Organisatie

  • Gerechtshof Amsterdam
  • 2016

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 15 resultaten
  1. Gerechtshof Amsterdam Taal Nederlands Op 8 december 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde mensenhandel. Het Hof overwoog dat er geen bewijs naar voren is gekomen dat de verdachte zich schuld ...

    Op 8 december 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde mensenhandel. Het Hof overwoog dat er geen bewijs naar voren is gekomen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde handelingen met betrekking tot artikel 273f Sr.Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 273f Sr en de toepasselijke jurisprudentie volgt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. Het gebrek aan keuzevrijheid en afhankelijkheid komt nader tot uitdrukking in de verschillende bestanddelen van artikel 273f Sr, waarbij deze gedragingen alleen bestraft kunnen worden als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij (oogmerk van) uitbuiting kan worden verondersteld. Het enkele aanwenden van dwangmiddelen is niet voldoende om uitbuiting op te leveren, maar het (impliciet in te lezen) oogmerk van uitbuiting brengt met zich mee dat sprake moet zijn van een (voorgenomen) ernstige inbreuk op de lichamelijke en/of geestelijke integriteit en/of de persoonlijke vrijheid. Het Hof overwoog dat in dit geval sprake was van een uitbuitingssituatie wanneer de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostitue(e) pleegt te verkeren in Nederland. Hier was dit echter niet het geval.Wel kan worden bewezen dat verdachte het slachtoffer heeft bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen door middel van misleiding. In diverse telefoongesprekken vraagt de verdachte aan slachtoffer om geld naar hem over te maken voor doeleinden (die achteraf verzonnen bleken te zijn). Hiermee heeft verdachte doelbewust een foute voorstelling van zaken gegeven.  Het hof heeft echter niet kunnen vaststellen dat van (het oogmerk van) uitbuiting sprake is geweest. Er blijkt geen sprake te zijn van een afhankelijkheidspositie van het slachtofffer aan de verdachte. Het bewijsmateriaal is onvoldoende om te kunnen spreken van een dermate ernstige inbreuk op de lichamelijke of geestelijke integriteit of persoonlijke vrijheid van het slachtoffer dat in dit geval (het oogmerk van) uitbuiting bewezen kan worden geacht.Verdachte wordt vrijgesproken.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • geen oogmerk van uitbuiting
    • Nederlands
  2. Gerechtshof Amsterdam Taal Nederlands Op 13 juli 2016 oordeelde het Hof dat er geen sprake was van mensenhandel aangezien uit de feitelijke omstandigheden onvoldoende overwicht voortvloeide en aangeefster zich niet in een kwetsbare situatie ...

    Op 13 juli 2016 oordeelde het Hof dat er geen sprake was van mensenhandel aangezien uit de feitelijke omstandigheden onvoldoende overwicht voortvloeide en aangeefster zich niet in een kwetsbare situatie bevond. Aangeefster had onder andere zelf aangegeven in de prostitutie te willen gaan werken en als reactie daarop heeft verdachte haar geholpen. Ook in sms'jes wordt duidelijk dat het contact tussen aangeefster en verdachte op vriendelijke wijze plaats vond. Het feit dat twee collega's van aangeefster verklaarden dat aangeefster door verdachte werd gedwongen in de prostitutie te gaan, doet hiet niet aan af. Het enkele leeftijdsverschil tussen aangeefster en verdachte brengt niet zonder meer een overwicht met zich mee. Uit geen van de feiten blijkt dat aangeefster op een bepaalde manier emotioneel afhankelijk was van de verdachte. De verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde nu er onvoldoende bewijsmiddelen zijn.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Vrijspraak mensenhandel
    • onvoldoende overwicht
    • geen kwetsbare situatie
    • Nederlands
  3. Language Dutch 7 reads Amsterdam Court of Justice ECLI:NL:GHAMS:2016:3765   Op 19 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor mensenhandel met betrekking tot een minderjarig slachtoffer. Het hof overweegt onder andere dat art ...

    ECLI:NL:GHAMS:2016:3765 Op 19 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor mensenhandel met betrekking tot een minderjarig slachtoffer. Het hof overweegt onder andere dat artikel 273f eerste lid aanhef en onder 5 Sr ziet op bescherming van kinderen en dat om die reden de eis van het gebruik van dwangmiddelen ontbreekt. Ook uit de wetsgeschiedenis vloeit voort dat de wetgever de strafbaarstelling van op de prostitutiegerichte handelen van minderjarigen geen verdergaande specifieke, uitbuitingsitutatie kenmerkende, omstandigheden heeft willen opleggen.  Verder overweegt het hof dat juist minderjarigen met een problematisch verleden degene zijn die in de prostitutie belanden en dat hun mindere mentale weerbaarheid kwetsbare sociaal-economische positie daar een rol in kunnen spelen.Verdachte wordt veroordeelt tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Veroordeling mensenhandel
    • minderjarig slachtoffer
    • Nederlands
  4. Taal Nederlands 4 Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt het volgende: Het hof acht bewezen dat de verdachte tezamen met een ander de betreffende minderjarigen heeft vervoerd, overgebrac ...

