Trefwoord

Organisatie

  • Gerechtshof Den Haag

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 43 resultaten
  1. Taal Nederlands Gerechtshof Den Haag Op 9 november 2017 heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis waarvan beroep bevestigd. In eerste aanleg was de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar met aftrek van voorrarrest. Daarnaa ...

    Op 9 november 2017 heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis waarvan beroep bevestigd. In eerste aanleg was de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar met aftrek van voorrarrest. Daarnaast verbetert het Hof het dictum betreffende de subsidiaire straffen in geval de verdachte niet aan zijn betalingsverplichting voldoet met betrekking tot de toegewezen schadevergoeding aan de benadeelde partijen.De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel door 5 meisjes seksuele handelingen en/of prostitutiewerkzaamheden te laten verrichten. Zowel de rechtbank Den Haag als het Hof nemen daarbij in beschouwing dat de aangeefsters op het moment dat zij de verdachte leerden kennen tussen de 18 en 21 jaar oud waren en dat zij zich in een moeilijke (thuis)situatie bevonden of uit een moeilijke (thuis)situatie kwamen. Daarnaast heeft de verdacht geprofiteerd van de opbrengsten uit de prostitutiewerkzaamheden die de aangeefsters hebben verricht.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Den Haag
    • Strafrecht
    • Gevangenisstraf
    • Veroordeling mensenhandel
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Nederlands
  2. Gerechtshof Den Haag Taal Nederlands Op 31 augustus 2017 heeft het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat verdachte schuldig is aan mensenhandel.  Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel door uitbuiting van een minderjarig slach ...

    Op 31 augustus 2017 heeft het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat verdachte schuldig is aan mensenhandel.  Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel door uitbuiting van een minderjarig slachtoffer. Het hof heeft in overweging genomen dat seksuele uitbuiting een zeer ernstig feit is, waarbij de geestelijk en lichamelijke integriteit van het slachtoffer geheel ondergeschikt wordt gemaakt aan geldelijk gewin.Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twee jaren. Daarnaast moet verdachte een schadevergoeding betalen aan het slachtoffer van 16.632, 22 euro.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Den Haag
    • Strafrecht
    • Gevangenisstraf
    • Veroordeling mensenhandel
    • minderjarig slachtoffer
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands 1 Gerechtshof Den Haag Het gerechtshof Den Haag heeft een verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden voor arbeidsuitbuiting. De verdachte heeft zich gedurende 7 jaar schuldig gemaakt aan uitbutiing van een m ...

    Het gerechtshof Den Haag heeft een verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden voor arbeidsuitbuiting. De verdachte heeft zich gedurende 7 jaar schuldig gemaakt aan uitbutiing van een minderjarig slachtoffer. Het slachtoffer is vanuit Marokko naar Nederland gehaald om bij de verdachte thuis huishoudelijk werk te doen en te zorgen voor de gehandicapte dochter van de verdachte. Naar het oordeel van het hof komen de ernst van het feit en de door het hof in aanmerking genomen omstandigheden onvoldoende tot uitdrukking in de door de rechtbank opgelegde straf. Het hof heeft daarom een zwaardere straf aan de verdachte opgelegd. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Den Haag
    • Huishoudelijk werk
    • minderjarig slachtoffer
    • Arbeidsuitbuiting
    • Nederlands
  4. Taal Nederlands 6 Gerechtshof Den Haag Het gerechtshof Den Haag heeft een man veroordeeld voor de uitbuiting van zijn nichtje. Zij is op tienjarige leeftijd van Turkije naar Nederland gekomen om bij haar oom en tante te komen wonen. Echter, ...

    Het gerechtshof Den Haag heeft een man veroordeeld voor de uitbuiting van zijn nichtje. Zij is op tienjarige leeftijd van Turkije naar Nederland gekomen om bij haar oom en tante te komen wonen. Echter, toen zij bij hen kwam heeft zij jarenlang huishoudelijke werkzaamheden moeten verrichten en de andere kinderen van het gezin moeten verzorgen. Als zij niet voldeed aan de verwachtingen, werd ze mishandeld en werd er gedreigd met terugkeer naar Turkije. Daarnaast mocht ze geen onderwijs volgen en geen arts bezoeken. De man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 22 maanden en de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid. De man mag twee jaar op geen enkele wijze contact opnemen met het slachtoffer, als hij dit toch doet, moet hij per keer dat de maatregel overschreden wordt, zeven dagen in hechtenis zitten.  

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Den Haag
    • Huishoudelijk werk
    • Mensenhandel
    • Arbeidsuitbuiting
    • Nederlands
  5. Taal Nederlands Gerechtshof Den Haag Het gerechtshof Den Haag heeft een man veroordeeld voor mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich ...

    Het gerechtshof Den Haag heeft een man veroordeeld voor mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan het vijf keer vervoeren van drie minderjarige slachtoffers naar de prostituanten waar wij tegen betaling seks moesten hebben en verdachte is een keer aanwezig geweest bij het maken van foto's van een van de slachtoffers voor de internetsite. Het Hof heeft een gevangenisstraf opgelegd van 5 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Daarnaast heeft de verdachte een taakstraf opgelegd gekregen voor de duur van 200 uur,  indien deze niet naar behoren wordt verricht wordt deze straf vervangen door 100 dagen hechtenis. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Den Haag
    • Minderjarigen
    • Vervoeren van prostitutees
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Nederlands
  6. Gerechtshof Den Haag Taal Nederlands Op 23 juni 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. Hierbij overwoog het hof dat de verklaringen van aangeefster op essentiële onderdelen niet e ...

    Op 23 juni 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde mensenhandel. Hierbij overwoog het hof dat de verklaringen van aangeefster op essentiële onderdelen niet eensluitend zijn en in sommige gevallen zelfs innerlijk tegenstrijdig.De bankrekeningen van de verdachte en zijn medeverdachte zijn volgens het hof ontlastend van aard. In de ten laste gelegde periode hebben de verdachte en de medeverdachte volgens de gegevens van de bankrekeningen geen hoge inkomsten genoten. Er zijn geen aanwijzingen dat zij hebben een opmerkelijk spendeergedrag of luxe levensstijl hebben gehad.Ook uit tapgesprekken blijkt niet dat aangeefster gedwongen was tot afgifte van de door haar middels de prositutie verdiende gelden.Het hof is van oordeel dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend kan worden bewezen aangezien de verklaringen van de aangeefster onvoldoende steun in de overige bewijsmiddelen vinden. Het hof spreekt daarom verdachte vrij.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Gerechtshof Den Haag
    • Strafrecht
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands Gerechtshof Den Haag Het Gerechtshof Den Haag veroordeelt de verdachte o.a. voor mensenhandel. Het hof overweegt dat de aangeefsters (in ieder geval in het begin van de ten laste gelegde periode) een uiterst substantieel bed ...

    Het Gerechtshof Den Haag veroordeelt de verdachte o.a. voor mensenhandel.Het hof overweegt dat de aangeefsters (in ieder geval in het begin van de ten laste gelegde periode) een uiterst substantieel bedrag van het door hen in de prostitutie verdiende geld afdroegen aan de verdachte en zijn vrouw – te weten al het verdiende geld, minus de daarmee gepaard gaande kosten en later ook minus de boodschappen en de kleding, hetgeen door de verdachte niet is weersproken. Het hof is gelet daarop van oordeel dat er bij de verdachte sprake was van (het oogmerk van) uitbuiting.De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten slotte betoogd dat aangeefsters niet zijn gedwongen om in de prostitutie te gaan werken. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de aangeefsters hebben verklaard dat zij - pas achteraf - het gevoel hebben gehad dat ze destijds eigenlijk geen andere keuze hadden dan te werken in de prostitutie en dat zij in de periode dat zij als prostituee werkzaam waren op ieder moment hadden kunnen stoppen.Het hof is van oordeel dat dit ‘gevoel achteraf’ van de aangeefsters er niet aan afdoet dat de aangeefsters naar ’s hofs oordeel door het laakbare handelen van de verdachte en zijn medeverdachte, en in het bijzonder door hun misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie van hun (pleeg)dochters, zijn bewogen om in de prostitutie te gaan werken en te blijven werken. Het hof verwerpt het verweer.De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf  voor de duur van 15 (vijftien) jaren. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Den Haag
    • Strafrecht
    • Seksuele uitbuiting
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Vervoeren (met oogmerk van uitbuiting)
    • Nederlands
  8. Taal Nederlands Gerechtshof Den Haag Het Gerechtshof Den Haag spreekt verdachte vrij van mensenhandel. Het hof oordeelt dat de verklaring van aangeefster, inhoudende dat de verdachte haar gedwongen dan wel bewogen heeft tot prostitutie in h ...

    Het Gerechtshof Den Haag spreekt verdachte vrij van mensenhandel.Het hof oordeelt dat de verklaring van aangeefster, inhoudende dat de verdachte haar gedwongen dan wel bewogen heeft tot prostitutie in het bijzonder door het tenlastegelegde geweld zoals aan de verdachte is tenlastegelegd ter zake artikel 273f, eerste lid, sub 4, Sr, niet voldoende gesteund wordt door ander bewijs. Daarom dient de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.Ook oordeelt het hof dat ten aanzien van de aan de verdachte tenlastegelegde vormen van mensenhandel zoals bepaald in artikel 273f, eerste lid, sub 1, 6 en 9, Srhet hof met de verdediging van oordeel is dat hetgeen aan de verdachte wordt verweten niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.Derhalve is het hof van oordeel dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Den Haag
    • Strafrecht
    • Strafrecht
    • Gedwongen prostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands
  9. Taal Nederlands Gerechtshof Den Haag Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden en een bedrag van 1000 euro als vergoeding voor immateriele schade wegens mensenhandel. Het hof oordeelt als vol ...

    Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden en een bedrag van 1000 euro als vergoeding voor immateriele schade wegens mensenhandel.Het hof oordeelt als volgt: "Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.De verdachte heeft zich – gedurende een periode van bijna één maand - schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van het slachtoffer [benadeelde partij]. Hij heeft er door gebruik van geweld en door bedreiging met geweld aan bijgedragen dat het slachtoffer onvrijwillig een deel van haar opbrengsten aan hem heeft afgedragen waardoor de verdachte zichzelf met de opbrengsten uit de door het slachtoffer verrichte prostitutiewerkzaamheden heeft bevoordeeld. Door zijn zucht naar geldelijk gewin schroomde de verdachte niet haar te bedreigen met geweld en ook daadwerkelijk geweld toe te passen.Voorts heeft de verdachte een vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden gehad. Het onbevoegd bezit van dergelijke wapens is in strijd met de wet en is, gelet op de grote risico’s, maatschappelijk onaanvaardbaar. Daarom moet daartegen krachtig worden opgetreden.Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 14 januari 2016, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten waaronder gewelds- en vermogensdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft het hof onder meer acht geslagen op de inhoud van de tot het persoonsdossier van de verdachte behorende rapportage, te weten: een reclasseringsadvies d.d. 5 december 2014. Uit voormeld stuk volgen geen persoonlijke omstandigheden van zodanige aard dat deze een matigende invloed zouden moeten hebben op de op te leggen straf.Tot slot heeft het hof geconstateerd dat sprake is van een lichte overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu de zaak niet binnen 24 maanden na het instellen van het hoger beroep, maar pas na 25 maanden, is afgedaan. Gelet op de geringe mate van overschrijding zal het hof hier geen rechtsgevolgen aan verbinden en volstaan met de enkele constatering daarvan."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Gerechtshof Den Haag
    • Slachtoffer
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Geweld in afhankelijkheidsrelaties ( GIA)
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands Gerechtshof Den Haag Het Gerechtshof Den Haag veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Voorts legt het hof een gebiedsverbod ((raam)prostitutiegebieden) op aan de verdachte. Het hof oorde ...

    Het Gerechtshof Den Haag veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Voorts legt het hof een gebiedsverbod ((raam)prostitutiegebieden) op aan de verdachte.Het hof oordeelt dat op te leggen straf wordt bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.De verdachte heeft zich in de bewezenverklaarde periode van negen maanden schuldig gemaakt aan mensenhandel door de kwetsbare [benadeelde partij] (destijds 19/20 jaar oud) te bewegen hem te bevoordelen uit de opbrengst van de door haar verrichte prostitutiewerkzaamheden. De verdachte heeft het slachtoffer bewogen (een groot deel van) de door haar ontvangen geldbedragen af te staan dan wel af te dragen aan de verdachte. Door aldus te handelen heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit waarbij hij, met miskenning van de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer, zijn eigen financieel gewin op de voorgrond heeft gesteld.Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Den Haag
    • Strafrecht
    • Strafrecht
    • Gedwongen prostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands

Pagina's