• Jurisprudentie
Resultaten 1 - 10 van totaal 10 resultaten
  1. 74 reads States Council (Dutch) Language Dutch De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde: 'Uit de door eiseres overgelegde  documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergeli ...

    De Raad van State acht het hoger beroep kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelde:'Uit de door eiseres overgelegde documentatie en getuigenverklaringen kan niet worden opgemaakt of zij om een dergelijk aanvraagformulier heeft verzocht. Evenmin vult daaruit op te maken dat de Chinese autoriteiten hebben geweigerd haar een dergelijk aanvraagformulier ie verstrekken. Dat eiseres niet over een (kopie van een) paspoort of identiteitskaart beschikt of kan beschikken, is blijkens het bestreden besluit geen punt van geschil. Uit de door eiseres overgelegde informatie en getuigenverklaringen blijkt echter evenmin dat zij haar hukou-registratie heeft aangeboden teneinde de Chinese autoriteiten te bewegen het door haar gewenste onderzoek te verrichten. Ook blijkt uit het voorgaande niet dat de Chinese autoriteiten slechts bereid waren actie te ondernemen als eiseres een (kopie van) een identiteitsdocument zou overleggen. De stelling dat eiseres niet meer over een (kopie van) een Chinees paspoort of een identiteitskaart kan beschikken, noch haar hukou-registratie over zou kunnen leggen dan wel (op een daartoe bestemd aanvraagformulier) zou kunnen noteren, heeft verweerder er niet toe hoeven leiden het beroep van eiseres op artikel 3.72, artikel 3.102, derde lid, van het Vb 2000 en paragraaf B 1/4.2 van de Vc 2000 te honoreren.'  De rechtbank vindt dat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Artikel 8 EVRM
    • Paspoortvereiste
    • Represailles
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands
  2. Language Dutch 61 reads Court of Overijssel Niet in geschil is dat verzoekster toerekenbaar geen documenten als genoemd in artikel 31 lid 2 onder e en f Vw 2000 heeft overgelegd en dat verzoekster zich niet onverwijld na aankomst in Nederland heeft gemeld ...

    Niet in geschil is dat verzoekster toerekenbaar geen documenten als genoemd in artikel 31 lid 2 onder e en f Vw 2000 heeft overgelegd en dat verzoekster zich niet onverwijld na aankomst in Nederland heeft gemeld bij de Nederlandse autoriteiten. Onder deze omstandigheden dient van het asielrelaas een positieve overtuigingskracht uit te gaan.De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen overwegen dat verzoeksters asielrelaas tegenstrijdigheden bevat op het punt van de één-kindpolitiek in haar woonplaats. Ten aanzien van verzoeksters kritiek op het algemeen ambtsbericht inzake China van 2006 wordt overwogen dat een ambtsbericht geldt als een deskundigenadvies. Verzoekster heeft bovendien de stelling dat in Guangzhou de één-kindpolitiek onverkort wordt gehandhaafd niet onderbouwd.Verweerder heeft derhalve voldoende concreet en gemotiveerd overwogen waarom het asielrelaas op dit punt over onvoldoende positieve overtuigingskracht beschikt. Verweerder heeft de aanvraag daarom kunnen afwijzen. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Rechtbank Overijssel
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  3. Language Dutch 60 reads Court of Noord-Holland Verzoekster is in China door woekeraars vastgehouden en geslagen omdat zij weigerde als prostituee te gaan werken. Hoewel uit het ambtsbericht van 29 juni 2010 blijkt dat de situatie voor vrouwen die worden b ...

