• Wetgeving Nederland
  • Ministerie van Veiligheid en Justitie
Resultaten 1 - 2 van totaal 2 resultaten
  1. Language Dutch 72 reads Ministry of Justice (Dutch) Deze OM strafvorderingsrichtlijn kan worden toegepast op alle gevallen van seksueel misbruik van minderjarige slachtoffers door meerderjarige verdachten. In deze richtlijn is niet het wetsartikel, maar d ...

    Deze OM strafvorderingsrichtlijn kan worden toegepast op alle gevallen van seksueel misbruik van minderjarige slachtoffers door meerderjarige verdachten. In deze richtlijn is niet het wetsartikel, maar de feitelijke ontuchtige handeling zelf centraal gesteld. De ontucht vormt uiteindelijk de kern van het strafrechtelijk verwijt. De delictspecifieke strafmaatbeïnvloedende factoren moeten worden gezien als extra, strafverzwarende verwijten. Onder omstandigheden kunnen de factoren echter ook aanleiding geven tot strafvermindering.

    Wetgeving

    • Aanwijzing
    • Ministerie van Veiligheid en Justitie
    • Strafrecht
    • Vervolging
    • Minderjarigen
    • Openbaar Ministerie
    • Seksueel misbruik
    • Nederlands
  2. Language Dutch 127 reads Ministry of Justice (Dutch) Volledige titel:  Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, nummer WBV 2014/36, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 Uiterlijk op 20 juli 2015 mo ...

    Volledige titel: Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, nummer WBV 2014/36, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000Uiterlijk op 20 juli 2015 moet de richtlijn 2013/32/EU (verder: de Procedurerichtlijn) in de Nederlandse wet- en regelgeving zijn geïmplementeerd. Het doel van deze richtlijn is gemeenschappelijke procedures vast te stellen voor de toekenning of intrekking van internationale bescherming in de Europese Unie. De richtlijn stelt daartoe normen waaraan een asielprocedure dient te voldoen. Op verschillende punten noopt de richtlijn tot aanpassingen van de Nederlandse wet- en regelgeving en de uitvoeringspraktijk. Eén van de aanpassingen in de uitvoeringspraktijk betreft de wijze van motiveren van de beoordeling van de geloofwaardigheid. Hoewel de richtlijn pas in juli 2015 in werking treedt zal al met ingang van 1 januari 2015 het leerstuk van de ‘positieve overtuigingskracht’ worden losgelaten. Vanaf die datum zal een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling centraal staan. Op die wijze worden medewerkers van de IND al in een vroegtijdig stadium betrokken bij de veranderingen waarmee zij te maken zullen krijgen. Met het oog op het door de richtlijn vereiste volledige en ex nunc onderzoek door de rechtbank in eerste aanleg, is het van groot belang om de toetsing van de geloofwaardigheid zo inzichtelijk mogelijk te maken. Door de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling wordt de kenbaarheid van de afwegingen verbeterd. Dit kan het onderzoek van de rechtbank vergemakkelijken in zoverre dat naarmate een beschikking beter is gemotiveerd, voor de rechtbank meer inzichtelijk wordt hoe de IND tot zijn besluit is gekomen. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2015 in de afwijzende beschikkingen van de IND de geloofwaardigheidsbeoordeling op een andere wijze zichtbaar zal zijn in de motivering. Middels dit WBV wordt de tekst van de Vc in lijn gebracht met de terminologie van de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling. Een nadere instructie vindt plaats op het niveau van een (openbare) werkinstructie voor de IND medewerkers.

    Wetgeving

    • Wetten en besluiten
    • Ministerie van Veiligheid en Justitie
    • Procedurerichtlijn
    • Nederlands