• Hotelprostitutie

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 29 resultaten
  1. 12 Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in 'Valkenburgse Zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (Armin A.) tot een gevangenisstraf van 24 maanden wegens mensenhandel. De rechtbank overweegt: 'In de hotel ...

    Uitspraak in 'Valkenburgse Zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (Armin A.) tot een gevangenisstraf van 24 maanden wegens mensenhandel. De rechtbank overweegt:'In de hotelkamer heeft het slachtoffer met tientallen mannen tegen betaling seksuele handelingen verricht, die ook bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Het slachtoffer was op dat moment 16 jaar oud. Door zo te handelen is verdachte medeverantwoordelijk voor de inbreuk die gemaakt is op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Hierin weegt de rechtbank zwaar mee dat uit het dossier blijkt dat verdachte prijsafspraken heeft gemaakt met klanten en - naar later is gebleken - tegen de wil van het slachtoffer aan potentiele klanten heeft voorgesteld dat zij ook beschikbaar zou zijn voor het verrichten van seksuele handelingen met meerdere personen tegelijkertijd en dat zij geen bezwaar zou hebben tegen seks zonder het gebruik van een condoom.' Over de straftoemeting zegt de rechtbank het volgende:'Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank in bijzonder gelet op de straffen die in andere strafzaken voor feiten als bewezenverklaard onder 1 worden opgelegd. De rechtbank gaat in beginsel uit van 12 maanden gevangenisstraf, waarbij er sprake is van één slachtoffer zonder gebruik van fysiek geweld. De rechtbank heeft rekening gehouden met een aantal strafverhogende factoren: de ernst van het feit dat reeds hiervoor door de rechtbank is uiteengezet, de blijkens de telefoongegevens hoeveelheid van (potentiële) klanten in een relatief korte periode en het gegeven dat niet is gebleken dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar zou zijn. Omdat verdachte bovendien op geen enkel moment heeft laten zien dat hij het kwalijke van zijn handelen inziet en geen idee heeft van hetgeen hij bij het slachtoffer en haar familie teweeg heeft gebracht, zal de rechtbank een aanzienlijk hogere gevangenisstraf opleggen. Daarbij dient mede in ogenschouw te worden genomen dat verdachte ook verantwoordelijk wordt gehouden voor de onttrekking aan het wettige gezag.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Minderjarigen
    • Strafrecht
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Straftoemeting
    • Nederlands
  2. 1 Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 5 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk, voor het plegen van ontucht met een mind ...

    Uitspraak in 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 5 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk, voor het plegen van ontucht met een minderjarig slachtoffer van mensenhandel. De rechtbank oordeelt als volgt:'De rechtbank rekent het verdachte zeer zwaar aan dat hij zich onvoldoende heeft vergewist van de leeftijd van het slachtoffer en de omstandigheden waaronder zij werkte. Juist omdat verdachte directeur/bestuurder is van een stichting die zich inzet voor ontwikkelingskansen en onderwijs voor kinderen mag van hem een grotere verantwoordelijkheid worden verwacht bij het zich verzekeren van de juiste leeftijd van het meisje en de inschatting van eventuele misstanden. Volstrekt onverenigbaar met zijn verantwoordelijkheid vanuit zijn maatschappelijke positie heeft verdachte de lichamelijke integriteit en de psychische staat van de minderjarige in ernstige mate geschonden en bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie.' En:'Verdachte heeft ervoor gekozen om niet ter terechtzitting te verschijnen en meer inzicht te verschaffen in zijn gedrag. Daarbij komt dat hij in de ogen van de rechtbank een respectloze houding ten opzichte van het slachtoffer heeft getoond, terwijl dit niet te rijmen is met verdachte’s missie om - naar eigen zeggen - ‘de ontwikkelingskansen, de vorming en de persoon van onze jeugd’ te verbeteren. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte tijdens zijn politieverhoren heeft gedraaid en zichzelf nobele motieven heeft toegedicht die geheel misplaatst zijn. Zo zou hij in ‘die wereld’ hebben rondgerend als een ‘Don Quichot’ omdat hij iets wilde veranderen. Daarbij diskwalificeert hij het slachtoffer. Zo zou hij vies van haar zijn geweest en uiteindelijk hebben toegegeven aan haar initiatief om seks te hebben om zo snel mogelijk weg te komen.'Een andere klant is veroordeelt tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan drie voorwaardelijk. Klik hier voor deze uitspraak.

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Seksuele uitbuiting
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Schadevergoeding
    • Nederlands
  3. 12 Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, voor het plegen van ontucht met ...