    Verzoekster is in China door woekeraars vastgehouden en geslagen omdat zij weigerde als prostituee te gaan werken. Hoewel uit het ambtsbericht van 29 juni 2010 blijkt dat de situatie voor vrouwen die worden bedreigd met seksuele uitbuiting nog steeds zorgelijk is en er geen structurele opvangmogelijkheden zijn, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij van de Chinese autoriteiten dan wel van andere organisaties die zich inzetten voor de slachtoffers van seksueel geweld in China, geen enkele bescherming kan inroepen. Blijkens het ambtsbericht is het mogelijk om aangifte te doen. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit zinledig is.Evenmin heeft verzoekster voldoende onderbouwd dat er in China geen vestigingsalternatief is. De stelling dat in het algemeen beschermings- en opvangmogelijkheden voor vrouwen als verzoekster zeer beperkt zijn in China, acht de voorzieningenrechter in dit verband ontoereikend.Verzoekster heeft voorts gesteld slachtoffer te zijn van mensenhandel. Zij valt misschien onder de B9-regeling maar wil geen aangifte doen, niet in China en niet in Nederland, om haarzelf en haar familie niet in gevaar te brengen. De bedreiging door de woekeraars strekt zich derhalve uit over de grenzen van China. De rechter oordeelt dat deze –niet onderbouwde– stelling niet afdoet aan het voorgaande, nu verzoekster daarmee nog niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen enkele bescherming kan inroepen dan wel dat geen vestigingsalternatief beschikbaar is. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Asielprocedure
    • Aangiftebereidheid
    • Nederlands
  4. 81 reads Court of Noord-Holland Language Dutch Verweerder heeft de aanvraag van eiseres tot wijziging van de beperking van de aan haar verleende verblijfsvergunning regulier van ‘beperking als genoemd in hoofdstuk B9 Vc’ in de beperking ‘voortgezet verbli ...

    Verweerder heeft de aanvraag van eiseres tot wijziging van de beperking van de aan haar verleende verblijfsvergunning regulier van ‘beperking als genoemd in hoofdstuk B9 Vc’ in de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van art. 3.52 Vb afgewezen.De rechtbank stelt vast dat verweerder in onderhavige zaak eerst heeft beoordeeld of voldaan is aan de voorwaarden van art. 3.52 Vb, te weten of er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor van eiseres niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaat. Verweerder is tot de conclusie gekomen dat van bijzondere individuele omstandigheden geen sprake is, getoetst aan art. 16, lid 1, aanhef en onder b,Vw.De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat hetgeen eiseres met betrekking tot het risico van represailles en vervolging, alsmede met betrekking tot de mogelijkheden van sociale en maatschappelijk herintegratie als slachtoffer van mensenhandel en alleenstaande vrouw in China heeft aangevoerd, geen bijzondere individuele omstandigheden betreffen waardoor van haar niet gevergd kan worden dat zij Nederland verlaat.Ten aanzien van hetgeen eiseres omtrent haar medische situatie in de bestuurlijke fase heeft aangevoerd, heeft verweerder - vanwege het ontbreken van overige bijzondere individuele omstandigheden - derhalve in redelijkheid kunnen concluderen dat deze omstandigheden evenmin tot vergunningverlening op grond van art. 3.52 Vw leiden, nu geen sprake is van een bijzonder samenstel van omstandigheden. Beroep ongegrond; vovo afgewezen.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Voortgezet verblijf
    • Voortgezet verblijf
    • Bijzondere individuele omstandigheden
    • Nederlands
  5. Taal Nederlands 5 Rechtbank Noord-Holland Verzoekster heeft gevangen gezeten vanwege deelname aan een demonstratie in Lhasa (Tibet). Verweerder acht het relaas ongeloofwaardig. Daarbij is betrokken dat verzoekster toerekenbaar ongedocumentee ...