    Het gerechtshof veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt het volgende:Het hof acht bewezen dat de verdachte tezamen met een ander de betreffende minderjarigen heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen met het oogmerk hen te faciliteren in hun prostitutiewerk en met het oogmerk daarvan te profiteren. Het oogmerk van de verdachte is dan ook op uitbuiting in de zin van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 2, Sr gericht geweest.Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] is komen vast te staan. De bijdrage van de verdachte aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van het hof van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen van mensenhandel ten aanzien van de minderjarige meisjes [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bewezen.Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, onder de omstandigheid dat de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd.Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.   

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  5. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt daarbij het volgende: Het hof acht bewezen dat de verdachte tezamen met een ander de minderjarige heeft vervoerd en overgebracht m ...

    Het gerechtshof veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt daarbij het volgende:Het hof acht bewezen dat de verdachte tezamen met een ander de minderjarige heeft vervoerd en overgebracht met het oogmerk haar te faciliteren in haar prostitutiewerk en met het oogmerk daarvan te profiteren. Het oogmerk van de verdachte is dan ook op uitbuiting in de zin van artikel 273f, aanhef en onder 2 Sr gericht geweest.Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte is komen vast te staan. Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen van mensenhandel ten aanzien van het minderjarige meisje [slachtoffer 1] bewezen.Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen onder de omstandigheid dat de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereiktVeroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof veroordeelt verdachte voor o.a. mensenhandel en overweegt daarbij het volgende: Het hof acht bewezen dat de verdachte, tezamen met een ander, de betreffende minderjarigen heeft vervoerd, ...

    Het gerechtshof veroordeelt verdachte voor o.a. mensenhandel en overweegt daarbij het volgende:Het hof acht bewezen dat de verdachte, tezamen met een ander, de betreffende minderjarigen heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen met het oogmerk hen te faciliteren in hun prostitutiewerk en met het oogmerk daarvan te profiteren. Het oogmerk van de verdachte is dan ook op uitbuiting in de zin van artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 2 Sr, gericht geweest.Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking bij de verschillende strafbare feiten tussen de verdachte en de medeverdachte is komen vast te staan. Daarmee acht het hof het ten laste gelegde medeplegen van mensenhandel ten aanzien van de minderjarige meisjes [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] bewezen.Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, onder de omstandigheid dat de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, meermalen gepleegd.Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het Gerechtshof Amsterdam verklaart de officier van justitie niet- ontvankelijk ten aanzien van het tenlaste gelegde over mensenhandel in het buitenland.  Het hof overweegt het volgende: Voor de feiten, ...

    Het Gerechtshof Amsterdam verklaart de officier van justitie niet- ontvankelijk ten aanzien van het tenlaste gelegde over mensenhandel in het buitenland. Het hof overweegt het volgende:Voor de feiten, gepleegd in Roemenië en/of Hongarije (en niet deel uitmakend van een feitencomplex dat zich óók in Nederland voordoet), ontbreekt de rechtsmacht van de Nederlandse strafrechter.Op grond van het hier van toepassing zijnde artikel 5a (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is de Nederlandse strafwet slechts van toepassing op de vreemdeling die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een strafbaar feit als hier ten laste gelegd voor zover deze vreemdeling een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft ten tijde van het plegen van dit feit dan wel nadien een vaste woon- of verblijfplaats heeft gekregen in Nederland. Nu de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had in de tenlastegelegde periode, en het dossier geen bewijsmiddel bevat waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte nadien vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft gekregen, zal de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging waar het dit onderdeel van het eerste feit van zaak B betreft.Het hof oordeelt wel dat verdachte zich o.a. schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, meermalen gepleegd en mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. Daarvan zijn vier jonge vrouwen het slachtoffer geworden, van wie één slachtoffer minderjarig was. De vrouwen moesten vele uren per dag in de prostitutie werken om door de verdachte bepaalde bedragen bij elkaar te verdienen. De verdachte heeft drie van hen geslagen wanneer dit niet lukte. Ook bedreigde hij een aantal van hen. De vrouwen moesten al hun in de prostitutie verdiende geld aan de verdachte afstaan. Hij controleerde hen, zodat zij geen geld voor hem konden achter houden. Bij het begaan van deze feiten heeft de verdachte ook anderen ingezet.Door te handelen als bewezen verklaard heeft de verdachte, gebruikmakend van het overwicht dat hij had op de nog jonge slachtoffers die uit het buitenland afkomstig waren, misbruik gemaakt van hun kwetsbare situatie. Hij heeft daarbij op indringende wijze inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en geestelijke integriteit en voorts op de vrijheid die zij zouden moeten hebben om hun eigen leven vorm te geven. De verdachte heeft zich in overwegende mate laten leiden door zijn zucht naar financieel gewin en de belangen van de slachtoffers bij het behoud van hun waardigheid en zelfbeschikkingsrecht daaraan volledig ondergeschikt gemaakt.Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren en 10 (tien) maanden.  

