• Lijst van organisaties
  • Minderjarigen
  • Strafrecht
  • Nederland

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 6 van totaal 6 resultaten
  1. Rechtbank Rotterdam Taal Nederlands De rechtbank Rotterdam veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden en een proeftijd van 2 jaar wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje in de jeugdprostitutie. De rechtbank ...

    De rechtbank Rotterdam veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden en een proeftijd van 2 jaar wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje in de jeugdprostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:“De verdachte maakt deel uit van een groep prostitutieklanten die op 12 mei 2014 in Schiedam een zestienjarig meisje hebben bezocht dat zich tegen betaling beschikbaar stelde om seksuele handelingen met een derde te hebben. Hij heeft betaald voor seksuele handelingen met haar. Hij heeft daardoor misbruik gemaakt van het meisje, zonder zich te bekommeren om de gevolgen die zijn handelen voor haar zou hebben, terwijl hij, als volwassen man, juist degene was die het meisje deze seksuele handelingen had moeten besparen. Het is bekend dat dit soort seksuele handelingen voor de meisjes die er het slachtoffer van zijn grote gevolgen kunnen hebben voor hun verdere ontwikkeling. De rechtbank rekent de verdachte dit alles zwaar aan. Hij heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit van het meisje in ernstige mate geschonden en bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Rotterdam
    • Minderjarigen
    • Strafrecht
    • Kelderbox
    • Minderjarige
    • Jeugdprostitutie
    • Nederlands
  2. 13 Rechtbank Limburg Taal Nederlands Verdachte is door de rechtbank Limburg veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar voor mensenhandel. De vrouwelijke verdachte en haar partner (medeverdachte) hebben het slachtoffer ...

    Verdachte is door de rechtbank Limburg veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar voor mensenhandel. De vrouwelijke verdachte en haar partner (medeverdachte) hebben het slachtoffer in huis genomen nadat zij was weggelopen uit een gesloten jeugdinstelling.  Vervolgens hebben verdachte en haar partner het jonge meisje in aanraking gebracht met de escortbranche en daadwerkelijk als prostituee laten werken waarbij zij financieel gewin bij hebben gehad. Zo oordeelt de rechtbank:'Wel bewezen acht de rechtbank dat verdachte en haar mededader [slachtoffer] ertoe hebben bewogen om zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling.'En:'De rechtbank acht ook bewezen dat verdachte en haar partner opzettelijk voordeel hebben genoten uit de seksuele handelingen van [slachtoffer] met een derde.' De medeverdachte (partner) is eveneens veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar wegens mensenhandel. Zowel verdachte als medeverdachte zijn veroordeeld tot het betalen van €1500,- ten behoeve van het slachtoffer.  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Minderjarigen
    • Minderjarige
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands
  3. 11 Rechtbank Limburg Taal Nederlands Verdachte is door de rechtbank Limburg veroordeeld tot de tenuitvoerlegging van een taakstraf van 180 uur, en tevens tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens mensenhandel in de zin ...

    Verdachte is door de rechtbank Limburg veroordeeld tot de tenuitvoerlegging van een taakstraf van 180 uur, en tevens tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens mensenhandel in de zin van art. 273, lid 1, sub 5 WvSr. Dit houdt in dat de rechtbank bewezen verklaard dat:'verdachte in vereniging met een ander ten aanzien van het slachtoffer handelingen heeft ondernomen waarvan hij weet dat slachtoffer zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl zij de leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt had.'De verdachte is door de officier van justitie mensenhandel in de zin van art. 273, lid 1, sub 5 WvSr ten laste gelegd. Met het oogmerk op de kwalificatie van de term 'seksuele uitbuiting' in het artikel, oordeelde de rechtbank in deze zaak als volgt:'Van een dergelijke uitbuiting kan naar het oordeel van de rechtbank pas worden gesproken als de verdachte gedurende een langere periode [slachtoffer] zich heeft laten prostitueren op een wijze die een ernstige inbreuk maakt op de seksuele integriteit en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer]. Hiervan kan naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet worden gesproken. Blijkens het dossier heeft de verdachte, [slachtoffer] naar Hoensbroek begeleid, alwaar [slachtoffer] in een woning van [medeverdachte 1] kon verblijven en alwaar en van waaruit zij haar prostitutiewerkzaamheden kon verrichten.'Een medeverdachte in deze zaak is door de rechtbank Limburg vrijgesproken wegens mensenhandel.  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Minderjarigen
    • Uitbuiting
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands
  4. 108 reads Arnhem-Leeuwarden Court of Justice Language Dutch Verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vier voorwaardelijk. Het Openbaar Ministerie eiste 24 maanden onvoorwaardelijke ...

    Verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vier voorwaardelijk. Het Openbaar Ministerie eiste 24 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf tegen verdachte. Volgens het hof heeft verdachte zich enkel schuldig gemaakt aan mensenhandel in de zin van art. 273, lid1, sub 3 WvSr en art. 273, lid 1, sub 5 WvSr:'Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van prostitutie door een minderjarig meisje uit het buitenland. Hij heeft haar vervoerd naar klanten. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid van dit jonge meisje. Verdachte heeft daarnaast een (meerderjarige) vrouw vanuit het buitenland naar Nederland vervoerd, terwijl hij wist dat zij hier in de prostitutie zou gaan werken.'Het hof is van oordeel dat wegens onvoldoende ondersteunend bewijsmateriaal niet is vast komen te staan dat er sprake is geweest van mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f lid 1, sub 1, 4, 6 en 9 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof over de hoogte van de straf en het bewezenverklaarde: 'Mensenhandel is een ernstig feit. Het hof zal er bij de strafoplegging echter rekening mee houden dat het faciliteren van de prostitutie in dit geval enkel bestond uit het vervoeren van het minderjarige slachtoffer naar klanten, terwijl voorts niet is bewezen dat verdachte heeft geprofiteerd van haar verdiensten. Voor wat betreft het vervoer van de meerderjarige prostituee vanuit het buitenland, overweegt het hof dat dit weliswaar een strafbaar feit oplevert, maar dat dit in het concrete geval een minder zware vorm van mensenhandel betreft.'Twee medeverdachten in de zaak zijn vrijgesproken voor alle tenlastegelegde punten inzake mensenhandel. Een andere medeverdachte is veroordeeld voor de duur van 6 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens mensenhandel zoals bedoeld in art. 273f lid 1, sub 5 WvSr. Over de hoogte van de straf en het bewezenverklaarde oordeelde het hof als volgt:'Mensenhandel is een ernstig feit. Het hof zal er bij de strafoplegging echter rekening mee houden dat het faciliteren van de prostitutie in dit geval enkel bestond uit het vervoeren van het minderjarige slachtoffer naar klanten, terwijl voorts niet is bewezen dat verdachte heeft geprofiteerd van haar verdiensten.'  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Minderjarigen
    • Mensenhandel
    • Vrijspraak
    • Jeugdprostitutie
    • Nederlands
  5. 90 reads Court of Rotterdam Language Dutch Verdachte, een 57-jarige Surinaamse Nederlander, is door de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar voor mensenhandel en uitbuiting. De rechtbank acht bewezen dat hij zijn dochter, pl ...

    Verdachte, een 57-jarige Surinaamse Nederlander, is door de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar voor mensenhandel en uitbuiting. De rechtbank acht bewezen dat hij zijn dochter, pleeg- en stiefdochter heeft aangezet tot het hebben van seks tegen betaling en dat hij daar zelf financieel voordeel van gehad heeft. In de strafmotivering sprak de rechtbank haar verontwaardiging uit over de ernst van de gepleegde feiten en de hoogte van de straf die daarbij toepasselijk is:   'De verdachte heeft zich samen met zijn vrouw met betrekking tot zijn dochter [slachtoffer 3] en zijn twee pleegdochters[slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] schuldig gemaakt aan mensenhandel, een moderne vorm van slavernij. Door deze meisjes alle drie vanaf hun tienerjaren in een sociaal isolement te brengen en van school te houden zijn zij uiteindelijk na forse beïnvloeding direct na hun 18de verjaardag in de prostitutie gaan werken. Alsof dit niet erg genoeg is werden zij verplicht om hun verdiensten van dit werk af te dragen aan de verdachte en zijn vrouw.'En:'Juist door het vaak mensonterende karakter van deze feiten, is er ook sprake van maatschappelijke verontwaardiging. De ernst van de feiten rechtvaardigt zonder meer een gevangenisstraf voor lange duur.' De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zijn drie dochters zelf seksueel heeft misbruikt. De rechtbank is het met de verdediging eens dat er  onvoldoende ondersteunend bewijs is voor de verklaringen van de slachtoffers omtrent het seksueel misbruik. Gelet op de unus testis, nullus testis-regel van artikel 342, lid 2, Wetboek van Strafvordering, heeft de rechtbank verdachte vrijgesproken van seksueel misbruik van zijn dochters:'De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat ondersteunend bewijs voor elk van de aangiftes voor wat betreft de zedendelicten ontbreekt. Er zijn in het dossier weliswaar enkele verklaringen opgenomen van getuigen die op enig moment van het misbruik hebben vernomen, maar daarvoor geldt dat die kennis rechtstreeks van een van de aangeefsters afkomstig was en daarmee niet als bevestiging door een derde kan worden gezien.'   .  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Rotterdam
    • Minderjarigen
    • Mensenhandel
    • Seksueel misbruik
    • Jeugdprostitutie
    • Nederlands
  6. 11 Rechtbank Limburg Taal Nederlands Verdachte Justin P. (rapper Jay Zakelijk) is door de rechtbank Limburg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank Limburg acht bewezen verklaard dat verd ...

    Verdachte Justin P. (rapper Jay Zakelijk) is door de rechtbank Limburg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk. De rechtbank Limburg acht bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten opzichte van twee minderjarige slachtoffers. Een van de minderjarige slachtoffers is verder uitgebuit nadat de leeftijd van achttien jaar bereikt was.  Verdachte is veroordeeld wegens mensenhandel van twee minderjarige (art. 273f Sr, lid 1, sub 2 & 5) en wegens mensenhandel van een meerderjarige (art. 273f Sr lid 1, sub 1). Verdachte was zelf een aantal jaar minderjarig ten tijde van de gepleegde delicten. Verdachte is echter volledig als meerderjarige berecht. De rechtbank oordeelt:'De rechtbank vindt in de ernst van de feiten, in de persoonlijkheid van de verdachte en in de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan voldoende grond om het minderjarigenstrafrecht buiten toepassing te laten.' De rechtbank oordeelde als volgt over de bewezen mensenhandel: 'Verdachte ging in deze opzet een relatie aan met een vrouw, aan wie in het begin alle aandacht en liefde werd gegeven en een gouden toekomst met verdachte in het vooruitzicht werd gesteld. Vervolgens kwam – veelal vrij snel – een omslagpunt in de relatie, waarna de vrouw door verdachte werd voorgehouden dat, als zij met hem verder wilde, zij degene was die – door onder andere zich te prostitueren – voor de financiële middelen moest zorgen. Niet alle vrouwen zijn daarin meegegaan. Enkel [slachtoffer 3] is uiteindelijk daadwerkelijk in de prostitutie gebracht en werd vervolgens verplicht om alle verdiensten aan verdachte af te geven, veelal onder het voorwendsel dat het geld zou worden gespaard voor hun beider toekomst. Ook de andere slachtoffers moesten onder valse voorwendselen hun geld aan verdachte afgeven. Ook moesten zij cadeau’s voor verdachte kopen om te bewijzen goede vriendinnen te zijn dan wel hun liefde te bewijzen.' En:'Verdachte heeft [slachtoffer 2] gechanteerd met het openbaar maken van een seksfilm. Verdachte heeft aldus handelend overwicht gekregen op de vrouwen en/of hen misleid. Verdachte heeft voordeel getrokken uit het geld dat de vrouwen aan hem hebben betaald.'Verder sprak de rechtbank zich als volgt uit over de hoogte van de strafoplegging:'Ten slotte overweegt de rechtbank dat verdachte op de zitting op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor de bewezenverklaarde feiten. Hij lijkt het laakbare van zijn handelen niet in te zien. Dat zal de rechtbank in het nadeel van verdachte laten meewegen. De rechtbank acht dit bovendien zorgelijk, omdat zij niet het vertrouwen heeft gekregen dat verdachte zich in de toekomst zal onthouden van feiten als de bewezen verklaarde.'     

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Minderjarigen
    • Loverboy
    • Seksueel misbruik
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands