• Verblijfsrecht
  • Medische omstandigheden

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 9 van totaal 9 resultaten
  1. Language Dutch 99 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'De staatssecretaris betoogt in dit verband terecht dat hij, gelet op het gewicht dat in het onder 3.1. weergegeven beleid wordt toegekend aan psychische of andere medische o ...

    De Raad van State overweegt:'De staatssecretaris betoogt in dit verband terecht dat hij, gelet op het gewicht dat in het onder 3.1. weergegeven beleid wordt toegekend aan psychische of andere medische omstandigheden binnen de door hem te maken afweging, niet nader heeft hoeven onderzoeken of er voor de vreemdeling in Sierra Leone voldoende mogelijkheden voor medisch-psychische behandeling bestaan. In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit die wetgeving en de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen, moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag moet worden ingediend.De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris geen besluit op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar mocht nemen, zonder voorafgaand medisch advies in te winnen over het gewicht dat aan haar psychische problemen moet worden toegekend.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  2. Language Dutch 46 reads States Council (Dutch) Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier ...

    Zowel staatssecretaris als de vreemdeling gaan in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris heeft zowel de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel als een verblijfsvergunning regulier afgewezen. De staatssecretaris oordeelde dat haar asielrelaas een positieve overtuigingskracht mist. De Raad van State gaat hierin mee. Met betrekking tot de verblijfsvergunning regulier oordeelt de Raad van State:'Het betoog van de vreemdeling dat de staatssecretaris ten onrechte heeft geweigerd haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'vervolging van mensenhandel' te verlenen, kan niet worden gevolgd. Nu de vreemdeling geen aangifte heeft gedaan, voldoet zij reeds daarom niet aan de in paragraaf B9/2 van de Vc 2000 gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor verlening van deze verblijfsvergunning.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Verblijfsrecht
    • Positieve overtuigingskracht
    • Aangifte
    • B8/3
    • Psychologisch onderzoek
    • Asielprocedure
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  3. Language Dutch 81 reads States Council (Dutch) Hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 december 2011 (11/26979, 11/26981, 11/26980 en 11/26982). De minister heeft de vbt-regulier van vreemdelingen ingetrokken. Sta ...

    Hoger beroep staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 december 2011 (11/26979, 11/26981, 11/26980 en 11/26982). De minister heeft de vbt-regulier van vreemdelingen ingetrokken. Staatssecretaris klaagt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat hij bij zijn besluit geen blijk heeft gegeven de door vreemdeling aangedragen omstandigheden in hun onderlinge verband te hebben gezien.De Afdeling oordeelt dat nu vreemdeling 1 niet gesteld heeft dat haar psychische klachten verband houden met de omstandigheid dat zij in het verleden slachtoffer is geworden van mensenhandel, de staatssecretaris hier de psychische klachten terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een vbt-regulier heeft aangemerkt, die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld.Dat vreemdeling 1 de zorg heeft voor haar zoon heeft de staatssecretaris in de gegeven omstandigheden niet tot verlening van een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf hoeven leiden. De staatssecretaris heeft zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat zich in dit geval geen bijzondere omstandigheden voordoen. Hoger beroep gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  4. 65 reads States Council (Dutch) Language Dutch Hoger beroep minister tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle van 15 maart 2011 (11/3409 en 10/42069) waarin het beroep van vreemdeling, tegen de afwijzing van zijn aanvraag om ...

    Hoger beroep minister tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle van 15 maart 2011 (11/3409 en 10/42069) waarin het beroep van vreemdeling, tegen de afwijzing van zijn aanvraag om voortgezet verblijf na afloop van B9, gegrond is verklaard. De Afdeling oordeelt als volgt.De minister heeft de door de vreemdeling aangevoerde psychische problemen voldoende bij de belangenafweging betrokken en voldoende gemotiveerd dat deze niet leiden tot het oordeel dat van de vreemdeling niet kan worden gevergd dat hij NL verlaat.De minister heeft daarbij van belang kunnen achten dat uit het ambtsbericht volgt dat voor slachtoffers van mensenhandel die terugkeren naar Nigeria opvang en psychische hulp beschikbaar is. De minister heeft in dat verband terecht beoogd dat hij niet nader heeft hoeven onderzoeken of voor de vreemdeling in Nigeria voldoende medisch-psychische hulp beschikbaar is.Voor zover de vreemdeling zich op het standpunt stelt dat hij in Nederland voor zijn psychische klachten zou moeten worden behandeld, dient hij derhalve een daartoe strekkende aanvraag in te dienen. Hoger beroep minister is kennelijk gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Nigeria
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  5. Language Dutch 75 reads States Council (Dutch) In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien  in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft  overwogen in de uitspraak van 2 maa ...

    In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en moet ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend. Nu door de vreemdeling, los van de gestelde, niet aannemelijk geachte, herintegratieproblemen slechts medische aspecten zijn aangevoerd heeft de minister die terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld. De minister heeft zich  derhalve terecht op het standpunt gesteld dat zich in dit geval geen bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 van het Vb 2000 voordoen. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands
  6. 85 reads States Council (Dutch) Language Dutch In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien  in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft  overwogen in de uitspraak van 2 maa ...

    In de vreemdelingenwetgeving en het bij de toepassing daarvan gevoerde beleid is voorzien in een specifieke beperking inzake medische behandeling. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 2 maart 2007 in zaak nr. 200607507/1, volgt uit de daaruit blijkende systematiek dat bij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die verband houdt met psychische problemen moet worden aangesloten bij de daarvoor geldende beperkingen en moet ter verkrijging van een zodanige vergunning een daartoe strekkende aanvraag worden ingediend. Nu door de vreemdeling, los van de gestelde, niet aannemelijk geachte, herintegratieproblemen slechts medische aspecten zijn aangevoerd heeft de minister die terecht als een op zichzelf staande grond ter verkrijging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangemerkt die naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag kunnen worden beoordeeld. De minister heeft zich  derhalve terecht op het standpunt gesteld dat zich in dit geval geen bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 van het Vb 2000 voordoen. De grief slaagt. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. 

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Gambia
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  7. Language Dutch 776 reads States Council (Dutch) Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten on ...

    Hoger beroep van de SvJ tegen de uitspraak van Rb Haarlem van 28 mei 2009 (08/28632) waarbij het beroep van de vreemdelinge tegen haar ongewenstverklaring gegrond is verklaard. De SvJ klaagt dat de Rb ten onrechte heeft overwogen dat de medische situatie van de vreemdelinge niet op zorgvuldige wijze bij de belangenafweging is betrokken.De SvJ betoogt dat BMA geen inhoudelijk medisch advies heeft kunnen uitbrengen omdat de vreemdelinge niet onder behandeling stond. Er was zodoende onvoldoende informatie beschikbaar om tot een inhoudelijk advies te komen. Hoger beroep gegrond. De Afdeling beoordeelt vervolgens de beroepsgronden.Door de vreemdelinge is betoogd dat zij vanwege haar psychische toestand niet in staat is aangifte van mensenhandel tedoen. De omstandigheid dat zij is aangehouden in een prostitutiebedrijf en daarbij in het bezit was van een vervalst paspoort is echter voldoende om te concluderen dat sprake is geweest van mensenhandel. De Afdeling oordeelt dat dit echter niet in een procedure omtrent ongewenstverklaring aan de orde kan komen. Beroep ongegrond. Hoger beroep SvJ gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Raad van State
    • B8/3
    • Ongewenstverklaring
    • Belangenafweging
    • BMA-advies
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  8. Language Dutch 72 reads Dit artikel behandelt twee vragen. Ten eerste de vraag in hoeverre medisch onderzoeksrapportages een rol kunnen spelen bij juridische waarheidsvinding. Ten tweede de vraag wat de rol is van medische problematiek bij verblijfsaanvra ...

    Dit artikel behandelt twee vragen. Ten eerste de vraag in hoeverre medisch onderzoeksrapportages een rol kunnen spelen bij juridische waarheidsvinding. Ten tweede de vraag wat de rol is van medische problematiek bij verblijfsaanvragen.Dit artikel verscheen in Migrantenrecht, 9/10/ 2008

    Publicaties

    • Artikelen
    • Medisch
    • Posttraumatische Stressstoornis (PTSS)
    • Trauma
    • Medisch onderzoek
    • Medische omstandigheden
    • Nederlands
  9. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden die genoemd zijn in B9/4.6 Vc. Eiseres beschikt niet over een geldig paspoort, en zij heeft evenmin aangetoond dat de U ...

    Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden die genoemd zijn in B9/4.6 Vc. Eiseres beschikt niet over een geldig paspoort, en zij heeft evenmin aangetoond dat de Ugandese autoriteiten haar geen paspoort willen verstrekken. Over het paspoortvereiste overweegt de rechtbank het volgende.De reden waarom eiseres geen paspoort kan aanvragen, is medisch. Eiseres heeft een verklaring van een arts overgelegd, waaruit blijkt dat zij niet in staat kan worden geacht om een paspoort aan te vragen bij de ambassade van Uganda. Dit is niet in geschil. Dat de reden van de medische problematiek enkel asielgerelateerd zou zijn, zoals verweerder hier kennelijk uit afleidt, volgt de rechtbank echter niet. Daarom kan met betrekking tot het paspoortvereiste niet worden volstaan met verwijzen naar de mogelijkheid van een asielaanvraag.Ten overvloede wordt hierbij opgemerkt dat eiseres bovendien, ondanks het ontbreken van een geldig paspoort, eerder in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling. Het tegenwerpen van het paspoort-vereiste in het kader van de onderhavige aanvraag is naar het oordeel van de rechtbank dan ook onvoldoende gemotiveerd.Verweerder heeft erop gewezen dat de medische omstandigheden die eiseres heeft aangevoerd, beoordeeld dienen te worden bij een aanvraag medische behandeling. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat het geheel van omstandigheden bij de beoordeling betrokken dient te worden. Immers, deze omstandigheden houden met elkaar en met de mensenhandel verband en kunnen niet in diverse onderdelen cq. verblijfsdoelen gesplitst en beoordeeld worden. Hoewel een aantal aspecten, zoals (een deel van) de problemen in Uganda, asielgerelateerd zijn, is het naar het oordeel van de rechtbank niet onmogelijk om deze in dit geval, als één van de onderdelen, mee te laten wegen bij de onderhavige aanvraag.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Uganda
    • Rechtbank Den Haag
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Medische omstandigheden
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands