• Asielprocedure
  • 2011
Resultaten 1 - 8 van totaal 8 resultaten
  1. Language Dutch 23 reads Overleg over: – de brief van de minister van Justitie d.d. 9 april 2009 inzake de rapportage Vreemdelingenketen juli–december 2009 (19 637, nr. 1334) – de brief van de minister van Justitie d.d. 7 juni 2010 met het verslag van een ...

    Overleg over: – de brief van de minister van Justitie d.d. 9 april 2009 inzake de rapportage Vreemdelingenketen juli–december 2009 (19 637, nr. 1334) – de brief van de minister van Justitie d.d. 7 juni 2010 met het verslag van een schriftelijk overleg over de rapportage Vreemdelingenketen juli–december 2009 (19 637, nr. 1346) – de brief van de minister van Justitie d.d. 1 oktober 2010 inzake de rapportage Vreemdelingenketen januari–juni 2010 (19 637, nr. 1361) – de brief van de minister van Justitie d.d. 14 juni 2010 over de uitvoering van de nieuwe asielprocedure (19 637, nr. 1351) – de brief van de minister van Justitie d.d. 14 juni 2010 inzake EHRM: de gemotiveerde Rule 39 in Somalische Dublinzaken (19 637, nr. 1350) – de brief van de minister van Justitie d.d. 17 juni 2010 over de gevolgen van de uitspraak van het Hof van Justitie inzake de legesheffing voor Turkse onderdanen (C-92/07); –de brief van de minister van Justitie d.d. 30 juni 2010 over het landgebonden asielbeleid voor Ivoorkust (19 637, nr. 1354) – de brief van de minister van Justitie d.d. 7 juli 2010 over de aard en omvang van fraude en misbruik bij asielaanvragen (19 637, nr. 1355) – de brief van de minister van Justitie d.d. 16 juli 2010 over het gebruik van de discretionaire bevoegdheid (19 637, nr. 1357) – de brief van de minister van Justitie d.d. 19 juli 2010 met een afschrift van de brief aan VluchtelingenWerk Nederland n.a.v. de interim measure EHRM inzake Somalische Dublinclaiman-ten aan Griekenland (2010Z11084) – de brief van de minister van Justitie d.d. 17 augustus 2010 met het rapport evaluatie beleidswijzigingen Somalië (19 637, nr. 1359) – de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 26 januari 2010 met antwoorden op de vragen van de commissie inzake de rechtsbijstand en medische problematiek in het vreemdelin-genbeleid (19 637, nr. 1320) – de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 7 oktober 2009 inzake de rechtsbijstand en medische problematiek in het vreemdelingenbeleid (19 637, nr. 1305) – de brief van de minister van Justitie d.d. 11 oktober 2010 over de uitkomsten van de pilot intensivering ongewenstverklaring vreemdelingen (PIOVR) (19 637, nr. 1362) – de brief van de minister van Justitie d.d. 13 oktober 2010 over de overdrachten aan Griekenland in het kader van de Dublin-verordening (19 637, nr. 1363) – de brief van de minister van Justitie d.d. 5 juli 2010 met de aanvulling op de brief aangaande de gevolgen van de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak-Chakroun (32 175, nr. 11) – de brief van de minister van Justitie d.d. 19 april 2010 inzake Chinese vreemdelingen (19 637, nr. 1336). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand woordelijk

    Overheidspublicaties

    • Handelingen
    • Asielprocedure
  2. Language Dutch 56 reads OVerleg gevoerd over: – het rapport van de Algemene Rekenkamer «Immigratie- en Naturalisatiedienst; Terugblik 2010» d.d. 18 maart 2010 (30 240, nr. 17 – de brief van de minister van Justitie d.d. 7 mei 2010 houdende de beantwoordin ...

    OVerleg gevoerd over: – het rapport van de Algemene Rekenkamer «Immigratie- en Naturalisatiedienst; Terugblik 2010» d.d. 18 maart 2010 (30 240, nr. 17 – de brief van de minister van Justitie d.d. 7 mei 2010 houdende de beantwoording van vragen van de vaste commissies voor de Rijksuitgaven en Justitie naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer «Immigratie- en Naturalisatie-dienst; Terugblik 2010» (30 240, nr. 19) – de brief van president van de Algemene Rekenkamer d.d. 12 mei 2010 met daarin de beantwoording van vragen van de vaste commissies voor de Rijksuitgaven en Justitie over het rapport «Immigratie- en Naturalisatiedienst; Terugblik 2010» (30 240, nr. 20) – de brief van de minister van Justitie d.d. 12 april 2010 met antwoorden op vragen van de commissie over het terugnemen door China van uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen (19 637, nr. 1335) – de brief van de minister van Justitie d.d. 30 maart 2010 met daarin de reactie op motie-Anker c.s. (31 994, nr. 19) en de stand van zaken van de beëindiging van de noodopvang (31 994, nr. 32) - de brief van de minister van Justitie d.d. 15 april 2010 met een reactie op het Jaarverslag 2009 van de Commissie Integraal Toezicht Terugkeer (29 344, nr. 73) – de brief van de minister van Justitie d.d. 8 juni 2010 over de uitvoering van de motie-Van Velzen c.s. (19 637, nr. 1342) over het stoppen met het op straat zetten van gezinnen met kinderen die rechtmatig in Nederland verblijven (19 637, nr. 1348) – de brief van de minister van Justitie d.d. 11 juni 2010 met de beleidsreactie op het onderzoeksrapport van het WODC «Kiezen tussen twee kwaden» (19 637, nr. 1349) – de brief van de minister van Justitie d.d. 28 april 2010 houdende de reactie op de commissiebrieven van 28 januari2010 en van 1 april 2010 inzake de brief over het op straat zetten van vreemdelingen in vrieskou (2010Z07606) – de brief van de minister van Justitie d.d. 12 juli 2010 met daarin de reactie op de resolutie van het Comité van Ministers van de Raad van Europa (19 637, nr. 1356) – de brief van de minister van Justitie d.d. 6 oktober 2010 met daarin de beleidsreactie op het WODC-onderzoek «Jong en illegaal in Nederland» (27 062, nr. 66) – de brief van de minister van Justitie d.d. 1 oktober 2010 over de uitvoering van de motie-Anker/Spekman (32 052, nr. 19) over het meenemen van een buitenlandse partner door Nederlandse expats bij een tijdelijke terugkeer naar Nederland (32 175, nr. 14) – de brief van de minister van Justitie d.d. 8 juni 2010 met daarin de reactie op de aangenomen moties ingediend bij het VAO Vreemdelingen- en Asielbeleid van 25 maart 2010 door de leden Van Velzen (19 637, nr. 1338) en Azough (19 637, nr. 1339) – de brief van de minister voor Immigratie en Asiel d.d. 30 november 2010 over de toezeggingen gedaan tijdens het spoeddebat betreffende de uitzetting van Iraakse vreemdelingen naar Irak (19 637, nr. 1376) – de brief van de minister voor Immigratie en Asiel d.d. 24 november 2010 over de brief van het Europees Hof voor de Rechten van de mens over Irak van 23 november 2010 (19 637, nr. 1375) – de brief van de minister voor Immigratie en Asiel d.d. 15 december 2010 met een reactie op brieven van het vorige kabinet ten behoeve van de AO’s van 16 december 2010 en 26 januari 2011 (19 637, nr. 1384).

    Overheidspublicaties

    • Handelingen
    • Asielprocedure
    • Terugkeer
  3. Language Dutch 20 reads Betreft overleg over de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 28 januari 2011 over het IGZ-rapport overlijden asielzoekster AZC Leersum (29 484, nr. 18)en de brief van de minister voor Immigratie en Asiel ...

    Betreft overleg over de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 28 januari 2011 over het IGZ-rapport overlijden asielzoekster AZC Leersum (29 484, nr. 18)en de brief van de minister voor Immigratie en Asiel d.d. 11 februari 2011 met de beantwoording van vragen over de advisering BMA over zieke uitgeprocedeerde asielzoekers (19 637, nr. 1398).

    Overheidspublicaties

    • Handelingen
    • Asielprocedure
  4. Taal Nederlands 7 Rechtbank Noord-Holland Bij de tweede aanvraag verklaart eiseres dat zij asiel aanvraagt omdat zij de eerste keer niet alles heeft verteld. In het gehoor inzake nieuwe feiten en omstandigheden verklaart eiseres dat zij er i ...

    Bij de tweede aanvraag verklaart eiseres dat zij asiel aanvraagt omdat zij de eerste keer niet alles heeft verteld. In het gehoor inzake nieuwe feiten en omstandigheden verklaart eiseres dat zij er in Nederland is achtergekomen dat een vrouw in Italië niet alleen eiseres, maar ook andere meisjes uit Nigeria naar Europa heeft gebracht. Eiseres werd gedwongen deze dingen niet te vertellen, zodat zij dit niet eerder kon verklaren.Verder is gebleken dat eiseres getuige is geweest in de zogenoemde Koolviszaak. Deze zaak betreft een landelijk onderzoek naar mensenhandel vanuit Nigeria van de Dienst Nationale Recherche en de KMar. Uit een brief gedateerd 16 maart 2009 blijkt dat eiseres zich heeft gevoegd in het strafproces teneinde de schade te verhalen op de verdachte in de Koolviszaak.De rechtbank oordeelt dat uit voorgaande blijkt dat eiseres haar asielrelaas voor zover betrekking hebbend op mensenhandel, nog niet eerder naar voren heeft kunnen brengen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een asielaanvraag die door verweerder met toepassing van art.4:6 Awb kon worden afgedaan, maar dat er sprake is van een nieuw asielrelaas dat door verweerder op de gebruikelijke manier dient te worden beoordeeld.Bij het nemen van een nieuw besluit kan verweerder aandacht besteden aan de medische omstandigheden waarin eiseres verkeert, mede op basis van het opnieuw gevraagde BMA-advies. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Asielprocedure
    • Tweede asielaanvraag
    • Nederlands
  5. Language Dutch 80 reads Court of Noord-Nederland Uit de verklaringen van eiseres valt niet af te leiden dat het voor eiseres niet mogelijk was om gedurende de reis naar Nederland de reisagent te vragen naar de gebruikte reispapieren. Op basis van de verkl ...

    Uit de verklaringen van eiseres valt niet af te leiden dat het voor eiseres niet mogelijk was om gedurende de reis naar Nederland de reisagent te vragen naar de gebruikte reispapieren. Op basis van de verklaringen van eiseres kan niet worden geconcludeerd dat sprake was van (een situatie van) dwang. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onder deze omstandigheden in redelijkheid het ontbreken van reispapieren aan eiseres toegerekend.Volgens rechtspraak van het EHRM (St. Kitts, nr. 146/1996/767/964 op 2 mei 1997, en Bensaid 44599/98 op 6 februari 2001, en N. t. VK 26565/05 op 27 mei 2008) kan uitzetting in verband met de medische toestand van de uit te zetten vreemdeling, onder uitzonderlijke omstandigheden en wegens dwingende redenen van humanitaire aard, bij gebrek aan medische voorzieningen en sociale opvang in het land, waarnaar wordt uitgezet, leiden tot schending van art. 3 EVRM.De rechtbank overweegt dat uit de door eiseres overgelegde medische gegevens niet volgt dat de klachten die eiseres heeft, een ziekte betreffen die zich in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium bevindt (uitspraak Afdeling 8 november 2005 zaak nr. 200507278/1/).Uit de rechtspraak van EHRM kan niet worden afgeleid dat bij de beoordeling van de medische toestand mede speculaties over mogelijke toekomstige belemmeringen van de toegang tot de noodzakelijke zorg moeten worden betrokken. Verweerder heeft derhalve op goede gronden geconcludeerd dat geen aanleiding bestaat om in het onderhavige geval onderzoek door het BMA te laten verrichten.Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat geen vbt-regulier met als doel ‘verblijf als amv’ wordt verleend, omdat eiseres een mogelijk onderzoek naar de opvangmogelijkheden in haar land van herkomst frustreert. Nu is geoordeeld dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat eiseres vage en summiere verklaringen heeft afgelegd over haar moeder, over haar familie en over de vriend en zijn gezin, is de rb van oordeel dat verweerder terecht niet ambtshalve een verblijfsvergunning op grond van het minderjarigenbeleid aan eiseres heeft verleend. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Noord-Nederland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Paspoortvereiste
    • Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA)
    • Asielprocedure
    • Ongedocumenteerden
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands
  6. Language Dutch 72 reads Court of Amsterdam Op 10 juli 2011 is eiseres op grond van artikel 3 Vw op de luchthaven Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd. Ten aanzien van eiseres is op dezelfde datum de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artike ...

