• Prostitutie
  • Nederland
  • Rechtbank Oost-Brabant
Resultaten 1 - 2 van totaal 2 resultaten
  1. 20 reads Court of Oost-Brabant Language Dutch De rechtbank Oost-Brabant spreekt verdachte, een taxichauffeur, vrij van mensenhandel ten aanzien van vier slachtoffers. De rechtbank besluit als volgt: 'De rechtbank acht met name niet wettig en overtuig ...

    De rechtbank Oost-Brabant spreekt verdachte, een taxichauffeur, vrij van mensenhandel ten aanzien van vier slachtoffers. De rechtbank besluit als volgt:'De rechtbank acht met name niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de in de tenlastelegging aangeduide personen, welke hij in zijn taxi naar België vervoerde, zich aldaar beschikbaar stelden tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor derden tegen betaling. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.'En:'Van de in de tenlastelegging genoemde vrouwen heeft alleen [slachtoffer 2] tegen de politie verklaard dat zij prostitutiewerkzaamheden verrichtte, maar niet is gebleken dat zij dat op enig moment tegen verdachte heeft verteld. De andere vrouwen hebben prostitutiewerkzaamheden ontkend en het dossier bevat geen feiten of omstandigheden op basis waarvan met zekerheid kan worden vastgesteld dat zij in de prostitutie werkzaam waren.'  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • Strafrecht
    • Prostitutie
    • Vrijspraak
    • Vervoeren (met oogmerk van uitbuiting)
    • Nederlands
  2. 84 reads Court of Oost-Brabant Language Dutch De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte wegens mensenhandel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het slachtoffer is door middel van dwang in een uitbuitingssi ...

    De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte wegens mensenhandel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het slachtoffer is door middel van dwang in een uitbuitingssituatie gekomen. Over de uitgeoefende dwang van verdachte op het slachtoffer oordeelde de rechtbank al volgt:'Uit het dossier komt een duidelijk beeld naar voren dat door verdachte en [medeverdachte 1] ten opzichte van [slachtoffer] een bepaalde mate van dwang werd uitgeoefend. Aan [slachtoffer] werd door hen herhaaldelijk kenbaar gemaakt dat zij klanten moest afwerken en geld moest verdienen. Veelvuldig werd dit tegen haar op een dwingende toon gezegd. Weliswaar werd [slachtoffer] met name door [medeverdachte 1] aangespoord zich te prostitueren, maar ook verdachte liet zich in dat kader niet onbetuigd.'Volgens de rechtbank heeft de verdachte, in het kader van loverboyproblematiek, misbruik gemaakt van een uit feitelijke vehouding voortvloeiend overwicht:'[medeverdachte 1] en verdachte hebben haar onderdak verschaft in de woningen van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. [slachtoffer] was emotioneel afhankelijk van [medeverdachte 1], doordat ze verliefd op hem is geworden. Hij en verdachte hebben ingespeeld op de situatie van [slachtoffer] en verkregen op die wijze een overwicht op [slachtoffer]. Weliswaar werd [slachtoffer] niet in haar fysieke vrijheid beperkt, maar de woning verlaten was voor haar geen reële optie, omdat zij in beginsel nergens anders terecht kon. In die zin was [slachtoffer] niet in staat om zich te onttrekken aan de situatie waarin zij zich toen bevond. Naar het oordeel van de rechtbank is er aldus sprake geweest van misbruik van dit uit de feitelijke verhouding voortvloeiend overwicht en de kwetsbare positie van [slachtoffer] omdat verdachte zich bewust was of moet zijn geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van [slachtoffer].'De rechtbank heeft de medeverdachte een PIJ maatregel opgelegd en veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 280 dagen het aftrek van voorarrest.     

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • Strafrecht
    • Dwangmiddelen
    • Prostitutie
    • Loverboyproblematiek
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands