• Verblijfsrecht

Door MHW geduid als zeer belangrijk

Resultaten 1 - 5 van totaal 5 resultaten
  1. 101 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State overweegt: 'Het besluit, zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven, geeft er, anders dan de vreemdeling betoogt, voorts geen blijk van dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van ...

    De Raad van State overweegt:'Het besluit, zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven, geeft er, anders dan de vreemdeling betoogt, voorts geen blijk van dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind, onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van het kind van de vreemdeling. Het betoog van de vreemdeling dat een buiten het huwelijk geboren kind het risico loopt bij zijn moeder te worden weggenomen en het besluit daarom in strijd is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden leidt niet tot een ander oordeel, nu, zoals de staatssecretaris terecht heeft overwogen, de vreemdeling dit niet heeft onderbouwd. De beroepsgrond faalt.'

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Vrouwenbesnijdenis/Vrouwelijke genitale verminking
    • Besnijdenis
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Nederlands
  2. 82 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Aanvraag vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en voorts de vbt-regulier op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verwe ...

    Aanvraag vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en voorts de vbt-regulier op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder heeft kunnen concluderen dat niet gebleken is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de geschetste situatie in het ambtsbericht over soweh's niet overeenkomt met de situatie van verzoekster. Op grond hiervan heeft verweerder kunnen concluderen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een risico loopt op represailles van de Bondo gemeenschap.Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van de zijde van de mensenhandelaar een risico loopt op represaille. In het geval van verzoekster is niet onomstotelijk vast komen te staan dat zij een slachtoffer van mensenhandel is, aangezien de aangifte niet heeft geleid tot het vaststellen van verdachten.Bij zijn standpunt over de vrees van van verzoeksters voor represailles van de mensenhandelaar heeft verweerder kunnen betrekken dat zij alleen een vaag signalement en een voornaam heeft kunnen geven, over de woning waarin hij haar zou hebben opgesloten niet kan verklaren en de eenvoudige wijze waarop verzoekster na vier weken uit de woning zou zijn gevlucht zeer onwaarschijnlijk overkomst.Voorts is niet gebleken dat de mensenhandelaar op de hoogte is van de woonplaats in Sierra Leone aangezien verzoekster heeft verklaard dat zij hem niet heeft leren kennen in de woonplaats waar zij woonachtig was.Met betrekking tot de mogelijkheden voor verzoekster tot sociale en maatschappelijke herintegratie in Sierra Leone heeft verweerder in de eerste plaats kunnen overwegen dat niet is gebleken dat verzoekster zich niet staande zou kunnen houden in Sierra Leone. Beroep vreemdeling ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Herintegratie
    • Voortgezet verblijf
    • Klemmende redenen van humanitaire aard
    • Nederlands
  3. 64 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Beroep vreemdeling en verzoek vovo. Vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en de verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrecht ...

    Beroep vreemdeling en verzoek vovo. Vbt-regulier voor het doel “voortgezet verblijf” afgewezen en de verblijfsvergunning op grond van de B9-regeling met terugwerkende kracht ingetrokken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder heeft kunnen concluderen dat niet gebleken is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard.Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de geschetste situatie in het ambtsbericht over soweh's niet overeenkomst met de situatie van verzoekster. Op grond hiervan heeft verweerder kunnen concluderen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een risico loopt op represailles van de Bondo gemeenschap.Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij van de zijde van de mensenhandelaren een risico loopt op represaille. Daarbij is primair van belang dat niet vast is komen te staan dat verzoekster een slachtoffer is van mensenhandel, gelet op het sepot van de strafzaak en de omstandigheid dat verzoekster onvoldoende verklaren heeft kunnen afleggen over de gestelde mensenhandel.Voorts volgt de voorzieningenrechter het standpunt van eiser niet dat als justitie de aangifte van verzoekster in behandeling neemt, verweerder er dan van uit moet gaan dat verzoekster slachtoffer is van mensenhandel.Met betrekking tot de mogelijkheden voor verzoekster tot sociale en maatschappelijke herintegratie in Sierra Leone heeft verweerder in de eerste plaats kunnen overwegen dat niet is gebleken dat verzoekster zich niet staande zou kunnen houden in Sierra Leone. Geen beroep art. 8 EVRM. Vovo afgewezen. Beroep vreemdeling ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Represailles
    • Herintegratie
    • Voortgezet verblijf
    • Klemmende redenen van humanitaire aard
    • Nederlands
  4. 9 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Eiser heeft geen feiten aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat de autoriteiten van Sierra Leone niet bereid zijn een reisdocument te verstrekken indien eiser volledige en juiste informatie verstrekt, en he ...

    Eiser heeft geen feiten aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat de autoriteiten van Sierra Leone niet bereid zijn een reisdocument te verstrekken indien eiser volledige en juiste informatie verstrekt, en het door de Nederlandse en Sierra Leoonse autoriteiten te verrichten onderzoek niet frustreert.Tussen partijen is niet in geschil, zodat ook de rechtbank daarvan uitgaat, dat verweerder eiser onder de door de autoriteiten van Sierra Leone te België gestelde eisen kan presenteren bij die autoriteiten en dat naar aanleiding daarvan een verklaring kan worden afgegeven waarmee eiser een reisdocument kan verkrijgen.De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat voormelde gang van zaken niet binnen redelijke termijn kan leiden tot een reisdocument. In dit verband acht de rb voor de redelijke termijn ook relevant dat eiser niet vanaf zijn inbewaringstelling actief en volledig heeft meegewerkt teneinde de bewaring zo kort mogelijk te laten voortduren. Onder die omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat een redelijk vooruitzicht voor eiser op verwijdering naar Sierra Leone ontbreekt.Voorts ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Gelet op het feit dat eiser eerst sinds 24 augustus 2011 meewerkt heeft verweerder eraan voldaan al het redelijkerwijs mogelijke te doen door meerdere malen vertrekgesprekken met eiser te voeren en regelmatig, laatstelijk op 15 augustus 2011, bij de Sierra Leoonse autoriteiten te vragen naar de stand van zaken met betrekking tot het plannen van een presentatiedatum.In de omstandigheid dat er nog geen presentatiedatum bekend is, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder de mogelijkheid had om de presentatie eerder plaats te laten vinden en dat verweerder dit desondanks heeft nagelaten. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Den Haag
    • Paspoortvereiste
    • Vreemdelingendetentie/vreemdelingenbewaring
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands
  5. 93 reads Court of Oost-Brabant Language Dutch Afwijzing van de aanvraag tot verlening van voortgezet verblijf na verblijf. Eiseres dient in het bezit te zijn van een geldig document van grensoverschrijding. Nu eiseres van de Sierra Leoonse ambassade geen ...

    Afwijzing van de aanvraag tot verlening van voortgezet verblijf na verblijf. Eiseres dient in het bezit te zijn van een geldig document van grensoverschrijding. Nu eiseres van de Sierra Leoonse ambassade geen paspoort kan krijgen, dient zij naar Sierra Leone te reizen om daar een geldig document voor grensoverschrijding te halen. Dat de reis financieel bezwaarlijk is, dat ze voor haar HIV-besmetting regelmatig op controle moet en dat ze geen bemiddeling van de korpschef of DT&V heeft gekregen zijn geen doorslaggevende argumenten om van het paspoortvereiste af te zien.Voorts stelt eiseres dat ze vanwege opgewekt vertrouwen niet over een geldig reisdocument hoeft te beschikken. Verweerder heeft in de brief van 2006 de ontheffing van het paspoortvereiste uitdrukkelijk beperkt tot de op dat moment in behandeling zijnde verlengingsaanvraag. Bij eiseres kan dan ook niet de verwachting zijn gewekt dat ze ook voor de aanvraag voortgezet verblijf zou worden vrijgesteld van het paspoortvereiste. In de brief heeft verweerder er nadrukkelijk op gewezen dat eiseres bij een evt. vervolgprocedure in het bezit dient te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.Tevens stelt eiseres dat ze vrijgesteld dient te worden van het paspoortvereiste omdat de autoriteiten weigeren een paspoort te verstrekken (WBV 2006/36A). De rechtbank oordeelt dat het WBV 2006/36A ten tijde van de aanvraag en van het besluit op bezwaar niet van toepassing was, daar per 1 januari 2007 het beleid B16/7 Vc van toepassing is. Verweerder heeft aan dit beleid getoetst. Daar het gaat om gepubliceerd beleid mag het bij eiseres bekend verondersteld worden en kan zij zich er niet op beroepen dat haar eerst in het besluit op bezwaar wordt tegengeworpen dat zij naar Sierra Leone dient te reizen om daar een paspoort aan te vragen. Beroep ongegrond. NB: Hoger beroep ongegrond (16 juni 2009, nr. 200900474/1/V3).

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • Sierra Leone
    • Rechtbank Oost-Brabant
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Paspoortvereiste
    • Nederlands