    Op 10 juli 2011 is eiseres op grond van artikel 3 Vw op de luchthaven Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd. Ten aanzien van eiseres is op dezelfde datum de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 lid 1 en 2 Vw toegepast.De rechtsgronden aanvullend overweegt de rechtbank dat in dit geval de Terugkeerrichtlijn van toepassing is. Uit artikel 15 lid 1 aanhef en onder b Terugkeerrichtlijn vloeit voort dat alvorens tot oplegging van de maatregelen kan worden overgegaan, onderzocht dient te worden of een minder dwingende maatregel dan detentie doeltreffend kan worden toegepast om de verwijdering van een illegaal verblijvende vreemdeling te verzekeren.De ABRvS heeft in haar uitspraak van 29 juni 2011 (LJN: BR0158) overwogen dat de uitspraak van de ABRvS van 28 oktober 2004 (LJN: AR5859) niet tot de conclusie leidt dat een lichter middel kan worden toegepast, zonder dat daarmee het grensbewakingsbelang wordt prijsgegeven. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter uit de omstandigheid dat verweerder met het toepassen van het lichter middel het grensbewakingsbelang prijsgeeft niet zonder meer worden afgeleid dat een lichter middel niet doeltreffend kan worden toegepast. De vraag of een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast moet immers worden beantwoord in het licht van de doelstelling van de Terugkeerrichtlijn.Uit punt 2 van de considerans van de Terugkeerrichtlijn blijkt dat deze doelstelling is het ontwikkelen van een doeltreffend verwijderings- en terugkeerbeleid, zodat mensen op een humane manier, met volledige eerbiediging van hun grondrechten en waardigheid, teruggezonden worden. Niet valt in te zien dat deze doelstelling in dit geval niet met het opleggen van een lichter middel, zoals een meldplicht had kunnen worden bereikt. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiseres direct bij haar inreis om asiel heeft gevraagd. Gelet daarop kan naar het oordeel van de rb niet staande worden gehouden dat eiseres de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Rechtbank Amsterdam
    • Asielprocedure
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Nederlands
  7. Language Dutch 87 reads Court of Amsterdam Beroep van de vreemdeling tegen afgewezen vbt-asiel. Volgens de rechtbank heeft de vreemdeling niet aannemelijk gemaakt dat zij enkel vanwege het behoren tot een bepaalde sociale groep, namelijk die van minder op ...