    Verzoekster heeft gevangen gezeten vanwege deelname aan een demonstratie in Lhasa (Tibet). Verweerder acht het relaas ongeloofwaardig. Daarbij is betrokken dat verzoekster toerekenbaar ongedocumenteerd is en onvoldoende heeft meegewerkt aan de vaststelling van de reisroute. Het relaas ontbeert volgens verweerder positieve overtuigingskracht.Verzoekster stelt onder meer dat haar studentenkaart door de politie is ingenomen en dat haar identiteitskaart en Hukou-boekje zijn achtergebleven in haar huis in Bechuan dat in mei 2008 door een aardbeving is verwoest. De rechtbank overweegt dat het in China, zoals verweerder zelf ook heeft gesteld niet wettelijk verplicht is een identiteitskaart bij zich te hebben.De verklaring van verzoekster dat zij geen identiteitskaart nodig had omdat zij een studentenkaart had, heeft verweerder niet zonder nadere motivering onaannemelijk kunnen achten. Uit het ambtsbericht van april 2008 en de wet waarnaar onder noot 140 wordt verwezen, blijkt dat volgens art. 14 van de daargenoemde Chinese wet is op te maken dat een burger in bepaalde situaties zijn identiteitskaart zal moeten kunnen tonen, maar ook dat hij zijn identiteit op andere wijze kan aantonen als hij daartoe niet in staat is.Met betrekking tot de reis heeft verzoekster onder meer aangevoerd zij slachtoffer is van mensenhandel en/of smokkel. De verklaringen daarover acht verweerder niet onaannemelijk. Verweerder heeft als reactie op de zienswijze niet kunnen volstaan met de enkele opmerking dat de omstandigheid dat verzoekster mogelijk slachtoffer is van mensenhandel en/of smokkel niet leidt tot het oordeel dat verzoekster niet kunnen worden tegengeworpen dat zij onvoldoende informatie over de reis heeft kunnen verschaffen. In het bijzonder had van verweerder verwacht mogen worden in te gaan op de bepaald niet onaannemelijke stelling van de gemachtigde van verzoekster dat mensensmokkelaars er alles aan gelegen is om te voorkomen dat hun slachtoffers informatie kunnen verstrekken over de reisroute en de gebruikte transportmiddelen. Ook op dit onderdeel is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Asielprocedure
    • Identiteitsdocument
    • Mensensmokkel
    • Nederlands
  6. Taal Nederlands 5 Rechtbank Noord-Holland Verzoekster heeft na twee jaar illegaal verblijf in Nederland asiel gevraagd. Zij heeft zich in Nederland tot het Protestantse geloof bekeerd en vreest bij terugkeer een behandeling in strijd met art ...

    Verzoekster heeft na twee jaar illegaal verblijf in Nederland asiel gevraagd. Zij heeft zich in Nederland tot het Protestantse geloof bekeerd en vreest bij terugkeer een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM omdat zij gedwongen is zich bij een ondergrondse kerk aan te sluiten. Dit betreft volgens de rechter een onzekere toekomstverwachting; ook is het in China niet verboden om het Christelijke geloof te belijden.Verzoekster stelt dat zij, gezien haar ervaringen in China, het risico loopt dat zij opnieuw in handen valt van dergelijke lieden als die haar eerder in slavernij of dienstbaarheid hebben gehouden en dat dat voor verweerder een positieve verplichting tot verblijfsaanvaarding meebrengt.De uitspraak van het EHRM inzake Siliadin tegen Frankrijk (klachtnr. 73316/01) van 26 juli 2005 waarop verzoekster zich beroept, geeft aanleiding tot de constatering dat ingevolge artikel 4 EVRM (ook) op Nederland een positieve verplichting rust om bescherming te bieden aan slachtoffers van slavernij, in de vorm van specifiek tegen slavernij gerichte strafwetgeving en in voorkomende gevallen door het instellen van strafvervolging. Dat ook een positieve verplichting tot verblijfsaanvaarding zou bestaan, is niet uit de uitspraak af te leiden.Gelet op de inhoud van verzoeksters nader gehoor, waaruit niet blijkt dat verzoekster in China slavin is geweest, en omdat zij dat ook niet in haar zienswijze op het voornemen heeft aangevoerd, kan verweerder niet worden verweten dat niet op artikel 4 EVRM is ingegaan.Voorts is verweerder te volgen in het betoog dat de conclusie dat verzoekster geen reëel en voorzienbaar risico loopt op onmenselijke en vernederende bejegening, bij gebreke van enige nadere aanknopingspunten in het asielrelaas, behelst dat verweerder zich op het standpunt stelt dat zij geen reëel risico loopt wederom aan slavernij of dienstbaarheid, te worden onderworpen. Verweerder heeft dan ook niet miskend dat verzoekster tegen haar wil in slavernij of dienstbaarheid is genomen. Beroep ongegrond.NB. Deze uitspraak is in hoger beroep ongemotiveerd bevestigd (ABRvS, 3 juli 2008, nr. 200803967/1).

