Documentsoort

  • Belastingrecht
Resultaten 1 - 7 van totaal 7 resultaten
  1. Language Dutch 82 reads States Council (Dutch) De Raad van State overweegt: 'Het betoog van [wederpartij] dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 27 van het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna: het IVRK) ertoe strekt dat kinderen in sta ...

    De Raad van State overweegt:'Het betoog van [wederpartij] dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 27 van het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna: het IVRK) ertoe strekt dat kinderen in staat moeten worden gesteld op te groeien volgens het hier geldende sociaal minimum, faalt evenzeer. Ingevolge artikel 27, eerste lid, erkennen de Staten die partij zijn, het recht van ieder kind op een levensstandaard die toereikend is voor de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling van het kind. Ingevolge het derde lid nemen de Staten die partij zijn, in overeenstemming met de nationale omstandigheden en met de middelen die hun ten dienste staan, passende maatregelen om ouders en anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind te helpen dit recht te verwezenlijken, en voorzien, indien de behoefte daaraan bestaat, in programma’s voor materiële bijstand en ondersteuning, met name wat betreft voeding, kleding en huisvesting. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld de uitspraken van 13 juni 2007 in zaak nr. 200607475/1 en van 22 februari 2012 in zaak nr. 201107168/1/A2) bevat artikel 27 van het IVRK geen normen die vatbaar zijn voor rechtstreekse toetsing door de rechter, aangezien zij daarvoor niet voldoende concreet zijn en derhalve nadere uitwerking behoeven. Bovendien is het bij de rechtbank bestreden besluit niet genomen jegens het kind van [wederpartij]. Het gaat hier om een financiële bijdrage van het Rijk in de kosten van kinderen, waarop niet een kind zelf maar een ouder voor een kind aanspraak kan hebben. De ouder is begunstigde. De rechtbank heeft in het betoog derhalve terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de weigering om [wederpartij] een kindgebonden budget te verstrekken strijd oplevert met het IVRK.'

    Jurisprudentie

    • Belastingrecht
    • Raad van State
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Kindgebonden budget
    • Nederlands
  2. 94 reads Language Dutch States Council (Dutch) Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de Belastingdienst zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het niet toekennen van een voorschot kindgebonden budget 2011 aan [appellante] niet strijdig ...

    Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de Belastingdienst zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het niet toekennen van een voorschot kindgebonden budget 2011 aan [appellante] niet strijdig is met artikel 14 gelezen in verbinding met artikel 8 van het EVRM. De door [appellante] gestelde omstandigheden betreffen haar vlucht uit Nigeria in het jaar 2000 en het feit dat zij in het verleden als slachtoffer van mensenhandel tot prostitutie is gedwongen.Voorts betreft het de gestelde psychische klachten en de omstandigheid dat [appellante] en haar kinderen onder het bestaansminimum moeten leven omdat zij niet naar Nigeria kunnen terugkeren. Deze omstandigheden zijn ieder voor zich geen bijzondere omstandigheden die in dit geval de weigering van een kindgebonden budget strijdig doet zijn met het discriminatieverbod in samenhang met het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven.Wat de gestelde medische klachten betreft, overweegt de Afdeling dat het koppelingsbeginsel er niet aan in de weg staat dat [appellante] voor haar klachten rechtstreeks beroep kan doen op medisch noodzakelijke zorg aan vreemdelingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Vw 2000, zoals in dit geval ook heeft plaatsgevonden en tot een behandelaanbod heeft geleid.Voorts overweegt de Afdeling dat de omstandigheid dat [appellante] en haar kinderen onder het bestaansminimum moeten leven omdat zij niet naar Nigeria kunnen terugkeren, niet kan worden beschouwd als een bijzondere omstandigheid die zou moeten leiden tot het buiten toepassing laten van de Koppelingswet en uiteindelijk tot de verstrekking van een voorschot kindgebonden budget omdat het voorschot kindgebonden budget niet strekt tot het waarborgen van het bestaansminimum.Ook als de genoemde omstandigheden, voor zover relevant, in onderling verband worden beschouwd, zijn zij niet zo bijzonder dat daarom de Koppelingswet buiten toepassing gelaten zou moeten worden.

    Jurisprudentie

    • Belastingrecht
    • Raad van State
    • Nederlands
  3. Language Dutch 71 reads States Council (Dutch) De rechtbank overweegt: 'Voor zover [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 27 van het IVRK er zelfstandig toe strekt dat kinderen in staat moeten worden gesteld op te groeien vol ...

    De rechtbank overweegt:'Voor zover [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 27 van het IVRK er zelfstandig toe strekt dat kinderen in staat moeten worden gesteld op te groeien volgens het hier te lande geldende sociaal minimum, overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar onder meer de uitspraken van 13 juni 2007, in zaak nr. 200607475/1, en 22 februari 2012, in zaak nr. 201107168/1/A2, dat artikel 27 van het IVRK geen normen bevat die vatbaar zijn voor rechtstreekse toetsing door de rechter, aangezien zij daarvoor niet voldoende concreet zijn en derhalve nadere uitwerking in nationale wet- en regelgeving behoeven. Bovendien is het bij de rechtbank bestreden besluit niet genomen jegens de kinderen van [appellante]. Het gaat hier om een financiële bijdrage van het Rijk in de kosten van kinderen, waarop niet een kind zelf maar een ouder voor een kind aanspraak kan hebben. De ouder is begunstigde. De rechtbank heeft in het betoog derhalve terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de weigering [appellante] een voorschot kindgebonden budget te verstrekken strijd oplevert met het IVRK.'

    Jurisprudentie

    • Belastingrecht
    • Raad van State
    • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
    • Kindgebonden budget
    • Nederlands
  4. 5 Taal Nederlands Rechtbank Den Haag 'Op 7 juli 2008 heeft het Controleteam Prostitutie en Mensenhandel (hierna CPM) een bezoek aan Massagesalon [F] gebracht. Naar aanleiding van dit bezoek en de daarvan opgemaakte processen verbaal is ...

    'Op 7 juli 2008 heeft het Controleteam Prostitutie en Mensenhandel (hierna CPM) een bezoek aan Massagesalon [F] gebracht. Naar aanleiding van dit bezoek en de daarvan opgemaakte processen verbaal is verweerder een boekenonderzoek gestart. In eerste instantie was het boekenonderzoek gericht op het vaststellen van seksgerelateerde werkzaamheden in Massagesalon [F]. Nadien heeft verweerder ook Saunaclub [I] en Massagesalon [H] alsmede de in het pand aan de [b-straat 1] te [D] ontplooide activiteiten in het onderzoek betrokken.'

    Jurisprudentie

    • Belastingrecht
    • Rechtbank Den Haag
    • Nederlands
  5. 52 reads Language Dutch Court of Zeeland-West-Brabant De rechtbank overweegt: 'Al het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de omzet van de prostituees aan belanghebbende moet worden toegerekend. ...

    De rechtbank overweegt:'Al het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de omzet van de prostituees aan belanghebbende moet worden toegerekend. Het beroep is gegrond. De naheffingsaanslag moet worden vernietigd.'

    Jurisprudentie

    • Belastingrecht
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
    • Nederlands
  6. 4 Taal Nederlands Gerechtshof 's-Hertogenbosch Belanghebbende exploiteert een tweetal privéclubs. Hij krijgt naar aaleiding van een boekenonderzoek naheffingsaanslagen omzetbelasting, loonbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. ...

    Belanghebbende exploiteert een tweetal privéclubs. Hij krijgt naar aaleiding van een boekenonderzoek naheffingsaanslagen omzetbelasting, loonbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Ook een boete van fl. 600.000. Deze wordt verminderd door het hof met fl. 25.000.

    Jurisprudentie

    • Belastingrecht
    • Gerechtshof 's-Hertogenbosch
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands 5 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Een pooier (de belanghebbende) is op 14 juli 2006 veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor mensenhandel en verboden wapenbezit. Daarbij heeft de belastinginspecteur hem navorderingsaansla ...

    Een pooier (de belanghebbende) is op 14 juli 2006 veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor mensenhandel en verboden wapenbezit. Daarbij heeft de belastinginspecteur hem navorderingsaanslagen opgelegd. Volgens belanghebbende is de 'omkering van de bewijslast' ten onrechte toegepast. Hof oordeelt dat de omkering en verzwaring van de bewijslast terecht was.Uitspraak is in cassatie bekrachtigd: ECLI:NL:HR:2010:BO0425.

    Jurisprudentie

    • Belastingrecht
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Pooier
    • Nederlands