• Jurisprudentie
  • Overige uitbuiting

Pagina's

Resultaten 1 - 10 van totaal 29 resultaten
  1. Taal Nederlands Hoge Raad De Hoge Raad verwerpt de beroepen en oordeelt als volgt: Mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met art. 273f, eerste lid sub 4, Sr wordt gekwalificeerd als 'mensenha ...

    De Hoge Raad verwerpt de beroepen en oordeelt als volgt:Mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met art. 273f, eerste lid sub 4, Sr wordt gekwalificeerd als 'mensenhandel' en wordt bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaren, moet worden aangenomen dat de in het vierde onderdeel omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld.Dit brengt mee dat die gedragingen eerst dan als 'mensenhandel' kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat voldaan is aan voormelde voorwaarde dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. Het oordeel van het Hof dat 'uitbuiting' moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van art. 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr, is derhalve juist.Gelet op het vorenoverwogene heeft het Hof met juistheid geoordeeld dat voor bewezenverklaring van een op art. 273f, eerste lid sub 4, Sr toegesneden tenlastelegging is vereist dat op grond van de omstandigheden van het geval uitbuiting komt vast te staan. Daarbij komt, gelet op hetgeen volgt uit eerdere jurisprudentie, onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Het Hof heeft geoordeeld dat een gedraging als het 'afsluiten van een telefoonabonnement' niet zonder meer is aan te merken als arbeid of dienst tot het verrichten waarvan iemand wordt gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen als bedoeld in art. 273f, eerste lid aanhef sub 4, Sr. Uitgaande van het vermelde toetsingskader heeft het Hof geoordeeld dat, in het bijzonder gelet op de aard en de korte duur (één of enkele dagen) van de diensten, de niet-noemenswaardige beperkingen die zij voor de betrokkenen meebrachten en het economische voordeel dat daarmee door de verdachte werd behaald, alsmede gelet op de overige (persoonlijke) omstandigheden van de betrokkenen, in geen van deze gevallen sprake was van uitbuiting.Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.In het licht van 's Hofs oordeel dat en waarom in de onderhavige gevallen (telkens) geen sprake was van uitbuiting, geeft ook het kennelijke oordeel van het Hof dat van het oogmerk van uitbuiting in de zin van art. 273f, eerste lid onder 1°, Sr evenmin sprake was, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk.Zie ook HR, 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:556     

    Jurisprudentie

    • Jurisprudentie
    • Hoge Raad
    • Strafrecht
    • Overige uitbuiting
    • Strafrecht
    • Nederlands
  2. Taal Nederlands Rechtbank Midden-Nederland De verdachte is vrijgesproken van mensenhandel vanwege gebrek aan bewijs. De rechtbank overweegt: 'De tenlastelegging in de onderhavige zaak is vooral gebaseerd op de verklaringen van aangever ...

    De verdachte is vrijgesproken van mensenhandel vanwege gebrek aan bewijs. De rechtbank overweegt:'De tenlastelegging in de onderhavige zaak is vooral gebaseerd op de verklaringen van aangever [aangever] , een Roemeense man die niet over een werkvergunning beschikte. De verklaringen die [aangever] heeft afgelegd bevatten indicatoren voor uitbuiting. De rechtbank is echter van oordeel dat [aangever] zo inconsistent verklaart, dat deze verklaringen niet in overwegende mate het bewijs van de uitbuitingssituatie kunnen vormen. De inconsistenties betreffen onder meer de afspraken die [aangever] met verdachte zou hebben gemaakt en de periode waarin hij voor verdachte en andere travellers zou hebben gewerkt. De rechtbank acht aanvullend bewijsmateriaal voor de uitbuitingssituatie daarom noodzakelijk. Op basis van het zich in het dossier bevindende bewijsmateriaal kan echter slechts worden vastgesteld dat [aangever] heeft gewerkt voor een groep travellers, waarvan verdachte deel uitmaakte, en dat [aangever] voor die werkzaamheden betaald heeft gekregen. De rechtbank kan niet vaststellen hoeveel [aangever] betaald heeft gekregen. Dat het te weinig is geweest berust alleen op de verklaring van [aangever] zelf. Ook kan worden vastgesteld dat [aangever] in ieder geval een korte periode in een smerige caravan heeft verbleven. De politie heeft hem daarin immers aangetroffen. Dat hij daar voor langere tijd heeft verbleven, berust wederom enkel op de verklaring van [aangever] zelf. De verklaring van campingbeheerder [getuige 2] kan wat betreft de uitbuitingssituatie niet als aanvullend bewijs worden gezien. [getuige 2] verklaart immers hoofdzakelijk over wat [aangever] hem heeft verteld.'

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Overige uitbuiting
    • Bewijs
    • Arbeidsuitbuiting
    • Overige uitbuiting
    • Steunbewijs
    • Nederlands
  3. 1 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Taal Nederlands De rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar wegens mensenhandel. Verdachte heeft namelijk kwetsbare jongeren onder dwang en mis ...

    De rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar wegens mensenhandel. Verdachte heeft namelijk kwetsbare jongeren onder dwang en misleiding telefoonabbonementen laten afsluiten. Aan twintig slachtoffers worden schadevergoedingen toegekend. De rechtbank oordeelt als volgt:'Bewezen is verklaard dat verdachte op deze manier 17 keer jongeren ertoe heeft gedwongen om telefoonabonnementen af te sluiten en de mobiele telefoons die ze ontvingen aan hem af te dragen. Een feitencomplex dat op meerdere manieren te kwalificeren is, maar waarbij het er in feite telkens op neer komt dat verdachte zijn slachtoffer heeft uitgebuit en daarbij die slachtoffers heeft blootgesteld aan intimidaties, agressief gedrag en bedreigingen.' En:'Ieder op zich naar het oordeel van de rechtbank ernstige feiten, met name omdat verdachte misbruik heeft gemaakt van kwetsbare en mindere weerbare jongeren. De slachtoffers verklaren niet alleen over de schuldenlast die boven hun hoofd hangt, maar vooral ook over gevoelens van angst en onveiligheid, slecht slapen en het verlies aan sociale contacten. De rechtbank zal dan ook als uitgangspunt nemen dat per incident een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden passend is.'   

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
    • Strafrecht
    • Schadevergoeding
    • Straftoemeting
    • Overige uitbuiting
    • Telefoonabonnementen
    • Nederlands
  4. Language Dutch 130 reads Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 33 maanden wegens mensenhandel. De rechtbank overweegt: "De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van mensenhandel door met zijn mededaders Hongaren te we ...

    Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 33 maanden wegens mensenhandel. De rechtbank overweegt:"De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van mensenhandel door met zijn mededaders Hongaren te werven voor (naar Hongaarse begrippen) goed betaalde arbeid in Nederland. De Hongaren werden met velen ondergebracht in huizen met slechte leefomstandigheden en zij hadden nauwelijks geld om te eten. Het merendeel van de slachtoffers leed honger. Doordat de verdachte samen met zijn mededaders bemiddelingskosten, kosten voor onderdak en eten in rekening brachten, terwijl er geen of niet continu werk beschikbaar was, verkeerden deze Hongaren in een afhankelijke positie van de verdachte en zijn mededaders. Daarnaast werden in de gevallen dat er wel werk beschikbaar was de salarissen afgepakt of werden deze gestort op bankrekeningen van de verdachte en zijn mededaders. De slachtoffers konden zich aldus niet of zeer moeizaam aan de situatie onttrekken omdat ze simpelweg geen (financiële) mogelijkheden hadden om een andere keuze te maken dan te blijven waar ze waren. De verdachte heeft door zijn handelingen de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers veelal voor lange tijd geschonden. De uitbuiting heeft in ieder geval bij 10 personen plaatsgevonden en in enkele gevallen heeft de uitbuiting meerdere jaren geduurd. De verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin de slachtoffers verkeerden om daar zelf (financieel) voordeel uit te trekken. Verder moet hem worden aangerekend dat hij geweld tegen drie van hen en tegen mededader [medeverdachte 1] heeft gebruikt."

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Overige uitbuiting
    • Arbeidsuitbuiting
    • Overige uitbuiting
    • Nederlands
  5. 32 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden voor mensenhandel, mishandeling en poging tot zware mishandeling alsmede diefstal van een scooter. Verdachte heeft gedurende e ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden voor mensenhandel, mishandeling en poging tot zware mishandeling alsmede diefstal van een scooter. Verdachte heeft gedurende enige maanden misbruik gemaakt van twee jonge dakloze, drugsverslaafde jongens door ze te bewegen tot het plegen van diefstallen door middel van (bedreiging met) geweld. Door het leeftijdsverschil en het door verdachte gebruikte geweld en bedreigingen met geweld was er sprake van overwicht van verdachte. Hierdoor waren aangevers dusdanig bang voor verdachte, dat zij deden wat hen opgedragen werd. Door de mishandeling van aangevers, hebben zij tevens pijn en letsel opgelopen. Door aldus te handelen heeft verdachte de lichamelijke en geestelijke integriteit van aangevers ernstig geschonden. Daarnaast heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal van een scooter. 

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Strafrecht
    • Mishandeling
    • Overige uitbuiting
    • Diefstal
    • Nederlands
  6. 6 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden en een contactverbod voor de duur van twee jaren. Hij dient op geen enkele wijze (direct dan wel indirect) contact op te ne ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden en een contactverbod voor de duur van twee jaren. Hij dient op geen enkele wijze (direct dan wel indirect) contact op te nemen, zoeken of hebben met het slachtoffer of haar gezin, tegen haar wil. Verdachte is veroordeeld voor mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt. Verdachte heeft tezamen met zijn partner gedurende zeven jaren hun nichtje, die zich in een kwetsbare positie bevond, uitgebuit. Zij kwam op tienjarige leeftijd naar een voor haar vreemd land waar zij de taal niet machtig was en de gewoontes niet kende. In het gezin van verdachte en medeverdachte had het slachtoffer een achtergestelde positie. In tegenstelling tot de vier kinderen van verdachte en medeverdachte, ging het slachtoffer niet naar school, werd er geen ziektekostenverzekering afgesloten en heeft zij geen (tand)arts kunnen bezoeken. In plaats daarvan moest zij huishoudelijke taken verrichten en de andere kinderen verzorgen. Wanneer niet werd voldaan aan de verwachtingen, werd zij geslagen, uitgescholden en gekleineerd. Daarnaast werd zij bedreigd met uitzetting vanwege haar illegale status, welke door verdachte in stand werd gehouden. De rechtbank wijst een vordering tot schadevergoeding toe tot een bedrag van € 30.400 euro.    

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Strafrecht
    • Overige uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Minderjarige
    • Schadevergoeding
    • Schadevergoedingsmaatregel
    • Nederlands
  7. 19 Rechtbank Den Haag Taal Nederlands De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van mensenhandel. Verdachte leidde verschillende ondernemingen in Nederland toegespitst op het maken, stomen en repareren van kleding en wierf hiervoor voorname ...

    De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van mensenhandel. Verdachte leidde verschillende ondernemingen in Nederland toegespitst op het maken, stomen en repareren van kleding en wierf hiervoor voornamelijk werknemers uit Turkije. De rechtbank is van oordeel dat verdachte aangevers heeft misleid om voor zijn onderneming in Nederland te werken door hen ander beeld voor te spiegelen dan de werkelijkheid: een hoger loon, kortere werkdagen en kosteloos onderdak. Echter, eenmaal in Nederland kregen aangevers een lager uurtarief, moesten zij op reguliere basis overwerken en waren zij toch huur verschuldigd aan verdachte. De rechtbank stelt dat, hoewel aangevers de Nederlandse taal niet machtig waren, een schuld hadden bij verdachte en huur moesten betalen voor hun woonruimte, aangevers niet in een zodanige positie verkeerden dat zij niet anders konden dan zich alles laten welgevallen. Onvoldoende is gebleken dat verdachte misbruik heeft gemaakt van zijn positie ten opzichte van aangevers in die zin dat de aangevers geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze hadden dan het misbruik te ondergaan. Tot slot zijn aangevers op geen enkele wijze belemmerd in hun bewegingsvrijheid. Zo beschikten zij over hun identiteitspapieren en verbleven zij rechtsgeldig in Nederland.   

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag
    • Strafrecht
    • Mensenhandel
    • Vrijspraak
    • Overige uitbuiting
    • Nederlands
  8. 265 reads Arnhem-Leeuwarden Court of Justice Language Dutch Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar en zes maanden voor mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen. Verdachte en medeverdachten hebben bena ...

    Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar en zes maanden voor mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen. Verdachte en medeverdachten hebben benadeelden uit Roemenië over laten komen dan wel meegenomen om in Nederland straatkranten te verkopen welke zij ook daadwerkelijk hebben verkocht.Het Hof is van oordeel dat er ten aanzien van benadeelde 3 en benadeelde 4 sprake is geweest van het oogmerk van uitbuiting. Verdachte en zijn ouders hebben misbruik gemaakt van het vertrouwen van mensen die het in Roemenië al niet zo goed hebben. Eenmaal in Nederland werden benadeelden beknot in hun vrijheid (zij werden gedwongen veel en lange werkdagen te maken en moesten de woning met vele anderen delen, terwijl benadeelde 3 daarvoor ook relatief veel voor in rekening werd gebracht), waren zij afhankelijk van verdachte en zijn ouders en werden zij gedwongen hun verdiensten af te staan. De afhankelijkheid werd snel opgebouwd en in stand gehouden, waarbij verdachte vaak gebruik maakte van langdurig geweld om zijn doel te bereiken. Ten aanzien van benadeelde 3 is het Hof van oordeel dat, ‘bewezen is dat sprake is geweest van dwang, geweld, dreiging met geweld, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. Benadeelde 3 is door een valse voorstelling van zaken overgehaald om naar Nederland te komen en had, eenmaal in Nederland, niet de vrijheid om zich te onttrekken aan het verkopen van straatkranten en het afstaan van de verdiensten aan verdachten.Ten aanzien van benadeelde 4 acht het Hof bewezen dat ‘aangeefster minderjarig was ten tijde van de tenlastegelegde feiten en dat ten opzichte van haar sprake is geweest van dwang, geweld, dreiging met geweld, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie door verdachte en zijn medeverdachten’. Evenals benadeelde 3 had zij niet de vrijheid om zich te onttrekken aan het verkopen van straatkranten en het afstaan van de verdiensten aan verdachten. Als minderjarige opgenomen in de familie en de woning van verdachte had er juist voor haar gezorgd moeten worden en diende zij een school te bezoeken. In plaats daarvan is zij door hen uitgebuit. Verdachte heeft  Aan benadeelde 4 werd op meedogenloze en gewelddadige wijze de wil van verdachte en zijn familie opgelegd. Daarnaast had verdachte ook seks met benadeelde 4.Het Hof wijst ten aanzien van benadeelde 4 een schadevergoeding toe van 10.280,00 euro, bestaande uit 5.280,00 euro materiële schade en 5.000,00 euro immateriële schade. Verdachte en mededaders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het totale bedrag.   

