Documentsoort

  • Prostitutie
  • Vreemdelingenrecht

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 4 van totaal 4 resultaten
  1. 10 Rechtbank Noord-Holland Taal Nederlands De rechter overweegt allereerst dat eiser, afkomstig uit India, geen beroep toekomt op art. 17, vierde lid, van de Procedurerichtlijn (2005/85/EG), nu uit de overgangsregeling van deze richtlijn bli ...

    De rechter overweegt allereerst dat eiser, afkomstig uit India, geen beroep toekomt op art. 17, vierde lid, van de Procedurerichtlijn (2005/85/EG), nu uit de overgangsregeling van deze richtlijn blijkt dat de lidstaten de wettelijke en bestuurlijke bepaling pas toepassen op asielverzoeken die zijn ingediend na 1 december 2007, terwijl de aanvraag van eiser dateert van voor die datum.De rechter is voorts van oordeel dat verweerder, op de overweging dat eiser een veelvoud van vage en bevreemdingwekkende verklaringen heeft afgelegd, gelet op de leeftijd van eiser, niet in redelijkheid heeft kunnen vaststellen dat het relaas positieve overtuigingskracht ontbeert. Eiser heeft bij de zienswijze meerdere publicaties van 2004, 2005, 2007 overgelegd waaruit blijkt dat de heer Simranjeet Singh Maan diverse keren is gearresteerd en beschuldigd van separatistische activiteiten.Verweerder is in het bestreden besluit niet ingegaan op de door eiser overgelegde informatie waaruit blijkt dat na de verkiezingen van maart 2007 een pro-Indiase regering is aangetreden waardoor een nieuwe golf van repressie van de sikh gemeenschap is ontstaan, waarbij aanhangers en hun familieleden worden vervolgd. Daartoe was temeer aanleiding nu eisers verklaringen stroken met voornoemde informatie uit algemene bronnen.Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat het besluit niet op een deugdelijke motivering berust. De rechter overweegt bij het opdragen aan verweerder een nieuw besluit te nemen, dat het niet uitgesloten is te achten dat eiser het slachtoffer is geworden van mensenhandel en daarom in verband met zijn risicoprofiel in besloten opvang verblijft. Verweerder zal in het nieuwe besluit op dit aspect dienen in te gaan. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • India
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Mannenprostitutie
    • Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling (AMV)
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands 6 Rechtbank Noord-Holland Bij besluit van 23 juni 2008 heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen en ambtshalve geweigerd eiser in het bezit te stellen van een amv-vergunning. Eisers asielverhaal is ingegeven door zijn ‘mast ...

    Bij besluit van 23 juni 2008 heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen en ambtshalve geweigerd eiser in het bezit te stellen van een amv-vergunning. Eisers asielverhaal is ingegeven door zijn ‘master’. In werkelijkheid komt eiser niet uit Soedan maar uit Nigeria, behoort tot een groep zwerfjongeren en werd gedwongen zich aan te sluiten bij een cult. Eiser werd geholpen door de master, een blanke man en hij heeft juju-rituelen ondergaan.De rechtbank stelt vast dat verweerder eiser als een risicojongere heeft aangemerkt en in de besloten opvang heeft geplaatst als bedoeld in de brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 4 november 2008. Hierin is opgenomen dat per 1 januari 2008 een pilot “beschermde opvang” is gestart, waar amv’s die (mogelijk) slachtoffer zijn of dreigen te worden van mensenhandel, beschermd worden opgevangen. Verweerder heeft eiser in de beschermende opvang geplaatst. Gelet op hetgeen de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 15 januari 2010 (200904260/1/V3), heeft verweerder onvoldoende onderzoek gedaan naar de aspecten van (mogelijke) mensenhandel en is het besluit onzorgvuldig bereid. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Mannenprostitutie
    • Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling (AMV)
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  3. 9 Rechtbank Gelderland Taal Nederlands Dat eiser door verweerder is aangemerkt als risicojongere, betekent naar het oordeel van de rechtbank dat, zelfs indien niet vaststaat dat sprake is van mensenhandel, een periode van in beginsel drie ma ...

