• Overige uitbuiting
  • Vrijspraak
Resultaten 1 - 2 van totaal 2 resultaten
  1. 19 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van mensenhandel. Verdachte leidde verschillende ondernemingen in Nederland toegespitst op het maken, stomen en repareren van kleding en wierf hiervoor voorname ...

    De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van mensenhandel. Verdachte leidde verschillende ondernemingen in Nederland toegespitst op het maken, stomen en repareren van kleding en wierf hiervoor voornamelijk werknemers uit Turkije. De rechtbank is van oordeel dat verdachte aangevers heeft misleid om voor zijn onderneming in Nederland te werken door hen ander beeld voor te spiegelen dan de werkelijkheid: een hoger loon, kortere werkdagen en kosteloos onderdak. Echter, eenmaal in Nederland kregen aangevers een lager uurtarief, moesten zij op reguliere basis overwerken en waren zij toch huur verschuldigd aan verdachte. De rechtbank stelt dat, hoewel aangevers de Nederlandse taal niet machtig waren, een schuld hadden bij verdachte en huur moesten betalen voor hun woonruimte, aangevers niet in een zodanige positie verkeerden dat zij niet anders konden dan zich alles laten welgevallen. Onvoldoende is gebleken dat verdachte misbruik heeft gemaakt van zijn positie ten opzichte van aangevers in die zin dat de aangevers geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze hadden dan het misbruik te ondergaan. Tot slot zijn aangevers op geen enkele wijze belemmerd in hun bewegingsvrijheid. Zo beschikten zij over hun identiteitspapieren en verbleven zij rechtsgeldig in Nederland.   

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Strafrecht
    • Overige uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands 8 Rechtbank Limburg Verdachte is vrijgesproken van mensenhandel. De rechtbank overweegt: 'Artikel 342, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft be ...

    Verdachte is vrijgesproken van mensenhandel. De rechtbank overweegt:'Artikel 342, lid 2, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Nu de verklaring van [betrokkene] het enige redengevende bewijsmiddel is voor de ten laste gelegde ‘lange werkdagen’, is hiervoor naar het oordeel van de rechtbank dan ook onvoldoende wettig bewijs aanwezig. Nu deze ‘lange werkdagen’ de kern vormen van de tenlastelegging valt met een vrijspraak van dit onderdeel van de tenlastelegging, de gehele bodem weg onder die tenlastelegging. Of [betrokkene] in ruil voor bepaalde werkzaamheden iets zou hebben gekregen – zoals is ten laste gelegd – doet dan ook niet ter zake.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Overige uitbuiting
    • Vrijspraak
    • Nederlands