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Asielprocedure
    • Artikel 3 EVRM
    • Artikel 4 EVRM
    • Nederlands
  7. 5 Rechtbank Noord-Holland Taal Nederlands Niet is gesteld of gebleken dat de opvang in Chinese weeshuizen niet adequaat is. In de uitspraak van 14 oktober 2004 (nr. 200404284/1, NAV 2005/17-kort met commentaar, JV 2005/6 m.nt. Boeles) oordee ...

    Niet is gesteld of gebleken dat de opvang in Chinese weeshuizen niet adequaat is. In de uitspraak van 14 oktober 2004 (nr. 200404284/1, NAV 2005/17-kort met commentaar, JV 2005/6 m.nt. Boeles) oordeelde de Afdeling dat in zoverre het gaat om adequate opvang, in artikel 3.56 lid 1 onder c Vb 2000 de mogelijkheid van terugkeer wordt verondersteld en dat de vraag of een vreemdeling kan terugkeren dus geen rol speelt, tenzij op grond van objectieve gegevens vast is komen staan dat terugkeer blijvend onmogelijk is.In verzoekers geval is van dit laatste geen sprake. Evenmin heeft verzoeker gegevens aangedragen op grond waarvan twijfel mogelijk is over de vraag of verzoeker, als hij naar China is teruggekeerd, daadwerkelijk door de Chinese autoriteiten een opvangmogelijkheid in een weeshuis zal worden geboden. Verweerder mag, overeenkomstig zijn beleidsregel en op grond van de algemene ambtsberichten van 9 april 2001 over de positie van minderjarigen in China en van 30 juni 2005 inzake China, veronderstellen dat bij verzoekers terugkeer een concrete opvangplaats door de Chinese autoriteiten zal worden geregeld.Er is geen grond voor het oordeel dat het in strijd is met het IVRK om van de amv te verlangen aannemelijk te maken dat in zijn geval geen opvang zal worden geboden, nadat verweerder heeft onderzocht of sprake is van adequate opvang in het land van herkomst. Evenmin is er grond voor het oordeel dat deze verdeling van de bewijslast in strijd is met artikel 13 EVRM of dat de uitzetting een ongerechtvaardigde inbreuk op verzoekers privé leven en strijd oplevert met artikel 8 EVRM. Beroep ongegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Rechtbank Noord-Holland
    • Minderjarigen / Kinderhandel
    • Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling (AMV)
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  8. Taal Nederlands 11 Rechtbank Den Haag Beroep ongegrond. Het gaat om een aanhangster van de Falun Gong, die inmiddels christen is geworden. Zij heeft zich niet onverwijld gemeld, omdat zij prostituee was. Volgens de rechtbank kan in het midde ...

    Beroep ongegrond. Het gaat om een aanhangster van de Falun Gong, die inmiddels christen is geworden. Zij heeft zich niet onverwijld gemeld, omdat zij prostituee was. Volgens de rechtbank kan in het midden blijven of verweerder aan eiseres heeft mogen tegenwerpen dat zij zich niet onverwijld heeft gemeld, nu verweerder eiseres heeft gevolgd in haar verklaringen dat zij afkomstig is uit China, dat zij in China problemen heeft ondervonden met haar ex-man, dat zij in China aanhanger is geweest van de Falun Gong en op dit moment het christelijke geloof belijdt.Zij heeft volgens de rechter niet aannemelijk gemaakt dat zij bij de autoriteiten van China vandaag de dag algemeen bekend staat als aanhanger van de Falun Gong. Dat de autoriteiten van China eiseres ruim tien jaar geleden tweemaal hebben opgezocht, wordt weliswaar geloofwaardig geacht, doch is onvoldoende zwaarwegend. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat eiseres naar eigen verklaring in 2002 is benaderd door de autoriteiten in verband met haar betrokkenheid bij de Falun Gong, dat zij pas in 2003 China is ontvlucht en dat eiseres in deze tussenliggende periode niet is vervolgd. Verder heeft zij verklaard dat zij inmiddels het christelijk geloof belijdt en dat zij geen aanleiding ziet om bij terugkeer weer aanhanger van Falun Gong te worden.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Rechtbank Den Haag
    • Asielprocedure
    • Nederlands
  9. Language Dutch 72 reads Court of Amsterdam Eiser is sinds april 2004 in Nederland en heeft in november 2008 asiel aangevraagd. Eiser heeft China in 2001 verlaten en is eerst enkele jaren in Europa door mensensmokkelaars te werk gesteld. De rechtbank oorde ...