    Dat eiser door verweerder is aangemerkt als risicojongere, betekent naar het oordeel van de rechtbank dat, zelfs indien niet vaststaat dat sprake is van mensenhandel, een periode van in beginsel drie maanden in acht wordt genomen om eiser in een afgeschermde omgeving de gelegenheid te geven te "deprogrammeren". Het bestreden besluit verdraagt zich daarmee niet, nu daarin de asielaanvraag is afgewezen op basis van een nader gehoor dat kennelijk heeft plaatsgevonden voordat de periode voor "deprogrammeren" is verstreken.De rechtbank merkt hierbij op dat niet is gebleken dat verweerder op enig moment de conclusie heeft getrokken dat eiser niet langer als risicojongere moest worden aangemerkt. Dit alles klemt te meer, nu tijdens het nader gehoor geen vragen zijn gesteld omtrent eventuele mensensmokkel en hierop reeds bij de correcties en aanvullingen is gewezen, hetgeen nadien is herhaald in de zienswijze.Dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is, doet aan het voorgaande niet af. Er valt zonder nadere motivering niet in te zien dat van eiser reeds tijdens het nader gehoor verwacht mocht worden dat hij "gedeprogrammeerd" was en overeenkomstig de werkelijkheid zou verklaren. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • India
    • Rechtbank Gelderland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Mannenprostitutie
    • Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling (AMV)
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  4. 124 reads Court of Amsterdam Language Dutch Voorlopige voorziening toegewezen. Hoewel de staatssecretaris de homoseksuele geaardheid van de vreemdeling geloofwaardig acht, wordt de asielaanvraag afgewezen omdat van het individuele relaas voor het overige ...

    Voorlopige voorziening toegewezen. Hoewel de staatssecretaris de homoseksuele geaardheid van de vreemdeling geloofwaardig acht, wordt de asielaanvraag afgewezen omdat van het individuele relaas voor het overige geen positieve overtuigingskracht uitgaat.In de huidige zaak verwijst de rechtbank naar het arrest van het HvJ EU van 7 november 2013 waarin de beoordeling van seksuele gerichtheid centraal staat. In rechtsoverweging 58 van dit arrest heeft het Hof geoordeeld dat wanneer een asielzoeker aanvoert dat in zijn land van herkomst regelgeving bestaat die homoseksuele handelingen strafbaar stelt, het aan de nationale autoriteiten is om alle relevante feiten in verband met dat land van herkomst te onderzoeken, daaronder begrepen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van herkomst en de wijze waarop deze worden toegepast.Ter zitting heeft de staatssecretaris opgemerkt dat hij nog geen formeel standpunt heeft ingenomen over de wijze waarop de uitspraak van het Hof moet worden uitgelegd. Wel heeft de staatssecretaris ter zitting onder verwijzing naar een rapport van HRW van 12 december 2007 bevestigd dat homoseksuele handelingen in Marokko strafbaar zijn gesteld. Daarnaast heeft de staatssecretaris opgemerkt dat dit niet betekent dat altijd tot strafvervolging wordt overgegaan en verwijst hierbij naar artikel van Reuters van 13 mei 2008.De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris niet op adequate wijze invulling heeft gegeven aan de op hem rustende onderzoeksplicht. Zo ontbreekt de motivering welke conclusies aan het rapport van HRW moet worden verbonden en is de staatssecretaris evenmin in zijn standpunt ingegaan op de brief van Vluchtelingenwerk welke informatie bevat over de positie van homoseksuelen in Marokko in recente jaren, die door de vreemdeling in het geding is gebracht.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Marokko
    • Rechtbank Amsterdam
    • Mannenprostitutie
    • Homoseksualiteit
    • Uitzetting
    • Voorlopige voorziening (vovo)
    • Nederlands