Organisatie

  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
  • 2016
Resultaten 1 - 9 van totaal 9 resultaten
  1. Language Dutch 1 read Arnhem-Leeuwarden Court of Justice ECLI:NL:GHARL:2016:8124 Het hof heeft op 13 oktober 2016 verdachte veroordeelt voor mensenhandel van een minderjarig slachtoffer en heeft hiermee zijn hoger beroep ongegrond verklaard. Het hof verkl ...

    ECLI:NL:GHARL:2016:8124Het hof heeft op 13 oktober 2016 verdachte veroordeelt voor mensenhandel van een minderjarig slachtoffer en heeft hiermee zijn hoger beroep ongegrond verklaard. Het hof verklaart dat er verschillende omstandigheden van belang zijn bij de straftoemeting:de periode waarin sprake is geweest van uitbuiting;- het aantal slachtoffers dat is uitgebuit;- de omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband;- de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutiewerkzaamheden te doen;- de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer;- het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden;- de werkzaamheden die verricht moesten worden;- de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en zwangerschap, zonder condoom);- de hoeveelheid geld die werd afgedragen;- het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen;- overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen;- de rol van verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend);- de houding van de verdachte (heeft hij inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag);- relevante recidive.Verdachte heeft het slachtoffer uit Bulgarije naar Nederland gebracht en haar enkele wekeen in de prostitutie laten werken. Aangezien het slachtoffer pas vijftien jaar was, was er sprake van een erg afhankelijke positie.Uit oogpunt van vergelding is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden.Verdachte wordt veroordeelt tot dertig maanden gevangenisstraf en moet aan verdachte een schadevergoeding betalen van vierduizend euro. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Strafrecht
    • Veroordeling mensenhandel
    • minderjarig slachtoffer
    • strafmotivering mensenhandel
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden spreekt verdachte vrij van mensenhandel. Het hof overweegt dat de Hoge Raad heeft bepaald dat de vraag of er sprake is van uitbuiting niet in algemene termen t ...

    Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden spreekt verdachte vrij van mensenhandel.Het hof overweegt dat de Hoge Raad heeft bepaald dat de vraag of er sprake is van uitbuiting niet in algemene termen te beantwoorden is en sterk is verweven met de concrete omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt volgens de Hoge Raad onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd (HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099).Op basis van de afgelegde verklaringen en de afgetapte telefoongesprekken komt het hof tot de conclusie dat verdachte en (vrouw 1) in de tenlastegelegde periode een relatie hadden, dat (vrouw 1) toen prostitutiewerkzaamheden verrichtte, dat verdachte haar daarin faciliteerde in die zin dat hij haar wel eens naar een klant bracht en in de buurt was of bleef als zij klanten ontving en dat verdachte zo nu en dan geld van haar ontving. Met name gelet op de verklaringen van (vrouw 1) komt het hof voorts tot de conclusie dat (vrouw 1) zelf bepaalde wanneer zij werkte en welke werkzaamheden zij verrichtte. Verder is onvoldoende gebleken dat zij veel geld aan verdachte afstond en ook is niet gebleken dat zij bedragen onder dwang afstond dan wel bewogen werd (door een in de tenlastelegging genoemd middel) geld aan verdachte af te geven. Aldus kan niet worden gesproken van uitbuiting.Het hof acht  niet bewezen dat sprake was van seksuele uitbuiting (lid 1 sub 4) of financiële uitbuiting (lid 1 sub 9) van [vrouw 1] en dus ook niet dat verdachte van die uitbuiting heeft geprofiteerd (lid 1 sub 6).Het hof stelt vast dat de door (vrouw 2) afgelegde verklaringen als consistent kunnen worden aangemerkt. Uit haar verklaringen blijkt geenszins dat sprake was van uitbuiting door verdachte dan wel dat verdachte van plan was om (vrouw 2) uit te buiten. De overige tapgesprekken die zich in het dossier bevinden, leiden het hof niet tot een andere conclusie. Het hof spreekt verdachte daarom integraal vrij van de feiten met betrekking tot (vrouw 2).   

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Strafrecht
    • Seksuele uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden De Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigt op 24 mei 2016 de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 29 juli 2015. Het hof oordeelt als volgt: "Vast staat dat ...

