• Kamerstukken
  • Minderjarigen
  • Strafrecht
  • Rechtbank Rotterdam

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 5 van totaal 5 resultaten
  1. Taal Nederlands Rechtbank Rotterdam De rechtbank Rotterdam heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet-naleving van het bepaalde in artikel 167a Sv. De rechtbank oordeelt als volgt. “De rechtbank stelt vast dat [ ...

    De rechtbank Rotterdam heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet-naleving van het bepaalde in artikel 167a Sv. De rechtbank oordeelt als volgt.“De rechtbank stelt vast dat [minderjarige 2] weliswaar als getuige door de politie is gehoord, doch niet expliciet in het kader van artikel 167a Sv. De politie heeft haar immers niet gevraagd haar mening over het strafbare feit te geven. Evenmin is [minderjarige 2] gevraagd hoe zij tegenover vervolging van de verdachte staat. Uit haar verklaring bij de politie komt wel naar voren dat zij vrijwillig seks heeft gehad met de verdachte en dat zij het niet eens was met het feit dat haar moeder daarvan aangifte heeft gedaan. [minderjarige 1] is noch door de politie noch door het openbaar ministerie gehoord over het feit. Uit het dossier en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting blijkt evenwel dat de verdachte en [minderjarige 1] (die thans 16 jaar oud is) nog steeds een affectieve relatie hebben, dat de verdachte tot aan het aan hem opgelegde contact- en locatieverbod woonachtig was bij [minderjarige 1] en haar ouders, alsmede dat de verdachte de uit hun relatie geboren dochter heeft erkend en hier ook mede de zorg voor draagt. Een toelichting waarom in beide zaken in weerwil van een en ander vervolging aangewezen is, is niet gegeven.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Rotterdam
    • Minderjarigen
    • Strafrecht
    • Affectieve relatie
    • Artikel 167a Sv
    • Minderjarige
    • Niet-ontvankelijk
    • Ontucht
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands Rechtbank Rotterdam De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 22 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en oplegging van bijzondere voorwaarden wegens het ...

    De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 22 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en oplegging van bijzondere voorwaarden wegens het verwerven en in het bezit zijn van kinderpornografie, het vervaardigen van een film met kinderpornografie en het schenden van zijn ambtsgeheim als politieambtenaar. De rechtbank oordeelt als volgt.“De verdachte heeft de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik geschonden. Door het downloaden, bekijken en vervaardigen van kinderpornografisch materiaal wordt de productie daarvan gestimuleerd en in stand gehouden. Voor de productie van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Zij worden voor een camera gezet om te poseren en seksuele handelingen bij zichzelf en anderen te verrichten en/of te ondergaan. Handelingen waaraan zij, gelet op hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling, niet toe zijn. Als gevolg hiervan kunnen deze kinderen psychische schade oplopen. Ook kunnen zij nog lange tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie en verspreiding van de beelden. Een afbeelding die eenmaal op internet is aangetroffen, is vrijwel onmogelijk blijvend van het internet te verwijderen en kan nog jarenlang opduiken. Dit is ook voor de verdachte, naar eigen zeggen als slachtoffer van een pedoseksueel, een reden geweest om naar kinderporno te zoeken om te kijken of er nog beelden van hemzelf op het internet stonden. Dat de verdachte als consument hieraan een bijdrage heeft geleverd, rekent de rechtbank hem dan ook aan.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Rotterdam
    • Kinderpornografie
    • Minderjarigen
    • Schending Ambtsgeheim
    • Persoonlijkheidsstoornis
    • Kinderporno(grafie)
    • Seksueel misbruik
    • Verminderd toerekeningsvatbaar
    • Nederlands
  3. Rechtbank Rotterdam Taal Nederlands De rechtbank Rotterdam veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden en een proeftijd van 2 jaar wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje in de jeugdprostitutie. De rechtbank ...