    Uitspraak in 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, voor het plegen van ontucht met een zestienjarig meisje dat zich beschikbaar had gesteld tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling. De rechtbank oordeelt als volgt:'De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het gebruik maken van de diensten van een minderjarige prostituee. Daarbij is tevens sprake geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van de minderjarige. Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. Maar ook in deze zaak zal de rechtbank daartoe overgaan vanwege het volgende. De rechtbank rekent het verdachte zeer zwaar aan dat hij zich onvoldoende heeft vergewist van de leeftijd van het slachtoffer en de omstandigheden waaronder zij werkte. Omdat verdachte zelf werkzaam is in de jeugdzorg en professionele ervaring heeft met de begeleiding van zowel loverboys als hun slachtoffers mag van hem een grotere verantwoordelijkheid worden verwacht bij het zich verzekeren van de juiste leeftijd van het meisje en de inschatting van eventuele loverboy situaties.'En:'In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag. Daarnaast houdt de rechtbank er bij het bepalen van de straf rekening mee dat de strafzaak voor verdachte verstrekkende consequenties heeft. Verdachte is zijn baan kwijtgeraakt en is beschadigd in de publiciteit. Zo is er in de (sociale) media met naam, toenaam en zelfs foto over hem bericht.' En:'De rechtbank stelt met inachtneming van alle omstandigheden van dit geval de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden immateriële schade vooralsnog naar billijkheid bij wijze van voorschot vast op € 1.000,00. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige in haar vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.'Een andere klant is veroordeelt tot een gevangenisstraf van 5 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 voorwaardelijk. Klik hier voor deze uitspraak.

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Loverboyproblematiek
    • Seksuele uitbuiting
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Nederlands
  4. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld en heeft verklaard: “Je gaat ervan uit dat het klopt dat ze 18 is”. Door zich niet te vergewissen van de leeftijd is verdachte terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.' 

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Nederlands
  5. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat dit een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in haar slachtofferverklaring. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Het hebben van seks met een minderjarige prostituee is strafbaar gesteld in artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht. Hierin staat de bescherming van minderjarigen centraal. Zij moeten kunnen opgroeien in een omgeving waar zij zich veilig kunnen ontwikkelen, ook op seksueel gebied. Gezien hun jeugdige leeftijd kan van hen niet worden verwacht dat zij zelf voldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands
  6. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat dit een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in haar slachtofferverklaring. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld en heeft daarop vertrouwt. Haar leeftijd is ook niet ter sprake gekomen. Verdachte heeft nagelaten zich ervan te vergewissen dat het meisje inderdaad meerderjarig was. Zo is hij terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands
  7. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 120 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 120 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. Deze zaak heeft van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank realiseert zich dat dit een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat blijkt ook uit de slachtofferverklaring die ter terechtzitting is voorgelezen. Daarnaast is het ook belastend voor de verdachten en hun directe omgeving, voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Bij jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld en volgens zijn verklaring heeft ze tegen hem gezegd dat ze 19 jaar was. Daarvan had verdachte zich echter moeten vergewissen. Dat heeft hij nagelaten en zo is hij in werkelijkheid terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands
  8. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat dit een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in haar slachtofferverklaring. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website (Kinky) waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld en volgens zijn verklaring “wist” hij de leeftijd van de advertentie en kun je op Kinky pas adverteren vanaf 18. Hij vertrouwde daarop en stond er “dus ook niet verder bij stil”. Door na te laten zich daarvan te vergewissen is verdachte terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte meteen bij aanhouding het feit heeft bekend, een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands
  9. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 180 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat dit een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in haar slachtofferverklaring. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld. Volgens zijn verklaring schatte hij haar begin 20 jaar en heeft hij “er totaal niet over nagedacht of ze die leeftijd had”. Door na te laten zich van de leeftijd te vergewissen is verdachte terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte meteen bij aanhouding het feit heeft bekend, een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.'  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands
  10. Rechtbank Limburg Taal Nederlands Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'. De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 240 uren wegens het plegen van ontucht met een m ...

    Uitspraak in de 'Valkenburgse zedenzaak'.De rechtbank Limburg veroordeelt verdachte (klant) tot een gevangenisstraf van 1 dag en een taakstraf van 240 uren wegens het plegen van ontucht met een minderjarig meisje van zestien in de prostitutie. De rechtbank oordeelt als volgt:'Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat deze zaak een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in haar slachtofferverklaring. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht.'En:'Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld en hij schatte haar rond de 20 jaar. Door na te laten zich van de juistheid daarvan te vergewissen is verdachte terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag.'En:'Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.'  

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Limburg
    • Strafrecht
    • Jeugdprostitutie
    • Hotelprostitutie
    • Valkenburgse zedenzaak
    • Minderjarige
    • Nederlands

Pagina's