• Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
  • Jurisprudentie Nederland
Resultaten 1 - 8 van totaal 8 resultaten
  1. 96 reads Court of Overijssel Language Dutch Voor wat betreft de weigering van de Minister ambtshalve een vbt-regulier onder de beperking ‘verblijf als amv’ te verlenen, heeft de vreemdeling aangevoerd dat het bestreden besluit op dit punt lijdt aan een mo ...

    Voor wat betreft de weigering van de Minister ambtshalve een vbt-regulier onder de beperking ‘verblijf als amv’ te verlenen, heeft de vreemdeling aangevoerd dat het bestreden besluit op dit punt lijdt aan een motiveringsgebrek nu in het besluit niet, althans onvoldoende, is ingegaan op de opvangmogelijkheden op het moment van beslissen en op de opvangmogelijkheden totdat eiseres de meerderjarige leeftijd heeft bereikt.De minister heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat in Angola sprake is van adequate opvang voor de vreemdeling in het opvangcentrum Mulemba. In de brief van 5 december 2011 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat er in de periode van 1 september 2011 tot 1 maart 2013 opvang is geregeld voor uit Nederland teruggekeerde Angolese amv in het opvangcentrum Mulemba. In de periode van 1 december 2010 tot 1 september 2011 was opvang voor uit Nederland teruggekeerde Angolese amv in het opvangcentrum Mulemba niet beschikbaar. De Minister verbindt hieraan de conclusie dat hetgeen in het bestreden besluit is opgenomen, dat opvang voor uit Nederland teruggekeerde Angolese alleenstaande minderjarige vreemdelingen is geregeld in Mulemba, niet juist is gebleken.Gelet op het vorenstaande ontbeert het besluit van 9 mei 2011 naar het oordeel van de rechtbank de vereiste zorgvuldigheid en ligt aan het besluit een onvoldoende dragende motivering ten grondslag. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Angola
    • Rechtbank Overijssel
    • AMV's
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Opvang
    • Nederlands
  2. Language Dutch 67 reads Court of Noord-Nederland Niet in geschil is dat de vreemdeling geen documenten heeft, tijdens het gestelde overlijden van de moeder was zij 11 jaar en bij vertrek uit land van herkomst 14 jaar. Na overlijden van de moeder in 2007 i ...

    Niet in geschil is dat de vreemdeling geen documenten heeft, tijdens het gestelde overlijden van de moeder was zij 11 jaar en bij vertrek uit land van herkomst 14 jaar. Na overlijden van de moeder in 2007 is de vreemdeling bij haar buren gaan wonen. De buren hebben het ouderlijk huis verkocht en vervolgens de vreemdeling, een ander buurmeisje en de dochter van deze buren verkocht aan een aantal mannen. Zij moest slapen met deze mannen en is zwanger geraakt en moest naar het ziekenhuis alwaar zij vervolgens vandaan is gevlucht.De minister heeft het ontbreken van documenten, waaronder een overlijdensakte van de moeder, tegengeworpen. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit van haar verwacht kon worden en is onvoldoende ingegaan op de argumenten: de minister betwist niet dat betrokkene nimmer in het bezit is geweest van enige documentatie rond nationaliteit en identiteit en het vereisen van een geboorteakte of overlijdensakte biedt hiertoe geen alternatief en valt niet in het beleid van de minister zelf.Voorts heeft betrokkene gedurende de reis in een vrachtwagen gezeten en heeft ook daarvan geen documentatie. Daarnaast wordt gesteld dat rekening is gehouden met de leeftijd van betrokkene maar dit blijkt onvoldoende uit de stukken. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende is ingegaan op de argumenten van betrokkene inzake nationaliteit, identiteit en reisroute.Voorts overweegt de rechtbank dat de minister onvoldoende motiveert waarom de vreemdeling meer zou kunnen/moeten verklaren over haar asielrelaas dan zij heeft gedaan. Uit de stukken blijkt ook daarbij dat onvoldoende rekening is gehouden met de leeftijd van de vreemdeling. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Asielprocedure
    • Geloofwaardigheid
    • Identiteit en nationaliteit
    • Reisdocumenten
    • Nederlands
  3. Language Dutch 80 reads Court of Noord-Nederland Uit de verklaringen van eiseres valt niet af te leiden dat het voor eiseres niet mogelijk was om gedurende de reis naar Nederland de reisagent te vragen naar de gebruikte reispapieren. Op basis van de verkl ...