    Beroep van de vreemdeling tegen afgewezen vbt-asiel. Volgens de rechtbank heeft de vreemdeling niet aannemelijk gemaakt dat zij enkel vanwege het behoren tot een bepaalde sociale groep, namelijk die van minder opgeleide, arme en jonge Mongoolse vrouwen, gegronde vrees heeft voor vervolging.Ten aanzien van deze groep kan niet worden gesproken van een discriminatoire vervolging waartegen het Vluchtelingenverdrag beoogt te beschermen. Er is immers niet gesteld en evenmin gebleken dat de mensenhandelaren die de vreemdeling stelt te vrezen deel uitmaken van de autoriteiten van het land van herkomst, laat staan dat ze namens die autoriteiten zouden optreden.Ook is niet gesteld of gebleken dat er sprake is van een situatie waarin het handelen van de mensenhandelaren bewust is getolereerd door die autoriteiten of dat die autoriteiten weigeren de vreemdeling daartegen te beschermen.Verder oordeelt de rechtbank dat de Minister op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling tegen eventuele represailles van de kant van de mensenhandelaren de bescherming had kunnen inroepen van de autoriteiten. Dat de door de vreemdeling overgelegde informatie weliswaar blijkt dat het overheidsapparaat niet vlekkeloos werkt en dat sprake is van corruptie bij de overheid, volgt niet dat het bij voorbaat kansloos is om de bescherming van de autoriteiten in te roepen.Tot slot oordeelt dat het causaal verband tussen de aangevoerde klemmende redenen van humanitaire aard en het uiteindelijke vertrek uit het land van herkomst ontbreekt, waardoor het beroep op de c-grond van artikel 29, eerste lid Vw 2000 faalt. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Mongolië
    • Rechtbank Amsterdam
    • Asielprocedure
    • Bescherming autoriteiten
    • Nederlands
  8. 93 reads Court of Amsterdam Language Dutch Eiseres is vanuit Italië naar Nederland gereisd. Nadat zij op 28 juli 2009 aangifte had gedaan van mensenhandel is op 6 augustus 2009 het Dublinbesluit van 29 april 2009 ingetrokken. Niet in geschil is dat eisere ...

    Eiseres is vanuit Italië naar Nederland gereisd. Nadat zij op 28 juli 2009 aangifte had gedaan van mensenhandel is op 6 augustus 2009 het Dublinbesluit van 29 april 2009 ingetrokken. Niet in geschil is dat eiseres in Italië een andere dan haar eigen naam en een onjuiste geboortedatum heeft opgegeven. Ook staat vast dat eiseres na indiening van haar asielaanvraag in Nederland aanvankelijk heeft verzwegen en ontkend dat zij in Italië heeft verbleven. De rechtbank oordeelt dat verweerder het voorgaande in redelijkheid aan eiseres kon tegenwerpen.Aangaande het beroep van eiseres op art. 15c DRi oordeelt de rechtbank dat niet in geschil is dat ten tijde van het bestreden besluit sprake was van een situatie als bedoeld in art. 3.105d Vb, waarin de inhoud van de verleende bescherming uit art. 15c DRi ten tijde van het bestreden besluit was opgenomen. Verweerder heeft de aanvraag niet zonder meer zonder nader onderzoek naar de door eiseres gestelde herkomst kunnen afdoen.De enkele overweging dat identiteit onlosmakelijk is verbonden met nationaliteit is daartoe onvoldoende, nu twijfel aan de identiteit en /of nationaliteit niet noodzakelijkerwijs met zich meebrengt dat de herkomst van de vreemdeling ongeloofwaardig is. Overigens heeft verweerder ter zitting verklaard niet expliciet aan de door eiseres gestelde nationaliteit te twijfelen.Verweerder heeft op geen enkele wijze, zoals te doen gebruikelijk, door het stellen van herkomstvragen, onderzocht of de gestelde herkomst van eiseres al dan niet geloofwaardig is. Van de situatie dat eiseres iedere mogelijkheid aan verweerder heeft ontnomen om nader onderzoek te doen naar haar herkomst – waarvan sprake was in ABRvS 26 augustus 2009 (9200905228) – is geen sprake. Ook anderszins heeft verweerder niet gemotiveerd waarom gedwongen terugkeer naar Somalië – gelet op de uitzonderlijke geweldssituatie in Mogadishu - geen schending van art. 3 EVRM oplevert. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Somalië
    • Rechtbank Amsterdam
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Identiteit en nationaliteit
    • Minderjarige
    • Asielprocedure
    • Geloofwaardigheid
    • Nederlands