    De Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigt op 24 mei 2016 de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 29 juli 2015.Het hof oordeelt als volgt: "Vast staat dat de moeder bij de opvoeding van [de minderjarige] veel hulpverlening nodig zal hebben. Ter zitting is immers gebleken dat het gedrag van [de minderjarige] zo lastig is dat, als het onderzoek door [F] is afgerond en thuisplaatsing bij de moeder of een netwerkpleeggezin in Polen niet aan de orde is, overplaatsing naar een specialistisch pleeggezin of een gezinshuis in de rede ligt. Het is daarom, mede gelet op de zorgen die er al waren toen [de minderjarige] nog thuis woonde, maar zeer de vraag of de moeder over voldoende pedagogische vaardigheden beschikt om de opvoeding van [de minderjarige] aan te kunnen. Op dit moment is daarover, mede gelet op de ambivalente houding van de moeder jegens de hulpverlening onvoldoende duidelijkheid. De moeder heeft ook nog altijd onvoldoende inzicht verschaft in haar persoonlijke problematiek. Hoewel de moeder stelt dat zij inmiddels psychologische hulp voor zichzelf heeft ingeschakeld, hetgeen het hof op zichzelf een positieve ontwikkeling vindt, constateert het hof ook dat de moeder pas een week voor de zitting een intakegesprek heeft gehad en dat zij dit niet met de jeugdzorgwerker heeft gecommuniceerd. Er is daarom (nog) niet vast te stellen in hoeverre eventuele persoonlijke problematiek van de moeder haar belemmert in haar rol als opvoeder."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Uithuisplaatsing
    • Minderjarig
    • Psychische schade
    • Emotionele schade
    • Mensenhandel
    • Ondertoezichtstelling (OTS)
    • Nederlands
  4. Language Dutch 1 read Arnhem-Leeuwarden Court of Justice Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden veroordeelt de verdachte voor het plegen van ontucht met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling ...

    Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden veroordeelt de verdachte voor het plegen van ontucht met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt.Het hof overweegt ten aanzien van de strafoplegging als volgt:In het kader van de waardering en weging overweegt het hof in de eerste plaats dat door verdachtes gedraging inbreuk is gemaakt op de persoon van het slachtoffer, dat volgens de bedoeling van wetgever vanwege de minderjarigheid extra bescherming behoeft, ook als het initiatief of de vraag dan wel een andere handeling van de minderjarige zelf uitgaat.In het kader van de waardering en weging overweegt het hof vervolgens dat - hoewel voorop staat dat verdachte de leeftijd van “ [slachtoffer] ’ had moeten controleren en dit ten onrechte heeft nagelaten - het hof het aannemelijk acht dat verdachte heeft gedwaald over de leeftijd van het slachtoffer en dat hij ervan uitging dat zij (minstens) 18 jaar was, zoals ook vermeld stond in de advertentie op internet. Verdachte wist niet dat het slachtoffer 16 jaar oud was.Wat de persoon van verdachte betreft neemt het hof in de eerste plaats ten gunste van verdachte in aanmerking dat hij een blanco strafblad heeft. Deze omstandigheid geldt in de rechtspraak in het algemeen als een contra-indicatie tegen het opleggen van onvoorwaardelijke gevangenisstraf, de zwaarste strafsoort en strafmodaliteit die ons recht kent, voor zover de zwaarte van het delict zich daartegen niet verzet.Het hof is op grond van deze overwegingen van oordeel dat in dit geval geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd.Nu geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd sluit artikel 22b Sr bij deze stand van zaken ook oplegging van een taakstraf uit. Dat heeft tot gevolg dat het hof in de eerste plaats een onvoorwaardelijke geldboete zal opleggen.Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 600,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 dagen hechtenis. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Strafrecht
    • Artikel 248b Sr
    • Ontucht
    • Minderjarigen
    • Nederlands
  5. Language Dutch 2 reads Arnhem-Leeuwarden Court of Justice Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden veroordeelt de verdachte voor mensenhandel (artikel 273g Sr). Het hof overweegt als volgt: Verdachte heeft samen met zijn partner, ter vereffening van een drugssc ...

    Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden veroordeelt de verdachte voor mensenhandel (artikel 273g Sr).Het hof overweegt als volgt:Verdachte heeft samen met zijn partner, ter vereffening van een drugsschuld aan hoofdverdachte (medeverdachte) , in hun woning – naar het hof heeft bewezen geacht - telkens eenmaal een (werk)kamer ter beschikbaar gesteld ten behoeve van de werkzaamheden van twee minderjarige prostituees. Op enig moment wist verdachte ook dat één van hen minderjarig was. Desalniettemin is daarna nog eenmaal door verdachte een (werk)kamer ter beschikking gesteld.Gelet op de ernst van de feiten - met name ook de wetenschap omtrent de minderjarigheid van één van de meisjes - en de toepasselijkheid van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, acht het hof naast oplegging van een taakstraf tevens oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen.Het hof zal echter ten gunste van verdachte in sterke mate rekening houden met de volgende factoren:- Verdachte heeft slechts een faciliterende rol gespeeld- Uit het uittreksel justitiële documentatie van 24 maart 2016 volgt dat verdachte weliswaar vaker ter zake misdrijven is veroordeeld tot straf maar dat deze veroordelingen met name verband lijken te houden met de verslavingsproblematiek van verdachte. Voor een soortgelijk feit is verdachte nimmer veroordeeld.- Ten slotte lijkt het er - blijkens het reclasseringsadvies van 6 april 2016 - op dat verdachte een positieve wending aan zijn leven heeft gegeven.Gelet op deze omstandigheden - en het hof het niet wenselijk acht dat verdachte zijn woning zal verliezen - zal het hof de duur van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf beperken tot twee weken. Gegeven de vooromschreven ernst van de feiten zal het hof daarnaast een taakstraf opleggen voor de duur van honderd uren.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Strafrecht
    • Minderjarigen
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Vervoeren (met oogmerk van uitbuiting)
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en kinderporno. Het hof overweegt als volgt: dat er geen sprake is geweest van dwang of dat de slachtoffers zo mogel ...

    Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en kinderporno.Het hof overweegt als volgt: dat er geen sprake is geweest van dwang of dat de slachtoffers zo mogelijk hebben ingestemd met het sekswerk is, gegeven hun minderjarige leeftijd, niet van belang. De door verdachte overtreden bepalingen beogen immers minderjarigen te beschermen. Ook tegen zichzelf. Juist de leeftijd van de meisjes maakt hen immers kwetsbaar. Verdachte heeft van deze kwetsbaarheid misbruik gemaakt.Tevens overweegt het hof dat de minister onmiskenbaar met de wijziging in artikel 240b Sr niet heeft beoogd de bescherming van kinderen tegen daadwerkelijke uitbuiting te doen verzwakken. Integendeel. Uit de geciteerde passages van de wetsgeschiedenis blijkt genoegzaam dat opname van het woord ‘kennelijk’ slechts is ingegeven door de gedachte dat ook personen van wie de exacte leeftijd - om welke reden dan ook - niet kan worden vastgesteld, moeten worden beschermd. In het onderhavige casus doen dergelijke bewijsproblemen zich niet voor. Vast staat dat [slachtoffer 1] in de tenlastegelegde periode jonger was dan achttien jaren oud. Dit betekent dat afbeelding van de foto van [slachtoffer 1] , welke foto het hof ter terechtzitting heeft waargenomen en waarvan het hof vaststelt dat die afbeelding een seksuele gedraging bevat, valt onder de reikwijdte van artikel 240b Sr.Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: mensenhandel, meermalen gepleegdHet onder 2 bewezen verklaarde levert op: mensenhandel, meermalen gepleegdHet 3 primair onder A bewezen verklaarde levert op: mensenhandel.Het onder 5 bewezen verklaarde levert op: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, en verwerven.Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Kinderporno
    • Minderjarigen
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden veroordeelt de verdachte voor het plegen van ontucht met een persoon die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen ...

    Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden veroordeelt de verdachte voor het plegen van ontucht met een persoon die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van 16 jaar maar nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt (art. 248b Sr).In het kader van de waardering en weging overweegt het hof in de eerste plaats dat door verdachtes gedraging inbreuk is gemaakt op de persoon van het slachtoffer, dat volgens de bedoeling van wetgever vanwege de minderjarigheid extra bescherming behoeft, ook als het initiatief of de vraag dan wel een andere handeling van de minderjarige zelf uitgaat. De gedraging van verdachte vormt in dit geval één van een aantal gedragingen van dezelfde soort.In het kader van de waardering en weging overweegt het hof vervolgens dat - hoewel voorop staat dat verdachte de leeftijd van ‘ [slachtoffer] ’ had moeten controleren en dit ten onrechte heeft nagelaten - het hof het aannemelijk acht dat verdachte heeft gedwaald over de leeftijd van het slachtoffer en dat hij ervan uitging dat zij (minstens) 18 jaar was, zoals ook vermeld stond in de advertentie op internet. Nu het hof rekening dient te houden met de mate van verwijtbaarheid, neemt het hof het feit dat verdachte niet wist van de minderjarigheid van ‘ [slachtoffer] ’ onder de geschetste omstandigheden in aanmerking ten gunste van verdachte.Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 2.400,- (tweeduizend vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 34 (vierendertig) dagen hechtenis.  