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
    • Overige uitbuiting
    • Straatkrantenverkoop
    • Mensenhandel
    • Schadevergoeding
    • Overige uitbuiting
    • Nederlands
  9. 44 reads Language Dutch De rechter komt niet tot een bewezenverklaring van mensenhandel (mede) gericht op criminele uitbuiting. De verdachten hebben illegale Bulgaarse mannen, vrouwen en oudere kinderen ingeschakeld voor het knippen van henneptoppen. Dit ...

    De rechter komt niet tot een bewezenverklaring van mensenhandel (mede) gericht op criminele uitbuiting. De verdachten hebben illegale Bulgaarse mannen, vrouwen en oudere kinderen ingeschakeld voor het knippen van henneptoppen. Dit gebeurde in afgelegen panden en loodsen tijdens de avondlijke en nachtelijke uren. De knippers werden kort tevoren telefonisch benaderd en in te krappe en geblindeerde bestelbusjes opgehaald. Bij aankomst moesten de knippers hun telefoon uitschakelen en onder slechte arbeidsomstandigheden de toppen uit de hennepplanten knippen. ''Mensen in een kwetsbare positie zijn door verdachten ertoe gebracht om strafbare werkzaamheden voor hen te verrichten. Deze werkzaamheden werden laag betaald, zo'n 25% onder het minimumloon zonder dat sprake was van enige sociale voorziening, en onder slechte werkomstandigheden verricht. Het vervoer van en naar de werklocatie voldeed allerminst aan de norm voor veilig vervoer. Mensen konden zich, eenmaal ingestapt in het busje, niet meer onttrekken aan het werk waarvoor zij waren geworven. Deze omstandigheden acht de rechtbank in strijd met fatsoenlijke werkgeverschap en verdachten wordt dan ook aangerekend dat zij op deze respectloze wijze met hun ' werknemers' zijn omgegaan. De rechtbank komt echter niet tot het oordeel dat sprake is geweest van uitbuiting. Daartoe overweegt zij dat de afhankelijkheid van de illegalen uitsluitend de werkrelatie betrof.''

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Criminele uitbuiting
    • Mensenhandel
    • Illegaliteit
    • Overige uitbuiting
    • Criminaliteit
    • Nederlands
  10. 5 Rechtbank Midden-Nederland Taal Nederlands De verdachte heeft zijn kleindochter ingezet voor het plegen van een winkeldiefstal. De kleindochter heeft voor €60 aan boodschappen gestolen. Zij moest boodschappen in de trolley doen terwijl de ...

    De verdachte heeft zijn kleindochter ingezet voor het plegen van een winkeldiefstal. De kleindochter heeft voor €60 aan boodschappen gestolen. Zij moest boodschappen in de trolley doen terwijl de verdachte af en toe in haar buurt verkeerde en aanwijzingen gaf. De verdachte zorgde ervoor dat zij met de gevulde trolley langs de kassa mee naar buiten liep, terwijl hij de cassière afleidde. ''Verdachte heeft zich intensief bemoeid met de gang naar de Albert Heijn, de handelingen die zijn kleindochter in deze supermarkt heeft verricht (de feitelijke diefstal) en de aftocht daarna. Hieruit volgt dat verdachte met het vervoeren van zijn kleindochter naar de winkel het oogmerk had om haar daar ten behoeve van verdachte boodschappen in de trolley te laten stoppen om haar vervolgens de winkel te laten verlaten zonder de etenswaren te laten afrekenen.''

    Jurisprudentie

    • Strafrecht
    • Nederland
    • Rechtbank Midden-Nederland
    • Criminele uitbuiting
    • Minderjarige
    • Overige uitbuiting
    • Diefstal
    • Nederlands

Pagina's