    Uit de verklaringen van eiseres valt niet af te leiden dat het voor eiseres niet mogelijk was om gedurende de reis naar Nederland de reisagent te vragen naar de gebruikte reispapieren. Op basis van de verklaringen van eiseres kan niet worden geconcludeerd dat sprake was van (een situatie van) dwang. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onder deze omstandigheden in redelijkheid het ontbreken van reispapieren aan eiseres toegerekend.Volgens rechtspraak van het EHRM (St. Kitts, nr. 146/1996/767/964 op 2 mei 1997, en Bensaid 44599/98 op 6 februari 2001, en N. t. VK 26565/05 op 27 mei 2008) kan uitzetting in verband met de medische toestand van de uit te zetten vreemdeling, onder uitzonderlijke omstandigheden en wegens dwingende redenen van humanitaire aard, bij gebrek aan medische voorzieningen en sociale opvang in het land, waarnaar wordt uitgezet, leiden tot schending van art. 3 EVRM.De rechtbank overweegt dat uit de door eiseres overgelegde medische gegevens niet volgt dat de klachten die eiseres heeft, een ziekte betreffen die zich in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium bevindt (uitspraak Afdeling 8 november 2005 zaak nr. 200507278/1/).Uit de rechtspraak van EHRM kan niet worden afgeleid dat bij de beoordeling van de medische toestand mede speculaties over mogelijke toekomstige belemmeringen van de toegang tot de noodzakelijke zorg moeten worden betrokken. Verweerder heeft derhalve op goede gronden geconcludeerd dat geen aanleiding bestaat om in het onderhavige geval onderzoek door het BMA te laten verrichten.Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat geen vbt-regulier met als doel ‘verblijf als amv’ wordt verleend, omdat eiseres een mogelijk onderzoek naar de opvangmogelijkheden in haar land van herkomst frustreert. Nu is geoordeeld dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat eiseres vage en summiere verklaringen heeft afgelegd over haar moeder, over haar familie en over de vriend en zijn gezin, is de rb van oordeel dat verweerder terecht niet ambtshalve een verblijfsvergunning op grond van het minderjarigenbeleid aan eiseres heeft verleend. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Paspoortvereiste
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Asielprocedure
    • Ongedocumenteerden
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands
  4. Language Dutch 69 reads Court of Amsterdam Eiseres is alleenstaande minderjarige. De rechtbank heeft de zaak verwezen naar de meervoudige kamer en heeft bovendien onderzoek ter plaatse (schouw), in het AC Schiphol, gehouden. Ter beoordeling staat de recht ...

