Trefwoord

Organisatie

  • Vrijspraak

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 84 resultaten
  1. Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden spreekt verdachte vrij van mensenhandel. Het hof overweegt dat de Hoge Raad heeft bepaald dat de vraag of er sprake is van uitbuiting niet in algemene termen t ...

    Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden spreekt verdachte vrij van mensenhandel.Het hof overweegt dat de Hoge Raad heeft bepaald dat de vraag of er sprake is van uitbuiting niet in algemene termen te beantwoorden is en sterk is verweven met de concrete omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt volgens de Hoge Raad onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd (HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099).Op basis van de afgelegde verklaringen en de afgetapte telefoongesprekken komt het hof tot de conclusie dat verdachte en (vrouw 1) in de tenlastegelegde periode een relatie hadden, dat (vrouw 1) toen prostitutiewerkzaamheden verrichtte, dat verdachte haar daarin faciliteerde in die zin dat hij haar wel eens naar een klant bracht en in de buurt was of bleef als zij klanten ontving en dat verdachte zo nu en dan geld van haar ontving. Met name gelet op de verklaringen van (vrouw 1) komt het hof voorts tot de conclusie dat (vrouw 1) zelf bepaalde wanneer zij werkte en welke werkzaamheden zij verrichtte. Verder is onvoldoende gebleken dat zij veel geld aan verdachte afstond en ook is niet gebleken dat zij bedragen onder dwang afstond dan wel bewogen werd (door een in de tenlastelegging genoemd middel) geld aan verdachte af te geven. Aldus kan niet worden gesproken van uitbuiting.Het hof acht  niet bewezen dat sprake was van seksuele uitbuiting (lid 1 sub 4) of financiële uitbuiting (lid 1 sub 9) van [vrouw 1] en dus ook niet dat verdachte van die uitbuiting heeft geprofiteerd (lid 1 sub 6).Het hof stelt vast dat de door (vrouw 2) afgelegde verklaringen als consistent kunnen worden aangemerkt. Uit haar verklaringen blijkt geenszins dat sprake was van uitbuiting door verdachte dan wel dat verdachte van plan was om (vrouw 2) uit te buiten. De overige tapgesprekken die zich in het dossier bevinden, leiden het hof niet tot een andere conclusie. Het hof spreekt verdachte daarom integraal vrij van de feiten met betrekking tot (vrouw 2).   

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Strafrecht
    • Seksuele uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands Rechtbank Overijssel De rechtbank Overijssel heeft op 24 april 2016 verdachte vrijgesproken van mensenhandel jegens een minderjarig meisje. De rechtbank oordeelt als volgt: "Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit ...

    De rechtbank Overijssel heeft op 24 april 2016 verdachte vrijgesproken van mensenhandel jegens een minderjarig meisje.De rechtbank oordeelt als volgt: "Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de handelwijze van verdachte, te weten het huisvesten en vervoeren van aangeefster, niet dat hij noodzakelijkerwijs moet hebben beseft dat aangeefster door hem zou kunnen worden uitgebuit. Hiertoe overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen niet is gebleken dat verdachte wist dat aangeefster in de prostitutie zat en daarmee (zowel in zijn woning en op het adres in [plaats] ) geld verdiende.De verklaring van aangeefster dat verdachte € 200,00 vroeg voor het gebruik van zijn woning wordt niet ondersteund door andere objectieve bewijsmiddelen. Verdachte ontkent dit en heeft verklaard dat hij voor het verblijf 15 á 20 gram wiet heeft ontvangen. Daargelaten het antwoord op de vraag of verdachte daadwerkelijk € 200,00 heeft gevraagd voor het gebruik van zijn woning, is niet gebleken dat verdachte wist dat dit geldbedrag uit prostitutiewerkzaamheden afkomstig was. Nu een dergelijk geldbedrag als reële vergoeding voor het gebruik van de woning kan worden aangemerkt, kan niet worden aangenomen dat sprake is van uitbuiting noch dat het oogmerk van verdachte op die uitbuiting was gericht."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Overijssel
    • Gedwongen prostitutie
    • Geen oogmerk om minderjarige uit te buiten
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het Gerechtshof Amsterdam vernietigt het vonnis van de rechtbank en spreekt verdachte vrij van mensenhandel. Het hof oordeelt als volgt: "Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terech ...

    Het Gerechtshof Amsterdam vernietigt het vonnis van de rechtbank en spreekt verdachte vrij van mensenhandel.Het hof oordeelt als volgt: "Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting valt af te leiden dat de verdachte de als prostituees werkzame [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft vervoerd, zich regelmatig op de Wallen in de omgeving van hun werkplek ophield, in het bijzonder in gezelschap van medeverdachte [medeverdachte 1] en dat hij voor [medeverdachte 1] klusjes opknapte en een niet bij zijn gebleken geringe inkomsten passend uitgavenpatroon had.Dat is echter onvoldoende voor de conclusie dat de verdachte zich (tezamen en in vereniging met een ander of anderen) schuldig heeft gemaakt aan de hem onder 1 primair ten laste gelegde mensenhandel ten aanzien van deze [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , noch dat hij, als onder 1 subsidiair ten laste gelegd, medeplichtig is geweest aan door anderen gepleegde mensenhandel nu uit bedoelde feiten en omstandigheden niet met voldoende zekerheid kan worden afgeleid dat de verdachte wetenschap had van, of (voorwaardelijk) opzet had op, de (gedwongen) prostitutie en/of uitbuiting van voornoemde prostituees, voor zover daarvan sprake was. Ook overigens kan hiervoor geen concreet aanknopingspunt worden gevonden in het dossier of het verhandelde ter terechtzitting.Evenmin is komen vast te staan dat de verdachte opzettelijk verdiensten van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3] uit prostitutiewerkzaamheden heeft verworven, voorhanden gehad of overgedragen noch dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die het plegen van misdrijven tot oogmerk had, zodat het hof evenmin tot een bewezenverklaring van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten komt.Hetgeen door de advocaat-generaal terzake is aangevoerd, brengt het hof niet tot een ander oordeel.Het voorgaande brengt mee dat de van alle hem ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Mensenhandel
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  4. Taal Nederlands Rechtbank Limburg De rechtbank Limburg heeft verdachte vrijgesproken van mensenhandel en een boete van € 200,- opgelegd wegens in bezit van MDMA en cocaïne. Volgens de rechtbank heeft de verdachte geen bijdrage geleverd aan ...

    De rechtbank Limburg heeft verdachte vrijgesproken van mensenhandel en een boete van € 200,- opgelegd wegens in bezit van MDMA en cocaïne. Volgens de rechtbank heeft de verdachte geen bijdrage geleverd aan de beknotting van de vrijheid van de prostituees. De rechtbank oordeelt als volgt.“Nu uit de feiten, zoals deze uit het procesdossier naar voren komen alsmede uit de verklaringen van de vrouwen, niet is gebleken van enige beknotting of aantasting van de vrijheid van [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] [naam 4] of [naam 5] , kan er ook niet van enige verwijtbare bijdrage daaraan worden gesproken. De rechtbank overweegt in dat verband dat bij verdachte eveneens geen vrees hoefde te bestaan voor de beknotting van de vrijheid van de vrouwen, nu verdachte zelf klant was van de [saunaclub] en zodoende op de hoogte was van het reilen en zeilen in de club. Naar zijn zeggen is hem van enige dwang in deze saunaclub nooit gebleken. Aanwijzingen in het dossier voor het tegendeel ontbreken. Het enkele gegeven dat de verdachte vrouwen heeft opgehaald vanaf het vliegveld in Eindhoven, terwijl hij weet dat die vrouwen (in Nederland) als prostituee aan de slag gaan, een beroep wat overigens legaal is in Nederland, is niet genoeg om het bestanddeel te vervullen van ‘het oogmerk een ander ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander tegen betaling’.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Prostituees
    • Beknotting van de vrijheid
    • Aantasting van de vrijheid
    • Saunaclub
    • Hongarije
    • Mensenhandel
    • Artikel 273f Wetboek van Strafrecht
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  5. Taal Nederlands Rechtbank Limburg De rechtbank Limburg heeft verdachte vrijgesproken van mensenhandel. De verdachte trad op als chauffeur voor de meerderjarige Hongaarse prostituees. De rechtbank oordeelt als volgt. “ In de visie van de off ...

    De rechtbank Limburg heeft verdachte vrijgesproken van mensenhandel. De verdachte trad op als chauffeur voor de meerderjarige Hongaarse prostituees. De rechtbank oordeelt als volgt.“In de visie van de officier van justitie bestond de verwijtbare bijdrage door de verdachte uit het benutten van zogenoemde manipulatieve dwangmiddelen: het misbruik maken van de economisch zwakkere en kwetsbare positie van de veelal jongere vrouwen. De rechtbank heeft aan de hand van het procesdossier deze punten onderzocht en komt tot de conclusie dat voor deze omstandigheden het bewijs ontbreekt. Daarbij acht de rechtbank het voor de beoordeling van deze zaak van belang dat de vrouwen, voor zover waarneembaar, zich geheel vrij konden bewegen. Zij kwamen geheel zelfstandig aan met het vliegtuig in Eindhoven en konden overigens ook weer zelf vertrekken. Het vervoer door verdachte vond plaats op verzoek van de vrouwen, verdachte werd hiervoor niet benaderd door de saunaclub [naam] of andere derden. Tenslotte werden de vrouwen nimmer afgezet “in” de saunaclub maar op een meer of minder grote afstand daarvan. De rechtbank leidt het vorenstaande af uit de verklaringen van verdachte en de door hem vervoerde vrouwen. Dat het anders zou zijn blijkt niet uit het dossier. De rechtbank ziet dan ook geen bewijs voor enige belemmering van de vrouwen om zich aan de prostitutie te kunnen onttrekken.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Saunaclub
    • Hongarije
    • Prostituee
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands Rechtbank Zeeland-West-Brabant De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht. behalve de verklaringen van de jongens, bevat het dossier geen ander ...

    De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht. behalve de verklaringen van de jongens, bevat het dossier geen ander bewijs van wat er die nacht volgens de jongens zou zijn gebeurd. De rechtbank oordeelt als volgt.“Aan de rechtbank ligt de vraag voor of de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben bij de politie uitgebreide verklaringen afgelegd over wat zij die nacht hebben gevoeld en gezien. Daarbij hebben zij ook nadrukkelijk verklaard over de houdingen waarin zij en verdachte lagen toen de betastingen zouden hebben plaatsgevonden en over de afstand tussen de slaapzakken waarin zij en verdachte lagen. Verdachte zou liggend op zijn buik of linkerzij met zijn arm in de slaapzakken van de jongens zijn gegaan en daar de jongens ter hoogte van hun billen en schaamstreek hebben betast. Aan de hand van de gedetailleerde verklaringen die zijn afgelegd, heeft onder leiding van de rechter-commissaris op 23 april 2015 een reconstructie plaatsgevonden. Daarbij is gereconstrueerd hoe ver de arm van verdachte reikt vanuit de verschillende beschreven liggende posities. Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en het beeldmateriaal van de reconstructie in het dossier blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat fysiek onmogelijk is dat de gedragingen hebben plaatsgevonden zoals [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dat hebben verklaard. Nu het dossier behalve de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geen ander bewijs bevat van wat er die nacht volgens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is gebeurd, ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewijs dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Verdachte zal daarvan daarom worden vrijgesproken.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
    • Minderjarigen
    • Strafrecht
    • Ontucht
    • Minderjarig
    • Ontuchtige Handelingen
    • Kinderkamp
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands Rechtbank Overijssel De rechtbank Overijssel heeft verdachte vrijgesproken van ontucht. De rechtbank acht het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en oordeelt als volgt. “De rechtbank constateert dat het dossie ...

