wegens dwingende redenen van humanitaire aard, bij gebrek aan medische voorzieningen en sociale opvang in het land, waarnaar wordt uitgezet, leiden tot schending van art. 3 EVRM.De rechtbank overweegt dat uit de door eiseres overgelegde medische gegevens niet volgt dat de klachten die eiseres heeft, een ziekte betreffen die zich in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium bevindt (uitspraak Afdeling 8 november 2005 zaak nr. 200507278/1/).Uit de rechtspraak van EHRM kan niet worden afgeleid dat bij de beoordeling van de medische toestand mede speculaties over mogelijke toekomstige belemmeringen van de toegang tot de noodzakelijke zorg moeten worden betrokken. Verweerder heeft derhalve op goede gronden geconcludeerd dat geen aanleiding bestaat om in het onderhavige geval onderzoek door het BMA te laten verrichten.Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat geen vbt-regulier met als doel ‘verblijf als amv’ wordt verleend, omdat eiseres een mogelijk onderzoek naar de opvangmogelijkheden in haar land van herkomst frustreert. Nu is geoordeeld dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat eiseres vage en summiere verklaringen heeft afgelegd over haar moeder, over haar familie en over de vriend en zijn gezin, is de rb van oordeel dat verweerder terecht niet ambtshalve een verblijfsvergunning op grond van het minderjarigenbeleid aan eiseres heeft verleend. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Paspoortvereiste
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Asielprocedure
    • Ongedocumenteerden
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands
  3. Language Dutch 58 reads Court of Amsterdam Bij besluit van 18 maart 2010 heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen en ambtshalve besloten geen amv-vergunning te verlenen. Verzoeker heeft als drager gewerkt voor een man, die hem daarvoor geld betaalde en ...

    Bij besluit van 18 maart 2010 heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen en ambtshalve besloten geen amv-vergunning te verlenen. Verzoeker heeft als drager gewerkt voor een man, die hem daarvoor geld betaalde en meenam naar Nigeria. Daar moest verzoeker van de echtgenote huishoudelijk werk verrichten en werd hij door haar geslagen en mishandeld. Toen de man dat ontdekte, heeft verzoeker enige tijd bij de buren verbleven en is verzoeker vervolgens door de man meegenomen naar Nederland.Verweerder is op goede gronden tot de conclusie gekomen dat verzoekers asielrelaas geen aanknopingspunten biedt om aan te nemen dat hij slachtoffer is van mensenhandel. Daarbij heeft verweerder belang kunnen toekennen aan de omstandigheid dat zowel de KMar als stichting Nidos tot het oordeel zijn gekomen dat er geen aanwijzingen waren voor mensenhandel en dat om die reden verzoeker niet in beschermde opvang is geplaatst. Gelet op het ambtsbericht van 30 januari 2009 is er in het algemeen adequate opvang van overheidswege aanwezig in de vorm van opvanghuizen. Dit heeft verzoeker niet betwist. Het beroep op artikelen 19 en 32 IVRK faalt ook om die reden. Beroep ongegrond, vovo afgewezen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Asielprocedure
    • Nederlands