    Eiseres is alleenstaande minderjarige. De rechtbank heeft de zaak verwezen naar de meervoudige kamer en heeft bovendien onderzoek ter plaatse (schouw), in het AC Schiphol, gehouden. Ter beoordeling staat de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw.De rechtbank ziet aanleiding om het betoog van eiseres dat verweerder heeft nagelaten een op eiseres toegespitste belangenafweging te maken en dat de verblijfsomstandigheden in het AC voor haar ongeschikt zijn, te beoordelen in het licht van de vraag of haar detentie in het AC rechtmatig is in het AC rechtmatig is als bedoeld in artikel 5, eerste lid en onder f, van het EVRM.Onder verwijzing naar de jurisprudentie van het EHRM, onder meer het arrest van 29 januari 2008 inzake Saadi (LJN: BC6246), noemt de rechtbank vier criteria om te beoordelen of detentie van asielzoekers aan wie de toegang tot het grondgebied is geweigerd willekeurig is.De rechtbank oordeelt dat de grensdetentie van eiseres, een 17-jarige alleenstaande asielzoekster, in AC Schiphol niet te goeder trouw is opgelegd. Voorts is het AC Schiphol qua gebouw noch anderszins aangepast aan het verblijf van minderjarige asielzoekers als eiseres. De bewaring was dan ook willekeurig. Beroep gegrond in verband met strijd met artikel 5, eerste lid, aanhef en onder f van het EVRM.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Artikel 5 EVRM
    • Minderjarige
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  5. Language Dutch 70 reads Court of Amsterdam Op 21 oktober is eiser op grond van artikel 59 Vw in bewaring gesteld. Verweerder heeft eiser op 5 november 2010 overgeplaatst vanuit een jeugdinrichting naar AC Schiphol om daar asiel aan te vragen. Tegen het be ...

    Op 21 oktober is eiser op grond van artikel 59 Vw in bewaring gesteld. Verweerder heeft eiser op 5 november 2010 overgeplaatst vanuit een jeugdinrichting naar AC Schiphol om daar asiel aan te vragen. Tegen het besluit tot voortduring van de bewaring stelt eiser op 12 november beroep in.De rechtbank zoekt aansluiting bij een uitspraak rechtbank Amsterdam van 13 oktober 2010 (10/29208) en verwijst opnieuw naar de uitspraak van het EHRM van 19 januari 2010 ( Muskhadzhiyeva v België, 41441/07) waaruit volgt dat bij detentie van een minderjarige vreemdeling de plaats en verblijfsomstandigheden dienen te zijn aangepast aan het verblijf van minderjarigen.Tijdens de procedure die tot de uitspraak van 13 oktober leidde heeft de rechtbank AC Schiphol bezocht om zelf kennis te nemen van de detentieomstandigheden. Zij omschrijft deze, kort samengevat, als penitentiair en niet geschikt voor alleenstaande minderjarige asielzoekers. Detentie aldaar van een minderjarige levert strijd op met artikel 5 EVRM. Het feit dat verweerder aanvoert dat het hier geen maatregel betreft op grond van artikel 6 Vw maar één op grond van art. 59 Vw, zodat er een voortdurende belangenafweging gemaakt dient te worden, laat onverlet dat de detentieomstandigheden geschikt dienen te zijn voor minderjarigen. Het AC Schiphol is noch wat gebouw betreft, noch anderszins aangepast aan het verblijf van minderjarige vreemdelingen. Dat eiser daar relatief een korte tijd heeft verbleven maakt dit niet anders. Deze detentie is willekeurig te noemen als bedoeld in de jurisprudentie van het EHRM. Beroep gegrond; opheffing bewaring; schadevergoeding. (Zie Update 2011, nr. 7)

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Artikel 5 EVRM
    • Minderjarige
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  6. Language Dutch 58 reads Court of Amsterdam Bij besluit van 18 maart 2010 heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen en ambtshalve besloten geen amv-vergunning te verlenen. Verzoeker heeft als drager gewerkt voor een man, die hem daarvoor geld betaalde en ...

    Bij besluit van 18 maart 2010 heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen en ambtshalve besloten geen amv-vergunning te verlenen. Verzoeker heeft als drager gewerkt voor een man, die hem daarvoor geld betaalde en meenam naar Nigeria. Daar moest verzoeker van de echtgenote huishoudelijk werk verrichten en werd hij door haar geslagen en mishandeld. Toen de man dat ontdekte, heeft verzoeker enige tijd bij de buren verbleven en is verzoeker vervolgens door de man meegenomen naar Nederland.Verweerder is op goede gronden tot de conclusie gekomen dat verzoekers asielrelaas geen aanknopingspunten biedt om aan te nemen dat hij slachtoffer is van mensenhandel. Daarbij heeft verweerder belang kunnen toekennen aan de omstandigheid dat zowel de KMar als stichting Nidos tot het oordeel zijn gekomen dat er geen aanwijzingen waren voor mensenhandel en dat om die reden verzoeker niet in beschermde opvang is geplaatst. Gelet op het ambtsbericht van 30 januari 2009 is er in het algemeen adequate opvang van overheidswege aanwezig in de vorm van opvanghuizen. Dit heeft verzoeker niet betwist. Het beroep op artikelen 19 en 32 IVRK faalt ook om die reden. Beroep ongegrond, vovo afgewezen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  7. Language Dutch 63 reads Court of Amsterdam De voorzieningenrechter ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of verweerder verzoekers aanvraag binnen 48 procesuren heeft kunnen afdoen. Namens verzoeker is gesteld dat hij mogelijk het slachtoffer is van m ...

    De voorzieningenrechter ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of verweerder verzoekers aanvraag binnen 48 procesuren heeft kunnen afdoen. Namens verzoeker is gesteld dat hij mogelijk het slachtoffer is van mensenhandel als gevolg waarvan hem niet kan worden  tegengeworpen dat hij summier heeft verklaard en geen documenten heeft overgelegd. De voorzieningenrechter volgt verzoeker hierin niet en acht daartoe redengevend dat voor deze conclusie in het dossier geen aanwijzingen zijn te vinden. De enkele verklaring van verzoeker dat hij bang is voor zijn reisagent acht de voorzieningenrechter onvoldoende voor de conclusie dat verzoeker mogelijk slachtoffer is van mensenhandel.Verweerder en het Nidos hebben blijkens een in het dossier opgenomen notitie dan ook geen aanleiding gezien om verzoeker in de beschermde opvang op te nemen. Verzoeker heeft ter zitting weliswaar gesteld dat met het Nidos slechts telefonisch contact is geweest over deze zaak en dat het Nidos geen onderzoek heeft ingesteld, maar verweerder heeft zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter eveneens ter zitting terecht op het standpunt gesteld dat verzoeker op dit moment reeds geruime tijd onder voogdij van het Nidos staat en het Nidos blijkbaar nog steeds geen aanleiding heeft gezien hem in de beschermde opvang op te nemen. Voorts is niet gebleken dat verzoeker aangifte heeft gedaan van mensenhandel dan wel voornemens is dit ic doen. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat verweerder verzoekers aanvraag binnen 48 procesuren heeft kunnen afdoen. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Geloofwaardigheid
    • Nederlands
  8. Language Dutch 60 reads Court of Amsterdam De rechtbank overweegt dat uit de brief van 18 oktober 2007 van verweerder aan de Tweede Kamer naar voren komt dat gesloten opvang bedoeld is voor amv’s die risico lopen slachtoffer te worden van mensenhandel. Kl ...

    De rechtbank overweegt dat uit de brief van 18 oktober 2007 van verweerder aan de Tweede Kamer naar voren komt dat gesloten opvang bedoeld is voor amv’s die risico lopen slachtoffer te worden van mensenhandel. Klaarblijkelijk heeft verweerder de besloten opvang opportuun geacht en moet worden aangenomen dat eiser als een risicojongere dient te worden aangemerkt. De rechtbank is met eiser van oordeel dat het besluit innerlijk inconsistent is. De door verweerder gehanteerde werkwijze om risicojongeren drie maanden in de besloten opvang te plaatsen is er op gericht de jongeren te “deprogrammeren” en hen te overtuigen van het belang alsnog aangifte te doen. Inherent daaraan is dat vooraf niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat er sprake is van mensenhandel nu de minderjarige daar over zwijgt. Zonder die periode aan eiser te gunnen, kan verweerder naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet vaststellen dat eiser toerekenbaar een mogelijk onderzoek naar de opvangmogelijkheden in het herkomstland frustreert. Gelet daarop had verweerder het besluit tot het niet-verlenen van een amv-vergunning niet binnen de AC-procedure kunnen nemen. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Opvang
    • Nederlands