    De rechtbank Overijssel heeft verdachte vrijgesproken van ontucht. De rechtbank acht het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en oordeelt als volgt.“De rechtbank constateert dat het dossier weliswaar enkele verklaringen van getuigen bevat die mogelijkerwijs als steunbewijs voor de verklaring van aangeefster zouden kunnen dienen, maar deze verklaringen zijn met name gebaseerd op hetgeen hen door aangeefster is verteld en ondersteunen naar het oordeel van de rechtbank in onvoldoende overtuigende mate de kern van de tenlastegelegde feiten. De rechtbank acht derhalve het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Ander onafhankelijk en objectief bewijsmateriaal dat de verklaring van aangeefster zou kunnen ondersteunen, ontbreekt.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Overijssel
    • Minderjarigen
    • Strafrecht
    • Steunbewijs
    • Ontucht
    • Minderjarig
    • Verklaring
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  8. Taal Nederlands Rechtbank Noord-Holland De rechtbank Noord-Holland heeft  verdachte  vrijgesproken van mensenhandel. De rechtbank oordeelt als volgt. “Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belastende verklaringen van ...

    De rechtbank Noord-Holland heeft  verdachte  vrijgesproken van mensenhandel. De rechtbank oordeelt als volgt.“Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belastende verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] met grote terughoudendheid moeten worden bezien. Deze door de geschetste feiten en omstandigheden ingegeven terughoudendheid ten aanzien van de belastende verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] leidt de rechtbank, bezien in samenhang met de ten aanzien van deze feiten (1 en 3) overige bewijsmiddelen, uiteindelijk tot de conclusie dat deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen worden geacht. Dit leidt tot de slotsom dat de rechtbank met de raadsman van oordeel is dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen verdachte onder 1 en 3 ten laste is gelegd zodat zij daarvan eveneens moet worden vrijgesproken.”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Strafrecht
    • Pooier
    • Seksuele uitbuiting
    • Uitbuiting in de prostitutie
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  9. Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte vrijgesproken voor mensenhandel omdat er geen sprake was van misbruik van de kwetsbare positie van het slachtoffer. Het gerechtshof oordeelt als ...

    Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte vrijgesproken voor mensenhandel omdat er geen sprake was van misbruik van de kwetsbare positie van het slachtoffer. Het gerechtshof oordeelt als volgt.“Het hof acht tevens niet wettig bewezen dat verdachte misbruik gemaakt heeft van de kwetsbare positie van [slachtoffer] door haar te assisteren bij het vormgeven van haar prostitutie werkzaamheden. Het enkel verlenen van hulp bij het opmaken van een advertentie of het beantwoorden van een e-mail brengt niet mee dat sprake is van een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht op [slachtoffer] of het maken van misbruik van de kwetsbare positie van [slachtoffer] .”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Strafrecht
    • Vrijspraak
    • Hoger beroep
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands Rechtbank Limburg De rechtbank Limburg heeft verdachte vrijgesproken wegens aanranding. De rechtbank oordeelt als volgt. “Hoewel er op zich net voldoende wettig bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring van het tenlast ...

    De rechtbank Limburg heeft verdachte vrijgesproken wegens aanranding. De rechtbank oordeelt als volgt.“Hoewel er op zich net voldoende wettig bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde voor zover dit is gebaseerd op de situatie onder d. heeft de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen niet de overtuiging dat de verdachte de aangeefster op de overloop van haar woning heeft aangerand. De rechtbank acht het bewijs hiervoor te mager. Voor wat betreft de opgezwollen lip die getuige [getuige 3] enige dagen later heeft gezien, geldt dat de rechtbank het vreemd vindt dat de getuige dit pas enige dagen later is opgevallen. Dat roept de vraag op of het wel gekomen is door het door aangeefster beschreven incident. Het dan resterende enkele feit dat getuige [getuige 3] heeft gezien dat verdachte naar boven is gegaan, is voor de rechtbank onvoldoende voor de overtuiging dat verdachte aangeefster ook heeft aangerand. De verklaring van getuige [getuige 2] is niet meer dan een herhaling van wat aangeefster haar heeft verteld. Alles afwegende heeft de rechtbank onvoldoende reden om meer geloof te hechten aan de verklaringen van de aangeefster en de getuige [getuige 3] dan aan de verklaringen van de verdachte en de getuige [getuige 1] .”

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Aanranding
    • Onvoldoende reden
    • Vrijspraak
    • Nederlands

Pagina's