Documentsoort

  • Bestuursrecht
Resultaten 1 - 7 van totaal 7 resultaten
  1. Taal Nederlands 1 Raad van State De Raad van State heeft op 27 januari 2016 het hoger beroep van exploitant ongegrond verklaard. De burgemeester heeft de verzochte exploitatievergunningen voor twee raambordelen terecht geweigerd aan exploita ...

    De Raad van State heeft op 27 januari 2016 het hoger beroep van exploitant ongegrond verklaard. De burgemeester heeft de verzochte exploitatievergunningen voor twee raambordelen terecht geweigerd aan exploitant.De Raad van State oordeelt als volgt: “De Afdeling ziet in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat minder beperkende maatregelen bestaan waarmee het beoogde doel kan worden bereikt. Zij betrekt daarbij dat het gebruik maken van personen die vertalen, zoals door [appellant] voorgesteld, rekening houdend met de bijzonderheden van het betrokken type activiteit, het risico met zich brengt dat door de aanwezigheid van deze derden de beoogde signaalfunctie van het intakegesprek wordt beïnvloed. [..]De rechtbank heeft terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de burgemeester de in de rapportage van 1 april 2011 omschreven bevindingen wat de verhuur van kamers betreft niet heeft mogen betrekken in zijn beoordeling van de aanvragen van [appellant]. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat hoewel een prostituee ook een kamer zou kunnen huren bij een andere exploitant, dit niet betekent dat deze maatregel in elk geval wat betreft de huur van kamers bij dezelfde exploitant, niet het beoogde effect zou kunnen ressorteren en daarmee illusoir is. Daar komt bij dat de burgemeester zich in dit verband tevens op het standpunt heeft mogen stellen dat ook dient te worden gewaakt voor uitbuiting door de exploitant in het kader van de verhuur van kamers. [..]Gelet op het voorgaande heeft de burgemeester zich, zoals de rechtbank heeft overwogen, op het standpunt mogen stellen dat [appellant] de bedrijfsadministratie, noodzakelijk voor het toezicht op de naleving van de voorschriften, niet heeft kunnen tonen. Dat de toezichthouders niettemin een deel van de administratie hebben kunnen controleren, vindt, gelet op hetgeen [appellant] blijkens de rapportage aan de toezichthouders heeft verklaard, geen grondslag in de rapportage van 24 juni 2011[..] Met de rechtbank is de Afdeling verder van oordeel dat de burgemeester deze gebeurtenissen mocht betrekken bij zijn beoordeling of hij voldoende aannemelijk acht dat de exploitant de in artikel 3.32 van de Apv neergelegde verplichtingen zal naleven, als bedoeld in artikel 3.30, tweede lid, van de Apv. De burgemeester heeft in dit verband gemotiveerd dat deze gebeurtenissen hem sterken in zijn standpunt dat de bedrijfsvoering van [appellant] geen zodanige waarborgen biedt dat aan de in artikel 3.32 van de Apv neergelegde verplichtingen wordt voldaan. De burgemeester heeft [appellant] in dit verband niet tegengeworpen dat hij betrokken is bij mensenhandel. [..]De rechtbank heeft voorts terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de burgemeester niet in redelijkheid de verzochte vergunningen heeft kunnen weigeren. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de burgemeester in redelijkheid het belang dat is gediend met de weigering van de verzochte vergunningen zwaarder kunnen laten wegen dan het belang van [appellant] bij afgifte van die vergunningen. De burgemeester heeft daarbij in aanmerking mogen nemen dat [appellant] met de exploitatie van het prostitutiebedrijf aan de [locatie 3] alsnog in de gelegenheid is om aannemelijk te maken dat hij zijn bedrijfsvoering op orde heeft en kan houden en dat voldoende waarborgen bestaan dat de in de Apv neergelegde verplichtingen worden nageleefd, gegeven de kwetsbare positie waarin de prostituees zich bevinden.” 

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Nederland
    • Raad van State
    • Exploitant
    • Raamprostitutie
    • Taalvereiste
    • Exploitatievergunning
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands Rechtbank Midden-Nederland De rechtbank Midden-Nederland heeft de exploitatievergunning van eiser ingetrokken en het hotel gesloten. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat in het hotel illegale p ...

    De rechtbank Midden-Nederland heeft de exploitatievergunning van eiser ingetrokken en het hotel gesloten. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat in het hotel illegale prostitutie is geconstateerd.

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Strafrecht
    • Hotelprostitutie
    • Exploitatie
    • Bestuursrecht
    • Exploitatievergunning
    • Illegale prostitutie
    • Mensenhandel
    • Prostitutie
    • Nederlands
  3. Taal Nederlands 1 Rechtbank Den Haag De rechtbank is van oordeel ‘dat sprake is van ‘more than normal emotional ties’ tussen moeder en eiseres en derhalve van beschermenswaardig familie- en gezinsleven tussen eiseres en haar moeder. De volle ...

    De rechtbank is van oordeel ‘dat sprake is van ‘more than normal emotional ties’ tussen moeder en eiseres en derhalve van beschermenswaardig familie- en gezinsleven tussen eiseres en haar moeder. De volledige intrekking van de verblijfsvergunning en de oplegging van het inreisverbod leveren dan ook een inmenging in het familie- en gezinsleven op.’ De vraag ligt voor of verweerder op grond van artikel 8 van het EVRM van het opleggen van het inreisverbod en intrekking van de verblijfsvergunning af had moeten zien.Uit het uittreksel van het Justitieel Documentatieregister blijkt dat eiseres voor en na haar veroordeling in 2012 niet in aanraking is gekomen met justitie. Ook wordt het recidiverisico als laag ingeschat. De rechtbank acht voorts van belang dat eiseres op tienjarige leeftijd naar Nederland is gekomen, zij hier is opgegroeid en hier naar school is gegaan. Zwaar gewicht kan worden toegekend aan het feit dat, nu eiseres thans vijftien jaar in Nederland verblijft, zij aanzienlijke banden heeft met Nederland en gezien haar leeftijd navenant minder banden met Oekraïne. Ook de moeder van eiseres verblijft al vijftien jaar in Nederland en heeft hier een relatie. Bovendien is eiseres nimmer door verweerder uitgezet, terwijl zij wel in beeld was bij verweerder en geen rechtmatig verblijf had. Uit het BMA-advies kan worden afgeleid dat bij eiseres sprake is van fysieke klachten die psychosociaal kunnen worden geduid, PTSS en suïcidaliteit. Tevens blijkt dat moeder mantelzorg verleent aan eiseres. Bij terugkeer naar Donetsk, waar eiseres vandaan komt, zal eiseres terecht komen in een oorlogssituatie. Gelet op haar medische situatie en het feit dat eiseres niet in Oekraïne is opgegroeid, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres zich daar zal kunnen handhaven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ten onrechte niet onderzocht in hoeverre terugkeer naar Oekraïne voor de moeder van eiseres en haar partner, mede gezien de oorlogssituatie aldaar, een “degree of hardship” op zal leveren.Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel ‘dat geen fair balance is gevonden tussen enerzijds het belang van eiseres bij uitoefening van haar privéleven en uitoefening van het familieleven met haar moeder hier te lande en anderzijds het algemeen belang van de Nederlandse samenleving. Daaruit volgt dat niet kan worden volgehouden dat verweerder zich met het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het inreisverbod en de intrekking van de verblijfsvergunning niet in strijd zijn met artikel 8 van het EVRM. Het bestreden besluit is dan ook genomen in strijd met de artikelen 8 van het EVRM en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.’  

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Recidive
    • Verblijfsvergunning
    • Artikel 8 EVRM
    • Inreisverbod
    • Terugkeer
    • Nederlands
  4. Language Dutch 73 reads States Council (Dutch) In het bedrijfsplan van exploitant is omschreven dat bij het intakegesprek de prostituee zich verstaanbaar moet kunnen maken in een voor de exploitant begrijpelijke taal. De burgemeester weigert exploitatieve ...

    In het bedrijfsplan van exploitant is omschreven dat bij het intakegesprek de prostituee zich verstaanbaar moet kunnen maken in een voor de exploitant begrijpelijke taal. De burgemeester weigert exploitatievergunningen af te geven omdat uit rapportages blijk dat de exploitant kamers heeft verhuurd aan prostituees die zich niet verstaanbaar konden maken. De exploitant voert aan dat dit hem ten onrechte wordt tegengeworpen omdat het strijdig is met artikel 10 van de Dienstenrichtlijn. Daardoor wordt hij belemmerd in de verhuur van kamers aan prostituees. De Raad van State ziet hierin aanleiding om prejudiciële vragen te stellen. De laatste vraag luidt:'Voor zover de dienstverrichter een beroep toekomt op de bepalingen in Hoofdstuk III van de richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB 2006, L 376/36), verzet artikel 10, tweede lid, aanhef en onder c, van deze richtlijn zich tegen een maatregel als thans in geding, waarbij het een exploitant van raamprostitutiebedrijven slechts is toegestaan kamers in dagdelen te verhuren aan prostituees die zich aan de exploitant verstaanbaar kunnen maken in een voor hem begrijpelijke taal?'

