Documentsoort

Trefwoord

Organisatie

  • Jurisprudentie
  • Seksuele uitbuiting

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 98 resultaten
  1. Rechtbank Den Haag Taal Nederlands De rechtbank Den Haag veroordeelt op 26 april 2018 een verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 jaar voor het uitbuiten van zes vrouwen in de prostiutie, het vervaardigen en het in bezit ...

    De rechtbank Den Haag veroordeelt op 26 april 2018 een verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 jaar voor het uitbuiten van zes vrouwen in de prostiutie, het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen, het gedurende vele jaren dealen in harddrugs, het bezit van harddrugs en het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.De verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare posities van de slachtoffers door zijn overwicht als hun dealer en heeft daarnaast ook geprofiteerd van hun verdiensten als prostituee, ook om in zijn eigen seksuele behoeftes te voorzien. Volgens de rechtbank kan dit laatste beschouwd worden als seksuele uitbuiting. De slachtoffers moesten de verdachte seksueel bevredigen, waardoor hun lichamelijke integriteit is geschonden. De verdachte bespaarde hiermee de kosten van een prostituee, terwijl hier geen reële tegenprestatie tegenover stond. Ook hield de verdachte hen afhankelijk van hem door drugs te blijven verstrekken. De verdiensten van de vrouwen moesten worden afgestaan, wederom zonder reële tegenprestatie. Er kan niet van een normale zakelijke relatie worden gesproken.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie Nederland
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Strafrecht
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Kinderpornografische afbeeldingen
    • harddrugs
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands
  2. Language Dutch 3 reads Court of Gelderland De rechtbank Gelderland heeft een verdachte, die onderdeel was van een criminele organisatie, veroordeeld voor mensenhandel, afpersing, medeplegen mishandeling, medeplegen oplichting, medeplegen gewoontewissen, h ...

    De rechtbank Gelderland heeft een verdachte, die onderdeel was van een criminele organisatie, veroordeeld voor mensenhandel, afpersing, medeplegen mishandeling, medeplegen oplichting, medeplegen gewoontewissen, het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, belediging en wederspannigheid. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar en verschillende schadevergoedingen (1500eu, 1169eu, en ruim 39.000euro). 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Gelderland
    • Criminele organisatie
    • Seksuele uitbuiting
    • Witwassen
    • Mensenhandel
    • Mishandeling
    • Nederlands
  3. 2 reads Court of Midden-Nederland Language Dutch De Rechtbank Midden-Nederland heeft een 20-jarige man veroordeeld voor mensenhandel. Het betreft het gedwongen in de prostitutie brengen van minderjarige slachtoffers. De rechtbank acht mensenhandel en mede ...

    De Rechtbank Midden-Nederland heeft een 20-jarige man veroordeeld voor mensenhandel. Het betreft het gedwongen in de prostitutie brengen van minderjarige slachtoffers. De rechtbank acht mensenhandel en medeplegen van onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag bewezen op basis van de volgende bewijsmiddelen: de consistente en gedetailleerde verklaringen van beide minderjarige slachtoffers, seksadvertenties van de slachtoffers op internet en telefoonanalyse van de verdachte. Hij heeft een gevangenisstraf opgelegd gekregen van 32 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk en met 5 jaar proeftijd. De medeverdachte, ook een 20-jarige man, heeft 36 maanden gevangenisstraf gekregen waarvan 10 maanden voorwaardelijk en ook met een proeftijd van 5 jaar.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Nederland
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Prostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • kinderpornografisch materiaal
    • Gedwongen prostitutie
    • Bezit kinderporno
    • Nederlands
  4. Taal Nederlands 1 Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland heeft een 20-jarige man veroordeeld voor mensenhandel. Het betreft het gedwongen in de prostitutie brengen van minderjarige slachtoffers. De rechtbank acht mensenhandel, ...

    Rechtbank Midden-Nederland heeft een 20-jarige man veroordeeld voor mensenhandel. Het betreft het gedwongen in de prostitutie brengen van minderjarige slachtoffers. De rechtbank acht mensenhandel, medeplegen van onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag, ontuchtige handelingen plegen bij een minderjarige en bezit van kinderpornografie bewezen, op basis van de volgende bewijsmiddelen: de consistente en gedetailleerde verklaringen van beide minderjarige slachtoffers, aantreffen kinderpornografisch materiaal bij een verdachte, seksadvertenties van de slachtoffers op internet en telefoonanalyse van de verdachten. De verdachte heeft 26 maanden gevangenisstraf gekregen, waarvan 10 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 5 jaar.Een medeverdachte (20 jaar) is ook veroordeeld voor mensenhandel. Omdat de rechtbank het niet bewezen acht dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd bij de minderjarigen en in het bezit was van kinderpornografie, heeft hij een gevangenisstraf opgelegd gekregen van 32 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk en met een proeftijd van 5 jaar.Zie ook: http://www.mensenhandelweb.nl/document/veroordeling-mensenhandel-14-feb-2017-rechtbank-midden-nederland-0 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Minderjarigen
    • Bezit kinderporno
    • minderjarig slachtoffer
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands
  5. Language Dutch 3 reads Court of Midden-Nederland De Rechtbank Midden-Nederland spreekt een verdachte van mensenhandel vrij. De Rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte als medepleger aangemerkt kan worden en dat sprake is geweest van het gebruik van d ...

    De Rechtbank Midden-Nederland spreekt een verdachte van mensenhandel vrij. De Rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte als medepleger aangemerkt kan worden en dat sprake is geweest van het gebruik van dwangmiddelen ten opzichte van het slachtoffer. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Strafrecht
    • Gedwongen prostitutie
    • Vrijspraak mensenhandel
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands Gerechtshof Den Haag Het Gerechtshof Den Haag veroordeelt de verdachte o.a. voor mensenhandel. Het hof overweegt dat de aangeefsters (in ieder geval in het begin van de ten laste gelegde periode) een uiterst substantieel bed ...

    Het Gerechtshof Den Haag veroordeelt de verdachte o.a. voor mensenhandel.Het hof overweegt dat de aangeefsters (in ieder geval in het begin van de ten laste gelegde periode) een uiterst substantieel bedrag van het door hen in de prostitutie verdiende geld afdroegen aan de verdachte en zijn vrouw – te weten al het verdiende geld, minus de daarmee gepaard gaande kosten en later ook minus de boodschappen en de kleding, hetgeen door de verdachte niet is weersproken. Het hof is gelet daarop van oordeel dat er bij de verdachte sprake was van (het oogmerk van) uitbuiting.De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten slotte betoogd dat aangeefsters niet zijn gedwongen om in de prostitutie te gaan werken. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de aangeefsters hebben verklaard dat zij - pas achteraf - het gevoel hebben gehad dat ze destijds eigenlijk geen andere keuze hadden dan te werken in de prostitutie en dat zij in de periode dat zij als prostituee werkzaam waren op ieder moment hadden kunnen stoppen.Het hof is van oordeel dat dit ‘gevoel achteraf’ van de aangeefsters er niet aan afdoet dat de aangeefsters naar ’s hofs oordeel door het laakbare handelen van de verdachte en zijn medeverdachte, en in het bijzonder door hun misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie van hun (pleeg)dochters, zijn bewogen om in de prostitutie te gaan werken en te blijven werken. Het hof verwerpt het verweer.De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf  voor de duur van 15 (vijftien) jaren. 

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Den Haag
    • Strafrecht
    • Seksuele uitbuiting
    • Gedwongen prostitutie
    • Mensenhandel
    • Vervoeren (met oogmerk van uitbuiting)
    • Nederlands
  7. Taal Nederlands Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden spreekt verdachte vrij van mensenhandel. Het hof overweegt dat de Hoge Raad heeft bepaald dat de vraag of er sprake is van uitbuiting niet in algemene termen t ...

    Het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden spreekt verdachte vrij van mensenhandel.Het hof overweegt dat de Hoge Raad heeft bepaald dat de vraag of er sprake is van uitbuiting niet in algemene termen te beantwoorden is en sterk is verweven met de concrete omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt volgens de Hoge Raad onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd (HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099).Op basis van de afgelegde verklaringen en de afgetapte telefoongesprekken komt het hof tot de conclusie dat verdachte en (vrouw 1) in de tenlastegelegde periode een relatie hadden, dat (vrouw 1) toen prostitutiewerkzaamheden verrichtte, dat verdachte haar daarin faciliteerde in die zin dat hij haar wel eens naar een klant bracht en in de buurt was of bleef als zij klanten ontving en dat verdachte zo nu en dan geld van haar ontving. Met name gelet op de verklaringen van (vrouw 1) komt het hof voorts tot de conclusie dat (vrouw 1) zelf bepaalde wanneer zij werkte en welke werkzaamheden zij verrichtte. Verder is onvoldoende gebleken dat zij veel geld aan verdachte afstond en ook is niet gebleken dat zij bedragen onder dwang afstond dan wel bewogen werd (door een in de tenlastelegging genoemd middel) geld aan verdachte af te geven. Aldus kan niet worden gesproken van uitbuiting.Het hof acht  niet bewezen dat sprake was van seksuele uitbuiting (lid 1 sub 4) of financiële uitbuiting (lid 1 sub 9) van [vrouw 1] en dus ook niet dat verdachte van die uitbuiting heeft geprofiteerd (lid 1 sub 6).Het hof stelt vast dat de door (vrouw 2) afgelegde verklaringen als consistent kunnen worden aangemerkt. Uit haar verklaringen blijkt geenszins dat sprake was van uitbuiting door verdachte dan wel dat verdachte van plan was om (vrouw 2) uit te buiten. De overige tapgesprekken die zich in het dossier bevinden, leiden het hof niet tot een andere conclusie. Het hof spreekt verdachte daarom integraal vrij van de feiten met betrekking tot (vrouw 2).   

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Strafrecht
    • Seksuele uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Vrijspraak
    • Nederlands
  8. 4 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands De Rechtbank Den Haag veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt hierbij het volgende: 'De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals door de raadsman is bepleit, de verklaringen van de aa ...

    De Rechtbank Den Haag veroordeelt de verdachte voor mensenhandel en overweegt hierbij het volgende:'De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals door de raadsman is bepleit, de verklaringen van de aangeefsters als onbetrouwbaar ter zijde te schuiven. De verklaringen vinden op belangrijke onderdelen voldoende bevestiging in andere bewijsmiddelen, onder andere in de eigen verklaring van verdachte ter zitting en in de verklaringen van aangeefsters over elkaar. De verklaringen zijn bovendien vanaf het begin steeds gedetailleerd en consistent geweest. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster in twijfel te trekken'.'Bij de beoordeling van de vraag of in casu mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, sub 1 Sr bewezen kan worden, dient – gelet op hetgeen ten laste is gelegd – vastgesteld te worden dat sprake was van (een) handeling(en) (werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en/of opnemen), middelen (dwang, geweld, bedreiging met geweld, een andere feitelijkheid, misleiding, misbruik uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van de kwetsbare positie), en het oogmerk van uitbuiting. In de kern gaat het om de vraag of verdachte de bedoeling had om een ander door ongeoorloofde middelen tot prostitutie te brengen'.'Gelet op de weergegeven omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van alle vijf de aangeefsters evident sprake was van uitbuiting. Door gebruik te maken van voornoemde middelen heeft verdachte de aangeefsters tot prostitutiewerk aangezet. Daarmee is sprake van onvrijwillige prostitutie, en dus van uitbuiting. Het hele handelen van verdachte was ook gericht op het laten werken van de aangeefsters in de prostitutie om daarmee winst te maken en een ‘win-win’ situatie te behalen'.'De rechtbank is daarom van oordeel dat de aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde varianten van mensenhandel wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, met uitzondering van het medeplegen en met uitzondering van het hebben van gedwongen (anale) seks'.'Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank in strafverzwarende zin meegewogen dat:- de verdachte kort na de eerste ontmoeting van alle slachtoffers wist dat zij zich in een kwetsbare positie bevonden en daarvan grovelijk misbruik heeft gemaakt;- de verdachte de slachtoffers controleerde of liet controleren;- de verdachte ten aanzien van verschillende slachtoffers geweld heeft gebruikt;- de verdachte verschillende slachtoffers heeft bedreigd;- de verdachte bij de slachtoffers een tatoeage met zijn logo heeft gezet, hen als het ware heeft gebrandmerkt;- de verdachte de slachtoffers in zijn macht had en hen bij eventuele weerstand met succes kon overreden tot het volgen van zijn wil;- de verdachte zich gedurende meerdere jaren schuldig heeft gemaakt aan de feiten'.'De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en het aantal slachtoffers, een voorwaardelijke vrijheidsstraf niet op zijn plaats is en zal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hierna te noemen duur opleggen. Gelet op opgelegde straffen in soortgelijke zaken, zal de rechtbank een gevangenisstraf van kortere duur opleggen dan de officier van justitie heeft gevorderd'.De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaar en een schadevergoeding van 294.000 euro.  