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Niet-ontvankelijk
    • Mensenhandel
    • Nederlands
  8. Language Dutch 2 reads Amsterdam Court of Justice Het gerechtshof Amsterdam overweegt dat hoewel uit de verklaringen in het dossier duidelijk blijkt dat de verdachte jegens het slachtoffer geen geweld heeft gebruikt, komt uit het hiervoor overwogene wel d ...

    Het gerechtshof Amsterdam overweegt dat hoewel uit de verklaringen in het dossier duidelijk blijkt dat de verdachte jegens het slachtoffer geen geweld heeft gebruikt, komt uit het hiervoor overwogene wel duidelijk naar voren dat de rol van de verdachte van grotere aard was dan slechts faciliterend. Bovendien blijkt van een taakverdeling en samenwerking tussen de verdachte en medeverdachte. De verdachte was op de hoogte van de condities waaronder het slachtoffer werkte. Hij heeft door te handelen zoals hij heeft gedaan, meegewerkt aan de totstandkoming, de (verdere) verwezenlijking en de instandhouding van de uitbuitingssituatie van het slachtoffer. De verdachte heeft hier ook zelf van geprofiteerd. Dat de verdachte zelf geen geweld jegens het slachtoffer heeft gebruikt, doet hier niet aan af.Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte, gericht op de uitbuiting van het slachtoffer. Het onder bewezen verklaarde levert op: mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en mensenhandel, meermalen gepleegd.Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren en 11 (elf) maanden.    

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Medeplegen
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Uitbuiting
    • Nederlands
  9. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het gerechtshof Amsterdam vernietigt op 7 juni 2016 het vonnis waartegen beroep is ingesteld en veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden wegens mensenhandel. Het hof o ...

    Het gerechtshof Amsterdam vernietigt op 7 juni 2016 het vonnis waartegen beroep is ingesteld en veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden wegens mensenhandel.Het hof oordeelt als volgt: "De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt mensenhandel door het slachtoffer in Bulgarije voor te spiegelen dat zij in Nederland in de prostitutie veel (meer) geld zou kunnen verdienen en onder betere omstandigheden dan in Bulgarije en dat zij daarbij door hen zou worden geholpen. Met deze vorm van misleiding heeft de verdachte haar geworven en overgebracht naar Nederland, waar zij vervolgens min of meer gedwongen, en anders dan haar was voorgespiegeld, heeft moeten werken in de prostitutie, terwijl zij de helft van haar inkomsten heeft moeten afstaan aan de verdachte en zijn mededaders, alsmede verantwoording moest afleggen over het aantal door haar gewerkte uren en verdiensten. Door aldus het slachtoffer te domineren op haar werk- en in zekere zin ook haar thuissituatie, heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke vrijheid. Hij heeft zijn financieel gewin boven de vrijheid en integriteit van het slachtoffer gesteld. Dit is een ernstig strafbaar feit waarvoor, gelet op de daarvoor geldende richtlijn voor strafvordering mensenhandel in de zin van dienstbaarheid of arbeidsuitbuiting, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden in beginsel passend is."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Vervoeren van prostitutees
    • Gedwongen prostitutie
    • Arbeidsuitbuiting
    • Vervoeren (met oogmerk van uitbuiting)
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het Gerechtshof Amsterdam veroordeelt de verdacht voor het medeplegen van mensenhandel. Het hof oordeelt als volgt: Bij de beantwoording van de vraag wanneer de samenwerking tussen verdachten zo nauw en ...

    Het Gerechtshof Amsterdam veroordeelt de verdacht voor het medeplegen van mensenhandel.Het hof oordeelt als volgt:Bij de beantwoording van de vraag wanneer de samenwerking tussen verdachten zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen kan worden gesproken moeten de concrete omstandigheden van het geval worden beoordeeld. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen – bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" – een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.Het hof is van oordeel dat tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, gericht op de uitbuiting van [slachtoffer 2] , om van medeplegen te spreken.Uit het vorenstaande en de overige te gebruiken bewijsmiddelen leidt het hof af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zodanig nauw en bewust hebben meegewerkt aan de totstandkoming, de verdere verwezenlijking en de instandhouding van de uitbuitingssituatie van [slachtoffer 2] , dat wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich ten opzichte van [slachtoffer 2] schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van uitbuiting van [slachtoffer 2] .Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Strafrecht
    • Gedwongen prostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands

Pagina's