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Ontucht
    • Artikel 248b Sr
    • Nederlands
  8. Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden wegens mensenhandel. Het hof oordeelt als volgt: "Uit de verklaringen die aangeefster he ...

    Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden wegens mensenhandel.Het hof oordeelt als volgt: "Uit de verklaringen die aangeefster heeft afgelegd - en die op de relevante onderdelen voldoende worden ondersteund door ander bewijsmateriaal - volgt dat zij door verdachte bewogen is prostitutiewerkzaamheden te verrichten en de verdiensten daarvan aan hem af te staan. Verdachte bewoog haar tot de prostitutiewerkzaamheden en het afstaan van die verdiensten door misbruik te maken van haar verliefdheid en door haar te misleiden. Aangeefster is bewogen klanten te ontvangen ten behoeve van de financiering van het zogenaamde Surinameproject. Er was echter geen Surinameproject. Verdachte zou onder meer met het geld dat aangeefster ging verdienen een vliegticket kopen. Zij heeft het geld voor het vliegticket daadwerkelijk aan verdachte afgestaan. Dit ticket is echter nooit aangeschaft. Wel heeft verdachte (met [medeverdachte] ) met het geld dat van de prostitutiewerkzaamheden van aangeefster afkomstig was, een auto gefinancierd. Uit de verklaringen van aangeefster blijkt niet dat ze hiervan op de hoogte was. Verdachte heeft verder misbruik gemaakt van de verliefdheid van aangeefster. Hij heeft ervaren dat zij door die verliefdheid veel voor hem wilde doen, zoals het ontvangen van klanten, naar klanten toe gaan en het afstaan van haar verdiensten. Hij heeft die verliefdheid en haar hoop op een toekomst met hem gevoed door voor te wenden dat hij ook een toekomst met haar zag.Als gevolg van die verliefdheid en misleiding heeft verdachte aangeefster dus zo ver gekregen dat zij hem wilde helpen met (onder andere) de financiering van het zogenaamde Surinameproject. De afspraak was dat zij klanten zou ontvangen en haar verdiensten aan verdachte zou geven voor het ‘Surinameproject’. Als aangeefster zich niet aan die afspraak hield, in de zin dat zij voor verdachte niet bereikbaar was in geval een klant aan verdachte of [medeverdachte] liet weten belangstelling te hebben, kon verdachte boos worden en aangeefster bedreigen. Aangeefster had in zoverre niet de (volledige) vrijheid om van de afspraken af te wijken die zij als gevolg van de misleiding en haar verliefdheid met verdachte had gemaakt.Het hof is aldus anders dan de raadsvrouw van oordeel dat de bedreigende uitlatingen van verdachte (ook) gezien moeten worden in de context van de prostitutiewerkzaamheden en niet (alleen) als gevolg van relatieperikelen.Anders dan de raadsvrouw is het hof verder van oordeel dat sprake is geweest van uitbuiting. Reeds het gegeven dat verdachte aangeefster door misleiding en door misbruik te maken van haar verliefdheid heeft bewogen prostitutiewerkzaamheden te verrichten en haar verdiensten aan hem af te staan, brengt het hof tot de conclusie dat sprake is van uitbuiting in de zin van artikel 273f lid 1 Sr."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Slachtoffer
    • Gedwongen prostitutie
    • Misbruik van emotionele afhankelijkheid
    • Misbruik van kwetsbare positie
    • Escort
    • Nederlands
  9. 2 Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf ja ...

    Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren en een contactverbod ten aanzien van drie slachtoffers wegens mensenhandel en poging tot mensenhandel.Het Gerechtshof oordeelt als volgt: "Met de rechtbank komt het hof tot een bewezenverklaring van sub 2. Verdachte ging een liefdesrelatie met de minderjarige [aangeefster 1] aan en vertelde haar vervolgens dat zij met andere mannen voor geld of spullen naar bed moest gaan. Zij kon dan geld voor verdachte verdienen, zodat hij zijn schulden kon afbetalen. Verdachte wilde er derhalve voor zorgen dat die minderjarige [aangeefster 1] zich beschikbaar zou stellen voor seks met anderen tegen betaling en hij wilde daar zelf aan verdienen. Uit het voorgaande volgt dat verdachte [aangeefster 1] heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting.Met de rechtbank is het hof van oordeel dat van andere handelingen dan werven als bedoeld in sub 2 geen sprake is, zodat het hof in zoverre tot vrijspraak komt.Het hof komt wel tot een bewezenverklaring van de pogingsvariant van sub 2 en 5. Verdachte ging een liefdesrelatie met de destijds minderjarige [aangeefster 2] aan en zei haar tijdens die relatie dat zij met andere mannen voor geld naar bed moest gaan. Zij kon hiermee veel geld verdienen zodat ze samen op vakantie naar Frankrijk konden. Hij vertelde haar ook dat hij schulden had, dreigde met zelfmoord, vroeg [aangeefster 2] of ze hem wilde helpen en vertelde haar ook dat ze hem geld moest geven. Verdachte heeft [aangeefster 2] een site laten zien waarop mannen goederen aanboden voor seks met een vrouw. Nadat hij haar had verzocht om naaktfoto’s van zich zelf te maken en naar hem op te sturen, plaatste hij een seksadvertentie van [aangeefster 2] op internet. Verdachte heeft tegen [aangeefster 2] gezegd dat hij haar en hemzelf op het internet had gezet, omdat hij geld nodig had. Verdachte wilde er derhalve voor zorgen dat de toen minderjarige [aangeefster 2] zich beschikbaar zou stellen voor seks met anderen tegen betaling en hij wilde daar zelf aan verdienen. Uit het voorgaande volgt dat verdachte gepoogd heeft om [aangeefster 2] met het oogmerk van uitbuiting te werven en haar ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling.Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat uit het bovenstaande en uit de bewijsmiddelen (bijlage I bij dit arrest) blijkt dat verdachte daadwerkelijk het voornemen had om [aangeefster 2] seks te laten hebben met mannen tegen betaling en ook dat zowel ten aanzien van sub 2 als ten aanzien van sub 5 sprake was van een begin van uitvoering. Dat [aangeefster 2] de seksadvertentie(s) destijds niet zelf heeft gezien doet daar niet aan af.Het hof komt wel tot een bewezenverklaring van de pogingsvariant van sub 1 en 4. Verdachte ging een liefdesrelatie met [aangeefster 3] aan en vroeg haar tijdens die relatie vaak of hij haar op een sekssite mocht zetten, zodat zij seks met andere mannen voor geld zou hebben. Hiermee kon hij zijn schulden afbetalen. Hij liet haar ook sekssites zien, onder andere door haar de links van die sekssites te sturen. Hij vertelde [aangeefster 3] onder andere dat hij was misbruikt en hij zich zelf in zijn polsen sneed. Hij bewoog haar er ook toe hem geld te geven. Hij verzocht haar voorts om seksueel getinte foto’s naar hem op te sturen. Dit weigerde zij. Verdachte wilde er derhalve voor zorgen dat [aangeefster 3] zich beschikbaar zou stellen voor seks met anderen tegen betaling en hij wilde daar zelf aan verdienen. In deze periode was [aangeefster 3] zwaar depressief en sneed zij in haar polsen. [aangeefster 3] was bovendien verliefd op de verdachte. Uit het voorgaande volgt dat verdachte gepoogd heeft om [aangeefster 3] -door misbruik te maken van haar kwetsbare positie- met het oogmerk van uitbuiting te werven en haar ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling. Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat er voldoende wettig bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen, nu de door [aangeefster 3] omschreven handelwijze van verdachte overeenkomt met zijn handelwijze zoals omschreven door [aangeefster 2] en [aangeefster 1] , namelijk het aangaan van een (seksuele) relatie en tijdens die relatie vragen van seksueel getinte foto’s van degene met wie hij op dat moment een relatie had (en die verliefd op hem was) en het vervolgens herhaaldelijk vragen (om niet te zeggen: zeuren) aan die persoon of zij seks met andere mannen wilde hebben tegen betaling, zodat met dat geld (zogenaamd) de schulden van verdachte betaald konden worden en het daarbij tonen en/of sturen van links van sekssites."   

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Nederlands