    Eiser is sinds april 2004 in Nederland en heeft in november 2008 asiel aangevraagd. Eiser heeft China in 2001 verlaten en is eerst enkele jaren in Europa door mensensmokkelaars te werk gesteld. De rechtbank oordeelt dat verweerder eiser in redelijkheid heeft kunnen toerekenen dat hij zich niet onverwijld heeft gemeld (art. 31 lid 2 sub c Vw). Alleen al hierom dient van het asielrelaas positieve overtuigingskracht uit te gaan.Eiser is beoefenaar van Qigong (Falun Gong) en de Chinese autoriteiten beschouwen dit als ‘evil cult’. Uit het ambtsbericht van maart 2009 over China leidt de rechtbank, in tegenstelling tot verweerder, af dat alleen al het behoren tot een ‘evil cult’ grond is voor vervolging en niet slechts wanneer men de openbare orde verstoort.Verder is de rb van oordeel dat de omstandigheid dat eiser nimmer eerder problemen van de autoriteiten heeft ondervonden op zichzelf niet voldoende is ter motivering van verweerders standpunt dat eisers asielrelaas ongeloofwaardigzou zijn. Ook heeft verweerder zich onvoldoende rekenschap gegeven van de verklaring die eiser in zijn nader gehoor heeft gegeven over de uitreis uit China.Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het asielrelaas positieve overtuigingskracht ontbeert en ongeloofwaardig is. De rechtbank betrekt op grond van art. 83 Vw bij de beoordeling nog het feit, door eiser in aanvullende beroepsgronden gesteld, dat hij in 2009 door twee van de mensensmokkelaars die hem in 2004 gedwongen te werk hebben gesteld, is mishandeld. Eiser heeft aangifte gedaan en heeft processen-verbaal overgelegd. Hij vreest voor de gevolgen hiervan voor hem bij terugkeer naar China.Verweerders motivering ter zitting dat deze feiten niet kunnen afdoen aan het bestreden besluit acht de rechtbank onvoldoende, met name nu verweerder eisers reisrelaas met betrekking tot de mensenhandel niet heeft betwist. Beroep gegrond.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Rechtbank Amsterdam
    • Asielprocedure
    • Geloofwaardigheid
    • Religieuze groepering
    • Nederlands
  10. 93 reads States Council (Dutch) Language Dutch Ter zitting bij de Afdeling  heeft de vreemdeling erkend dat zij in het bezit moet zijn geweest van een hukou registratie.  Gelet hierop en op de informatie uit het ambtsbericht, betoogt de staatssecretaris t ...

    Ter zitting bij de Afdeling heeft de vreemdeling erkend dat zij in het bezit moet zijn geweest van een hukou registratie. Gelet hierop en op de informatie uit het ambtsbericht, betoogt de staatssecretaris terecht dat de vreemdeling niet heeft aangetoond dat zij niet of niet meer in het bezit kan worden gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldt ook voor de stelling van de vreemdeling dat zij verscheidene malen een bezoek heeft gebracht aan de Chinese ambassade, reeds omdat in de door haar overgelegde verklaring van 8 februari 2010 staat vermeld dat de ambassade heeft medegedeeld dat het niet mogelijk is om reisdocumenten te verkrijgen zonder de daarvoor vereiste papieren.  De staatssecretaris heeft in redelijkheid van belang kunnen achten dat de vreemdeling eerst in 2009 actie heeft ondernomen om in het bezit te komen van een paspoort, terwijl zij al op 15 januari 2007 op deze verplichting is gewezen. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de staatssecretaris zich in het besluit van 2 juni 2010 terecht op het standpunt heeft gesteld dat de aanvraag wordt afgewezen omdat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit alsnog ongegrond verklaren.

    Jurisprudentie

    • Vreemdelingenrecht
    • China
    • Raad van State
    • Voortgezet verblijf
    • Paspoortvereiste
    • Voortgezet verblijf
    • Nederlands