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie Nederland
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Strafrecht
    • Seksuele uitbuiting
    • Strafrecht
    • Gedwongen prostitutie
    • Misbruik van kwetsbare positie van anderen
    • Nederlands
  9. Taal Nederlands Gerechtshof Amsterdam Het Gerechtshof Amsterdam veroordeelt de verdacht voor het medeplegen van mensenhandel. Het hof oordeelt als volgt: Bij de beantwoording van de vraag wanneer de samenwerking tussen verdachten zo nauw en ...

    Het Gerechtshof Amsterdam veroordeelt de verdacht voor het medeplegen van mensenhandel.Het hof oordeelt als volgt:Bij de beantwoording van de vraag wanneer de samenwerking tussen verdachten zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen kan worden gesproken moeten de concrete omstandigheden van het geval worden beoordeeld. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen – bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" – een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.Het hof is van oordeel dat tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, gericht op de uitbuiting van [slachtoffer 2] , om van medeplegen te spreken.Uit het vorenstaande en de overige te gebruiken bewijsmiddelen leidt het hof af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] zodanig nauw en bewust hebben meegewerkt aan de totstandkoming, de verdere verwezenlijking en de instandhouding van de uitbuitingssituatie van [slachtoffer 2] , dat wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] en [medeverdachte 1] zich ten opzichte van [slachtoffer 2] schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van uitbuiting van [slachtoffer 2] .Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar.

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Gerechtshof Amsterdam
    • Strafrecht
    • Strafrecht
    • Gedwongen prostitutie
    • Seksuele uitbuiting
    • Nederlands
  10. Taal Nederlands Rechtbank Midden-Nederland De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 60 dagen waarvan 57 dagen niet ten uitvoer zullen worden gebracht wegens mensenhandel van een minderjarig meisje.   D ...

    De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 60 dagen waarvan 57 dagen niet ten uitvoer zullen worden gebracht wegens mensenhandel van een minderjarig meisje. De rechtbank oordeelt als volgt: "De rechtbank is van oordeel dat bij de vraag of bij verdachte ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde handeling, te weten vervoeren, sprake is van het oogmerk van uitbuiting, de verklaring van verdachte als uitgangspunt genomen dient te worden.De rechtbank is, gelet op deze verklaring van verdachte, van oordeel dat het handelen van verdachte gericht was op het prostitueren van [naam] . Door haar, met de voorkennis die hij van haar had op 13 oktober 2012 op een dergelijk vroeg tijdstip -in ieder geval een ongebruikelijk tijdstip voor een feestje- naar een woning te brengen in [woonplaats] , heeft verdachte het oogmerk gehad op de seksuele uitbuiting door de jongens in die woning. Daarbij heeft de rechtbank tevens gelet op het feit dat verdachte, toen zij naar binnenging, buiten is blijven staan en geld in ontvangst heeft genomen, en vervolgens beneden in de woning op haar heeft gewacht, terwijl zij boven was met een andere jongen.Overweging ten aanzien van het opzettelijk voordeel trekkenDe rechtbank stelt vast dat op basis van de verklaring van verdachte blijkt dat [naam] meebetaalde aan de boodschappen terwijl hij wist dat zij in de prostitutie zat en daarmee geld verdiende. Hierdoor heeft verdachte opzettelijk voordeel getrokken uit de seksuele handelingen die de minderjarige [naam] heeft verricht met derden tegen betaling."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Seksuele uitbuiting
    • Prostituee
    • Minderjarige
    • Prostituant (klant)
    • Nederlands

Pagina's