    De rechtbank Rotterdam veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden en een proeftijd van 2 jaar wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje in de jeugdprostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:“De verdachte maakt deel uit van een groep prostitutieklanten die op 12 mei 2014 in Schiedam een zestienjarig meisje hebben bezocht dat zich tegen betaling beschikbaar stelde om seksuele handelingen met een derde te hebben. Hij heeft betaald voor seksuele handelingen met haar. Hij heeft daardoor misbruik gemaakt van het meisje, zonder zich te bekommeren om de gevolgen die zijn handelen voor haar zou hebben, terwijl hij, als volwassen man, juist degene was die het meisje deze seksuele handelingen had moeten besparen. Het is bekend dat dit soort seksuele handelingen voor de meisjes die er het slachtoffer van zijn grote gevolgen kunnen hebben voor hun verdere ontwikkeling. De rechtbank rekent de verdachte dit alles zwaar aan. Hij heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit van het meisje in ernstige mate geschonden en bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Rotterdam
    • Minderjarigen
    • Strafrecht
    • Kelderbox
    • Minderjarige
    • Jeugdprostitutie
    • Nederlands
  4. Language Dutch 302 reads Court of Rotterdam Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 565 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens poging tot mensenhandel, koppelarij en kinderporno met betrekking tot haar ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 565 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens poging tot mensenhandel, koppelarij en kinderporno met betrekking tot haar achtjarige dochter.

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Rotterdam
    • Kinderpornografie
    • Minderjarigen
    • Minderjarige
    • Kinderporno(grafie)
    • Nederlands
  5. 90 reads Court of Rotterdam Language Dutch Verdachte, een 57-jarige Surinaamse Nederlander, is door de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar voor mensenhandel en uitbuiting. De rechtbank acht bewezen dat hij zijn dochter, pl ...

    Verdachte, een 57-jarige Surinaamse Nederlander, is door de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar voor mensenhandel en uitbuiting. De rechtbank acht bewezen dat hij zijn dochter, pleeg- en stiefdochter heeft aangezet tot het hebben van seks tegen betaling en dat hij daar zelf financieel voordeel van gehad heeft. In de strafmotivering sprak de rechtbank haar verontwaardiging uit over de ernst van de gepleegde feiten en de hoogte van de straf die daarbij toepasselijk is:   'De verdachte heeft zich samen met zijn vrouw met betrekking tot zijn dochter [slachtoffer 3] en zijn twee pleegdochters[slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] schuldig gemaakt aan mensenhandel, een moderne vorm van slavernij. Door deze meisjes alle drie vanaf hun tienerjaren in een sociaal isolement te brengen en van school te houden zijn zij uiteindelijk na forse beïnvloeding direct na hun 18de verjaardag in de prostitutie gaan werken. Alsof dit niet erg genoeg is werden zij verplicht om hun verdiensten van dit werk af te dragen aan de verdachte en zijn vrouw.'En:'Juist door het vaak mensonterende karakter van deze feiten, is er ook sprake van maatschappelijke verontwaardiging. De ernst van de feiten rechtvaardigt zonder meer een gevangenisstraf voor lange duur.' De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zijn drie dochters zelf seksueel heeft misbruikt. De rechtbank is het met de verdediging eens dat er  onvoldoende ondersteunend bewijs is voor de verklaringen van de slachtoffers omtrent het seksueel misbruik. Gelet op de unus testis, nullus testis-regel van artikel 342, lid 2, Wetboek van Strafvordering, heeft de rechtbank verdachte vrijgesproken van seksueel misbruik van zijn dochters:'De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat ondersteunend bewijs voor elk van de aangiftes voor wat betreft de zedendelicten ontbreekt. Er zijn in het dossier weliswaar enkele verklaringen opgenomen van getuigen die op enig moment van het misbruik hebben vernomen, maar daarvoor geldt dat die kennis rechtstreeks van een van de aangeefsters afkomstig was en daarmee niet als bevestiging door een derde kan worden gezien.'   .  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Rotterdam
    • Minderjarigen
    • Mensenhandel
    • Seksueel misbruik
    • Jeugdprostitutie
    • Nederlands