• Mishandeling
  • Telefoonabonnementen
Resultaten 1 - 1 van totaal 1 resultaten
  1. 7 Rechtbank Midden-Nederland Taal Nederlands Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast zijn er bijzondere voorwaarden o ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast zijn er bijzondere voorwaarden opgelegd om de kans op herhaling zo klein mogelijk te houden en heeft verdachte een contactverbod ten aanzien van beide slachtoffers.De rechtbank overweegt: ‘Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot een minderjarige meisje. Verdachte heeft hierbij het minderjarige en kwetsbare slachtoffer op een vergaande manier uitgebuit en haar lichamelijk en geestelijke integriteit geheel ondergeschikt gemaakt aan zijn behoefte aan financieel gewin. Daarnaast heeft verdachte zich in vereniging met anderen schuldig gemaakt aan het afpersen van een tweetal kwetsbare jongens. Deze jongens hebben vanwege de angst voor verdachte en zijn mededaders onder dwang (dure) telefoonabonnementen afgesloten en de telefoons inclusief bijbehorende bescheiden aan verdachte en zijn mededaders afgestaan. Ook moest één slachtoffer een lening bij de bank aangaan en geldbedragen aan verdachte overhandigen. Een van deze slachtoffers is, terwijl verdachtes voorlopige hechtenis onder voorwaarden was geschorst, midden op straat door verdachte mishandeld. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een diefstal van een Ipad. Met deze gepleegde feiten heeft verdachte evenals bij de mensenhandel een inbreuk gemaakt op de integriteit van andere personen en wederom aangetoond geen respect te hebben voor andere personen en andermans goederen. Verdachte heeft ook bij deze feiten er blijk van gegeven zich in het geheel niet te bekommeren om de financiële en emotionele schade die deze slachtoffers door verdachtes toedoen lijden, maar telkens zijn eigen directe financiële behoeftebevrediging op de voorgrond geplaatst’.De rechtbank wijst de vorderingen van slachtoffer 2 en benadeelde 1 toe tot een bedrag van € 3.069,01 euro respectievelijk € 1.763,77 euro. In het belang van beide slachtoffers wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel op grond van artikel 36f Sr aan verdachte opgelegd.    

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Strafrecht
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Telefoonabonnementen
    • Mensenhandel
    • Minderjarige
    • Mishandeling
    • Nederlands