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Raad van State
    • Prostitutie
    • Prejudiciële vragen
    • Prostitutie
    • Nederlands
  5. Language Dutch 265 reads De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De gemeente Utrecht heeft de exploitatievergunning voor de prostitutieboten aan het Zandpad en de ramen aan de Hardebollenstraat mogen intrekken en nieuwe aanvragen mogen weigeren. De r ...

    De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De gemeente Utrecht heeft de exploitatievergunning voor de prostitutieboten aan het Zandpad en de ramen aan de Hardebollenstraat mogen intrekken en nieuwe aanvragen mogen weigeren. De rechtbank overweegt onder andere:'Het standpunt van eiseres dat verweerder de belangen van de bij haar werkzame prostituees onvoldoende in acht heeft genomen en dat de maatregel niet proportioneel is, onderschrijft de rechtbank niet. Hierbij is van belang dat het hier gaat om aanwijzingen van mensenhandel en om gevaar voor de openbare orde. Zowel uit de APV als uit de Handhavingsstrategie blijkt dat mensenhandel in de prostitutie onder verscherpte aandacht van verweerder staat. Verweerder heeft het belang van het tegengaan van mensenhandel en de rol die eiseres daarin had zwaarder mogen laten wegen dan het belang van eiseres om werkruimte te verhuren voor raamprostitutie. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat de belangen van vrouwen om de prostitutie als een vrij en veilig vak in haar gemeente te kunnen uitoefenen moeten worden beschermd. Dat de intrekking van de exploitatievergunningen grote nadelige gevolgen heeft voor eiseres, haar werknemers en voor de prostituees die bij haar huren, maakt niet dat sprake is van een punitieve sanctie als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Volgens vaste jurisprudentie van de ABRvS, bijvoorbeeld de uitspraak van 2 februari 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BP2763), is de intrekking van de exploitatievergunning een reparatoire sanctie, gericht op bescherming van de openbare orde en is deze niet (mede) gericht op geïndividualiseerd concreet nadeel. Voor de conclusie dat de besluitvorming in strijd is met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb en/of met de waarborgen van artikel 6 van het EVRM ziet de rechtbank dan ook geen grond.'

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Prostitutie
    • Prostitutie
    • Nederlands
  6. 114 reads Language Dutch De rechtbank oordeelt dat verweerder de exploitatievergunning mocht intrekken: 'Ook de stelling van eiseres dat de exploitanten niet wisten dat er in het horecabedrijf prostitutieactiviteiten werden verricht, kan naar het oor ...

    De rechtbank oordeelt dat verweerder de exploitatievergunning mocht intrekken:'Ook de stelling van eiseres dat de exploitanten niet wisten dat er in het horecabedrijf prostitutieactiviteiten werden verricht, kan naar het oordeel van de rechtbank niet slagen. Gelet op de verschillende constateringen kan niet worden gezegd dat dit slechts een incidenteel karakter heeft. Daarbij merkt de rechtbank op dat het de verantwoordelijkheid is van de exploitanten om op de hoogte te zijn van hetgeen er gebeurt in hun horecagelegenheid en maatregelen te treffen ter voorkoming van prostitutieactiviteiten. Op de exploitanten rust immers de verplichting om te doen wat nodig is voor een goede gang van zaken. De rechtbank is daarbij van oordeel dat uit hoofde van de aard van het bedrijf van eiseres verweerder hoge eisen mag stellen wat betreft de bedrijfsvoering. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal van 30 augustus 2011 dat de eigenaar op 12 augustus 2011 heeft verklaard dat er ‘voor wat meer geld met één of meerdere dames in een kamer een pleziertje kan worden beleefd’. De rechtbank acht het onder deze omstandigheden niet aannemelijk dat de eigenaar niet van de activiteiten op de hoogte was.'

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Prostitutie
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands 6 Rechtbank Haarlem Herziening WW-uitkering wegens het verrichten van werkzaamheden als zelfstandige. Deze werkzaamheden bestonden uit mensensmokkel en het runnen van een massagesalon.  ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ1942    Instantie: ...

    Herziening WW-uitkering wegens het verrichten van werkzaamheden als zelfstandige. Deze werkzaamheden bestonden uit mensensmokkel en het runnen van een massagesalon. 

    Jurisprudentie

    • Bestuursrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Haarlem
    • Massagesalon
    • Mensenhandel
    • Mensensmokkel
    • Nederlands